Op Twitter plaatste Kamerlid Theo Francken (N-VA) een fragment uit De Standaard, waarin MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez werd geciteerd: 'In elk ander land ter wereld zou er zelfs geen discussie zijn over het behoud van Sophie Wilmès als eerste minister.' Francken pareerde als volgt: 'In elk land ter wereld zou iemand met een handjevol voorkeurstemmen nooit premier worden.' Als we hem opbellen, vertelt hij dat hij de uitspraak van Bouchez 'totaal van de pot gerukt' vond. 'Dit is Twitter, ik geef toe dat ik het niet gefactcheckt heb. Ik kan me niet voorstellen dat in een ander land zo weinig rekening wordt gehouden met de kiezer. Er zijn wel regeringen met technocraten. Maar politici die op een lijst stonden en premier werden met zo weinig stemmen? Dat lijkt me zeer sterk.'

Er zijn weinig politici die dánkzij hun voorkeurstemmen premier worden.

Het aantal voorkeurstemmen is in ons politieke systeem niet relevant om regeringsleider te worden, zegt professor politieke wetenschappen Bram Wauters (UGent). 'In een presidentieel systeem zoals Frankrijk wél. Maar bij ons worden de parlementsleden verkozen en zij bepalen wie de regering vormt en premier wordt. Dat zie je ook in heel wat andere landen. In Finland werd Anneli Jäätteenmäki van de Centrumpartij premier in 2003, met de meeste voorkeurstemmen in haar kieskring. Maar na een paar weken moest ze ontslag nemen en werd ze opgevolgd door Matti Vanhanen, die slechts 7000 voorkeurstemmen behaalde terwijl een andere kandidate in zijn kiesdistrict er 19.000 kreeg. Ook Sophie Wilmès is premier geworden als "vervanger" - de nummer 1 van de MR was Charles Michel, de nummer 2 Didier Reynders - dus de situatie lijkt me vergelijkbaar.'

Daarnaast kun je discussiëren over dat 'handjevol', zegt Wauters. 'Wilmès was kandidate in een relatief kleine kieskring (Brussel-Hoofdstad) en stond op de tweede plaats: twee factoren die het aantal voorkeurstemmen beïnvloeden. Toch behaalde ze er 16.180. Ter vergelijking: in 1991 behaalde Jean-Luc Dehaene er als lijsttrekker in de grotere kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde amper 15.000 en toch werd hij premier. Zulke vergelijkingen lopen altijd wat mank - in die tijd mocht je per stembiljet maar één voorkeurstem uitbrengen - maar toch. Ook iemand als Boris Johnson behaalde in zijn (kleine) kieskring slechts 25.000 stemmen.'

Professor vergelijkende en Europese politiek Steven Van Hecke (KU Leuven) valt zijn collega bij. 'Er zijn weinig politici die dánkzij hun voorkeurstemmen premier worden. In Europa ken ik maar één parlementaire democratie waar dat van tel is: Nederland. Daar heb je in de praktijk één kieskring, omdat alle partijen overal nagenoeg dezelfde lijst indienen. Maar kijk naar de Belgische verkiezingsuitslag in 2014: Bart De Wever behaalde toen ruim 300.000 voorkeurstemmen, Charles Michel slechts 34.000. En toch werd die laatste premier.'

Professor politieke wetenschappen Nicolas Bouteca (UGent) wil relativeren. 'Er zijn inderdaad voorbeelden van premiers met weinig voorkeurstemmen. Maar het klopt wel dat Wilmès niet de beste electorale papieren heeft. Als je kijkt naar de penetratiegraad - het aantal voorkeurstemmen gerelateerd aan de uitgebrachte stemmen in een kieskring - dan behaalde zij slechts 3,2 procent. De voorbije decennia deden de meeste Belgische premiers het toch een heel stuk beter, met uitzondering van Herman Van Rompuy, met slechts 3,7 procent.'

Conclusie

Er zijn in binnen- en buitenland voorbeelden van politici die met relatief weinig voorkeurstemmen toch premier werden. Knack beoordeelt de stelling daarom als onwaar.

BRONNEN

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 9 september 2020.

* Bijgewerkt op 17/09/2020 om 15:11, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

RMG
© RMG

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Op Twitter plaatste Kamerlid Theo Francken (N-VA) een fragment uit De Standaard, waarin MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez werd geciteerd: 'In elk ander land ter wereld zou er zelfs geen discussie zijn over het behoud van Sophie Wilmès als eerste minister.' Francken pareerde als volgt: 'In elk land ter wereld zou iemand met een handjevol voorkeurstemmen nooit premier worden.' Als we hem opbellen, vertelt hij dat hij de uitspraak van Bouchez 'totaal van de pot gerukt' vond. 'Dit is Twitter, ik geef toe dat ik het niet gefactcheckt heb. Ik kan me niet voorstellen dat in een ander land zo weinig rekening wordt gehouden met de kiezer. Er zijn wel regeringen met technocraten. Maar politici die op een lijst stonden en premier werden met zo weinig stemmen? Dat lijkt me zeer sterk.' Het aantal voorkeurstemmen is in ons politieke systeem niet relevant om regeringsleider te worden, zegt professor politieke wetenschappen Bram Wauters (UGent). 'In een presidentieel systeem zoals Frankrijk wél. Maar bij ons worden de parlementsleden verkozen en zij bepalen wie de regering vormt en premier wordt. Dat zie je ook in heel wat andere landen. In Finland werd Anneli Jäätteenmäki van de Centrumpartij premier in 2003, met de meeste voorkeurstemmen in haar kieskring. Maar na een paar weken moest ze ontslag nemen en werd ze opgevolgd door Matti Vanhanen, die slechts 7000 voorkeurstemmen behaalde terwijl een andere kandidate in zijn kiesdistrict er 19.000 kreeg. Ook Sophie Wilmès is premier geworden als "vervanger" - de nummer 1 van de MR was Charles Michel, de nummer 2 Didier Reynders - dus de situatie lijkt me vergelijkbaar.' Daarnaast kun je discussiëren over dat 'handjevol', zegt Wauters. 'Wilmès was kandidate in een relatief kleine kieskring (Brussel-Hoofdstad) en stond op de tweede plaats: twee factoren die het aantal voorkeurstemmen beïnvloeden. Toch behaalde ze er 16.180. Ter vergelijking: in 1991 behaalde Jean-Luc Dehaene er als lijsttrekker in de grotere kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde amper 15.000 en toch werd hij premier. Zulke vergelijkingen lopen altijd wat mank - in die tijd mocht je per stembiljet maar één voorkeurstem uitbrengen - maar toch. Ook iemand als Boris Johnson behaalde in zijn (kleine) kieskring slechts 25.000 stemmen.' Professor vergelijkende en Europese politiek Steven Van Hecke (KU Leuven) valt zijn collega bij. 'Er zijn weinig politici die dánkzij hun voorkeurstemmen premier worden. In Europa ken ik maar één parlementaire democratie waar dat van tel is: Nederland. Daar heb je in de praktijk één kieskring, omdat alle partijen overal nagenoeg dezelfde lijst indienen. Maar kijk naar de Belgische verkiezingsuitslag in 2014: Bart De Wever behaalde toen ruim 300.000 voorkeurstemmen, Charles Michel slechts 34.000. En toch werd die laatste premier.' Professor politieke wetenschappen Nicolas Bouteca (UGent) wil relativeren. 'Er zijn inderdaad voorbeelden van premiers met weinig voorkeurstemmen. Maar het klopt wel dat Wilmès niet de beste electorale papieren heeft. Als je kijkt naar de penetratiegraad - het aantal voorkeurstemmen gerelateerd aan de uitgebrachte stemmen in een kieskring - dan behaalde zij slechts 3,2 procent. De voorbije decennia deden de meeste Belgische premiers het toch een heel stuk beter, met uitzondering van Herman Van Rompuy, met slechts 3,7 procent.'