Denker zonder das: hoe de ‘Tractatus’ van Ludwig Wittgenstein 100 jaar later blijft fascineren

LUDWIG WITTGENSTEIN Hij haatte ambigu gedrag en bijbedoelingen. © Isopix

Door een combinatie van genialiteit en excentriciteit was Ludwig Wittgenstein de incarnatie bij uitstek van ‘de filosoof’ en is zijn naam ook ver buiten de academische wereld een begrip geworden.

‘Tell them I’ve had a wonderful life.’ Dat zijn de laatste woorden van Ludwig Wittgenstein (1889-1951), een van de grootste filosofen van de twintigste eeuw. Ze waren bedoeld voor zijn vrienden die niet bij zijn sterfbed aanwezig konden zijn. Er is sindsdien heel wat gespeculeerd over die woorden . Wat bedoelde Wittgenstein precies met a wonderful life? Het is geen omschrijving die bij zijn sombere mensvisie en bij zijn kronkelige levensloop past. Is het de ironie van het lot dat de filosoof die zich als geen ander bewust was van de verwarring die taal kan veroorzaken, afscheid nam met een enigmatische zin?

Meer dan eens gaf hij zijn studenten de raad om te stoppen met filosoferen en een beroep te zoeken.

Het is niet zijn enige raadselachtige uitspraak. Dat hoeft niet te verwonderen, want Wittgenstein hield ervan te denken in aforismen. Dit is misschien zijn beroemdste: ‘Waarvan men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen.’ Het is de zevende en laatste stelling van zijn Tractatus logico-philosophicus (1921-1922), waarin hij probeert op logische grondslagen een rigoureuze en definitieve grens te trekken tussen zinnige en onzinnige uitspraken. Op enkele korte artikels en een woordenboekje voor scholieren na is de Tractatus de enige publicatie die tijdens zijn leven is verschenen. Filosofische onderzoekingen (1953), zijn tweede hoofdwerk, werd postuum gepubliceerd.

Dat de Tractatus honderd jaar geleden is verschenen, gaat niet ongemerkt voorbij. Begin dit jaar verschijnen maar liefst twee nieuwe Nederlandse vertalingen. Overdreven? Misschien. Maar misschien ook terecht. Het belang en de complexiteit van Wittgensteins denken kunnen moeilijk worden overschat. Ook wordt de bestaande vertaling van Filosofische onderzoekingen opnieuw uitgegeven. Voeg daar nog de heldere inleiding Leven en werk van Ludwig Wittgenstein door de Nederlandse filosoof, arts en schrijver Bert Keizer aan toe en er ligt een mooi pakketje op tafel.

Denker zonder das: hoe de 'Tractatus' van Ludwig Wittgenstein 100 jaar later blijft fascineren
© Universal Images Group via Getty

Misbegrepen

Wittgenstein lezen blijft een hele uitdaging. De klim naar de ijle hoogte van zijn gedachten brengt de lezer snel in intellectuele ademnood, al is het uitzicht bij momenten overweldigend en zuiverend. Het is geen toeval dat de Tractatus pas na veel moeite gepubliceerd raakte. Het is een streng, soms duister en cryptisch werk. Zelf zei Wittgenstein dat hij het geschreven had voor wie ‘de gedachten die erin worden uitgedrukt – of althans soortgelijke gedachten – zelf al eens heeft gedacht’. Gezien de genialiteit van zijn denken beperkt dat het aantal kandidaat-lezers aanzienlijk. En zelfs positieve reacties van specialisten waren voor hem meestal een ontgoocheling. Wittgenstein voelde zich fundamenteel misbegrepen. Zijn intelligentie droeg hij als een zware last. Hij leefde met de permanente angst om zijn genie te verliezen en waanzinnig te worden: ‘Ik heb soms het gevoel alsof mijn verstand een glasstaaf is waar een last op drukt en die elk ogenblik kan breken.’ Psychisch en emotioneel was hij erg fragiel. Een leven lang heeft hij geworsteld met zijn (homo)seksualiteit en met de fysieke dimensie ervan.

Recent is gesuggereerd dat Wittgenstein autisme had en wellicht leed aan het syndroom van Asperger. Dat zou niet alleen zijn logisch-analytische vermogen en zijn muzikale talent verklaren – hij had een absoluut gehoor, leerde zichzelf klarinet spelen en kon ingewikkelde partituren fluiten – maar ook zijn dwangmatige gedrag en zijn beperkte sociale vaardigheden. Al kun je dat laatste ook interpreteren als een radicale weigering om in de omgang met anderen allerlei codes en conventies te accepteren. Hij haatte ambigu gedrag en bijbedoelingen. Misschien was hij daarom zo gefascineerd door de harde directheid van detectiveromans en Amerikaanse B-films?

Wittgenstein deed alles om uit de publieke aandacht te blijven. Hij publiceerde nauwelijks. Les gaf hij aan een kleine groep door hem geselecteerde toehoorders. Hij trok zich vele jaren uit het academische leven terug en verbleef bij voorkeur op het platteland of in zijn hut in Noorwegen. Toch is er over de persoonlijkheid van weinig andere filosofen meer geschreven dan over die van Wittgenstein. Tijdens zijn leven was hij al een legende én een cultfiguur. Vanwege de originaliteit en de diepgang van zijn denken, maar ook door zijn gekwelde persoonlijkheid en zijn ongewone gedrag. Toen hij in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw in Cambridge lesgaf, begonnen studenten zijn losse kledingstijl zonder das te imiteren. Door die combinatie van genialiteit en excentriciteit was Wittgenstein de incarnatie bij uitstek van ‘de filosoof’ en is zijn naam ook ver buiten de academische wereld een begrip geworden.

Paleis Wittgenstein

Ludwig Wittgenstein werd geboren in een andere wereld dan de onze. In 1889 bestond de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie nog, het grote midden-Europese en multiculturele rijk dat naast Oostenrijk en Hongarije ook Bosnië, Herzegovina, Kroatië, Tsjechië, Slowakije, Slovenië en delen van Italië, Montenegro, Polen, Roemenië, Servië en Oekraïne omvatte. Zijn vader, afkomstig uit een Joodse familie die zich tot het protestantisme had bekeerd, was een rijke staalmagnaat. Zijn moeder, eveneens van een Joodse familie, was katholiek en erg kunstzinnig.

Het huis van de Wittgensteins in Wenen werd in de volksmond Paleis Wittgenstein genoemd en was een ontmoetingsplek van wetenschappers, intellectuelen en kunstenaars. Het gezin telde acht kinderen, van wie vooral de zonen een bijzonder tragisch lot kenden. Hans was een muzikaal genie, maar werd door zijn vader verplicht in de staalindustrie te werken. Hij vluchtte naar Amerika waar hij in 1902 zelfmoord pleegde. Rudolf verzette zich tegen zijn vader door aan toneel te doen en maakte in 1904 in Berlijn een einde aan zijn leven. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog schoot Kurt zich door het hoofd in een kwestie van militaire eer. De oudste zoon, Paul, een begenadigd pianist, verloor tijdens de oorlog zijn rechterarm. Hij kon zijn carrière voortzetten omdat zijn fortuin hem toeliet aan grote componisten als Benjamin Britten en Richard Strauss composities voor de linkerhand te vragen. De jonge Ludwig groeide op in een wereld van zaken, kunst en familietragedies.

Ludwig Wittgenstein, Tractatus logico-philosophicus, Octavo, 228 blz., 19,50 euro
Ludwig Wittgenstein, Tractatus logico-philosophicus, Octavo, 228 blz., 19,50 euro

Achter de pracht en praal van de dubbelmonarchie, met Wenen als absoluut middelpunt, gingen veel sociale en politieke spanningen schuil die uiteindelijk zouden leiden tot de Eerste Wereldoorlog. Wat Sigmund Freud met zijn ontnuchterende psychoanalyse, Karl Kraus met zijn bijtende satire, Adolf Loos met zijn ornamentloze architectuur en Arnold Schönberg met zijn atonale muziek tot stand brachten, deed Wittgenstein met de Tractatus in de filosofie: het doorbreken van de façade van een overjaarse cultuur, de bevrijding uit de leugenachtigheid, de hypocrisie en de ‘weerzinwekkende onfatsoenlijkheid’ (Kraus). Filosoferen was voor Wittgenstein een verzet tegen de beheksing van de taal en tegen de verleiding van de retoriek, niet in de laatste plaats in de filosofie zelf. Tegelijk was de intensiteit en de ernst waarmee hij filosofeerde een uitdrukking van de grote twijfel die hij had over de waarde ervan. Meer dan eens gaf hij zijn studenten de raad om te stoppen en een beroep te zoeken.

De ‘linguistic turn’

Wat is kennis? Wat is de werkelijkheid? Hoe komen we tot waarheid? Wat zijn waarden? Hoe geven we betekenis? Hoe moeten we leven? Hoe ervaren we schoonheid? Filosofie wordt algemeen beschouwd als een poging om een aantal fundamentele vragen te verduidelijken die te maken hebben met ons mens-zijn en onze plek in het universum. Wittgenstein ging daar radicaal tegen in. Hij vond dat veel filosofen uitspraken deden die wel op diepe gedachten leken, maar in feite geen enkele grond hadden. In die zin is hij een antifilosoof: hij stelde de basis van de filosofie ter discussie en verwierp zowat alles wat er vijfentwintig eeuwen lang was gedacht. Hij is een van de godfathers van de ‘linguistic turn’ (de taalkundige wending) in de filosofie. De enige juiste taak van de filosofie is de structuur van de taal blootleggen. Dan zal duidelijk worden dat veel filosofische vragen voortkomen uit taalverwarring en dus eigenlijk geen reële problemen zijn.

Wittgensteins onconventionele opvoeding stond helemaal niet in het teken van de filosofie. Hij kreeg thuisonderwijs. Op zijn veertiende ging hij naar de Realschule in Linz, waar op dat ogenblik ook Adolf Hitler leerling was. Voor hun biografie heeft dat geen enkele betekenis, maar wel voor de ‘biografie van de twintigste eeuw’: de dictator die taal gebruikte om te manipuleren, te bedriegen en te demoniseren, samen op de banken met de filosoof die zocht naar een zo zuiver en transparant mogelijk gebruik van de taal. Wittgenstein studeerde werktuigbouwkunde in Berlijn en in 1908 deed hij aerodynamisch onderzoek in Manchester. Via mechanica en techniek raakte hij geïnteresseerd in wiskunde en in de logische grondslagen ervan.

Ludwig Wittgenstein, Tractatus. Logisch-filosofische verhandeling, Boom, 190 blz., 20 euro
Ludwig Wittgenstein, Tractatus. Logisch-filosofische verhandeling, Boom, 190 blz., 20 euro

Zijn obsessie met logica bracht hem in contact met de grote filosoof en wiskundige Bertrand Russell in Cambridge, die onmiddellijk het genie van Wittgenstein herkende. Het werd een vriendschap voor het leven, wederzijds onbegrip, frustratie en woede inbegrepen. Zijn eerste filosofische bloei heeft Wittgenstein aan Russell te danken gehad. Russell was een gids voor de verwarde, twijfelende, zichzelf kwellende en met zelfmoordgedachten rondlopende Wittgenstein. ‘Waarschijnlijk was hij het zuiverste voorbeeld dat ik ooit tegenkwam van een genie in de traditionele betekenis van dat woord: passioneel, diepzinnig, intens en dominant’, zo omschreef Russell zijn leerling, die hij al snel als een gelijke behandelde. Hij bracht Wittgenstein ook in contact met de wiskundestudent David Pinsent, zijn eerste grote liefde.

De oorlog woog zwaar op hem. In 1947 legde hij zijn ambt in Cambridge neer, afkerig en moe van de academische wereld.

Wittgenstein raakte in Cambridge in een crisis omdat hij niet voldoende voortgang boekte in zijn studie van de logica. Maar de crisis ging dieper. Tegenover Russell had hij het over zijn ‘zonden’, waarmee hij wellicht zijn homoseksualiteit bedoelde. Het academische milieu lag hem niet en hij trok zich terug in Noorwegen, waar hij met aantekeningen voor de Tractatus begon. De dood van zijn vader in 1913 maakte van Wittgenstein een rijk man. In 1914 nam hij, zeer tegen de zin van zijn familie, vrijwillig dienst als soldaat in het Oostenrijks-Duitse leger. Hij vond dat het harde soldatenleven een welkome afwisseling was voor de enorme intellectuele druk die hij voelde bij zijn studie van de logica. De ultieme confrontatie met de dood op het slagveld zag hij als een beproeving om een beter mens te worden. Hij toonde meer dan eens zijn moed en werd daarvoor onderscheiden. Als krijgsgevangene weigerde hij bemiddeling van zijn familie. Hij aanvaardde alleen dat Russell hem enkele boeken stuurde. De oorlogservaringen hebben ongetwijfeld hun invloed gehad op de Tractatus, al laat zich dat niet onmiddellijk aflezen.

Zin en onzin

De Tractatus is een streng en apodictisch geschrift, opgebouwd uit en onderverdeeld in genummerde fragmenten. Wittgenstein stelt dat er een correspondentie bestaat tussen taal en werkelijkheid – als een zin of bewering niet verwijst naar iets buiten ons, is deze nietszeggend. Voor Wittgenstein is dat wat gezegd kan worden hetzelfde als wat gedacht kan worden. De grenzen van de taal zijn dus de grenzen van het denken. Als die grenzen eenmaal gekend zijn, dan is er een criterium om een onderscheid te maken tussen zin en onzin. Volgens Wittgenstein hebben filosofen in het verleden vaak die grenzen overschreden en zomaar wat gezegd. Tractatus is een poging om een universele en ideale logische taal te construeren. Hij doet daarvoor een beroep op logische symbolen en formules, wat aan het boek een hoge techniciteit geeft. Wittgenstein beweerde met zijn Tractatus alle filosofische problemen te hebben opgelost, maar besefte dat daarmee geen enkele belangrijke levensvraag beantwoord was. Zijn obsessionele zoektocht naar absolute zekerheid en helderheid is wellicht een reactie op zijn persoonlijke twijfel en op het pijnlijke besef van zijn vreemdheid, maar ook breder op de vermolmde cultuur van de dubbelmonarchie die alleen nog door illusies werd samengehouden. De nood aan een stevig uitgangspunt om een nieuwe naoorlogse samenleving op te bouwen was groot.

Ludwig Wittgenstein, Filosofische onderzoekingen, Boom, 320 blz., 24,90 euro
Ludwig Wittgenstein, Filosofische onderzoekingen, Boom, 320 blz., 24,90 euro

Toen hij in 1919 uit krijgsgevangenschap terugkeerde, was de wereld van Wittgenstein ingrijpend veranderd. Het Oostenrijks-Hongaarse Rijk bestond niet meer. Zijn vriend David Pinsent was in de oorlog omgekomen en Wittgenstein zelf had aan het front het ergste gezien. Als filosoof was hij uitverteld. Alles wat gezegd kon worden, had hij immers in de Tractatus gezegd. Onder invloed van het lezen van Tolstoj wilde hij meehelpen aan de verheffing van achtergestelden. Hij wilde een leven van eenvoud en soberheid leiden en verdeelde zijn grote fortuin onder zijn broer en zussen. Een tijdlang wilde hij priester worden. Hij volgde een opleiding als onderwijzer en ging lesgeven op het platteland. Maar wat kon een aristocratisch, in veel opzichten asociaal genie te midden van boerenkinderen? Er zijn getuigenissen dat hij zich tiranniek gedroeg, ongeduldig was en zelfs fysiek agressief. Terug in Wenen hield hij zich enkele jaren intens bezig met de bouw van een huis voor zijn zus: geïnspireerd door Loos, gestreng, kaal, zonder enige ornamentiek, alles in de juiste verhoudingen en afmetingen. Gebouwd volgens de strikte principes waarmee hij de Tractatus schreef.

Hij kwam opnieuw in contact met de filosofie omdat de neopositivisten van de Wiener Kreis de Tractatus als hun bijbel beschouwden. Wittgenstein vond dat ze hem niet hadden begrepen. De Wiener Kreis stelde zich tot doel om de filosofie te zuiveren van al het niet-cognitieve, met andere woorden van al de metafysische vragen over de zin van het leven, de plaats van de mens in het universum et cetera. Die werden afgedaan als misleidende gevoelensuitdrukkingen. Ook Wittgenstein had die tweedeling gemaakt, maar in tegenstelling tot de neopositivisten vond hij helemaal niet dat de technische en de wetenschappelijke vooruitgang de dragers waren van een heilzame culturele omwenteling. Terwijl de neopositivisten het cognitieve, dat wat gedacht en gezegd kan worden, wilden bevrijden van het niet-cognitieve, datgene waarover niet gesproken kan worden (de religie, de ethiek, de kunst), wilde Wittgenstein precies het omgekeerde. Alleen door de grenzen van het zegbare en denkbare te aanvaarden, kunnen de diepte van de religie, de ethiek en de kunst ervaren worden. ‘6.45 Het gevoel van de wereld als een begrensd geheel is het mystieke gevoel’, zo luidt het in de Tractatus. Aan een van zijn vrienden schreef Wittgenstein dat hij niet anders kon dan alles vanuit een religieus standpunt te bekijken. Tijdens discussies met de Kreis las hij als provocatie mystieke gedichten van de Indiase dichter Rabindranath Tagore voor om duidelijk te maken dat hij de metafysica ernstig nam, ook al viel er niets zinnigs over te zeggen.

Onorthodoxe colleges

In 1929 keerde Wittgenstein terug naar Cambridge. Hij was tot het inzicht gekomen dat zijn Tractatus gebaseerd was op een verkeerde theorie over de verhouding tussen taal en werkelijkheid. In plaats van de structuur en de grenzen van de taal af te leiden van een abstracte logische theorie, wilde hij die nu proberen te ontdekken via een empirisch onderzoek. Hoe gebruiken mensen taal? Hoe functioneert taal in de duizelingwekkende veelheid aan situaties die we het dagelijkse leven noemen?

Zijn onorthodoxe colleges zijn beroemd geworden. Wittgenstein bereidde zich nauwelijks voor en gebruikte geen aantekeningen omdat hij bang was dat zijn gedachten erdoor gestuurd zouden worden. Hij wilde voor een select publiek al improviserend en hardop denkend tot helderheid komen over de problemen waar hij op dat ogenblik zelf mee bezig was. Hij kon zeer geïrriteerd en zelfs boos worden wanneer zijn toehoorders hem niet begrepen. Hij ging met hen in dialoog, maar brak hen even snel weer af om zijn eigen gedachtegang uit te werken. Soms bleef hij minutenlang in stilte nadenken of verdween uit het lokaal. Zijn toehoorders waren er getuige van hoe intens, hoe moeilijk en hoe pijnlijk het denken voor Wittgenstein was, ook al begrepen ze meestal weinig van wat hij zei.

Bert Keizer, Leven en werk van Ludwig Wittgenstein, Boom, 160 blz., 20 euro
Bert Keizer, Leven en werk van Ludwig Wittgenstein, Boom, 160 blz., 20 euro

De nieuwe filosofie die hij in die decennia in Cambridge ontwikkelde – en die zijn uiteindelijke vorm zou vinden in zijn Filosofische onderzoekingen – was zo verschillend van wat hij in de Tractatus had geschreven dat in de vakliteratuur gesproken wordt van Wittgenstein I en Wittgenstein II. Nochtans was het de droom van Wittgenstein om beide boeken in één boekdeel uit te geven. Iets wat vreemd genoeg tot op de dag van vandaag nog niet is gebeurd. Terwijl hij in de Tractatus de grenzen en de structuur van de taal als dusdanig afbakent, wil hij nu de betekenis van de taal voor de spreker nagaan. Hij concentreert zich op het taalgebruik in de praktijk, op de regels die het spreken sturen, op de taalspelen waarin die regels functioneren, en op de meer algemene levensvormen die aan de taalspelen betekenis geven. Taal is geen abstract systeem, maar een sociale praktijk. Aan de hand van talloze voorbeelden en vergelijkingen laat Wittgenstein zien hoe taal in de dagelijkse omgang functioneert. Filosofische onderzoekingen is veel losser en toegankelijker dan zijn voorganger. Minder apodictisch, meer zoekend dan de Tractatus, gefocust op het concrete en het unieke. Het boek heeft ook buiten de filosofie veel impact: de antropologie, de sociologie, de taalkunde en de literatuurwetenschap hebben noties als taalspel en levensvorm in hun disciplines weten te integreren. Bertrand Russell daarentegen knapte er compleet op af en vond dat Wittgenstein had opgegeven om ernstig na te denken.

Moderne Diogenes

Uit Wittgensteins dagboeken en brieven komt een somber wereldbeeld te voorschijn. Hij had het Oostenrijks-Hongaarse Rijk zien instorten en in de jaren twintig en dertig zag hij het fascisme en het nazisme opkomen. De moderne westerse wereld ging ten onder aan zijn geloof in techniek en wetenschap, die nooit de levensvragen zouden kunnen beantwoorden. Ook op persoonlijk vlak ging Wittgenstein vaak door diepe dalen. Tijdens een crisisperiode in de jaren dertig verontschuldigde hij zich bij vrienden dat hij gelogen had over het belang van zijn Joodse afkomst en over het mishandelen van een leerling waarover hij een valse verklaring had afgelegd. De oorlog woog zwaar op hem en filosoferen leek zinlozer dan ooit. Tijdens de Blitz bood hij zijn diensten aan bij een ziekenhuis in Londen, waar hij een soort koerier werd. In 1947 legde hij zijn ambt in Cambridge neer, afkerig en moe van de academische wereld. Persoonlijk geluk vond hij nog in zijn relatie met Ben Richard. In 1949 werd een niet meer te behandelen prostaatkanker vastgesteld. Hij bleef werken tot de dag voor zijn dood.

De Duitse cultuurfilosoof Peter Sloterdijk noemde Wittgenstein ooit de Diogenes van de moderne logica, naar de Griekse filosoof die, nauwelijks gekleed en zonder enig materieel bezit, in een ton woonde en die, toen Alexander de Grote hem vroeg wat hij voor hem kon doen, brutaal antwoordde: ‘Ga uit mijn zon.’ Ook Wittgenstein is het altijd te doen geweest om de zon, om de absolute en onbetwijfelbare helderheid van het denken én tegelijk om de morele zuiverheid van het handelen. Want was het ook Diogenes niet die in volle daglicht met een lantaarn in de hand op zoek ging naar een rechtvaardig mens? Mogen we uit Wittgensteins laatste woorden alsnog afleiden dat hij op zijn levensweg toch iets gevonden heeft van wat hij zo obsessief zocht?

Ludwig Wittgenstein

– 1889: geboren uit een van de rijkste families van Wenen

– 1911: ontmoet de filosoof Betrand Russell in Cambridge, die hem een genie vindt

– 1914: wordt tegen de zin van zijn familie soldaat in het Duits-Oostenrijkse leger

– 1919: ontdoet zich van zijn fortuin, stopt met filosofie en wordt onderwijzer in een boerendorpje

– 1921: Tractatus logico-philosophicus verschijnt

– 1929: keert terug naar Cambridge en begint opnieuw te filosoferen

– 1941: doet dienst als vrijwilliger in een ziekenhuis in Londen

– 1951: sterft aan kanker

– 1953: postume publicatie van Filosofische onderzoekingen

Partner Content