Als er ooit zoiets als een Vlaamse canon komt, zoals de startnota voor de lopende Vlaamse formatiegesprekken het wil, zullen in Brugge de rijen voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk nog langer worden. Een bezoek aan het praalgraf van Maria van Bourgondië zal een must zijn voor scholieren en nieuwkomers. Want wie belichaamt er beter de Vlaamse canon dan de Bourgondische hertogin die zo veel adellijke titels voerde dat historici haar gemakshalve als 'vorstin der Nederlanden' bestempelen?
...

Als er ooit zoiets als een Vlaamse canon komt, zoals de startnota voor de lopende Vlaamse formatiegesprekken het wil, zullen in Brugge de rijen voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk nog langer worden. Een bezoek aan het praalgraf van Maria van Bourgondië zal een must zijn voor scholieren en nieuwkomers. Want wie belichaamt er beter de Vlaamse canon dan de Bourgondische hertogin die zo veel adellijke titels voerde dat historici haar gemakshalve als 'vorstin der Nederlanden' bestempelen? Haar bewind duurde van 1477 tot 1482, amper vijf jaar, maar was wel een hoogtepunt in de geschiedenis én cultuur van - tja, waarvan eigenlijk? Niet van de naar zelfbestuur hunkerende Belgische deelstaat Vlaanderen. Maria van Bourgondië hoort net zo goed thuis in de canon van de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Afgaande op de grenzen van haar rijk kunnen ook Frankrijk en zelfs het Groothertogdom Luxemburg haar als nationaal erfgoed claimen. Om nog te zwijgen van Oostenrijk. In het Alpenland wordt dit jaar de vijfhonderdste verjaardag van keizer Maximiliaans dood herdacht, met opvallend veel aandacht voor zijn jonggestorven vrouw uit het verre Vlaanderen. Er werd de voorbije week al herhaaldelijk op gewezen: een nationale canon afpalen is geen eenvoudige zaak. De Bourgondiërs zijn hot. Lange tijd symboliseerden ze een eigenschap die zowel aan Frans- als aan Nederlandstalige Belgen wordt toegedicht: de neiging om veel belang te hechten aan een goed glas en een rijkgevulde tafel. Intussen zijn we weer bij de geschiedenisles gebracht, onder meer door succesauteur Bart Van Loo, die met De Bourgondiërs al geruime tijd de non-fictielijsten aanvoert. Zijn meeslepend geschreven turf kun je lezen als een familiekroniek die zowat duizend jaar Europese geschiedenis overspant. Wat in de 5e eeuw begon als een bescheiden koninkrijk in de Rhônevallei rond Dijon, culmineerde in het imperium van keizer Karel V, waar de zon, volgens de geijkte formule, nooit onderging. Het kortstondige bewind van Maria van Bourgondië vormt een knik in die lange tijdschaal, zoals valt af te lezen uit haar stamboom. Als kleindochter van Filips de Goede en grootmoeder van keizer Karel incarneerde ze een tektonische verschuiving in de middeleeuwse geopolitiek. Aan haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk was het te wijten dat de Bourgondische Nederlanden in handen van de Habsburgers vielen, een toestand die voor de Zuidelijke Nederlanden meer dan drie eeuwen zou aanslepen. De gevolgen van die verschuiving behoren al langer tot de capita van de Vlaamse geschiedenis. De Tachtigjarige Oorlog, het Spaanse schrikbewind, de definitieve scheiding tussen de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden: van al die kommer en kwel had de twintigjarige Maria geen benul toen ze op 18 augustus 1477 in het Gentse Prinsenhof haar jawoord gaf aan de toekomstige keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het huwelijk begon onder een onheilspellend gesternte. De festiviteiten verliepen in mineur: onze contreien waren nog in rouw na de dood van Karel van Bourgondië, wiens schedel enkele maanden eerder door een Zwitserse boer was gekliefd op een slagveld nabij Nancy. Maria's vader, beter bekend als Karel de Stoute, liet een dubieuze erfenis na. Gedreven door de ambitie om het Franse koninkrijk naar de kroon te steken, en in de hoop ooit zelf tot koning van een autonoom groot rijk te worden gezalfd, legde hij een onblusbare drang naar gebiedsuitbreiding aan de dag. Met behoorlijk veel succes, hij wordt niet voor niets 'de Napoleon van de middeleeuwen' genoemd. Maar zijn vele oorlogen brachten hem in conflict met welvarende en naar autonomie strevende steden in de Bourgondische Nederlanden. Oorlog voeren was toen al slecht voor handel en nijverheid en kostte bovendien handenvol belastinggeld, dat naar feodale usance werd verhaald op boeren en stedelingen. Met een lege staatskas, morrende steden en een machtsvacuüm aan de top begon de onervaren Maria van Bourgondië aan haar regeerperiode. De grootste dreiging kwam uit het zuiden, nota bene van haar Franse peetvader Lodewijk XI, die zijn zinnen had gezet op het grondgebied en de rijkdommen van de Bourgondische Nederlanden. Het historische kerngebied van de Bourgondiërs, verdeeld over een hertogdom en een vrijgraafschap in de Rhônevallei, had hij al meteen na de dood van Karel de Stoute laten bezetten. Voor de volgende stap rekende de Franse monarch op een beproefde dynastieke truc: een huwelijk van zijn zoon en troonopvolger met Maria van Bourgondië, de meest begeerde erfgename van Europa, aan wier hand een van de rijkste regio's van het noordelijke halfrond bengelde. Maximiliaan van Oostenrijk binnenhalen: het bleek een meesterzet om de Franse expansiedrang te dwarsbomen. Romantische huwelijken bestonden niet in die dagen, zeker niet in aristocratische kringen waar grote dynastieke belangen op het spel stonden. De keuze voor een Habsburgse gemaal werd Maria opgedrongen, zowel door raadgevers van haar overleden vader als door tenoren van de Staten-Generaal, het onder Filips de Goede opgerichte college met vertegenwoordigers van steden en provinciën. De jonge vorstin kreeg de steun van die machtige club niet cadeau. De onvrede over het centralisatiebeleid en de hoge belastingdruk van de Bourgondiërs zat diep. De Staten-Generaal maakte gretig gebruik van Maria's zwakke onderhandelingspositie om verregaande toegevingen af te dwingen. Oude privileges werden in ere hersteld en met nieuwe rechten en vrijheden aangevuld. De oefening mondde uit in de goedkeuring in 1477 van het Groot Privilege, een soort staatshervorming avant la lettre. Ondanks de moeilijke start zou Maria van Bourgondië de geschiedenis ingaan als een geliefde vorstin wier bestuur voor de Lage Landen een periode van politieke stabiliteit, economische voorspoed en culturele hoogbloei inluidde. Dat laatste aspect staat deze zomer centraal tijdens Laus Polyphoniae, het prestigieuze festival voor polyfone muziek van het Antwerpse muziekcentrum AMUZ dat nog tot zondag 25 augustus loopt. De concerten en lezingen vinden plaats in Antwerpen, maar Brugge steelt dit jaar de hoofdrol. Was die stad werkelijk de favoriete stek van Maria van Bourgondië, zoals de promotekst van Laus Polyphoniae beweert? 'Dat is niet uit de lucht gegrepen', zegt Jan Dumolyn, professor middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit Gent. 'Maria pendelde voortdurend tussen Gent en Brugge, de twee steden waar ze het grootste deel van haar korte leven heeft doorgebracht.' 'Brugge had al in de 12e en 13e eeuw grote welvaart verworven', vertelt Dumolyn. 'Toch groeide de stad pas onder Bourgondisch bestuur uit tot een cultureel centrum van de eerste orde. De hoogbloei begon rond 1420, met het aantreden van Filips de Goede, die overigens Jan van Eyck als hofschilder naar Brugge meebracht - een bijna symbolische transfer. Ook Hans Memling kwam zich later in Brugge vestigen, een van de plekken waar intussen de Vlaamse polyfonie werd uitgevonden.' 'De culturele weelde kan niet los worden gezien van de economische ontwikkeling. Brugge stond niet langer bekend voor zijn lakenindustrie, de stad was geëvolueerd tot een productiecentrum voor hoogwaardige luxegoederen zoals laarzen, hoeden, brokaat en verfijnde meubels. In feite was Brugge het Milaan van zijn tijd, het modecentrum van Europa. Het wemelde er van hooggeschoolde ambachtslieden, handelaars en bankiers uit heel het continent. Van 1420 tot 1480 was Brugge een toonaangevende stad in Europa.' Het mag merkwaardig heten dat de hoogconjunctuur in ons collectieve geheugen vooral aan het kortstondige regnum van Maria van Bourgondië wordt toegeschreven. Haar grootvader zat meer dan veertig jaar op de troon en zelfs het bestuur van haar krijgslustige vader duurde twee keer langer dan haar bewind. 'Ze is een Vlaamse mythe geworden', zegt Dumolyn. 'Haar plotselinge dood in 1482 - ze was nauwelijks 25 jaar oud - moet op haar tijdgenoten een diepe indruk hebben gemaakt. Maar veel belangrijker waren de politieke gevolgen. Officieel nam haar vierjarige zoon Filips de Schone de troon over, maar de facto kwamen de Bourgondische Nederlanden onder de voogdij van Maximiliaan van Oostenrijk. Die had grote moeite met de vrijheden die steden en ambachten vijf jaar eerder van zijn overleden vrouw hadden afgedwongen. Zijn politiek om die terug te schroeven mondde al snel uit in chaos en geweld. Je kunt gerust spreken van een sluimerende burgeroorlog met veldslagen, belegeringen en executies van voor- of tegenstanders.' Maximiliaan is door het oog van de naald gekropen. In 1488 werd hij in Brugge maandenlang opgesloten door rebellerende poorters. Het absolute dieptepunt was de onthoofding en vierendeling, op de Grote Markt, van zijn loyale schout Pieter Lanchals, een schouwspel dat hij vanuit het raam van zijn verplichte residentie lijdzaam moest aanzien. Die ervaring deelde hij overigens met zijn betreurde echtgenote. Ook Maria van Bourgondië had tijdens haar eigen krachtmeting met de Staten-Generaal niet kunnen beletten dat enkele van haar raadgevers in Gent voor haar ogen werden terechtgesteld. Met veel moeite wist Maximilaan zijn gezag te herstellen. De Vrede van Cadzand maakte in 1492 een einde aan de opstand en tegelijk aan de meeste vrijheden van de Vlaamse steden en ambachten. Dumolyn: 'Ook daarom werd Maria na haar dood op een voetstuk geplaatst. Het contrast met het hardhandige bestuur van Maximiliaan was groot. Ook tegenover haar vader stak ze positief af, de houwdegen Karel de Stoute was absoluut niet populair.' Maria van Bourgondië was de jure vorstin der Nederlanden, maar oefende ze ook de macht uit? Niet volgens Jelle Haemers, de Leuvense professor mediëvistiek die verschillende publicaties over het bewind en de opvolging van Maria op zijn naam heeft en coauteur is van het boek Wijvenwereld: vrouwen in de middeleeuwse stad. 'Vrouwen hadden in Vlaanderen betrekkelijk veel rechten,' zegt hij, 'maar niet als ze op de troon zaten. Gekroond of niet, in staatszaken hadden ze weinig in te brengen. Maria van Bourgondië mocht niet eens haar eigen huwelijkspartner kiezen. Zorgen voor een nageslacht: dat was haar voornaamste rol.' Haemers' Gentse collega Dumolyn zit op dezelfde golflengte. 'Maak van haar geen feministisch icoon', zegt hij. 'Andere vrouwen hebben in de middeleeuwse politiek een grotere rol gespeeld, denk aan Jacoba van Beieren of Anna van Bretagne.' 'Haar betekenis in de geschiedenis van de Lage Landen situeert zich op twee vlakken', zegt Haemers. 'Door haar huwelijk heeft ze de Bourgondische dynastie, en dus ook Vlaanderen, in het Habsburgse rijk doen opgaan. Op het bestuurlijke vlak bracht dat een gigantische schaalvergroting teweeg. En misschien nog belangrijker is de institutionele discussie die aan haar troonsbestijging vooraf is gegaan. "Discussie" is overigens een eufemisme, het ging ook toen om een regelrechte opstand van de Staten-Generaal. Het was haast onvermijdelijk, want Vlaanderen kende in de 15e eeuw al een lange traditie van zelfbestuur die wel moest botsen met het centralisme van de Bourgondiërs. Verwar het niet met representatieve democratie, maar onze steden genoten wel degelijk medezeggenschap in belangrijke aangelegenheden zoals belastingen en oorlog. Het Groot Privilege was in dat opzicht een mijlpaal. Rechten en vrijheden bestonden al, maar het was de eerste keer dat ze in een charter werden opgetekend.' De geschiedenis van de Bourgondische Nederlanden lijkt wel uit te nodigen tot canonisering. Belforten, kathedralen, Vlaamse primitieven, polyfone meesterwerken, glasschilderkunst en wandtapijten, er valt met gepaste trots terug te blikken op de verwezenlijkingen uit de late middeleeuwen. De vraag blijft wel: wie mag met die veren pronken? Nu er een Twitter-storm woedt over een Vlaamse canon is het nuttig eraan te herinneren dat de Bourgondische erfenis in eerste plaats door belgicisten werd geclaimd. De bekendste was Henri Pirenne, de grondlegger van de vaderlandse geschiedschrijving, een in Verviers geboren mediëvist die na de Eerste Wereldoorlog rector van de Gentse universiteit werd. Hij zag in de Bourgondische Nederlanden een voorafspiegeling van wat vele eeuwen en grenswijzigingen later België zou worden. Streefden de Bourgondiërs niet naar een onafhankelijk koninkrijk, los van Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk? 'Pirenne zag een figuur als Filips de Goede als een van de architecten van België', zegt Dumolyn. 'Hij herinterpreteerde de geschiedenis doelgericht, je zult geen vakhistorici meer vinden die hem volgen. Maar hij heeft nog aanhangers. Het boek van Bart Van Loo is bijvoorbeeld sterk belgicistisch getint.' Van Maria van Bourgondië bestaan verschillende afbeeldingen. Ze prijkt op een doek van Hans Memling, maar het bekendste werk is een profiel van de hand van de Oostenrijkse renaissanceschilder Michael Pacher (zie de foto bovenaan dit aritkel). Maria draagt een somptueus hoofddeksel, om haar hals zit een losse kraag van het fijnste borduurwerk. Wie was deze jonge vrouw? Zeker, er zijn anekdotes. Als kind was ze dol op muziek. Dansen deed ze zo energiek dat de vloer van haar kamer in het Prinsenhof moest worden gerepareerd. Bart Van Loo citeert een brief waarin Maximiliaan de schoonheid van zijn verloofde bejubelt. Ze heeft een blanke huid, wit als sneeuw en dikke rode lippen, schrijft hij aan een vriend. Haar enigszins hangende oogleden konden niet beletten dat ze de mooiste vrouw was die hij ooit had gezien. De wittebroodsweken, zo vernemen we nog bij Van Loo, werden ietwat belemmerd door taalperikelen. Maximiliaan sprak Frans noch Diets, Maria was het Duits niet machtig. 'We weten erg weinig over haar', zegt Jelle Haemers. 'Wat dacht ze over de politiek van haar tijd? Hoe keek ze aan tegen de rivaliteit met Frankrijk? De spanningen tussen het centralisme van het Bourgondische hof en de verzuchtingen van steden en ambachten? We hebben geen idee, Maria heeft geen dagboek of andere documenten nagelaten.' Op een van de afbeeldingen zit ze schrijlings te paard, met een valk op haar gestrekte rechterarm. De liefde voor de jacht zou haar fataal worden. Het gebeurde op een mooie dag in maart 1482, zo valt te lezen in een gedetailleerd verslag op de blog De Kronieken van de Westhoek. Maria en Maximiliaan waren in de bossen rond het kasteel van Wijnendale gaan jagen, in het doorluchtige gezelschap van enkele aristocraten. Als de prinses plots een reiger opmerkt aan de overzijde van een sloot, zo meldt de verslaggever ter plaatse, spoort ze haar paard aan om met een flinke sprong aan de overkant te raken. Geen probleem voor de ervaren ruiter die ze is, maar helaas is er die omgehakte boom. Het paard struikelt, Maria belandt onder haar rijdier. Zwaargewond wordt ze naar haar geliefde Brugge teruggebracht, waar haar een smartelijke agonie wacht. Paleopathologisch onderzoek wees in 1979 uit dat Maria verschillende breuken en een longperforatie had opgelopen. Ze was kansloos, maar daar legden de geschokte Bruggelingen zich niet zomaar bij neer. Er werden gebedswaken gehouden, als ultieme remedie werd de Heilig Bloedprocessie de straat op gestuurd. Het mocht niet baten, enkele dagen later stierf ze. De publieke ontreddering na het bekendmaken van haar overlijden moet immens zijn geweest - het was Lady Di zonder de paparazzi. Volgens verschillende kroniekschrijvers smeekte ze haar man en haar adviseurs op haar sterfbed om de vrede in de Lage Landen te bewaren door zich eendrachtig achter de vierjarige Filips de Schone te scharen. Ook dat mocht niet baten, maar dat heeft ze nooit geweten.