‘Vrouwen horen achter het spinnewiel’: waarom we wetenschap maar blijven associëren met witte mannen

MARIA SIBYLLA MERIAN De entomologe liet zich portretteren met attributen uit haar vakgebied om ernstig te worden genomen. © GF
Ellen Debackere
Ellen Debackere Freelancejournaliste

We zien eindelijk meer vrouwen in de kennissector. Toch spelen eeuwenoude verwachtingen hen nog parten. ‘Zy geleek wel een Viswyf.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

We schrijven 1633. Anna Maria van Schurman – toen amper 25 jaar oud – etst een zelfportret om aan haar briefwisseling toe te voegen. Al snel wordt de wetenschapster het mikpunt van een poëtisch steekspel doorspekt met erotische commentaren. Vooral het feit dat de handen van de jonge geleerde ontbreken in het zelfportret inspireert enkele mannelijke geleerden om gedichtjes over haar te schrijven. ‘Anna wenst dat die handen zouden ontbreken / Daar is een reden voor: het meisje wil niet dat een man haar aanraakt’, klinkt het in het Latijn. Over haar positie als aanstormend intellectueel talent wordt met geen woord gerept.

Een student verminkte het portret van Margaret Cavendish en voegde een trouwring aan haar vinger toe.

En dan te bedenken dat Van Schurman (1607-1678) toen een privilege genoot. In het vroegmoderne Europa (1450-1800) werden vrouwen buiten de universiteiten gehouden, wetenschap was een mannenzaak. Niet zo voor Van Schurman. Ze was de eerste vrouwelijke student die werd toegelaten aan een Nederlandse universiteit. Vanachter een gordijn – opdat haar mannelijke medestudenten haar niet zouden zien – mocht ze de colleges volgen. Maar de meeste vrouwen waren er dus personae non gratae.

Dat werd in die periode extra moeilijk toen slimme drukkers een portret wilden toevoegen naast de naam van de auteur van een publicatie. Dat zou beter verkopen. Voor vrouwen was dat een lastige zaak, zoals Van Schurman mocht ondervinden. ‘Portretten speelden een belangrijke rol in de huwelijksmakelij’, vertelt literatuurhistorica en onderzoeksprofessor Lieke van Deinsen (KU Leuven). ‘Als je als vrouw aan een man wilde raken werd een portret van jou rondgestuurd. Een portret van een vrouw had daardoor bij voorbaat een amoureuze of zelfs erotische connotatie. Bovendien kon zo’n gedrukt vrouwenportret in eender welke handen terechtkomen en had je er zelf geen controle meer over. Papieren prostitutie, noemen sommige onderzoekers het zelfs. De reacties op portretten van vrouwelijke geleerden waren dan ook niet mals. Door lezers gemutileerde portretten of opmerkingen als “vrouwen horen achter het spinnewiel” – het toenmalige equivalent van “vrouwen horen achter het fornuis” – waren niet uitzonderlijk.’

SARA MARIA VAN DER WILP De dichteres liet een nieuw portret maken, nu mét hoofddeksel, nadat collega’s haar voor hoer hadden uitgescholden.
SARA MARIA VAN DER WILP De dichteres liet een nieuw portret maken, nu mét hoofddeksel, nadat collega’s haar voor hoer hadden uitgescholden. © Het Rijskmuseum
De witte man met de bril

Omdat de publicatie van een portret van een vrouw als aanstootgevend of zedeloos werd gezien, werden gedurende lange tijd enkel overleden of religieuze vrouwen geportretteerd. Met gevolgen tot vandaag. Want hoewel vrouwen wereldwijd steeds beter vertegenwoordigd zijn in de wetenschap, volgt de beeldvorming maar schoorvoetend.

Een reeks experimenten die sinds de jaren 1960 wordt uitgevoerd, waarbij kinderen de opdracht krijgen een wetenschapper te tekenen, toont dat treffend aan. In de beginjaren stelde het merendeel van de kinderen een wetenschapper voor als een witte man, niet zelden in een laboratoriumjas, met een bril en vaak grijze gezichtsbeharing. In recentere ‘Draw-a-Scientist Test’-studies komt een iets diverser beeld naar voren, zowel wat genderdiversiteit als etnische variatie betreft. En toch blijkt de associatie tussen wetenschap en mannelijkheid ook vandaag nog erg sterk. Uit het onderzoek – dat hoofdzakelijk in de VS is gevoerd – blijkt dat in de periode 1966-1977 maar 1 procent van de kinderen die bevraagd werden een vrouwelijke wetenschapper tekende. Tussen 1985 en 2016 bedroeg dat percentage gemiddeld 28 procent. En hoe ouder het kind, hoe sterker het wetenschap met mannen verbindt.

De beeldvorming volgt de realiteit niet, want veel vrouwen kiezen vandaag voor een academische carrière. Volgens She Figures, een Europees onderzoek naar gendergelijkheid in het domein van onderzoek en innovatie, vertegenwoordigden vrouwen in 2018 meer dan 40 procent van het academische personeel aan Europese universiteiten, al daalt hun aandeel naarmate je hoger op de academische ladder gaat kijken. Vergeleken met 1960 was het percentage Amerikaanse vrouwen dat in 2016 actief was in de biologische wetenschappen gestegen van 28 naar 49 procent, in de scheikunde van 8 naar 35 procent en in de natuur- en sterrenkunde van 3 naar 11 procent.

Borsten als koeienuiers

Nochtans ondernamen vrouwelijke geleerden al tijdens de vroegmoderne periode pogingen om in te gaan tegen de stereotiepe beeldvorming van de geleerde als man. Dat was een hele uitdaging. Vrouwelijke geleerden die zich toch lieten tekenen, moesten balanceren op een erg dunne lijn tussen zelfrepresentatie en het heersende sociale verwachtingspatroon.

Publieke mannen waren beroemdheden, bekende vrouwen werden geassocieerd met onzedigheid.

Lieke van Deinsen

Het portret van de Amsterdamse schrijfster Sara Maria van der Wilp (1716-1803) illustreert hoe delicaat het evenwicht was tussen de publieke beeldvorming van een vrouw enerzijds en het bewaren van het vrouwelijke bescheidenheidsideaal anderzijds. Om haar gedichtenbundel luister bij te zetten, bestelde Van der Wilp een portret bij miniatuurschilder Joseph Marinkelle (1732-1782). Maar ze was niet ingenomen met het beeld dat Marinkelle afleverde. Heel wat tijdgenoten hadden hun afkeer van het portret al in niet mis te verstane bewoordingen geuit. ‘Een ieder als uitschreeuwende de leelykheid van de uitgegeven Plaat; dat men zeide, dat zy wel een Viswyf geleek, een dragonder van een Wyf (…), een onbeschaamde Hoer, met Borsten als Koe-Uiëren’, was Van der Wilps woedende reactie op Marinkelles portret. Om zich te verdedigen tegenover het grote publiek publiceerde de miniatuurschilder een pamflet. Daarin beweerde hij dat de dichteres hem had verplicht haar te tekenen volgens de ‘oude stijl’, namelijk ‘blootshoofds, met een ongedekte boezem en een Papier in de hand’. Suggesties van de schilder om haar op een modernere en bescheiden manier te representeren, had ze volgens hem weggewuifd. Uiteindelijk wendde de schrijfster zich tot de concurrent van Marinkelle en liet ze zich alsnog met hoofddeksel en bedekte boezem afbeelden, vergezeld van een onderschrift waarin ze afstand nam van het vorige portret.

‘Terwijl publieke mannen als beroemdheden werden gezien, werden bekende vrouwen vaak geassocieerd met onzedigheid’, vertelt Van Deinsen. ‘Dat botste met de ambitie van sommige vrouwen om zich bij de intellectuele elite van hun tijd te voegen. Dergelijke voorbeelden zien we vaak.’

De rijke filosofe Margaret Cavendisch (1623-1673), bijvoorbeeld, liet drie portretten maken. Toen een van haar portretten werd opgenomen in de universiteitsbibliotheek van Cambridge verminkte een student het compleet en voegde hij een trouwring aan haar vinger toe. Errond werden Latijnse commentaren geschreven, genre ‘Rijkdom werkt domheid in de hand’.

Inktpot en vergrootglas

Vandaag scherpen universiteiten de aandacht voor gender aan. Onder meer de universiteiten van Leiden, Utrecht, Yale, Cambridge en Sussex vervingen een deel van de portretten van mannelijke professoren door vrouwen. ‘In Leuven plaatste men dan weer een spiegelwand in de promotiezaal. Als je in de spiegel kijkt, word je als het ware onderdeel van die academische gemeenschap’, zegt Van Deinsen. ‘Ook dat is een beeldvormingsmechanisme dat al lang bestaat en waarbij men tracht de wetenschappelijke autoriteit van vrouwelijke geleerden te onderstrepen.’

Dat die reflex niet nieuw is, toont het portret van entomologe en kunstenares Maria Sibylla Merian (1647-1717). Haar zelfportret is een schoolvoorbeeld van de manier waarop portretten van vrouwen ook in vroeger eeuwen werden ingezet in de strijd tegen de stereotiepe beeldvorming. Op haar afbeeldingen is veel aandacht besteed aan de compositie. Merian wordt in haar portretten omringd met objecten die haar geleerdheid moeten aantonen: boeken, een inktpot met een veer, tekeningen van schelpen, bloemen en insecten, een vergrootglas en een plant met vlinder.

‘Haar portret lijkt sterk op dat van een mannelijke voorganger in haar studiedomein’, zegt Van Deinsen. ‘Het doel was te beklemtonen dat zij qua intellectueel vermogen en wetenschappelijke prestaties niet onderdeed voor haar mannelijke collega’s. Slechts één element in het portret geeft aan dat Merian als vrouw een ander parcours had moeten afleggen. Op een stenen pot zien we de mythologische figuur van Daphne die moet ontsnappen aan de wellustige greep van de god Apollo. Met die scène verwijst Merian naar een onconventionele keuze die zij had moeten maken voor haar wetenschappelijke carrière: in 1692 scheidde zij van haar echtgenoot om voor enkele jaren naar Suriname te vertrekken en haar onderzoek naar planten en insecten voort te zetten.’

ANNA MARIA VAN SCHURMAN De wetenschapster mocht alleen vanachter een gordijn colleges bijwonen.
ANNA MARIA VAN SCHURMAN De wetenschapster mocht alleen vanachter een gordijn colleges bijwonen. © GettyImages
Academisch erfgoed

Dat universiteiten vandaag hard moeten werken aan een diversiteitsbeleid, is ook een erfenis van de negentiende eeuw. Konden vrouwen in de zeventiende en achttiende eeuw nog sporadisch deelnemen aan het intellectuele debat dat bijvoorbeeld in de publieke ruimte van salons werd gevoerd, vanaf de negentiende eeuw begon de wetenschap zich hoofdzakelijk af te spelen achter de – voor vrouwen gesloten – deuren van de universiteit.

‘Daar voelen we vandaag de gevolgen nog van’, zegt Van Deinsen. ‘Als we anno 2022 rondwandelen in het Paleis der Academiën in Brussel, zien we een bolwerk van mannen. In de negentiende eeuw kregen vooraanstaande leden een buste. Dat waren steevast witte mannen op leeftijd. In het Paleis der Academiën hangt die zweem van de negentiende eeuw nog altijd, terwijl vandaag een veel diversere groep van jonge academici aan zet is. Veel academici herkennen zich niet meer in die voorgangers.’

‘Uiteraard volstaat het niet om de mannelijke, witte portretten in universiteiten te vervangen door vrouwelijke of gekleurde beelden’, vindt Van Deinsen, literatuurhistorica. ‘Maar als je deel wilt uitmaken van een gemeenschap en je wilt studeren en promoveren, dan moet je wel het idee hebben dat je past binnen een dergelijke gemeenschap. Als je voortdurend geconfronteerd wordt met beelden die diametraal staan tegenover wie jij bent, moedigt dat natuurlijk niet aan om eraan te beginnen. Beeldvorming en representatie zijn daarin fundamenteel. Maar je moet het verleden ook niet gaan herschrijven. Ik ben geen voorstander van het stukslaan van borstbeelden. Maar sommige beelden vandaag in de publieke ruimte tonen, geeft natuurlijk wel een andere boodschap dan in de negentiende eeuw. Het is van belang om die beelden te vertalen naar het nu. Daar moeten we creatief in durven te zijn.’

Theekransje

Dat de beeldvorming van vrouwen in de wetenschap nog altijd een delicate kwestie is, toont de ophef die ontstond naar aanleiding van de onthulling van het Groepsportret van vijf vrouwelijke hoogleraren, een initiatief waarmee de Universiteit van Amsterdam in 2019 wilde aantonen niet langer een mannenbolwerk te zijn. Een Amsterdamse studente deed haar beklag en stelde dat het schilderij meer weg had van een theekransje waarbij begrippen als ‘kennis’, ‘kunde’ of ‘wetenschap’ vooral overschaduwd werden door associaties als ‘gezellig’, ‘huisvrouwen’ en ‘knus’.

‘Hier zien we geen erotische toespelingen, maar wel recentere vooroordelen en huiselijkheidsidealen’, zegt Van Deinsen. ‘Ook vandaag merken we met andere woorden dat heersende sociaal-maatschappelijke motieven een sturende rol spelen in de beoordeling – of zelfs veroordeling – van het beeld van geleerde vrouwen. Die beeldvorming heeft vier eeuwen bestaan. Dat draai je niet terug in vijf jaar tijd.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content