Op 15 november 1520 kroop een onbekende jonge Vlaming op een heuvel in wat nu de Straat van Magellaan in Zuid-Chili heet. Hij tuurde in de verte en zag de Stille Oceaan. Het was een doorbraak voor de expeditie waaraan hij deelnam. De Portugees Fernao de Magalhaes, in onze contreien beter bekend als Ferdinand Magellaan, ondernam voor rekening van de Spanjaarden een zoektocht om via een vaarroute langs Zuid-Amerika de Aziatische specerijeneilanden, zoals de Molukken, te bereiken. De route via de zuidpunt van Afrika was in handen van de vijand: de Portugezen.
...

Op 15 november 1520 kroop een onbekende jonge Vlaming op een heuvel in wat nu de Straat van Magellaan in Zuid-Chili heet. Hij tuurde in de verte en zag de Stille Oceaan. Het was een doorbraak voor de expeditie waaraan hij deelnam. De Portugees Fernao de Magalhaes, in onze contreien beter bekend als Ferdinand Magellaan, ondernam voor rekening van de Spanjaarden een zoektocht om via een vaarroute langs Zuid-Amerika de Aziatische specerijeneilanden, zoals de Molukken, te bereiken. De route via de zuidpunt van Afrika was in handen van de vijand: de Portugezen. Magellaan vertrok op 10 augustus 1519 met vijf schepen en 267 bemanningsleden. Hij sneuvelde onderweg, in een overbodig gevecht met lokale bewoners - zogeheten inboorlingen - op de Filipijnen. Slechts een van zijn schepen, de Victoria, slaagde erin weer in Spanje te raken, eind 1522. Amper 31 van de opvarenden haalden het - in twee shifts, want dertien van hen werden bij een poging tot ravitaillering opgepakt op de Kaapverdische Eilanden, die in handen waren van de Portugese vijand. Ze zouden later vrijgelaten worden en alsnog thuiskomen. Een van die dertien was een Bruggeling die op de scheepsrol ingeschreven stond als 'Roldan de Argote'. Hij was een van de vijf Vlamingen aan boord van de schepen van Magellaan: twee Bruggelingen, twee Antwerpenaren en een Brusselaar. Er waren twee kanonniers bij, twee mariniers en een jonge page, 'Juan Flamenco', die onderweg zou sterven aan scheurbuik: de vreselijke ziekte die een gevolg is van een schrijnend tekort aan vers voedsel met vitaminen. Over de mariniers is zo goed als niets bekend. Mogelijk waren zij aan boord van de San Antonio, een schip dat in Vuurland deserteerde en terugkeerde naar Spanje. De Brusselse kanonnier, 'Maestro Pedro' volgens de scheepsgeschriften, zou na aankomst op de Molukken gedood zijn tijdens een bewakingsopdracht op de Trinidad: het vlaggenschip van (de ondertussen gesneuvelde) Magellaan dat zo vol kruidnagel was geladen dat het onder zijn eigen gewicht dreigde te kraken. Het zou nooit meer in Spanje raken. Roldan de Argote was niet alleen de eerste Vlaming die een tocht rond de wereld maakte, hij was ook de man die in de Straat van Magellaan de doorgang naar de Stille Oceaan vond - een ontdekking die, volgens de overlevering, Magellaan tot tranen toe bewoog. De zeeën rond Vuurland zijn berucht om hun stormen. Een van Magellaans schepen verging er zelfs. Magellaan zeilde pas op 18 oktober 1520 de straat binnen vanuit de Atlantische Oceaan, en dus moet hij relatief vlot aan de andere kant zijn geraakt. Dat doet sommigen vandaag vermoeden dat hij 'voorkennis' moet hebben gehad, dat er al eerder verkenningen in de regio waren geweest, waarvan de resultaten geheim werden gehouden. Alleen was er nog niks over de doorgang naar de Stille Oceaan bekend. Daarvoor zorgde onze landgenoot. Hij werd in een sloep met twaalf manschappen op verkenning gestuurd en had het geluk dat de heuvel die hij beklom voldoende hoog was (337 meter) om de opening naar de oceaan te kunnen zien - het was die dag ook mooi weer. De bemanning had al roeiend een getijdewerking gevoeld en vastgesteld dat het water zout was - ze wist dus dat ze zich dicht bij de oceaan moest bevinden.Toen ze met de drie overgebleven schepen de doorgang uit zeilden, was de oceaan zo kalm dat Magellaan ze 'Stille Oceaan' doopte. De heuvel die Roldan beklom, een kleine uitgedoofde vulkaan, staat op kaarten uit die tijd, zoals de wereldkaart van Diego Ribeiro uit 1529, beschreven als 'Campana de Roldan'. De term komt ook terug op een kaart van onze landgenoot Mercator uit 1569. Op latere kaarten is de naam veranderd in Cerro el Morrión, of 'Spaanse helm', naar de vorm van de heuvel die wat aan een soldatenhelm deed denken. Er is niet veel bekend over Roldan de Argote, soms ook 'Roeland van Brugge' genoemd. De gepensioneerde textielingenieur Marcel Van Brussel, een Bruggeling die als hobby de maritieme geschiedenis van Vlaanderen bestudeert, heeft zich in zijn leven verdiept. Veel heeft hij niet kunnen vinden. Mogelijk heette Roldan eigenlijk Roeland Herregots of Roeland Vergote. Hij is waarschijnlijk in 1498 geboren, maar er is geen spoor van hem in de Brugse stadsarchieven te vinden. Dat er Vlamingen aan boord van de schepen van Magellaan waren, was niet zo uitzonderlijk. Een van de financiers van de missie was een rijke zakenman die een neef had in Antwerpen. Een groot deel van de 381 zakken kruidnagel waarmee de Victoria terugkeerde, werd trouwens in Antwerpen verkocht - de opbrengst volstond om uit de kosten te komen. Er heerste in die tijd ook veel werkloosheid in Vlaanderen, zodat jongelui geregeld hun geluk in het welvarende Spanje gingen zoeken. Dat er Vlaamse kanonniers aan boord waren, kan mee te maken hebben gehad met de Vlaamse expertise in kanonnen. In Mechelen en Doornik voedden brons- en ijzergieterijen een bloeiende kerkklokken- en kanonnenindustrie. Vlaanderen was hofleverancier van kanonnen voor de Spaanse vloot. Zowel Roldan als Maestro Pedro vertrok als kanonnier op de Concepción, een schip dat na de dood van Magellaan in brand werd gestoken, omdat er niet genoeg bemanningsleden meer waren om met drie schepen verder te varen. Roldan keerde waarschijnlijk niet terug naar Vlaanderen. Hij monsterde in 1525 aan voor een nieuwe Spaanse trip naar de Molukken, via dezelfde route door de Straat van Magellaan. Slechts twee van de zeven schepen die vertrokken, haalden het, maar Roldan was er weer bij. Op 20 maart 1528 krijgt hij tijdens een gevecht met Portugezen een kogel in het gelaat. Hij overleeft, maar houdt er de bijnaam 'de lelijkste mens ter wereld' aan over. Het laatste wat over hem bekend is, is een aantekening dat hij op 19 oktober 1529 nog altijd in de Molukken was. Men gaat ervan uit dat hij op de specerijeneilanden gestorven is. Marcel Van Brussel vindt de verdiensten van Roldan zo groot dat hij een beetje eerbetoon voor de ondernemende Bruggeling wil. Er zijn er die voor minder een standbeeld of een straatnaam kregen. 'Jan Breydel staat wel prominent op de Grote Markt van Brugge, maar het is niet eens zeker dat hij erbij was op de Guldensporenslag in 1302', schampert Van Brussel. 'Terwijl we van Roldan zeker weten dat hij de eerste Vlaming was die rond de wereld reisde.' Als een standbeeld wat hooggegrepen is, dan misschien een straatnaam? Hier botst Van Brussel op de campagne voor meer vrouwelijke straatnamen in het stadsbeeld. Hij kan zich daarin vinden, maar meent dat er voor één man met een belangrijke missie toch een uitzondering gemaakt mag worden. Jammer genoeg zijn de Brugse autoriteiten minder onder de indruk van de prestaties van deze 'Roeland van Brugge' dan Marcel Van Brussel.