'Een goed openbaar vervoer is het antwoord op heel wat uitdagingen waar we voor staan: klimaatopwarming, luchtvervuiling, files, maar ook stress en andere problemen', schreef Tarik Fraihi, politiek directeur van Groen, onlangs in De Morgen. Maar 'het openbaar vervoer nemen is niet altijd een pretje', lazen we. Een argument? 'Slechts 46 procent van onze trams en bussen rijdt op tijd.'

Klopt dat?

Fraihi blijkt niet bereikbaar voor commentaar, maar 'alle cijfers die we gebruiken komen altijd uit onderzoek', zegt Groen-woordvoerder Jonas Dutordoir. 45,79 procent is het gemiddelde stiptheidscijfer voor Vlaanderen in 2017 dat Roger Kesteloot, de directeur-generaal van De Lijn, vorige zomer noemde in de commissie Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaams Parlement. 'Bij dat cijfer hoort wel een belangrijke kanttekening, want die stiptheid is niet constant gemeten maar uitgerekend op een avondspitsmoment', zegt Michaël Devoldere van het kabinet van minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA).

Bij ons staan trams en bussen vaak gewoon mee in de file, terwijl ze in buitenlandse steden zoals Hannover en Utrecht voorrang krijgen.

'Op tijd' betekent hier hoogstens vijf minuten vertraging. In 2016 lag de gemiddelde stiptheid in Vlaanderen nipt hoger (47,03 procent). In elke provincie is ze in 2017 gedaald tegenover het jaar voordien. Met meer dan de helft van de trams en bussen op tijd scoort Limburg (51,36 procent) in 2017 het best. Achterop hinken Vlaams-Brabant (37,76 procent) en Antwerpen (45,04 procent).

'Het gemiddelde stiptheidscijfer is het resultaat van een meting bij een staal van circa 90.000 ritten op dinsdagavond - een schooldag - tussen 17 en 18 uur', preciseert Tom Van de Vreken, woordvoerder van De Lijn. 'We hebben de aankomsttijd gemonitord en vergeleken met de planning. We mogen aannemen dat de stiptheid buiten de spits beter is, omdat je dan minder verkeer hebt en een betere doorstroming. De kusttram, die grotendeels een eigen bedding heeft, scoort ook veel beter dan gemiddeld.'

De 46 procent die Fraihi in zijn column noemt, is een beredeneerde schatting waarover De Lijn één keer per jaar communiceert, maar dus geen gemiddelde van alle bus- en tramritten. 'Er is bij De Lijn betere en maandelijkse rapportering nodig', zei Vlaams Parlementslid Dirk De Kort (CD&V) twee weken geleden in De Standaard. Kan dat? En kunnen bij uitbreiding niet alle ritten permanent worden gemonitord?

'We werken eraan', zegt Tom Van de Vreken. 'Realtime info over vertragingen vind je in onze app of online routeplanner. Onze dispatchings kennen perfect de positie van de voertuigen en waar ze zijn ten opzichte van hun planning. Als een tram of bus te veel vertraging oploopt, grijpt de dispatching in om hem weer op schema te krijgen. Maar de cumulatie van al die data - het gaat om grofweg twaalf miljoen ritten op jaarbasis - bestaat nog niet.'

Andere stiptheidscijfers dan die van De Lijn heeft onze rondvraag, ook bij academici, niet opgeleverd. 'Wij capteren veel wrevel over de vertragingen', zegt Peter Thoelen van reizigersorganisatie TreinTramBus. 'Maar metingen? Die hebben we niet.'

Cruciaal is dat er meer aparte busbanen en trambeddingen komen en een betere afstemming met verkeerslichten, zegt Thoelen. 'Bij ons staan trams en bussen vaak gewoon mee in de file, terwijl ze in buitenlandse steden zoals Hannover en Utrecht voorrang krijgen. Ze staan er bovendien zelden voor het rode licht. Ook dát scheelt.'

Meer info, onder meer resultaten van een tevredenheidsmeting (zie p. 6), vind je in dit jaarrapport van De Lijn.

Conclusie

Knack beoordeelt de stelling als waar.

Dat minder dan de helft van trams en bussen op tijd rijden, is wat De Lijn zelf ook zegt.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.