'We zouden beter iets meer ontspannen zijn in onze overtuiging', zei Tobias Leenaert, de directeur van de vzw Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA) in Humo naar aanleiding van de Wereld Vegetarisme Dag op 1 oktober. EVA is de organisatie achter Donderdag Veggiedag, die pleit voor plantaardig eten en een diervriendelijke samenleving. Mensen met een moreel exposé het harnas injagen, is contraproductief, adviseerde Leenaert tussen de regels. Je kunt ze beter inspireren. Want 'de groei van vleesvervangers en vegetarische eettentjes is vooral te danken aan de flexitariërs: anders dan de veganisten vormen zij een grote interessante groep die veel invloed heeft. Zij zijn het die de vraag naar alternatieven stuwen, zoals groenteburgers en sojamelk. Bovendien heeft hun gedrag een enorm effect: flexitariërs sparen meer dieren uit dan alle veganisten bij elkaar.'

Flexitariërs eten bewust geregeld geen vlees of vis. Veganisten eten geen dieren tout court, zelfs geen zuivel of eieren. Sparen de 'gematigden' meer vlees uit dan de 'puristen'?

Dat blijkt uit onderzoek van iVox, argumenteert Leenaert aan de telefoon. In een online peiling bij 2200 volwassen Belgen in 2016, geeft 13 procent aan minstens drie keer per week vis noch vlees te eten. Volgens diezelfde peiling eet 2 procent van de Belgen elke dag vegetarisch, en noemt minder dan een op de honderd zich veganist (0,3 procent).

Flexitariërs of vleesverminderaars eten wel vlees, maar omdat ze zo veel talrijker zijn dan veganisten sparen ze in totaal meer dieren uit

'Flexitariërs of vleesverminderaars eten wel vlees, maar omdat ze zo veel talrijker zijn dan veganisten sparen ze in totaal meer dieren uit', zegt Leenaert. 'Dertien van honderd willekeurige Belgen die drie dagen geen vlees of vis eten, realiseren samen (3 x 13 =) 39 dagen vermindering', rekent hij voor. 'Bij diezelfde honderd mensen is minder dan één (0,3) veganist. Die eet zeven dagen geen vlees, maar spaart volgens diezelfde redenering (0,3 x 7) slechts 2,1 dagen uit.'

De flexitariërs reduceren de vlees- en visconsumptie dus bijna twintig keer sterker dan de kleine schare veganisten. Vervangen we veganisten door vegetariërs, dan blijft de conclusie overeind. Flexitariërs besparen dan samen twee à drie keer meer dieren dan vegetariërs.

Beschouw je mensen bovendien als flexitariër zodra ze één keer per week vlees of vis laten - en geen drie keer, zoals de norm hierboven - dan gaat het, in lijn met Britse en Amerikaanse cijfers, wellicht over ruim een op de drie Belgen. Dan geldt de stelling eens te meer.

Het iVox-onderzoek uit 2016 volgt op soortgelijke bevragingen uit 2011 en 2014. Tegenover 2011 blijkt het aantal vegetariërs en veganisten ongeveer stabiel gebleven, terwijl het aantal flexitariërs grofweg verdubbeld is.

Professor voeding en gezondheid Theo Niewold (KU Leuven) onderschrijft Leenaerts redenering, 'bij afwezigheid van ander onderzoek'. 'De cijfers zijn plausibel', zegt Niewold, 'en de stelling is dat zeker.'

Dat zegt ook zijn collega Patrick Mullie (VUB), die evenmin andere cijfers kent. 'Wat we wél weten,' beklemtoont Mullie, 'is dat Belgen vijftien kilo minder vlees eten dan tien jaar geleden. Aangezien er niet meer vegetariërs zijn dan toen, komt dat doordat steeds meer mensen minder vlees eten.'

Volgens de FOD Economie consumeerde de gemiddelde Belg 66 kilogram vlees in 2005. In 2016 was dat nog maar 51 kilogram.

EVA noch Meatless Monday, een 'globale beweging' voor een dag per week zonder vlees in samenwerking met de Amerikaanse Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health, kent internationale cijfers over flexitariërs.

CONCLUSIE

Op grond van cijfers van iVox beoordeelt Knack de stelling als waar.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.