Alle naslagwerken vertellen hetzelfde. Na het psychedelische, bonte, fluitend in elkaar geschoven meesterwerk Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967) kwam The White Album pas ter wereld na een olifantsdracht waarbij het saamhorigheidsgevoel en onderlinge vertrouwen van de vier groepsleden onherstelbare schade had opgelopen.
...

Alle naslagwerken vertellen hetzelfde. Na het psychedelische, bonte, fluitend in elkaar geschoven meesterwerk Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967) kwam The White Album pas ter wereld na een olifantsdracht waarbij het saamhorigheidsgevoel en onderlinge vertrouwen van de vier groepsleden onherstelbare schade had opgelopen. John Lennon bracht zijn nieuwe vlam Yoko Ono mee naar Abbey Road - voor de andere Beatles een flagrante inbreuk op de ongeschreven regel dat de studio het schuiloord bleef voor de waanzin daarbuiten (Paul McCartney zei ooit: 'The Beatles in de studio, dat zijn vier kompels die de mijn in gaan, en in een mijn heb je geen vrouwen nodig'). McCartney, de zelfverklaarde muzikale regisseur, maakte iedereen het leven zuur met zijn bazigheid. George Harrison bleef zijn gelaten zelf en wist duivels goed hoe hij hem daarmee in de gordijnen kon jagen. En Ringo Starr bleef gewoon níét: hij nam de benen en keerde pas na herhaalde smeekbeden van de anderen terug naar het stekelige nest, een kleine twee weken later. Hij trof zijn drumstel aan versierd met bloemen, maar zijn afwezigheid had bij de achterblijvers nu ook weer geen totale ontreddering teweeggebracht: in de tussentijd had McCartney de definitieve drumpartijen van Back in the U.S.S.R. en Dear Prudence zelf al (deels) ingeblikt. Overigens vertrok ook trouwe technicus Geoff Emerick (die begin vorige maand overleed) met slaande deuren, en nam de eminente producer George Martin midden in de slepende opnames prompt vakantie. Het was, met andere woorden, bepaald geen strandwandeling. 'Op The White Album kun je het uiteenvallen van The Beatles horen', oordeelde John Lennon ooit. Wie schetst dan ook onze verbazing wanneer Giles Martin, zoon van de in 2016 overleden George en ondertussen zelf een producer met een jarenlange Beatles-renommee, ons op de Londense presentatie van de 'nieuwe' Dubbele Witte precies het tegenovergestelde probeert diets te maken. 'Het begin van het einde, het geluid van vier soloplaten: dat is het algemene beeld van The White Album', vertelt hij met een sonore stem die akelig sterk lijkt op die van zijn vader zaliger. 'Maar hoe meer oude studiobanden we beluisterden, hoe meer we dat moesten bijsturen. We hoorden vooral hoe die gasten sámen aan elkaars songs werkten. Om een voorbeeld te geven: nadat ze van Happiness Is a Warm Gun al massa's takes hebben opgenomen, zegt John: "Het wordt beter, maar niet leuker." Daarop reageert George met: "Het wordt beter én leuker." Dat is de geruststellende constante door heel die plaat: The Beatles waren nog altijd een echte band.' The White Album, de enige reguliere dubbelelpee van de groep, verscheen op 22 november 1968. Het originele werk telt dertig songs, goed voor anderhalf uur muziek. Die verkent alle hoeken van het spectrum: van vaudeville naar avant-garde, van geinige persiflages naar diep persoonlijke songs, van verstilde tokkelmomenten tot onnoemelijk luide rock. Gedaan met psychedelica, concepten of All You Need Is Love. Van meet af aan had 1968 zich aangekondigd als een kanteljaar voor de band. Na de dood van manager Brian Epstein, in augustus 1967, moesten de vier in versneld tempo hun zaakjes op orde krijgen. Dat leidde in januari tot de oprichting van Apple Corps, een multimediabedrijf met zo veel verschillende takken dat McCartney op een New Yorkse persconferentie enkele maanden later de term 'westers communisme' in de mond nam (het bestuur was er ook naar). Wat begin '68 ook in vier achterhoofden speelde, vooral in dat van McCartney, was de blamage van Magical Mystery Tour: de film en de plaat die de pers in december de grond had ingeboord. Ook privé nam de grimmigheid toe. Het huwelijk van John en Cynthia liep op zijn laatste benen, en ondanks hun kersverse verloving geloofde Paul noch actrice Jane Asher werkelijk dat ze binnenkort een priester en een feestzaal zouden vastleggen. Een bezinning leek gepast. Die hoopten The Beatles en hun wederhelften te putten uit de transcendente meditatie waarmee de Indiase goeroe Maharishi Mahesh Yogi in het Westen was komen leuren. Het hele gezelschap voegde zich in februari 1968 bij de kleine, giechelende Maharishi in Rishikesh, een hindoeïstisch bedevaartsoord in de uitlopers van de Himalaya. In de ashram was ook ander bekend volk neergestreken: Beach Boy Mike Love, folkzanger Donovan, actrice Mia Farrow en haar zus Prudence. Omdat die laatste het mediteren zo ernstig nam dat ze haar hut niet meer uitkwam, schreef Lennon prompt een liedje om haar naar buiten te lokken: 'Dear Prudence, won't you come out to play?' De verandering van omgeving (met uitzicht op de Ganges) had een weldadig effect op de creativiteit. Zelfs voor Lennon die, in de greep van een lsd- ontwenning, met hallucinaties en slaapproblemen kampte. De fingerpickingtechniek die Donovan hem aanleerde, zette hij meteen in de praktijk om: Julia was een kwetsbare ode aan zijn overleden moeder. Voor McCartney bleek de aanwezigheid van Mike Love dan weer voordelig om zijn schets voor de Chuck Berry-karikatuur Back in the U.S.S.R. fijner uit te werken: McCartney zou als wenk naar The Beach Boys geen Californische meisjes bewieroken, maar Oekraïense en Russische. En na een lezing van de Maharishi over de link tussen mens en natuur kwamen Lennon en McCartney respectievelijk met Child of Nature (dat later zijn solosong Jealous Guy zou worden) en Mother Nature's Son voor de dag. Hun positie in het universum afbakenen, het ging The Beatles niettemin sneller dan verwacht vervelen. De laatsten die het welletjes vonden, waren Lennon en Harrison. Hun vertrek was abrupt, nadat Lennon de Maharishi had geconfronteerd met het gerucht dat hij Mia Farrow oneerbaar zou hebben benaderd. Er bleek later niets van aan, maar er was wel weer een Lennon-song geboren: ' Maharishi, you little twat / Who the fuck do you think you are?' Ook die versie werd later, op aandringen van Harrison, aangepast: 'Sexy Sadie, what have you done? / You made a fool of everyone.' Het lijstje met songs die uit Rishikesh mee terugkwamen en daadwerkelijk op de nieuwe plaat zouden belanden, is lang. McCartney had bijvoorbeeld Ob-La-Di, Ob-La-Da, Wild Honey Pie, Rocky Raccoon en Why Don't We Do It in the Road? (twee apen op straat zien paren: soms biedt het inspiratie genoeg). Lennon pakte ook nog Revolution, TheContinuing Story of Bungalow Bill, I'm So Tired, Yer Blues en Cry Baby Cry mee in zijn koffer. Ook Harrison schreef in India behoorlijk wat nummers, maar zou daarvan alleen Long, Long, Long voorbij Lennon/McCartney krijgen. Met die karrenvracht aan nieuw materiaal kwam het viertal in mei 1968 samen in Kinfauns, George Harrisons bungalow in het landelijke Esher nabij Londen, om akoestische schetsen op te nemen. Die demo's van in totaal zevenentwintig songs lekten nadien uit via ettelijke bootlegs en genieten hoog aanzien onder Beatlesverzamelaars. Negentien songs vonden uiteindelijk hun weg naar de Dubbele Witte, twee andere verschenen op de latere studioplaat Abbey Road, en de resterende zes zouden nooit een plaats op een officiële groepsplaat krijgen: het eerder genoemde Child of Nature, Circles, Sour Milk Sea, What's the New Mary Jane, Junk en Not Guilty (al kwamen de laatste drie in 1996 wel boven water op de verzamelaar The Beatles Anthology 3). Dat zijn opfrissing van The White Album er dankzij de eerste officiële release van alle Esher-demo's plots een hele vleugel bij kreeg, beschouwt Giles Martin als een zegen. 'Het is The Beatles Unplugged, lang voor MTV met dat idee ging lopen', stelt hij. 'Voor mij wijzen de demo's op een grote focus. Nog geen jaar eerder was Brian Epstein gestorven, nu bepaalde de groep zelf haar lot. In één dag een ruwe, potentiële versie van een plaat opnemen, zoiets hadden ze nooit eerder gedaan.' Volgens Martin namen The Beatles die concentratie en dat razendsnelle aanpassingsvermogen ook mee naar de echte opnames in Abbey Road. 'Met Sgt. Pepper hadden ze de beperkingen van live spelen eindelijk van zich afgeschud. Maar The White Album opnemen voelde toch weer anders. Die plaat heeft een zekere agressieve kant, een gevoel van muzikanten die op elkaar inspelen. Zonder veel studiotrucs, alsof ze weer samen op een podium staan. Van die attitude getuigden de Esher-demo's al.' Kandidaat-bedevaarders, blijf overigens waar u bent: Harrisons psychedelisch beschilderde bungalow is lang geleden al platgegooid. Het was aldus onder een goed gesternte dat de officiële opnames op 30 mei 1968 in Abbey Road van start gingen. Maar al op de tweede dag verkilde de sfeer, toen Lennon de mysterieuze, zwijgzame Yoko Ono meebracht. Hoe bloedserieus hij over hun onafscheidelijkheid dacht, illustreerde hij door haar zelfs niet alleen naar het toilet te laten gaan. Wat Giles Martin ook moge beweren, Lennons eenzijdige beslissing dreef wel degelijk een wig tussen hem en McCartney: diens exclusieve band met Lennon was plots gebroken. Ook voor de arme George Martin verliepen de opnames helemaal anders dan hij zich had voorgesteld. The Beatles namen de gewoonte aan pas 's avonds te beginnen en tot diep in de nacht door te werken. Bovendien namen ze nadrukkelijk het heft in eigen handen door apart in verschillende studio's te werken, tientallen (in sommige gevallen meer dan honderd) takes van een nummer op te nemen, en de studio niet langer als een instrument te gebruiken. Giles Martin ziet er vandaag best de humor van in: 'Telkens wanneer mensen mijn vader vertelden dat The White Album hun favoriete Beatlesplaat was, verscheen er een pijnlijke plooi in zijn gezicht. (lacht) Niet omdat hij het een slechte plaat vond, maar omdat de opnames voor hem geen aangename ervaring waren. In feite vonden The Beatles dat ze geen extra paar oren meer nodig hadden. Soms zei een van hen letterlijk: "Ik zal zelf wel beslissen wanneer het juist zit." Honderd takes, dat strookte niet met mijn vaders idee van efficiëntie. Sgt. Pepper was voor hem het hoogtepunt in zijn samenwerking met The Beatles geweest omdat hij met geluiden kon schilderen, collages maakte, en in nauwe samenwerking met de band de grenzen verlegde van wat in de studio mogelijk was. Maar met The White Album gingen The Beatles compleet de andere kant op: ze wilden weer écht klinken. Dat heeft er wel voor gezorgd dat de tijd veel minder vat heeft gekregen op die plaat. Toen ik Paul een tijdje geleden de remix liet horen, beaamde hij dat: "Wat waren we toch een moderne band", zei hij. Volgens mij is The White Album daardoor de Beatlesplaat die het grootste aantal andere bands heeft doen ontstaan.' Remix: het hoge woord is eruit. 'Waarom The White Album remixen? Geloof me, dat heb ik me op voorhand zelf ook afgevraagd', geeft Giles Martin toe. 'Aan de andere kant verwachten de overlevende groepsleden dat ik grenzen verleg omdat ik nu eenmaal voor The Beatles werk. " You need to push things", zeggen Paul en Ringo dan. "Dat is jouw job." En die job bestond erin om een plaat die al een halve eeuw lang miljoenen mensen heeft behaagd van de grond af te reconstrueren. Hoe speel je dat klaar zonder achteraf uiteengespatte rotte eieren tegen je voordeur aan te treffen? Martin: 'Het grootste gevaar is dat je de plaat niet meer op een spiritueel plan beluistert. Als je te veel verandert, helpt dat je gevoelservaring om zeep. Want muziek is in de eerste plaats gevoel. Niet: hifi. ' 'Aan de andere kant neemt je geheugen je vaak in het ootje. In 2009 heb ik meegewerkt aan Living in the Material World, de documentaire van Martin Scorcese over George Harrison. Toen Scorcese hoorde dat ik nummers voor zijn film zou remixen, werd hij zowat gék. (lacht) Daarop heb ik hem twee versies laten horen van All Things Must Pass, een solonummer van George. Bij de eerste reageerde hij ontstemd: "Dit klinkt helemaal niet zoals ik het me herinner!" Bij de tweede met: "Dit is de juiste versie" - waarmee hij natúúrlijk de remix aanwees.' (lacht)'Kijk, het geluid dat vijftig jaar geleden voor vinyl werd gecreëerd, was heel nauw. Wat wij doen, is de lege plekken invullen die ontstaan als je dat weer opentrekt naar een modern stereogeluid. We vergelijken uiteraard ook altijd met de originele versie van de plaat. In dit geval de stereomix - die op zich al behoorlijk verschilde van de monomix -, omdat de band er zelf bij was toen die werd gemaakt. Want dat is onze eerste en belangrijkste referentie: wat de band dacht.' Tijdens de Londense presentatie kunnen we er niet onderuit: doordat sommige instrumenten zich uit een vreemde sluimertoestand weten los te wrikken, krijgen de geremixte songs die we horen voorbijkomen een nieuw leven. Alle nummers van deze immense lappendeken in een andere, prominentere gedaante kunnen horen: het belooft. Zoals het rauwe Yer Blues, opgenomen in de bezemkast van Abbey Road met alle vier de Beatles tegelijk. Of Happiness Is a Warm Gun, dat vierdelige en toch bondige kunststuk dat bijna dertig jaar later de blauwdruk zou zijn voor Paranoid Android, de klapper van Radiohead. Als de Witte echt 'een groepsplaat gemaakt door vier soloartiesten' is, om de beruchte Amerikaanse rockcriticus Lester Bangs te parafraseren, mogen we uiteraard George Harrison en Ringo Starr niet onvermeld laten. Met Don't Pass Me By slaagde Ringo er voor het eerst in om een zelfgeschreven nummer op een Beatlesplaat te krijgen. Harrison kon uiteindelijk (amper) vier songs op The White Album kwijt, maar je zou kunnen poneren dat While My Guitar Gently Weeps voor twee telt, het nummer waarvoor hij Eric Clapton naar de studio uitnodigde. 'Om George een extra voordeel te geven', denkt Giles Martin: 'Als de beste gitarist in de wereld bereid is mee te spelen op een song, moet die song wel deugen, niet?' Wie meent dat er op dit punt in het verhaal van The Beatles 'een oosterse invloed is die er niet echt bij past', zoals Paul McCartney enkele maanden later dubbelzinnig over een take van Lennons Across the Universe zou vinden, mag nu even piekeren: als Yoko Ono niet elke dag op iemands gitaarversterker was komen zitten, zou Harrison het nooit in zijn hoofd hebben gehaald om Clapton mee binnen te vragen. We kunnen het niet de hele tijd over de Dubbele Witte hebben zonder even naar de anonieme titel en hoes te verwijzen. Al in India had McCartney als werktitel Umbrella geopperd - 'een paraplu voor het geheel!' Daarna kwam A Doll's House ter tafel, ook de naam van een negentiende-eeuws toneelstuk van Henrik Ibsen. Dat leek Lennon wel wat, aangezien elke song binnen het geheel een apart kamertje innam. Maar ook die suggestie verloor alle waarde nadat de progrockgroep Family in juli 1968 haar debuut Music in a Doll's House had genoemd. Intussen had de Schotse kunstenaar John Byrne alias Patrick al een hoes voor de nieuwe plaat geschilderd waarop de vier - toeval bestaat niet - opvallend somber geportretteerd staan. Dat ontwerp werd uiteindelijk weer opgevist voor de postume compilatie The Beatles Ballads (1980). Van de nood een deugd makend, drong Paul McCartney - zodra was besloten de nieuwe plaat gewoon The Beatles te noemen - erop aan om radicaal met de veelkleurige hoezen van voorgangers Sgt. Pepper en Magical Mystery Tour te breken. Zo kreeg ontwerper Richard Hamilton het dadaïstische idee van een uniform witte hoes. Goedkoper was die niet: om het serienummer op elk exemplaar te kunnen drukken, moest platenfirma EMI haar hele productielijn ombouwen. De Amerikaanse kunstenaar Rutherford Chang begon in 2006 die originele, genummerde vinylpersingen te verzamelen. Hij maakte er in 2013 een installatie rond, We Buy White Albums. Momenteel staat zijn teller op 2089 exemplaren. Hebt u het uwe veil voor de kunst? De man is rechtstreeks mailbaar op rutherfordchang@gmail.com. Waarmee we terug zijn bij het uitgangspunt. Trokken The Beatles nu echt één lijn, vijftig jaar geleden, of heeft de geschiedschrijving gelijk en was het ieder voor zich? Voor wie het kordate reissueprogramma van The Beatles achtenveertig jaar na de split nog niet moe is, is er in elk geval goed nieuws: in de duurste nieuwe heruitgave van The White Album krijgt u er naast de zevenentwintig Esher-demo's en een boekwerkje (wie kan behalve ' rare photographs' en ' reproductions of handwritten lyrics' ook ' previously unpublished photos of recording sheets and tape boxes' weerstaan?) nog vijftig Abbey Road-outtakes bovenop, verspreid over drie cd's. Die zijn inderdaad bij machte om het beeld van The White Album bij te sturen. Zo gewaagt Giles Martin van een versie van Goodnight waarop de vier een prachtige harmoniezang ten beste geven. Wetend dat John Lennon de dubbelaar zijn favoriete Beatlesplaat vond, ondanks de bittere nasmaak van de slepende opnames, blijft 'het begin van het einde' een halve eeuw later een dubbeltje op zijn kant. Het laatste woord is aan de producer. 'Ik zit natuurlijk in de geprivilegieerde positie dat ik Abbey Road kan binnenwandelen en daar door het hele archief kan gaan, om vervolgens te beslissen wat daarvan aan de buitenwereld wordt prijsgegeven. Maar een deel van mijn job is ook om wat ik vaststel te delen met het publiek. Openbaren wat gebrekkig is, heeft ook zijn goede kanten. En we zijn daadwerkelijk op zoek gegaan naar bewijzen van ruzies, bijvoorbeeld op de dag dat Ringo uit de groep stapte. Maar: niets! Bijna alle gesproken interventies die we zijn tegengekomen, staan op de extra cd's met outtakes, dus oordeel vooral zelf. Wat je hoort op The White Album zijn mensen die lawaai maken, en die dat sámen doen.'