In Naufrage des civilisations, waarvan de Nederlandse vertaling Schipbreuk der beschavingen nu uit is, maakt Amin Maalouf de balans op van de wereld waarin hij 71 jaar geleden werd geworpen. Het saldo is niet batig, maar wat kun je anders verwachten van een schrijver die opgroeide in Caïro en Beiroet? De Egyptische hoofdstad is na een gefnuikte volksopstand steviger dan ooit in de greep van een militaire dictatuur. De Libanese wordt dan weer verlamd door een politieke en economische crisis die waarnemers doet vrezen voor een opflakkering van de burgeroorlog, de catastrofe die Maalouf in 1976 naar Frankrijk deed verhuizen. De balans had nog erger gekund. Sinds de verschijning van Naufrage des civilisations in 2019 is de chaos in Libanon alleen maar groter geworden, met als dieptepunt de gigantische explosie die afgelopen zomer zowat de helft van zijn geboortestad verwoestte.
...

In Naufrage des civilisations, waarvan de Nederlandse vertaling Schipbreuk der beschavingen nu uit is, maakt Amin Maalouf de balans op van de wereld waarin hij 71 jaar geleden werd geworpen. Het saldo is niet batig, maar wat kun je anders verwachten van een schrijver die opgroeide in Caïro en Beiroet? De Egyptische hoofdstad is na een gefnuikte volksopstand steviger dan ooit in de greep van een militaire dictatuur. De Libanese wordt dan weer verlamd door een politieke en economische crisis die waarnemers doet vrezen voor een opflakkering van de burgeroorlog, de catastrofe die Maalouf in 1976 naar Frankrijk deed verhuizen. De balans had nog erger gekund. Sinds de verschijning van Naufrage des civilisations in 2019 is de chaos in Libanon alleen maar groter geworden, met als dieptepunt de gigantische explosie die afgelopen zomer zowat de helft van zijn geboortestad verwoestte. Maalouf is een christelijke Arabier. Hij is maroniet aan de kant van zijn Egyptische moeder en melkiet via zijn vader Ruchdi, die in Libanon grote faam genoot als dichter en journalist. Veel heeft hij niet op met al die etiketten, hij heeft trouwens een gloeiende hekel aan elke vorm van identiteitspolitiek. Toch draagt deze zelfverklaarde universalist een rugzak mee. Intellectueel werd hij gevormd in de mal van wat men de Levant placht te noemen. Met die bagage heeft hij in Frankrijk wortel geschoten als overtuigd Europeaan, een conditie die hem de jongste jaren extra zorgen baart. Het gaat niet goed met Europa en evenmin met de wereld die hij als onvermoeibaar reiziger heeft geëxploreerd. Maalouf werkte als journalist tot hij in 1983 doorbrak met Rovers, christenhonden, vrouwenschenners, een kroniek over de kruistochten vanuit Arabisch oogpunt. In Schipbreuk der beschavingen strooit hij kwistig met anekdotes uit zijn vorige leven, onder meer over de Iraanse revolutie, die hij vanaf de eerste rij heeft meegemaakt. We hadden na lezing van zijn boek een hypochonder verwacht, maar dat blijkt al bij het begin van ons lange videogesprek een vergissing. 'We leven in een fantastische tijd', zo steekt de met draadloze oortjes toegeruste auteur van wal. 'Ik omarm de zegeningen van de technologie - ik kan me nauwelijks nog indenken hoe we ons zonder internet moesten behelpen - maar tegelijk drukken die me met de neus op een paradox: terwijl wetenschap en technologie razendsnel voortschrijden, maakt de wereld in vele opzichten een tegenovergestelde beweging. Ik heb lang gehoopt dat we op weg waren naar een toekomst van vrede en harmonie. Ik projecteerde dat gevoel op mijn regio: het Midden-Oosten zou uitgroeien tot een democratische, verlichte samenleving. Helaas, die verwachting is een wensdroom gebleken.' Het gemankeerde rendez-vous van het Midden-Oosten met de geschiedenis staat centraal in uw boek. Verklaart dat het parfum van teleurstelling en tristesse dat bij de lezing opstijgt? Amin Maalouf: Ja, maar ik ben evenzeer ontgoocheld door de gang van zaken in Europa. De verwachtingen waarmee ik hier veertig jaar geleden ben aangekomen, zijn al evenmin uitgekomen. Als je dan ook nog naar de Verenigde Staten kijkt, kun je alleen maar besluiten dat er iets grondig fout zit met deze wereld. Dat was dus mijn uitgangspunt: ik probeer te achterhalen waar we het spoor bijster zijn geraakt. U neemt de lezer mee op een trip down memory lane, recht naar het Egypte en Libanon van uw jeugd in de jaren vijftig en zestig. Het Midden-Oosten had volgens u in die jaren het potentieel om een modelregio te worden waar etnische en religieuze minderheden harmonieus samenleefden. Dat is een krasse stelling. Maalouf: Het was geen ideale wereld, er waren spanningen. Toch zag je in de Levant een smeltkroes van culturen, religies en talen die sindsdien is teloorgegaan. Het beste voorbeeld is Alexandrië, een stad met grote Griekse en Italiaanse gemeenschappen en een bruisend cultuurleven. Egyptische intellectuelen liepen Europese bioscopen plat, en omgekeerd was er een oprechte belangstelling voor de Arabische cultuur. Het hoogtepunt heb ik niet bewust meegemaakt, wel de nagloeiing in het Libanon van de jaren zestig tot halverwege de jaren zeventig. Soennieten, maronieten, druzen, sjiieten: de verschillende gemeenschappen leefden in een betrekkelijke harmonie samen. Beiroet was bovendien een internationaal kruispunt, het wemelde er van de Egyptenaren, Irakezen en Syriërs. Gamal Abdel Nasser, de Egyptische president van 1956 tot 1970 en het boegbeeld van het Arabische nationalisme, krijgt in uw boek een hoofdrol. Vanwaar de fascinatie voor een autocratische leider die uw familie veel leed heeft berokkend? Maalouf: Voor mijn moeder was Nassers machtsgreep in 1954 inderdaad een ramp. Haar familie is min of meer uit Egypte weggepest, nadat ze het familiehuis in Heliopolis, een chique buitenwijk van Caïro, noodgedwongen voor een habbekrats had verkocht. Maar als jongen keek ik door een andere bril naar Nasser. In mijn ogen was hij de zelfbewuste leider die historisch onrecht rechtzette, de raïs die alle Arabische volkeren inspireerde en trots maakte. Het historisch geheugen is helaas kort, we zijn vergeten wat voor een reus Nasser in zijn tijd was. Na de Suez-crisis in 1956, waarbij hij een vuist maakte tegen de koloniale grootmachten Frankrijk en Engeland, stond er geen maat meer op. In zijn eentje zorgde Nasser ervoor dat de Arabische wereld weer meetelde. Zijn stem weerklonk in de internationale politiek, je zag hem voortdurend in het gezelschap van andere postkoloniale wereldleiders zoals de Indiase premier Jawaharlal Nehru, de Indonesische president Soekarno en de Joegoslavische president Josip Broz Tito. U bent allang van die jeugdige idolatrie genezen. De vader van het panarabisme was bepaald geen ijveraar voor vrijheid, democratie en mensenrechten. Maalouf: Nasser was een product van zijn tijd, erg beïnvloed door de ideologieën van het moment. Dat hij als antikoloniaal voor het Sovjetmodel koos, was begrijpelijk. Helaas heeft hij die keuze doorgetrokken naar zijn economische beleid: hij turnde Egypte om tot een extreem bureaucratisch en hopeloos inefficiënt land. Als hij een lastige officier wilde neutraliseren, benoemde hij hem tot directeur van een fabriek. (lacht) Nog erger is dat hij de hele maatschappij op Sovjetleest schoeide. Egypte werd een eenpartijstaat met een gigantisch repressieapparaat en alomtegenwoordige geheime diensten die iedereen afluisterden. Dankzij zijn immense populariteit had Nasser eigenlijk niks te vrezen, maar hij paste de recepten van Moskou blindelings toe. Onder Nasser kwam er een einde aan het kosmopolitische elan van steden zoals Caïro en Alexandrië. Vanwege de repressie? Maalouf: Niet alleen daardoor. Nassers nationalisme vertoonde helaas uitgesproken xenofobe kantjes. Buitenlandse gemeenschappen werden als vijfde colonne - antennes van vreemde en vijandige mogendheden - beschouwd en dus gewantrouwd. Dat was niet alleen fout maar ook moreel verwerpelijk. Het is appels met peren vergelijken, maar ik moet altijd denken aan de houding die Nelson Mandela aannam toen hij na dertig jaar gevangenschap werd vrijgelaten. Hij had alle redenen om rancuneus te zijn, maar toch bleef hij lucide genoeg om te beseffen dat hij de blanken nodig had om Zuid-Afrika weer op te bouwen. Had Nasser maar zoveel grootsheid en staatsmanschap aan de dag gelegd, denk ik dan. Nassers staat van genade eindigde abrupt, met de Zesdaagse Oorlog in 1967, waarin Egypte door aartsvijand Israël verpletterend werd verslagen. Van die slag is de Arabische wereld volgens u nog altijd niet hersteld. Hoezo? Maalouf: Nasser wist in Egypte wel aan de macht te blijven, maar van zijn internationale prestige schoot niks meer over. Drie jaar later is hij onverwacht gestorven, met als voornaamste erfenis een leegte in de Arabische wereld die niemand heeft kunnen opvullen. Velen hebben geprobeerd zijn erfenis te claimen, hoor. Saddam Hoessein, Muammar Khaddafi, ze zijn allemaal mislukt. Sinds Nasser is in de Arabische wereld niet één leider opgestaan die ook maar iets betekende buiten de grenzen van zijn eigen land. Sterker nog: ik zie geen enkele leider die zijn eigen bevolking heeft kunnen inspireren zoals Nasser dat deed. De waarheid is dat het panarabisme in 1967 is gestorven. Ja, Nasser had zijn tekortkomingen. En toch speel ik soms met de vraag hoe het Midden-Oosten er vandaag zou uitzien als hij niet zo abrupt van het toneel was verdwenen. Nasser had de autoriteit om een stabiliserende rol te spelen, hij had misschien kunnen vermijden dat het Midden-Oosten zou wegzinken in eindeloze conflicten en oorlogen. Macht is onderhevig aan horror vacui: lacunes worden altijd opgevuld. Maalouf: Ja, en dat is nog het ergste: het seculiere nationalisme heeft plaatsgemaakt voor religieus geïnspireerd nationalisme. Natuurlijk bestonden er al moslimbroeders en soortgelijke splintergroeperingen, maar veel stelden die niet voor tijdens de hoogdagen van het Arabische nationalisme. Stel je voor, in Egypte werden islamistische bewegingen zoals de moslimbroeders gewantrouwd als instrumenten van het Westen, dat Nasser met alle middelen probeerde te destabiliseren. Het verdwijnen van Nasser heeft niet alleen de Arabische wereld getekend, de lacune werd in de hele moslimwereld gevoeld. De echte doorbraak van het religieuze nationalisme kwam er trouwens in een niet-Arabisch land. Iran? Maalouf: Precies. De machtsgreep van ayatollah Ruhollah Khomeini in 1979 was een kantelpunt. Hoe radicaler Iran werd, hoe groter zijn invloed, ook in de Arabische wereld. Dat geldt vooral voor landen met een aanzienlijke sjiitische bevolking, maar ook het soennitische Hamas in Gaza eet uit de hand van Teheran. In zekere zin heeft Iran de rol overgenomen die het Egypte van Nasser speelde. U versierde als journalist een zitje op het Air France-vliegtuig waarmee Khomeini na zijn ballingschap naar Iran vloog om als triomfator van de revolutie de macht over te nemen. Hoe hebt u dat geflikt? Maalouf: Ik was hem twee kaar gaan interviewen in zijn residentie in Neauphle-le-Château, een godvergeten gat in de buurt van Parijs dat een tijdlang het kloppende hart van de Iraanse revolutie werd. Met dank aan Valéry Giscard d'Estaing. De Franse president had de beroemde Iraanse balling gastvrijheid aangeboden, omdat hij voelde dat het regime van de sjah aan het wankelen was. Ik kreeg een band met een van zijn voornaamste adviseurs, de latere minister van buitenlandse zaken Ebrahim Yazdi. Hij was het die me op een dag in januari 1979 belde: Khomeini zou op 1 februari met een gecharterd vliegtuig van Air France naar Teheran terugkeren. 'Wil je erbij zijn?' vroeg hij. Zo'n kans laat je als journalist niet liggen, maar ik heb bange momenten doorstaan. Een Amerikaanse collega vroeg een van de Iraniërs waarom niemand zijn gezin had meegenomen. 'Verbod van de ayatollah', kreeg hij te horen - Khomeini hield er rekening mee dat het vliegtuig zou worden neergeschoten. Het was geen grap, ze waren vooral bang voor het overvliegen van de Iraaks-Iraans grens. Als het daar gebeurde, konden de twee landen elkaar decennialang de schuld in de schoenen schuiven. Ik ben gelukkig in slaap gevallen en pas wakker geworden toen we bijna in Teheran waren. Was het toen al duidelijk dat de revolutie zou uitmonden in de stichting van een repressieve, fanatieke theocratie? Maalouf: Helemaal niet. Ik was erbij toen de machtsoverdracht werd voltrokken, tijdens een sobere plechtigheid in een uitgeleefde bioscoop in Teheran. Mehdi Bazargan legde de eed als eerste president van Iran af in handen van Khomeini, die pontificaal op een podium zat. De boodschap van de ayatollah werd door een student voorgelezen, niemand minder dan de latere president Ali Akbar Rafsanjani. Het was duidelijk dat de mollahs een grote invloed hadden verworven, maar een radicale theocratie? Nee, zelfs vertrouwelingen zoals Yazdi beschouwden Khomeini als een eerder gematigde figuur die vooral een symbolische rol zou spelen, als een soort opa van de revolutie. Pas na de Iraanse gijzelingscrisis (52 Amerikaanse diplomaten werden 444 dagen lang vastgehouden in de Amerikaanse ambassade in Teheran, nvdr) vielen de schellen van de ogen. Velen hadden verwacht dat Khomeini die actie zou veroordelen, maar het tegendeel gebeurde: hij schaarde zich achter de radicaalste fractie van de studentenleiders. Iran is meer dan ooit een splijtzwam in het Midden-Oosten en bij uitbreiding de wereldpolitiek. Amerika en Israël sturen samen met een coalitie van Arabische landen rond Saudi-Arabië openlijk aan op een regimewissel in Teheran. Zit dat erin? Maalouf: Van die Arabische coalitie heeft Iran niet veel te duchten. Kijk naar de flauwe reactie na de aanvallen op de Saudische petroleuminstallaties. Of naar het conflict in Jemen, waar Iran duidelijk de meeste punten heeft gescoord. De Amerikaanse sancties doen wél pijn, net zoals de liquidaties van topfiguren die de Amerikanen samen met de Israëli's hebben uitgevoerd. Ik deel de mening van een bevriende Iran-expert: met een herverkiezing van Donald Trump had het er voor Teheran slecht uitgezien. Met Joe Biden in het Witte Huis verwacht ik geen snelle regimewissel. 1979 was ook het jaar waarin Margaret Thatcher premier van het Verenigd Koninkrijk werd. U legt een verband met Khomeini's machtsgreep in Iran: beide gebeurtenissen markeren een conservatieve aardverschuiving. Kunt u dat uitleggen? Maalouf: Met Thatcher brak een tijdperk aan waarin rechts zonder complexen zijn prioriteiten kon doordrukken, zonder rekening te houden met linkse taboes. Winststreven als het alfa en omega, het afbouwen van sociale voorzieningen, de overheid die in een minimale rol wordt teruggedrongen. Thatcher zelf sprak van een conservatieve revolutie, een lapidair maar goed gekozen begrip. Haar politiek heeft trouwens onmiddellijk navolging gekregen, met Ronald Reagan in de Verenigde Staten. Thatchers revolutie liep parallel met die andere revolutie in Iran, die niet economisch-conservatief maar wel religieus-conservatief van aard was. Die samenloop van omstandigheden maakte van 1979, het begin van een lange periode waarin progressieve stemmen in het defensief werd gedwongen. Spreekt hier een ontgoochelde gauchist? Maalouf: (heftig) Nee, noem me alstublieft geen gauchist. Ik heb nooit geloofd dat het communisme de oplossing voor alle wereldproblemen is. Maar ik kan niet om de vaststelling heen: in het Midden- Oosten konden minderheden uitsluitend via marxistische partijen deelnemen aan het politieke leven. Nadat die stroming van de kaart werd geveegd, is de politiek identitair geworden. Alles draait rond religie of etniciteit. Minderheden zijn intussen compleet gemarginaliseerd. Nogmaals: ik heb geen heimwee. Het laatste dat we nodig hebben is een nieuwe Jozef Stalin of Pol Pot. Als universalist droom ik van een alternatief dat even inclusief is als het marxisme, maar dat zonder bloedvergieten of dictatuur kan worden gerealiseerd. Tien jaar geleden stak de Tunesische straatventer Mohammed Bouazizi zichzelf in brand. Dat was het startsein voor de Arabische Lente, die de voorbije weken met inktzwarte analyses werd herdacht. Nagenoeg alle commentatoren waren het erover eens dat het resultaat van de volksopstanden desastreus is. U hebt daar niet op gewacht om conclusies te trekken: in een interview op YouTube vertelde u dat u nooit in de Arabische Lente hebt geloofd. Waarom niet? Maalouf: Die scepsis is algemeen in de Arabische wereld. Noem het een soort zelfbescherming. Sinds 1967 zijn alle pogingen om te democratiseren en te moderniseren mislukt. Waarom zou het deze keer wel lukken? Dat vraagt iedereen zich telkens weer spontaan af. Om eerlijk te zijn: tijdens de eerste weken na de dood van die arme straatventer voelde ik een soort trots. Eindelijk hadden de Arabische volkeren de moed en overtuiging gevonden om een einde te maken aan corrupte, autoritaire en incompetente regimes die de regio al decennia overheersen. Ik geloof nog altijd in de oprechte bedoelingen, maar de initiatiefnemers hadden de organisatiekracht noch de legitimiteit om hun missie te voltooien. Behalve in Syrië zijn ze er wel in geslaagd de zittende dictator te wippen, maar ze bleken niet in staat de macht daadwerkelijk te grijpen om hun land weer op te bouwen. We weten hoe het afgelopen is. Binnen de kortste keren werd het elan geaccapareerd door groeperingen en krachten met heel andere bedoelingen. Chaos, bloedvergieten, repressie, vluchtelingenstromen: je kunt het resultaat niet anders dan rampzalig noemen. De wanhoop en lethargie zijn groter dan ooit. Jongeren in het Midden-Oosten hebben nog maar één droom: zo ver mogelijk weg raken. Velen willen naar Europa, net zoals u veertig jaar geleden. U bent een overtuigde maar ook een ongeruste en zelfs teleurgestelde Europeaan geworden. Waar komt dat gevoel vandaan? Maalouf: Mijn hoop was altijd dat er zoiets zou ontstaan als de Verenigde Staten van Europa, een door parlement en verkiezingen verenigde federatie die eensgezind optreedt op het internationale toneel. Lange tijd scheen het in die richting te evolueren, maar de laatste jaren is Europa in een identiteitscrisis verzand. Vooral de brexit is een intrieste zaak. Vestigt u niet te veel hoop op Europa? Volgens postkoloniale denkers zoals de Indiaas-Amerikaanse politoloog Parag Khanna is Europa, en bij uitbreiding het hele Westen, over zijn hoogtepunt heen. De eenentwintigste eeuw is de eeuw van Azië, zeggen zij. Maalouf: Ik wil niet afdingen op de steile opmars van China en India, al maak ik me wel zorgen over de groeiende rivaliteit tussen China en de Verenigde Staten. Een militaire confrontatie tussen die twee zou een catastrofe zijn. Maar als ik droom van een betere wereld, kan ik Europa niet wegcijferen. De arrogantie die samenhing met de koloniale expansiedrang is gelukkig voltooid verleden tijd. Daarmee bekleedt Europa een unieke positie. Dit continent heeft de beschaving, de ervaring en wijsheid om een matigende en verenigende rol te spelen in deze wereld.