Hannah Arendt moet op dit moment zowat de meest geciteerde denkster van de twintigste eeuw zijn. Haar uitspraken en ideeën zijn geliefd bij politici, woordvoerders, opiniemakers, columnisten en bloggers van allerlei strekkingen. Vaak gebeurt dat citeren een beetje uit de losse pols, want niet iedereen heeft Arendt grondig gelezen, en regelmatig gebruikt men haar gewoon als autoriteit om het eigen gelijk te bewijzen. Toch is de citeerwoede ook een teken van de blijvende relevantie van deze filosofe, die in Duitsland als Joodse geboren werd en in 1941 in de Verenigde Staten belandde. Daar leerde ze Engels, verwierf ze na verloop van tijd het Amerikaanse staatsburgerschap waardoor ze niet langer staatloos was en schreef ze boeken als The Origins of Totalitarianism en Eichmann in Jeruzalem, met de beroemd geworden ondertitel Een verslag over de banaliteit van het kwaad.

Hannah Arendt beweerde dat je nog beter een misdadiger dan een vluchteling kon zijn, want een misdadiger beschikt tenminste nog over rechten.

Hoe komt het nu dat deze filosofe uit de twintigste eeuw nog altijd zo actueel is? En waaruit bestaat die actualiteit dan? Wat zou Hannah Arendt bijvoorbeeld vinden van het vluchtelingenprobleem, het oprukkende populisme, de opstand van de gele hesjes of de klimaatmarsen?

Vluchteling

Sinds Arendt in 1975 overleed, is de interesse in haar werk almaar gegroeid. Toen Donald Trump twee jaar geleden tot president verkozen werd, kwam The Origins of Totalitarianism zelfs weer op de Amerikaanse bestsellerlijsten terecht, samen met 1984 van George Orwell. Bij velen in de VS leefde blijkbaar de vrees dat de Amerikaanse democratie het zou kunnen begeven om plaats te maken voor iets wat heel sterk op het totalitarisme van vroeger lijkt. In haar lijvige historische studie, gepubliceerd in 1951, beschreef Hannah Arendt hoe in Duitsland een totalitaire staat ontstond uit een democratie. Hitler was immers door verkiezingen aan de macht gekomen. Vandaag lijkt de Amerikaanse democratie sterker verankerd dan de toenmalige Duitse Weimarrepubliek, maar zekerheden zijn er op dat gebied niet.

Arendt beschrijft hoe het totalitarisme zijn voedingsbodem vond in een maatschappij die ten prooi was aan onzekerheid. Er heerste in de jaren twintig een algemeen verspreid gevoel van onveiligheid, onder meer door de enorm hoge werkloosheidscijfers. Het economische systeem kon geen arbeiders meer gebruiken, waardoor honderdduizenden overbodig werden en een precair bestaan leidden. Tegelijk was de periode na de Eerste Wereldoorlog er een van bloedige burgeroorlogen, met grote vluchtelingenstromen tot gevolg.

Ook Arendt werd een vluchteling. In 1933 vertrok ze noodgedwongen uit Duitsland omdat de Gestapo haar op de hielen zat. En in 1941 vluchtte ze ook uit Frankrijk, waar ze als onderdaan van een vijandelijke mogendheid geïnterneerd was in het concentratiekamp van Gurs. De bittere ironie was natuurlijk dat ze op dat moment door de Neurenbergse rassenwetten al staatloos geworden was, dus strikt genomen niet eens meer een Duitse burger. Pas in 1951 zou ze het Amerikaanse staatsburgerschap verwerven.

Het vluchtelingenprobleem, dat natuurlijk nog altijd uiterst actueel is, bewees volgens Arendt dat universele mensenrechten krachteloos zijn als er geen rechtsorde bestaat die deze rechten garandeert. Wie als vluchteling de burgerrechten van het land van herkomst kwijtraakte, werd volkomen rechteloos. Vluchtelingen verloren 'het recht om rechten te hebben', wat hen tot overbodige personen maakte. Arendt beweerde dat je nog beter een misdadiger dan een vluchteling kon zijn, want een misdadiger beschikt tenminste nog over rechten.

DONALD TRUMP Als liegende politici gewoon blijven zitten, is er een probleem met de geloofwaardigheid van de democratie. © BELGA IMAGE

Arendts kritiek op het discours van de mensenrechten wordt vandaag graag aangegrepen door politiek rechts. Een jaar geleden schreef Bart De Wever bijvoorbeeld dat Arendt pleitte voor het herstel van de natiestaat, omdat die tenminste juridische bescherming bood aan haar burgers. Het tegendeel is waar: Arendt had juist laten zien dat de natiestaten niet in staat waren gebleken om de rechten van al hun burgers, ook die uit minderheidsgroepen, te garanderen. Arendt pleitte dan ook niet voor de natiestaat maar voor de rechtsstaat tout court, die alleen kan werken met sterke democratische instellingen die de vrijheid van iedere burger garanderen.

Gedachteloosheid

Het griezelige aan het totalitarisme is dat het systeem zich op een bepaald moment razendsnel gaat ontwikkelen, maar daar gaat wel een lang proces aan vooraf waarin het nog mogelijk is om het tij te keren. Opdat totalitarisme kan ontstaan, moeten eerst de geesten rijp gemaakt worden. Lees: moet in de hoofden en de harten van de mensen het gewone morele bewustzijn afgebroken worden om plaats te maken voor wat Arendt 'gedachteloosheid' noemt, een begrip dat verwant is aan 'de banaliteit van het kwaad'. Het kwaad kan zich pas voltrekken als we er niet meer bij stilstaan, als ons geweten voldoende afgestompt is.

Het klaarmaken van de geesten gebeurt door middel van alle propagandatechnieken die op een gegeven moment voorhanden zijn. In de jaren dertig waren dat affiches, kranten, grote meetings, radio, film; vandaag hebben we het internet en de sociale media. Arendt lijkt hier niet meer van nut omdat ze het digitale tijdperk niet meegemaakt heeft, maar dat het internet gebruikt kan worden voor propaganda en voor het klaarmaken van de geesten, weten we inmiddels wel. En zou het niet kunnen dat onze collectieve smartphoneverslaving nieuwe vormen van gedachteloosheid geïnstalleerd heeft? Er wordt steeds meer gecommuniceerd en steeds minder gedacht.

Het totalitarisme maakt stelselmatig gebruik van de gevoelens van onveiligheid bij grote groepen mensen. De aantrekkingskracht van de totalitaire droom is dan ook dat de belofte dat de overbodigheid opgeheven zal worden als eenmaal de nieuwe orde tot stand gekomen is. Iedereen zal dan geborgenheid vinden in het grote zingevende geheel. Het perverse is echter dat de totalitaire werkelijkheid, zodra die een feit is, precies tot het omgekeerde leidt: men creëert alleen maar meer overbodigheid, want als alleen de totaliteit, alleen het geheel belangrijk is, dan kunnen de onderdelen gemakkelijk vervangen worden. Arendt beschrijft het proces van totalisering als een systematische ontmanteling van de menselijkheid, en dat maakt haar ook nu nog actueel. Hoe kunnen we mens blijven in systemen die ons gedachteloos willen maken?

IK denk niet dat Arendt zelf zou meelopen in een klimaatmars. Meelopen was sowieso haar stijl niet.

Founding Fathers

Arendt schreef overigens niet alleen over het ontstaan van het historische totalitarisme maar ook over haar eigen actualiteit: de Verenigde Staten in de jaren vijftig en zestig, tot en met het Watergateschandaal, dat in 1974 president Nixon tot aftreden dwong. Arendt koesterde een grote bewondering voor de Amerikaanse politieke traditie zoals die geïnitieerd was door de Founding Fathers. In haar grote studie Over revolutie uit 1963 loofde ze de Amerikaanse revolutie die er volgens haar in geslaagd was om duurzame democratische instellingen tot stand te brengen, dit in tegenstelling tot de Franse revolutie, die geleid had tot de terreur van Robespierre en het despotisme van Napoleon Bonaparte. Ook alle linkse revoluties die het Franse model volgden, van Rusland tot Cuba, hadden de burgerlijke vrijheden vernietigd. In de VS had men evenwel begrepen dat het primair om de vrijheid, niet om het welzijn van de burgers ging, en daar stonden de Amerikaanse republikeinse instellingen garant voor. (Deze opvattingen maakten haar overigens niet populair in de jaren zestig, die zowel links als anti-Amerikaans waren.)

Maar hoe enthousiast Arendt ook was over de Amerikaanse politieke traditie, ze merkte ook hoe regelmatig totalitaire tendensen de kop opstaken. Een interessant en verrassend actueel essay in dat opzicht is Liegen in de politiek. Het werd geschreven naar aanleiding van het uitlekken van de Pentagon Papers in 1971, waaruit bleek dat de Amerikaanse overheid haar burgers jarenlang voorgelogen had over de oorlog in Vietnam. Volgens Arendt heeft liegen altijd tot de politieke mores behoord en daarom moeten we als burgers alert blijven op wat politici zeggen. In een goed werkende democratie wordt een politicus die de waarheid verdraait tot de orde geroepen, zoals onlangs is gebeurd met minister Joke Schauvliege. Als liegende politici gewoon blijven zitten, zoals ook weleens voorkomt, is er een probleem met de geloofwaardigheid van de democratie.

Bij de Pentagon Papers was er echter meer aan de hand dan gewoon liegen. Uit die documenten werd duidelijk dat de Amerikaanse overheid helemaal niet geïnteresseerd was in de waarheid omtrent de oorlog in Vietnam, het ging de beleidsmakers alleen nog om beeldvorming. Ze hadden al snel door dat de oorlog niet gewonnen kon worden en de vraag was nu hoe ze de propagandaslag konden winnen. Hoe een hopeloze oorlog verkopen aan het publiek? De oorlog werd een marketingprobleem, wat bedreigend is voor de democratie, omdat de politiek dan niet langer een zaak van vrije burgers is die zich om de res publica bekommeren maar van marketeers die het beroepshalve gewend zijn om de waarheid te manipuleren. Arendt voegde daar overigens de probleemoplossers aan toe: zij gingen uit van hypothesen die een eigen leven gingen leiden en niet meer met de werkelijkheid op het veld correspondeerden.

PROPAGANDA In de jaren dertig waren er affiches, kranten en radio, vandaag hebben we het internet en de sociale media.

Als het gaat over de manipulatie van de waarheid, over fake news, alternative truths en post truth, dan is het natuurlijk onvermijdelijk om aan Trump te denken, de man die rijk werd dankzij de media en de maffia, en die ingezien heeft dat het loont om systematisch de waarheid te manipuleren. Door de hele tijd bullshit te verkopen, door de ene leugen op de andere te stapelen, wordt het hele idee van waarheid ondermijnd, waardoor op den duur ook de betrouwbare mensen ongeloofwaardig worden. Daarmee verdwijnt elk gezag. Parrèsia - het Griekse woord voor het spreken van de waarheid - wordt dan onmogelijk, en het totalitarisme is niet veraf. Als eenmaal de geloofwaardigheid verdwenen is, is alles mogelijk en kunnen we het onverwachte verwachten. En hoe driester de leugen, hoe beter ze haar doel dient, namelijk het ondermijnen van het morele patroon van burgers. Dat is precies wat Arendt analyseerde in haar totalitarismeboek en wat nog altijd actueel is.

Troostrijke illusies

De analyse die Arendt gaf van haar tijd oogt bijzonder somber. In elk geval wilde ze korte metten maken met troostrijke illusies. Haar doel was het om zonder enige vooringenomenheid de wereld tegemoet te treden. Pessimistisch was ze evenwel nooit, want pessimisme berust, net als optimisme, op het bijgeloof dat de geschiedenis voorspelbaar is en dat het alleen maar slechter of alleen maar beter kan gaan. Dat laatste is bijvoorbeeld de opvatting van sommige zogenaamde 'ecorealisten' die geloven dat de techniek al onze klimaatproblemen zal oplossen. Het is maar de vraag hoe realistisch dat is. Arendt geloofde helemaal niet dat het beste nog voor ons lag, maar ze gaf ook niet toe aan doemdenken. Ze was niet pessimistisch of optimistisch, maar had hoop. En die hoop had te maken met haar inzicht dat de geschiedenis een zaak is van menselijk handelen. Zolang mensen zich verenigen om samen iets in gang te zetten, kan het nog alle kanten uit.

De menselijke werkelijkheid wordt volgens Arendt gekenmerkt door 'nataliteit'. Dat is een biologisch gegeven: de soort homo sapiens hernieuwt zich voortdurend omdat er steeds opnieuw kinderen geboren worden. Nataliteit is voor Arendt echter ook een politiek feit: wij zijn als mensen altijd in staat om door gezamenlijk te handelen nieuwheid in de wereld te brengen. Politiek gaat precies daarover: over macht, gedefinieerd als 'het menselijke vermogen niet slechts te handelen, maar in eensgezindheid te handelen', zoals ze in Over geweld schrijft.

© BELGAIMAGE

Gele hesjes

Voor Arendt ligt de echte macht niet bij de zittende regering maar bij het volk. We, the people... Men kan dat een vorm van 'populisme' noemen, al gebruikte Arendt die term niet omdat die nog niet ingeburgerd was in de politieke theorie. Het betreft dan echter niet een populisme van bovenaf, niet het autoritaire populisme van een leider of een partij die claimt rechtstreeks het hele volk te vertegenwoordigen, zoals je dat vandaag in zo veel landen ziet. Dergelijke top-down-populisten houden niet van checks and balances die de vrijheid van de burger garanderen. Ze houden ook niet van de scheiding der machten: ze vinden het parlement eigenlijk overbodig en lastig, voelen dedain voor de autonomie van rechters, willen de vrije pers aan banden leggen, de vakbonden, de middenorganisaties en te langen leste ook alle vrije associaties van burgers.

Een dergelijk soort populist was Arendt vanzelfsprekend níét. Haar 'populisme', als je het zo mag noemen, was er niet een van het volk als collectief maar van individuele, vrije burgers die de publieke zaak ter harte nemen en zich verenigen om bepaalde doelen na te streven. Heel vaak gaat het daarbij om verzet tegen de zittende macht. Het werk van Arendt was bijvoorbeeld in de jaren tachtig erg populair bij de dissidente intellectuelen rond Solidarnosc in Polen of Charta 77 in Tsjecho-Slowakije. Dichter bij huis kun je denken aan de opstand van de gele hesjes en de klimaatbetogers, al hebben die natuurlijk niet allemaal Arendt gelezen. Maar hun verzet zou zeker op Arendts belangstelling kunnen rekenen. De vraag is of ze zich ook solidair zou verklaren.

Het klimaat

In elk geval was Hannah Arendt geen ecologische denkster, zoals haar vriend Hans Jonas dat wel was met zijn 'groene bijbel' Het principe verantwoordelijkheid. Arendts denken was uitgesproken antropocentrisch: politiek is voor haar louter een zaak van menselijke pluraliteit, van hoe mensen macht verwerven en een gemeenschap vormen. Ze stelde zich de vraag hoe wij ons tot elkaar verhouden, niet hoe wij ons als mensen verhouden tot onze natuurlijke omgeving en tot de niet-menselijke dieren. Haar opvatting van amor mundi of liefde voor de wereld is in dat opzicht dan ook begrensd. Arendt was duidelijk een filosofe van vóór het verslag van de Club van Rome (1972) dat stelde dat er grenzen waren aan de groei.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Hoewel Arendt dus geen ecologische filosofe was, zou het ecologische verzet haar wel erg geïnteresseerd hebben als politiek fenomeen. Ze schreef bijvoorbeeld over het thema van de burgerlijke ongehoorzaamheid, dat haar na aan het hart lag. Burgerlijke ongehoorzaamheid is volgens haar een wezenlijk onderdeel van een levende democratie. Het parlement kan weliswaar nieuwe wetten goedkeuren, maar de druk om dat te doen komt voort uit de burgers die niet instemmen met oude wetten. Tegelijk kun je niet zomaar de oude wet overtreden voordat er een nieuwe van kracht is. Arendt had grote bewondering voor protestbewegingen die geweldloos bleven en die zich politiek organiseerden.

Hannah Arendt

- 14 oktober 1906: geboren in het Duitse Linden in een Joods gezin - 1924 gaat filosofie en theologie studeren in Berlijn

- 1929: doctoreert bij Karl Jaspers in Heidelberg. Trouwt met Günther Stern

- 1933: vlucht naar Frankrijk, nadat ze door de Gestapo was gearresteerd en acht dagen in de gevangenis had doorgebracht

- 1940: trouwt met Heinrich Blücher. Wordt opgesloten in het concentratiekamp van Gurs in Zuid-Frankrijk, maar kan ontsnappen

- 1941: emigreert naar de VS

- 1951: haar driedelige werk The Origins of Totalitarianism levert haar bekendheid bij het grote publiek op. Wordt Amerikaans staatsburger

- 1965: wordt hoogleraar aan de University of Chicago

- 1968: hoogleraar aan de New School for Social Research in New York

- 1975: sterft in haar appartement in New York

Mag je als leerling spijbelen voor het klimaat? Wat Arendt ongetwijfeld zou charmeren bij de klimaatspijbelaars is dat het verzet van de jongeren komt. Jongeren vertegenwoordigen altijd het nieuwe, de nataliteit die nodig is voor vitale samenleving. Daarbij is het traditioneel zo dat de jongeren de wereld willen veranderen, terwijl de oudere generatie zorg draagt voor de wereld zoals zij is. De jongeren kunnen het zich nog veroorloven om zich onverantwoordelijk op te stellen. Bij de klimaatspijbelaars zie je echter hoe precies het omgekeerde aan het gebeuren is. Hier zijn het de jongeren die de ouderen erop wijzen dat de wereld onze zorg verdient. Zij geven ons een lesje in amor mundi. Het beschermen van de wereld, de traditionele taak van de ouderen, is een zaak van de jongeren geworden. Dat geeft hoop.

Nu denk ik niet dat Arendt zelf zou meelopen in een klimaatmars. Meelopen was sowieso haar stijl niet. Er is niet van haar bekend dat ze ooit aan een betoging deelnam, ook niet als de zaak haar genegen was. Waarschijnlijk voelde ze zich niet op haar gemak in een grote groep mensen, zeker niet als al die mensen hetzelfde dachten. Arendt was een kritische politiek denkster, maar geen activiste. Ze huldigde een ethiek van het verzet, maar zag het als haar eerste taak om te proberen de wereld te begrijpen en daarvoor was het nodig om de verschillende meningen met elkaar te confronteren.

Zou Arendt haar kinderen hebben laten meelopen in een klimaatbetoging? (Ter verduidelijking: zelf bleef ze kinderloos, niet uit politieke of filosofische overtuiging maar omdat het in haar leven nu eenmaal zo gelopen was.) Als het over kinderen gaat, zou ze wel heel erg terughoudend zijn. Politiek was voor haar een zaak van volwassen burgers, van mensen die in staat zijn om zelfstandig na te denken en hun weloverwogen oordeel naar buiten te brengen. Kinderen kunnen dat nog niet volgens Arendt: zij moeten eerst leren lopen zonder looprek. Toch zou Arendt moeten toegeven dat het uiteindelijk niet om leeftijd maar om moed gaat. 'Heb de moed je van je eigen verstand te bedienen', schreef de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant. Meerderjarig ben je niet als je achttien wordt, maar wanneer je de moed hebt om je een eigen oordeel te vormen en daarvoor op te komen. Volwassenheid is dus niet puur leeftijdsgebonden, je kunt moreel al meerderjarig zijn op je vijftiende, en als oudere persoon nog een kind. Voor Arendt zou het duidelijk zijn dat kleuters, schoolkinderen en pubers beter weggehouden kunnen worden van politieke manifestaties, maar bij mondige jongvolwassenen ligt dat anders, voor zover die onafhankelijk en kritisch denken en niet slechts gaan betogen uit groepsdruk of conformisme.

Als het werk van Arendt actueel blijft, dan is het niet omdat we bij haar kant-en-klare ideeën vinden die we klakkeloos kunnen overnemen. Wie Arendt gebruikt om onze huidige toestand te beschrijven, bezondigt zich aan een vorm van intellectuele luiheid of zelfs gedachteloosheid. Haar werk blijft actueel om een andere reden: juist omdat ze opriep om telkens opnieuw de vraag naar de actualiteit te stellen. Wat is er nieuw aan onze situatie? Wat staat er op het spel? Hoe moeten we oordelen? Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat we de mensen worden die we willen zijn? Voor wie goed wil lezen, is het werk van Hannah Arendt één lange wake up call.

Arendt in het Nederlands: Van The Origins of Totalitarianism is alleen het derde deel vertaald als Totalitarisme (uitgeverij Boom). De essays 'Liegen in de politiek' en 'Burgerlijke ongehoorzaamheid' zijn terug te vinden in de recente bundel Het waagstuk van de politiek (uitgeverij Klement). Het boek Over geweld kreeg net een nieuwe editie bij uitgeverij Atlas Contact.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.