Volgende week opent in Bozar een groot overzicht van Roger Raveel (1921-2013) met zo'n 150 schilderijen, tekeningen en objecten. De drijvende kracht achter de ambitieuze tentoonstelling is Raveels weduwe, Marleen De Muer (61).
...

Volgende week opent in Bozar een groot overzicht van Roger Raveel (1921-2013) met zo'n 150 schilderijen, tekeningen en objecten. De drijvende kracht achter de ambitieuze tentoonstelling is Raveels weduwe, Marleen De Muer (61). Roger Raveel en Marleen De Muer trouwden in 2011. Hij was toen 88, zij 50. Dat maakte nogal wat tongen los, zeker in Machelen-aan-de-Leie en omstreken. Twee jaar eerder was Raveels eerste echtgenote, de bijna legendarische Zulma, op 96-jarige leeftijd overleden: zij was zijn steun en meest ferventste verdediger geweest. Raveel legde de kritiek op zijn tweede huwelijk naast zich neer. Marleen De Muer, een leerkracht lager onderwijs uit Lotenhulle, was al een hele tijd een goede vriendin des huizes, en dankzij haar had hij zijn vitaliteit en creativiteit hervonden na de lange periode waarin hij had gezorgd voor Zulma. Twee jaar later overleed Raveel vrij onverwachts. Tot op het laatst had hij geschilderd. Twee weken voor zijn overlijden werd hij met een longontsteking opgenomen in het ziekenhuis van Deinze. Aanvankelijk leek het niet zorgwekkend. De longen waren al langer een zwak punt van Raveel: als kind van drie was hij in een tobbe met vies water gevallen. In 2013 werd de longaandoening hem helaas wel fataal. Hij was 91. Marleen De Muer woont nog steeds in de Hoevestraat in Machelen-aan-de-Leie, niet ver van het Roger Raveel Museum en pal naast het schildersatelier. De groene poort die het atelier en het woonhuis aan de nieuwsgierige blikken van voorbijgangers moest onttrekken en vaak in Raveels schilderijen voorkomt, is vervangen door een houten poort, maar voor de rest lijkt het of de meester net even de deur uit is. Op een schildersezel staat een onafgewerkt doek: een tekening in houtskool van een man en een vrouw - Roger en Marleen - op de rug gezien. Op de werktafel liggen verftubes, penselen en een palet, klaar om weer gebruikt te worden. In een kast staan de vele kunstboeken: Matisse, Watteau, Léger, Giotto, Van Eyck, Cézanne, Bervoets... Een breed raam kijkt uit over de akkers en weiden. 'Helaas zijn de typische betonnen paaltjes en afsluitingen, die Roger zo vaak schilderde, stilaan aan het verdwijnen', zegt De Muer. Links van dat raam hangt het geschilderde portret van Raveels moeder uit 1946. Aan de andere kant Portret van vader Raveel. 1960, een tekening in een heel andere stijl. Marleen De Muer leidt me rond in het atelier, dat ze meteen na de dood van de schilder heeft laten renoveren, met behoud van het authentieke karakter maar met oog voor de huidige energienormen en de veiligheid van de bezoeker. Het opende zijn deuren voor het publiek in mei 2015. 'Dat was ook een van de wensen van Roger', zegt ze. 'Hij wist dat veel mensen gefascineerd waren door de intieme wereld van de kunstenaar en zei dat het goed zou zijn dat er enkele keren per jaar een groep bezoekers zou kunnen komen.' In het schildersatelier en in het aangrenzende grafiekatelier is een beknopt overzicht van Raveels oeuvre te zien: een verbluffend zelfportret dat hij tekende op z'n dertiende, stillevens waar hij met zijn eigenzinnige figuratie de alledaagse werkelijkheid met koffiepot, kat en kommetje in beeld bracht, en de schilderijen met de merkwaardige witte vierkanten en de spiegels, waarmee een kunstwerk moest 'uitvloeien' in de onmiddellijke omgeving, zoals Raveel dat zelf noemde. Net voor je het atelier betreedt, word je als bezoeker verwelkomd door een levensgrote, mannelijke figuur in beton. Daar is een verhaal aan verbonden. 'Roger wilde al lang zelf de plaats bepalen waar zijn graf zou komen', vertelt De Muer. 'Ik vond het verwonderlijk dat hij daarmee bezig was. We waren toch gelukkig samen? Bovendien wilde hij 107 worden. Zijn graf mocht niet in de schaduw of het donker liggen, dus niet zoals bij Zulma. Hij wilde evenmin dat er een kunstwerk van hemzelf op zijn graf zou worden geplaatst. Dit beeld en de vrouwelijke tegenhanger ervan zijn gelijktijdig gegoten. De vrouw staat op het graf van Zulma, de man staat uiteindelijk hier als verwelkoming van de bezoeker.' In het betonnen beeld zijn drie spiegeltjes ingewerkt. Dat is typisch voor Raveel. Marleen De Muer: Die spiegels kun je niet wegdenken uit het oeuvre van Roger. Spiegels reflecteren de omgeving en de toeschouwer, waardoor die deel gaan uitmaken van het werk. Zo wordt het tijdloos: het blijft actueel, want het weerspiegelt altijd weer nieuwe toeschouwers. Ook het witte vierkant heeft hij vaak geschilderd. De Muer: Het witte vierkant beschouwde hij nu eens als een leegte die je zelf kunt invullen, dan weer als een spiritueel geladen vlak. Maar er is ook een zelfportret in het schildersatelier met daarnaast een even groot leeg vlak. Het is mijn aanvoelen dat hij zo de aandacht op het zelfportret wilde versterken. Soms deed hij merkwaardige dingen met een wit vierkant. Op z'n 89e werd hij uitgenodigd voor een masterclass in de academie van Oostende. We zaten daar samen met de studenten in een ruimte waar een reproductie hing van het monumentale De Intrede van Christus in Brussel in 1889 van Ensor. Op de vraag van de studenten wat hij zou gaan schilderen, antwoordde hij: 'Wat ik zie.' Na hooguit een halfuur had hij een uitgezuiverde ruimte als wit vlak geschilderd. Alle personages van het doek van Ensor had hij naar beneden laten vallen. De kleuren lagen dus onderaan het doek. Wat had Raveel met Ensor? De Muer: Als student is hij Ensor gaan opzoeken. Dat was in 1945. Samen met zijn vriend, Marcel Ysewijn, kampeerde hij in Bredene. Op een dag durfden ze dan toch aan te bellen bij Ensor. De knecht liet hen binnen bij 'meester Ensor'. Toen hing de echte Intrede van Christus in Brussel in 1889 nog in Ensors blauwe salon. Ensor noemde dat werk 'de grote' - op z'n Oostends uitgesproken - en vertelde dat hij het schilderij had gemaakt nadat zijn leverancier nieuwe verf had gebracht en hem had gezegd: 'Maak daar maar eens een meesterwerk mee.' (lacht)In de muurschildering van het Vloot-gebouw in Oostende schilderde Roger zichzelf en Ensor aan een tafel. Zo heeft hij die vroegere ontmoeting opnieuw weergegeven. Raveels bekendheid beperkt zich tot België en Nederland. Vond hij dat erg? De Muer: Hij had bij leven niet de internationale bekendheid waar je als kunstenaar misschien wel van droomt. Maar hij vond dat eigenlijk niet zo erg. Hij had gekozen voor zijn vrijheid. Roger heeft de kans gekregen om naar New York te gaan, bij een internationale galerie, maar hij heeft dat niet gedaan omdat hij ervan overtuigd was dat het niet hoefde. Het was belangrijker dat hij niet gedicteerd werd. Hij zou het niet hebben aangekund om vast te zitten aan een bepaald productieritme of in een richting te worden gestuurd die hem niet beviel. Roger nam alles zelf in handen. Dat is misschien jammer, maar daar zit ook zijn grootsheid in. Hij was ervan overtuigd dat zijn werk waardevol was, ook historisch, en dat de internationale erkenning wel zou komen. In de kunstwereld werd hij wel gewaardeerd. Hij had genoeg contacten met andere kunstenaars, zoals Karel Appel en Corneille. Met Hugo Claus was er een mooie vriendschap, die teruggaat tot in 1946. Ook al zagen ze mekaar soms lange tijd niet, die vriendschap is gebleven. Ze hebben iets voor elkaar betekend en samengewerkt voor onder andere Genesis (gedichten van Claus en lithografieën van Raveel, nvdr) en Een andere keer (houtsneden van Raveel en een verhaal van Claus, nvdr). Was Raveel te veel verknocht aan Machelen-aan-de-Leie? De Muer: Zulma was meer verknocht aan het dorp dan Roger. Ook de zorg voor zijn vader Gustaaf heeft meegespeeld. Maar Rogers aandacht voor het alledaagse wordt door zijn beeldtaal universeel. Daardoor is en blijft hij zo aantrekkelijk. Het is Machelen maar het overstijgt Machelen. Het had evengoed een ander dorp kunnen zijn. Hij kwam voor zijn dorp op: hij wilde Machelen behouden zoals het was. Was hij daarin visionair? De Muer: In 1971 wilde men de Leie rechttrekken. De Leie-arm zou dan gedempt worden om er bouwgrond van te maken. Roger heeft zich daartegen verzet, met een actie als kunstenaar: hij bouwde een vlot, bedekte dat met blauwe plastic zakken en zette er een groot schilderij op met een rode vlag en een wit vierkant erin. Dat vlot werd voortgetrokken door een bootje van Machelen tot Afsnee. Die actie heeft nationale aandacht gekregen. De toenmalige minister gaf Raveel gelijk: het dorp bleef behouden zoals het was. In 1976, tijdens die hete zomer, hoorde Roger de boeren dan zeggen dat ze dankzij die Raveel nog water konden pompen uit de Oude Leie. (lacht) In 1979 kreeg Roger het ereburgerschap van Zulte. In zijn toespraak bekritiseerde hij 'de domme roekeloosheid waarmee men natuur en leefmilieu vernietigt, alleen maar om een kortzichtig winstbejag.' U hebt een toekomst gegeven aan het atelier. Ook het museum was een bekommernis van Raveel. De Muer: Hij maakte zich al langer zorgen over de toekomst van het museum. Laat het duidelijk zijn: de problemen met het museum zijn niet ontstaan doordat ik in zijn leven ben gekomen. Het museum werd geleid door een stichting met veel mensen en een klein dagelijks bestuur. Maar ik heb weinig zin om dat allemaal op te rakelen, het is voorbij... Uit angst dat de stichting werken van Raveel zou verkopen om het hoofd financieel boven water te houden, heb ik een notaris laten oplijsten wat er was. Die werken moesten in het museum blijven en konden niet meer verkocht worden. De stichting is toen ontbonden. In de plaats daarvan is de provincie Oost-Vlaanderen gekomen. En nu is het een museum van de Vlaamse overheid. Onze samenwerking is zeer goed. Sinds vorig jaar is er een nieuw conservator, Melanie Deboutte. We hebben veel contact en denken in dezelfde richting. Wat brengt de toekomst? De Muer: Het atelier - de intieme leefwereld van Raveel - en het Roger Raveel Museum vullen elkaar aan. Vanaf 28 maart loopt in het museum, parallel met Bozar, een tentoonstelling over de periode 1945-1965, waarin het werk van Roger wordt samengebracht met dat van tijdgenoten als Karel Appel, Jean Brusselmans, Raoul De Keyser, Fernand Léger en Henri Matisse. In samenspraak met het museum wil ik Roger ook naar andere plaatsen brengen. Dat wilde hij ook. Bozar is een belangrijke stap. De eerste contacten dateren van eind 2017. Ik had enkele documenten die interessant konden zijn voor de tentoonstelling Con Amore over Hugo Claus, die een jaar later in Bozar opende. Zo kon ik de mensen van Bozar aangeven dat 2021 een belangrijk jaar zou worden om Roger Raveel te herdenken. Er was meteen zeer gemeende interesse van hun kant en bovendien bleek al snel dat Bozar en ik even ambitieus waren. Raveel kon terecht in het grote parcours. Ik heb door Roger de durf gekregen om overal te raken en veel te bereiken. Is de volgende stap het buitenland? De Muer: Bozar brengt al veel teweeg. Curator Franz Kaiser heeft een indrukwekkende lijst van tentoonstellingen en boekpublicaties, en hij beschikt over een internationaal netwerk. Maar ook hij moet verrast zijn geweest dat er over Roger weinig op het internet te vinden is, zeker in andere talen. Er is ook geen catalogue raisonné van zijn oeuvre. En Raveel is, behalve in Nederland, in het buitenland niet bekend. Nu is er bijvoorbeeld interesse uit New York, maar er is weinig informatie in het Engels beschikbaar. Daarom brengt Bozar de catalogus in drie talen. De Bozar-tentoonstelling zal niet reizen naar Frankrijk of Duitsland, wat ik wel had gehoopt. Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris of Centre Pompidou, ja, daar zou Roger zijn werk graag hebben zien hangen. Doordat Bozar veel buitenlandse bezoekers heeft, zou zo de vonk kunnen overslaan, maar we zitten nu met de reisbeperkingen door corona. Ik gok erop dat er in juli weer meer mogelijk wordt. Bozar moet hoe dan ook een grote rol kunnen spelen in de internationale bekendmaking van Raveel. 2021 is het begin van een grote dynamiek. Ik kijk trots terug op de voorbije acht jaar. Voor mij is Roger er vandaag nog altijd: zonder die overtuiging zou ik niet kunnen werken.