'Nee, wij zijn geen kinderen van de verlichting. Wij zijn kinderen van de zestiende eeuw, emotionele wezens met een laagje rationeel vernis eroverheen.' De Gentse historicus Francis Weyns is ervan overtuigd: in onbezorgde tijden kunnen we de schijn van de rede hoog houden, maar geef ons een oorlog of een pandemie en je ziet dezelfde mechanieken spelen als vijf eeuwen geleden. 'QAnon en de antivaxers zouden zo uit de zestiende eeuw vol xenofobie en heksenvervolging kunnen komen. Zij putten uit dezelfde reservoirs.'
...

'Nee, wij zijn geen kinderen van de verlichting. Wij zijn kinderen van de zestiende eeuw, emotionele wezens met een laagje rationeel vernis eroverheen.' De Gentse historicus Francis Weyns is ervan overtuigd: in onbezorgde tijden kunnen we de schijn van de rede hoog houden, maar geef ons een oorlog of een pandemie en je ziet dezelfde mechanieken spelen als vijf eeuwen geleden. 'QAnon en de antivaxers zouden zo uit de zestiende eeuw vol xenofobie en heksenvervolging kunnen komen. Zij putten uit dezelfde reservoirs.' Dat is lang niet de enige gelijkenis tussen toen en nu, valt te leren uit het boek dat Weyns schreef: XVI, De zinderende 16e eeuw. In die zestiende eeuw namen we afscheid van de middeleeuwen en gingen op weg naar de moderne tijd. Het was de eeuw van kolonisatie en globalisering, van de Reformatie en de Contrareformatie en van de opkomst van de burger, die een plek afdwong tussen de adel en het volk in, fenomenen die ook vandaag nog steeds een grote rol spelen. En de zestiende eeuw was ook een eeuw vol oorlogen. Weyns laat zijn boek beginnen in 1477, met de dood van Karel de Stoute op het slagveld van Nancy, en eindigen in 1585, met de val van Antwerpen en de splitsing van de Nederlanden in een zuidelijk katholiek en een noordelijk protestants deel. Het is het verhaal van Filips de Schone, Karel V en Filips II, mannen die de halve wereld onder hun hoede hadden. 'Oorlogen, tot vervelens toe', zegt Weyns. 'Maar je moet erachter durven te kijken, waarom ze gevoerd werden en wat men ermee voor ogen had. Je had in Europa een aantal blokken. Er waren de Habsburgers, die hun rijk via allerhande huwelijksallianties steeds groter maakten. Er was Frankrijk, dat zag hoe het van alle kanten werd ingesloten door de Habsburgers. En in het Middellandse Zeegebied lag een resem stadstaten die sneller van alliantie dan van onderbroek wisselden. Iedereen wist dat je de wereld beheerste wanneer je de baas was over de Middellandse Zee, want dan had je de handelsroutes naar het Verre Oosten onder controle. Bovendien was Zuid-Italië de graanschuur van Europa. Als je Napels bezat, leed je nooit meer honger, wat een garantie was voor politieke stabiliteit.' Veertig procent van de Europese bevolking woonde in het geografisch versnipperde rijk van Karel V. Viel dat in de praktijk wel te besturen? Francis Weyns: Nee, en dat besefte Karel ook. Een van de redenen waarom hij zo vroeg gestorven is, en waarom hij troonsafstand deed op zijn 55e, is volgens mij de omvang van dat rijk. De man zat er gewoon door. Hij was toen al veertig jaar aan de macht. Het was altijd wel ergens hommeles. Als zijn uit meer dan 300 vorstendommen bestaande Duitse rijk niet in vuur en vlam stond door de Reformatie, dan begonnen de Spanjaarden wel te morren dat hij te weinig in het land was en geen Spaans sprak. En dan was er natuurlijk ook nog Zuid-Amerika, de geldmachine die het Habsburgse rijk van het faillissement moest redden. Op het einde van zijn leven huilde Karel voortdurend. Hij sloot zich op, was alleen nog met zijn klokken bezig en leed aan boulimie. De Habsburgers hadden een goddelijke missie en zagen zichzelf als wereldlijke plaatsvervangers van God, maar ze hadden geen gemakkelijk leven. De Pruisische generaal en militaire theoreticus Carl von Clausewitz zei ooit dat politiek oorlog is met vredelievende middelen. Voor de Habsburgers was het huwelijk zo'n politiek. Vrouwen waren pasmunt voor politieke deals. Of waren ze ook nog iets meer? Weyns: Een vrouw was in de zestiende eeuw sowieso minderwaardig. Ze was een verleidster die mannen naar de ondergang dreef. Maar er waren ook regionale verschillen. In de Nederlanden hadden vrouwen een relatief goede positie. Ze konden onroerend goed kopen en namen deel aan het economische leven. Maar op politiek vlak stonden ze buitenspel, dat was alleen voor mannen van de hoge adel weggelegd. Voor Karel V was een vrouw diplomatiek materiaal. De reden waarom Margaretha van Oostenrijk landvoogdes van de Nederlanden kon worden, is dat er geen alternatief was. Niet- familieleden kwamen voor Karel niet in aanmerking, en mannen waren niet voorhanden. Heel happig om haar macht te geven was hij trouwens niet. Daarna werd Margaretha van Parma landvoogdes, de halfzus van Filips II, maar ook zij had politiek niet veel in de melk te brokkelen. Margaretha van Oostenrijk had heel wat diplomatie-ervaring, maar dan nog waren het haar vader Maximiliaan en Karel die beslisten wat er op het einde van de rit gebeurde. Karel zag zijn vrouw vooral als een broedmachine, en daarmee stond hij zeker niet alleen in die tijd. Vrouwen dienden ervoor te zorgen dat er erfgenamen waren die later de zaak konden overnemen. En dat moesten er genoeg zijn, aangezien de kindersterfte zo hoog lag. Dat was trouwens ook de reden waarom machthebbers zo veel bastaardkinderen hadden, want ook die konden eventueel ingezet worden. Huwelijksallianties waren altijd een gok, want daardoor kreeg je een enorme inteelt in de Europese vorstenhuizen. Veel kinderen waren gehandicapt of leefden niet lang. Je wist dus niet of er nakomelingen zouden zijn, of die wel mannelijk zouden zijn en of ze in staat zouden zijn om te regeren. Veel koningen waren daardoor niet van de slimsten, om het voorzichtig te stellen. Ook Karel V niet, die met zijn vooruitstekende kin ook nog eens extra lelijk was. De koningen waren maar zo slim als hun entourage. Die van Karel was heel kundig, en hij luisterde ernaar. Hendrik VIII was bijvoorbeeld helemaal anders. Die liet zijn raadgevers vermoorden wanneer ze raad gaven die hem niet beviel. Johanna van Castilië, de moeder van Karel V, is de geschiedenis ingegaan als Johanna de Waanzinnige. Was ze wel echt waanzinnig, of werd ze zo genoemd opdat haar man haar opzij zou kunnen schuiven? Weyns: De moeder van Johanna was Isabella van Castilië, een van de weinige vrouwen die toen echt macht hadden. Toen Isabella stierf, was Johanna erf- gename. Haar man, Filips de Schone, wilde absoluut de Spaanse troon bemachtigen, net zoals haar vader, Ferdinand II van Aragon. Die twee konden niet door dezelfde deur, maar toch vonden ze elkaar wanneer het erom ging Johanna haar koninkrijk te ontfutselen en haar in een klooster op te sluiten. Johanna van Castilië was een politieke gevangene. En hoe ging haar zoon, Karel V, met haar om? Weyns: Meedogenloos. Hij was zo goed als zonder haar opgegroeid. Toen hij zeventien jaar was, bezocht hij haar voor het eerst in het klooster van Tordesillas, waar ze opgesloten zat. Niet omdat hij haar echt wilde zien, maar wel omdat hij tot koning van Spanje gekroond zou worden en zij over de nodige documenten beschikte. Hij beroofde haar toen van haar troon en veroordeelde haar voor de rest van haar leven tot eenzame opsluiting. En alsof dat nog niet genoeg was, stal hij de 15 kilo goud en 25 kilo zilver die ze bezat om er de bruidsschat van zijn jongste zus mee te betalen. Karel gebruikte zijn familieleden waar en wanneer het hem uitkwam. In 1492 had Christoffel Columbus Amerika ontdekt. Welke invloed had dat op de Europese samenleving? Weyns: De invloed was gigantisch, aangezien Zuid-Amerika garant stond voor een immer heen-en-weer varende zilvervloot die de lege Spaanse schatkist kon omtoveren in een volle. Toen Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon Columbus eind vijftiende eeuw van de nodige fondsen voorzagen om via het westen een vaarroute naar China te zoeken, hadden zij iets heel anders in gedachten. Zij waren de superkatholieken van hun tijd, en zagen vooral mogelijkheden om het christendom te verspreiden. Een bijkomend voordeel was dat ze hun Portugese rivalen een hak konden zetten. En wie weet vond die Christoffel écht wel iets. Pas een jaar of tien na de ontdekking van Zuid-Amerika begon men te beseffen dat het continent een goudmijn was. Toen het zilver en goud binnenstroomden, konden de Spanjaarden het zich veroorloven om steeds vaker ten strijde te trekken. Alleen werden die oorlogen steeds duurder, waardoor de afhankelijkheid van het edelmetaal uit de kolonies groter werd. De tonnages groeien exponentieel, tot er op een bepaald moment zo veel zilver Europa binnenstroomde dat het tot ontwaarding van de munt en inflatie leidde. De Spaanse Habsburgers stevenden af op een faillissement. Een van de redenen waarom Karels zoon, Filips II, in 1559 vrede sloot met de Franse koning Hendrik II was dat ze allebei beseften dat ze niet alleen elkaar maar ook zichzelf naar de verdoemenis aan het helpen waren. De zestiende eeuw was de eeuw van de beginnende globalisering, schrijft u. Er werd veel gereisd, ook binnen Europa, maar daardoor was het ook de eeuw van de pest. 25 à 50 miljoen Europeanen zouden eraan sterven. Weyns: Antwerpen kende in de vijftiende en zestiende eeuw 52 pestuitbraken, en het duurde tot 1669 voor de Nederlanden helemaal pestvrij waren. Toen ik mijn boek schreef, realiseerde ik me hoeveel gelijkenis er is tussen de gezondheidscrises van toen en die van vandaag. Johanna van Castilië reisde met haar vloot naar Vlissingen en nam de pokken mee. Margaretha van Oostenrijk ging de andere kant op en introduceerde de pest in Spanje. De kroning van Karel V tot keizer van het Roomse Rijk, in Aken, moest een van de grootste feesten van de eeuw zijn, maar het diende maandenlang uitgesteld te worden omdat de pest er heerste. En de meeste genodigden zijn ook niet lang gebleven. Hoe de vork aan de steel zat, wist men niet. Dat het rattenvlooien waren die de pest verspreidden, was onbekend. Men dacht dat het slechte lucht was. Maar dat je beter uit de buurt kon blijven van besmette plaatsen was duidelijk, net als het nut van quarantaines. En even erg als de pest was syfilis. Hele legers werden erdoor gedecimeerd. De zestiende eeuw was ook het tijdperk van de Reformatie. Wat was de invloed op politiek Europa? Weyns: De Reformatie veroorzaakte niet alleen een religieuze, maar ook een sociale en een politieke breuk met het verleden. De steun voor het protestantisme kwam bijvoorbeeld niet alleen van de lagere klasse, maar ook van de Duitse vorsten die zich gedwarsboomd zagen door de almacht van de Kerk. Kloosters hoefden geen belastingen af te dragen, maar ze brachten wel producten op de markt tegen dumpingprijzen waardoor ze de markt verstoorden. De Kerk had zich helemaal verkeken op Luther. Dat zal wel koelen zonder blazen, dacht ze aanvankelijk. Maar doordat Luther in de volkstaal schreef, bereikte hij een groot publiek. Daar kwam ook nog eens de boekdrukkunst bovenop, waardoor zijn ideeën op grote schaal verspreid werden. De kerkelijke structuren werden opeens ter discussie gesteld. Voorheen wist men ook wel dat priesters concubines hadden en bisschoppen natuurlijke kinderen, maar dat werd gedoogd. Dat veranderde. Er werd duchtig over gefantaseerd en gepubliceerd. De zestiende eeuw was ook de eeuw van de pamfletten. Het fake news vloog je om de oren. Zonder Reformatie waren de Spaanse Nederlanden niet uit elkaar gevallen in een noordelijk en een zuidelijk deel? Weyns: Enerzijds was er de modale man, die zich liet leiden door het calvinisme. Anderzijds had je de adel, die door de Spaanse hervormingen haar macht in rook zag opgaan. Het bestuur werd geleidelijk aan gecentraliseerd. Karel V en Filips II begonnen met juristen te werken en niet langer met de lokale adel. Dat de Kerk ook op religieus vlak meer macht naar zich toetrok, was een tweede streep door de rekening. Terwijl de adel voorheen een familielid tot aartsbisschop kon laten benoemen, waarna er geld uit het bisdom richting familiekas stroomde, gingen die lucratieve baantjes nu aan haar neus voorbij. Volk en adel hebben zich daarop verenigd tegen de Spanjaarden. Cruciaal voor die opstand was de val van Antwerpen in 1585. De Spanjaarden zegevierden en 40.000 van de 80.000 inwoners van de stad vertrokken, grotendeels naar het calvinistische noorden. Hoe werden de vluchtelingen daar ontvangen? Weyns: Je kreeg een heuse braindrain naar het Noorden, dat op dat moment nog heel provinciaal was. Amsterdam telde zo'n 30.000 inwoners en ook Rotterdam en Utrecht waren maar kleine steden. Antwerpen was toen een van de belangrijkste handelscentra van Europa. Aanvankelijk werden de vluchtelingen met open armen ontvangen omdat ze over kennis en geld beschikten. Maar er zaten ook armen tussen, die de armoede in de Nederlandse steden nog schrijnender maakten. Die zag men een stuk minder graag komen. Bovendien vertoonden de Antwerpenaren, welja, een zekere arrogantie. Ze voelden zich uitgesloten van het politieke leven in Amsterdam, terwijl er toch maar bekrompen en gierige botteriken woonden, vonden ze. Omgekeerd zagen de Amsterdammers de Antwerpenaren als verwaande vlerken die zich 'sinjoren' lieten noemen, zich kleedden als Spanjaarden en deden alsof ze de baas waren - terwijl ze natuurlijk wel vluchtelingen bleven. Lang ging het dus niet goed tussen die twee groepen, en veel Brabanders en Antwerpenaren wilden na verloop van tijd terug naar huis. Dat neemt niet weg dat die Vlaamse braindrain veel heeft bijgedragen aan de Nederlandse Gouden Eeuw. Naast de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie natuurlijk, waardoor Amsterdam tegen het midden van de zeventiende eeuw een bevolking had van 175.000 inwoners. Nu mag u wel beweren dat de zestiende eeuw zo zinderend was, voor Vlaanderen was ze ook wel tragisch. We hadden het net over Antwerpen, maar wat met Gent? Op het einde van de vijftiende eeuw was het nog een van de grootste steden van Europa. Na de passage van Karel V in 1540 en die van Farnese in 1584 bleef er nog amper een provinciestad over. Weyns: Gent was een rebelse stad. Als er ergens een opstand was, stond Gent mee in de voorhoede. De Gentenaars gijzelden Filips de Schone, weigerden de oorlogen van Karel V te betalen, en zeiden tegen landvoogdes Maria van Hongarije dat als ze niet wat kalm was ze haar in een klooster zouden stoppen. Karel V kon niet anders dan de macht van Gent en zijn gilden breken: als hij de stad liet wegkomen met zijn opstandig gedrag, zouden tientallen andere steden het voorbeeld volgen. En hetzelfde met Farnese nadat Gent in 1576 de calvinistische republiek had uitgeroepen. Dat kon hij gewoonweg niet pikken. Gent heeft zich, net als Antwerpen, nadien wel weer opgewerkt, de een met laken en de ander met diamant, maar het werd toch nooit meer als voorheen.