L'oeil du siècle, wordt hij genoemd, het oog van de eeuw. Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was niet voor niets een van de beroemdste fotografen van zijn tijd. In 1945 maakte hij een foto die decennialang symbool stond voor de bevrijding uit de nazikampen en de overwinning op de nazi's. (1) Alleen: zoveel jaren later blijkt er een ander verhaal achter te zitten.
...

L'oeil du siècle, wordt hij genoemd, het oog van de eeuw. Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was niet voor niets een van de beroemdste fotografen van zijn tijd. In 1945 maakte hij een foto die decennialang symbool stond voor de bevrijding uit de nazikampen en de overwinning op de nazi's. (1) Alleen: zoveel jaren later blijkt er een ander verhaal achter te zitten. Het begon allemaal met de bijbehorende legende in het archief van het fotoagentschap Magnum. Die luidt: 'Henri Cartier-Bresson - Duitsland. Dessau. Tussen de Amerikaanse en Sovjetzones bevond zich een doorgangskamp voor vluchtelingen; politieke gevangenen, krijgsgevangenen, dwangarbeiders, displaced persons, terugkerend van het oostfront in Duitsland, dat door het Sovjetleger werd bevrijd. Een jonge Belgische vrouw en voormalige Gestapoverklikster wordt geïdentificeerd terwijl ze zich in de menigte probeerde te verschuilen. April 1945.' Displaced persons (DP's) was een Amerikaanse term voor de miljoenen ontheemde burgers die na de oorlog niet zonder hulp naar huis konden. De uitleg bevat nogal wat onjuistheden. Om te beginnen is de beschrijving niet van Cartier-Bresson zelf, ze werd jaren later opgesteld door een medewerker van Magnum. Het is merkwaardig dat Cartier-Bresson ze nooit heeft aangepast, terwijl hij er na de oprichting van het fotoagentschap in 1947 net op stond dat zijn foto's altijd vergezeld zouden gaan van zijn beschrijving. Wat blijkt? De plaats en het tijdstip kloppen niet. Lang niet alle ontheemden kwamen van het oostfront. De aangewezen vrouw is mogelijk geen Belgische maar een Française - ze sprak Frans, had Cartier-Bresson gezegd. Maar er is meer aan de hand. De foto blijkt te botsen met de werkwijze van de legendarische fotograaf. Wat is er die dag echt gebeurd? Tijd voor een reconstructie. Dessau ligt op goed honderd kilometer ten zuidoosten van Berlijn. De industriestad, met haar Junkers-vliegtuigfabriek en haar producent van Zyklon B (het ongediertemiddel dat vanaf 1941 werd gebruikt in de gaskamers), maakte onder het naziregime een opmerkelijke opgang én val door. Als bewapeningsmetropool was Dessau van bij het begin van de oorlog het doelwit van Britse en Amerikaanse bombardementen. Op 7 maart 1945 werd de stad vrijwel totaal vernield door een opzettelijk veroorzaakte vuurstorm. Anderhalve maand later, op 22 april, werd de stad veroverd door de Amerikanen. Twee maanden lang lag ze aan de demarcatielijn tussen Oost en West. De voorsteden ten noorden van de Elbe en ten oosten van de Mulde waren begin mei 1945 door het Rode Leger bezet. Honderdduizenden vluchtelingen liepen vast aan de Elbe-Muldelijn. Sommigen wilden naar het westen, anderen wilden of moesten naar het oosten. De oorlog mocht dan voorbij zijn, de vrede leek nog veraf. In en om Dessau richtten de Amerikanen een tiental DP-kampen op - in een villa, kazernes, tenten, zelfs in een zoo. De gebeurtenis die Cartier-Bresson vastlegde, speelde zich af in het grootste van die kampen, ingericht in een kazerne van de Duitse luchtafweer in Kochstedt, een voorstad ten zuidwesten van Dessau. Wie is er op dit iconische beeld te zien? De vrouwen die door Cartier-Bresson werden vereeuwigd, werden nooit geïdentificeerd. De man aan tafel wél: het is de Nederlander Willem van der Velden. Hij werd herkend door een lezer van NRC Handelsblad toen die krant ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de fotografie een zestal beroemde foto's afdrukte. Van der Velden was aangesteld als commandant van het DP-kamp. Over de bewuste scène zei hij later dat hij niet wist wat hem overkwam. De documenten op de tafel voor hem blijken bij uitvergroting Duitse identiteitspapieren te zijn, onder meer een Arbeitsbuch für Ausländer. De foto heet exemplarisch te zijn voor Cartier-Bressons werkwijze, le moment décisif: in een fractie van een seconde een gebeurtenis zien én de rigoureuze organisatie van haar visuele vormen die aan de gebeurtenis betekenis verlenen. Als je dan niet klikt, is het beslissende moment voorgoed voorbij. De beroemde foto werd vanuit het perspectief van een betrokkene gemaakt. Cartier-Bresson kende het kampleven: hij zat drie jaar in krijgsgevangenschap voor hij kon ontsnappen en in Frankrijk onderduiken. Met het einde van de oorlog in zicht trok hij naar Parijs, waar hij foto's maakte voor de clandestiene Nationale Beweging voor Krijgsgevangenen en Gedeporteerden. Kort na de bevrijding van Parijs in augustus 1944 kreeg hij toelating van het Ministerie van Gedeporteerden en Vluchtelingen om in het gezelschap van twee Amerikaanse cameramannen op te trekken met een Amerikaanse legerdivisie die vanuit Frankrijk oprukte in Duitsland. In Dessau botsten ze op Sovjet-Russische bevrijders. Eens terug in Frankrijk monteerde Cartier-Bresson op basis van de Amerikaanse filmbeelden Le Retour, een propagandafilm van een dertigtal minuten die vooral de traagheid van de repatriëring van Franse displaced persons moest verantwoorden, en duidelijk moest maken dat militaire operaties voorrang moesten krijgen en de strenge identiteitscontroles noodzakelijk waren. In de begintitels van de documentaire wordt Cartier-Bresson vermeld als 'technisch adviseur', de film zelf wordt toegeschreven aan Les Services Américains d'Informations.En dan komt het: ongeveer halfweg de documentaire zitten enkele scènes van de gebeurtenis op de foto. De collaboratrice wordt onder begeleiding naar de tafel gebracht. Kampcommandant Van der Velden wijst met gestrekte arm waar ze moet staan. De aanklaagster staat aan de zijkant van de tafel, een bullenpees in een lus voor de borst. (2) De beschuldigde en de commandant praten met elkaar. De aanklaagster steekt een woedend betoog af, ontbloot geleidelijk de tanden en slaat de handlangster vol in het gezicht met de bullenpees. Het gaat allemaal zó snel dat alleen wie weet wat er gebeurt het kán zien. Wordt de vrouw 'geïdentificeerd terwijl ze zich in de menigte probeerde te verschuilen', zoals het Magnum-onderschrift vermeldt? Wie goed kijkt, ziet dat de collaboratrice op de beroemde foto níét met de vinger wordt gewezen. De vingers van de wijzende vrouw zijn niet te zien, haar uitgestrekte arm is niet hoog genoeg geheven, de vrouwen staan iets te dicht bij elkaar, en de gezichtsuitdrukking en lichaamshouding van de aanklaagster wijzen op meer dan identificatie. Ik begon te vermoeden dat dit, ondanks Cartier-Bressons stelregel van le moment décisif, niet hét beslissende moment was, en dat de fotograaf toen wel meer foto's genomen kon hebben. Na lang aandringen bij de Fondation Henri Cartier-Bresson mocht ik enkele jaren geleden in Parijs de contactbladen bekijken van de ándere beelden die de man toen heeft geschoten. Het gaat om 35 foto's, waarvan niemand de volgorde kende. De beroemde foto en enkele andere die bij Magnum en in enkele fotoboeken te vinden zijn, ontbraken op de contactbladen. Bij navraag bleek dat ze uit de filmrolletjes waren gelicht voordat de contactbladen werden gemaakt omdat er veel vraag was naar afdrukken. Bij de Fondation moest ik een verklaring ondertekenen dat ik geen van de 35 beelden ooit zou publiceren. Zo beslissend wilde Cartier-Bresson het. Jaren later drong ik nogmaals aan, maar het mocht niet. Maar voor deze publicatie in Knack mocht ik uiteindelijk twee foto's uitkiezen, al moest ik ze zelf digitaal uit de contactbladen snijden. Ze waren nooit eerder te zien. Na grondig onderzoek van alle beschikbare foto's kwam ik tot volgende chronologie. De vrouw die de verklikster heeft herkend, wordt door een man in burgerkledij naar het binnenplein van het kazerneplein geleid, zijn hand losjes op haar linkerschouder. De collaboratrice staat voor de kampcommandant aan tafel. Achterin enkele toeschouwers die op stoelen of banken moeten staan. Verderop hebben anderen zich op vensterbanken van de kazerne gehesen. Niemand wil iets missen. De handlangster praat met kampcommandant Van der Velden. Achter haar drie mannen, van wie twee in zebrapak, gewapend met een vervaarlijk ogende witte militaire matrak. Vervolgens belicht Cartier-Bresson de scène vanaf de zijkant van de tafel. De verklikster staat aan de lange kant, tegenover de kampcommandant. Hoofd rechtop, rechtervoorarm lichtjes geheven. Aan de andere korte kant van de tafel staat de aanklaagster, bullenpees in een lus in de rechterhand, de linkerhand gebald op het tafelblad. Op een volgend beeld drukt een man (dezelfde die de aanklaagster naar de tafel heeft begeleid) het hoofd van de collaboratrice bij de kin omhoog. Van der Velden doet voor hoe het moet: hoofd in de nek. (3) De ongelovig of verontwaardigd toekijkende aanklaagster komt in beeld, de lus van de bullenpees nu op het tafelblad. Daarop volgt een foto waarop de beschuldigde, beide armen naast het lichaam, de rechterhandpalm met gespreide vingers naar de kampcommandant toekeert, alsof ze zeggen wil: 'Wat kan ik meer zeggen?' of 'Wat nu?' De aanklaagster richt zich tot de verklikster, ze kijken elkaar aan. Een man in zebrapak met matrak en witte band om de linkerarm staat vlak achter de beschuldigde. Naar goede gewoonte blijft Cartier-Bresson met zijn Leica-camera rond zijn onderwerp 'dansen'. Hij maakt een foto van achter de rug van de kampcommandant. De collaboratrice staat er verslagen of berustend bij. Rechts de aanklaagster, de armen gekruist voor de borst, bullenpees in de rechterhand. Kort daarna moet ze de ander in het gezicht geslagen hebben. Een fractie van een seconde later moet Cartier-Bresson zijn beroemd geworden foto hebben geschoten. Op het volgende beeld draait de verklikster hoofd en bovenlichaam weg van het geweld, de armen afwerend boven het hoofd. Bij de zoveelste slag draait ze verder weg. Ze probeert te ontkomen, maar een man in zebrapak heeft haar beet bij de linkerpols en een ander bij haar schouder, waardoor enkele knoopjes van haar blouse losspringen (het bovenstuk van haar battledress heeft ze al moeten uittrekken). De twee mannen hebben matrakken in de hand maar slaan niet. De aanklaagster, daarentegen, slaat uit volle macht met een matrak in de linkerhand op de onderrug van de veroordeelde. (4) De collaboratrice rukt zich los. Haar haar is losgekomen en lijkt nat. Achter haar een man met een witte armband met daarop Police (lid van de kamppolitie van het DP-kamp). Rechts de woedende vrouw met geheven rechterarm, met om de pols de lus van een matrak. Op een foto in het Scrapbook dat Cartier-Bresson in 1945 samenstelde met het oog op een tentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York, staat een foto die hier direct op volgt. De vrouw knoopt haar blouse nog dicht, een man in zebrapak met matrak houdt haar bij de rechterschouder tegen, terwijl de aanklaagster nog een keiharde slag wil toebrengen. Achter de collaboratrice staat een man die met de linkerarm en -hand lijkt te gebaren dat het nu welletjes geweest is. Op de rug van deze foto noteerde Cartier-Bresson: 'Une collabo elle criait "ne me tuez pas, je donnerai leurs noms...' ('Een collaboratrice. Ze riep: "Dood me niet, ik zal hun namen geven."') (5) Toen Cartier-Bresson in 2003 nog eens Le Retour bekeek, verwoordde hij het zo: ' Une fille qui travaillait pour la Gestapo. Et après c'est pénible. Elle hurlait "Ne me tuez pas. Je vous les donnerai tous."' De vrouw vreesde dus voor haar leven en probeerde haar vel te redden door anderen te verklikken. Het laatste beeld in de reeks toont een man in zebrapak met matrak die de handlangster, hand op haar linkerschouder, wegvoert in de richting van het poortgebouw van de kazerne. De aanklaagster loopt op de foto rechts van de twee. Aangezien nogal wat aanwezigen een slagwapen bij zich hadden, ging het dus níét om een eerste herkenning van een verklikster die zich probeerde te verschuilen. Dit was een geplande afrekening. Bij de formele identificatie van de collaboratrice kijken alle toeschouwers ernstig of gespannen. Bij de kastijding staan enkelen te grijnzen of te glimlachen. Op de contactbladen staan nog andere foto's die Cartier-Bresson toen heeft gemaakt. Onder meer een beeld waarop de verklikster met gebogen hoofd en gebalde vuisten achter vier mannen op een rij staat, zo te zien ook beschuldigd van collaboratie (één van de mannen is kaalgeschoren). In de propagandafilm Le Retour zijn direct voor en nadat de aanklaagster de andere vrouw heeft geslagen heel even beelden te zien van twee of drie kaalgeschoren mannen op het binnenplein van de kazerne, te midden van een in een rechthoek opgestelde, gedisciplineerd ogende menigte. De collaborateurs staan fiks voor een man die hen met een papier in de hand ondervraagt of iets voorleest. Op de contactbladen staan verscheidene beelden die daarmee verband houden. Het eerste beeld toont de op het binnenplein verzamelde mensen uit de hoogte, vermoedelijk gemaakt vanuit een dakvenster. Dan nadert Cartier-Bresson het gebeuren om close-ups te maken. Onder de toeschouwers staat ook Van der Velden. Verscheidene toeschouwers hebben een matrak bij zich, één man heeft een Rode Kruisarmband om. Na de formele identificatie worden de drie mannen zwaar afgeranseld en dan, terwijl sommigen op hen blijven inslaan, weggevoerd richting poortgebouw. Met een vergrootglas is te zien dat twee mannen in zebrapak elk twee mannen voor zich uitduwen. Vier mannen dus, zoals op dat eerste beeld met de collaboratrice achter hen. In Le Retour is geen spoor terug te vinden van deze tuchtiging. Op de website A World History of Art stond tot voor kort een vrijwel onbekende foto van de afranseling die niet op de contactbladen of bij Magnum te vinden is - vermoedelijk omdat het beeld door de felle slagen bewogen lijkt. Rechts bovenaan staan twee gehelmde militairen op stoelen of banken. Amerikaanse militairen of MP's hebben hun matrakken uitgeleend, maar hielden zich verder afzijdig. Zowel op Cartier-Bressons fotoreeks van de verklikster als op die van de kastijding wijzen de schaduwen erop dat de zon laag staat. Een zonnige dag, late voor- of late namiddag. Rekening houdend met de foto waarop de collaboratrice achter de vier mannen staat, en het feit dat op beide reeksen nogal wat dezelfde toeschouwers staan, is de kans groot dat beide afrekeningen op dezelfde dag plaatsvonden. Volgens het agentschap Magnum zou de beroemde foto in april 1945 gemaakt zijn. Dat is niet juist. De Amerikanen veroverden Dessau pas op 22 april, en er was tijd nodig om het DP-kamp in werking te stellen en hen erin onder te brengen. De omstanders zien er doorvoed uit, velen zijn goedgekleed. Er staan dakramen open, de bomen op het binnenplein staan bijna vol in blad. In 1989 vertelde Willem van der Velden in een interview dat hij anderhalve maand kampcommandant is geweest. Aangezien het DP-kamp Kochstedt op 1 juli werd opgedoekt, moet hij midden mei zijn aangesteld en werden de foto's nadien genomen. In een ander interview zei Van der Velden dat een en ander plaatsgreep op 'een zonnige junidag'. Uit weerberichten uit die tijd blijkt dat het in Kochstedt zonnig was van 17 tot 26 juni 1945. De Amerikaanse cameralui die naast Cartier-Bresson stonden, zouden 'het beslissende moment' gemist hebben. Volgens sommigen beweerde ook de fotograaf dat, maar anderen herinneren zich dat hij zei dat de scène gesneuveld was bij de montage van Le Retour. In de Verenigde Staten ging ik op zoek naar de Amerikaanse camerabeelden, en vond er Reunion. In het begin van deze documentaire van het Amerikaanse leger wordt vermeld dat ze gebaseerd is op Le Retour. Vreemd, want zoals aangegeven door de titel, vertelt Reunion het verhaal vanuit een andere optiek, en er zitten ook behoorlijk wat andere beelden in. In Reunion volgen de twee korte passages waarin de kaalgeschoren mannen worden mishandeld op elkaar, meteen gevolgd door scènes met de twee vrouwen en de kampcommandant. In de zesde minuut maakt Van der Velden tot twee keer toe met de rechterwijsvinger en de rechterhand een beweging van links naar rechts over zijn keel. De collaboratrice is een vogel voor de kat. (6) Conclusie? De beroemde foto van Henri Cartier-Bresson, die een icoon werd van de Bevrijding, is een momentopname van een bijltjesdag. Cartier-Bresson heeft het beslissende moment gemist, genegeerd, weggelaten of vernietigd. De bekende foto werd beroemd omdat er géén geweld op te zien is. Maar zonder merites is hij niet. Over het DP-kamp Kochstedt is zo goed als niets meer te vinden. Het bestond amper een maand of twee, het door de Amerikanen bezette Dessau ging op 1 juli 1945 over in handen van de Sovjets, en de gerepatrieerden hadden na hun terugkeer meer dan genoeg te vertellen over alle doorstane ellende dan over het DP-kamp waar ze na hun bevrijding nog in terechtkwamen. Zonder deze fotoreeksen van Henri Cartier-Bresson en hun analyse zou kamp Kochstedt, zijn geschiedenis, zijn bewoners en het begrijpelijke vergeldingsgeweld in de mist van de geschiedenis zijn verdwenen. Rond zijn onderwerp draaiend, het gebeuren vanuit verschillende invalshoeken belichtend, hief Cartier-Bresson steeds weer de tweedimensionaliteit van fotografie, herinnering en geschiedenis op.