'Laat het duidelijk zijn: ook voor mij zijn lokale teelt en productie het allerbelangrijkst', zei Hein Deprez onlangs in De Tijd. Hij is eigenaar en ceo van Greenyard, een van de belangrijkste groente- en fruitondernemers van Europa. Toch zijn in het duurzaamheidsdebat 'heel interessante nuances' te maken, vervolgde hij. 'Appels worden bijvoorbeeld in België geoogst in september. Die zijn het hele jaar door beschikbaar, want ze worden opgeslagen in koelruimtes. Maar die verbruiken wel heel veel energie. Ik kan u verzekeren dat het veel duurzamer is als je tussen nu en eind september appels eet uit het zuidelijk halfrond. Die appel uit Zuid-Afrika en Zuid-Amerika hoeft niet gestockeerd te worden in koelruimtes en hij is in tegenstelling tot de Belgische appels vers geplukt.'

Klopt het dan niet dat lokaal produceren altijd duurzamer is?

Lokaal vers geoogste appelen - de elstar in september bijvoorbeeld - zijn sowieso het duurzaamst

'Schepen verbruiken almaar minder energie', argumenteert Deprez aan de telefoon. 'Duurzaamheid gaat overigens niet alleen daarover, maar ook over de versheid van de appels en over beschikbare werkkracht bijvoorbeeld. In Zuid-Afrika is een massa arbeid beschikbaar waarmee we de teelt van groenten en fruit kunnen opstarten en andere industrieën kunnen uitbouwen om het land naar een hoger niveau te tillen. Ook dat is duurzaamheid.'

Dit debat verdient enige nuancering, stelt bio-ingenieur Dany Bylemans. Hij is prof aan de KU Leuven en directeur van de vzw Proefcentrum Fruitteelt. 'De Belgische jonagold die in deze tijd van het jaar in de winkel ligt, is al vorig jaar in september en oktober geoogst. Hij wordt gekoeld bewaard onder lage zuurstof, waardoor je het verschil met een versgeplukte appel haast niet proeft. Die koeling kost energie en moet je dus meerekenen. Lokaal vers geoogste appelen - de elstar in september bijvoorbeeld - zijn sowieso het duurzaamst.'

Die duurzaamheid becijferen wetenschappers met een levenscyclusanalyse, legt professor en bio-ingenieur Annemie Geeraerd (KU Leuven) uit. 'Die omvat alles wat nodig is om een kilo appels in de winkel te krijgen. Voor elke stap in het proces - kweken, oogsten, bewaren, transport - brengen we de milieu-impact in kaart.'

Een van haar doctoraatsstudenten, Yanne Goossens, verdedigt binnenkort een proefschrift dat Belgische appels met Nieuw-Zeelandse vergelijkt. Daaruit kun je ook conclusies over Zuid-Afrikaanse afleiden, zegt Geeraerd. 'Van de boomgaard tot bij de Belgische consument, na een bootreis van een maand in koelcontainers, genereert de Nieuw-Zeelandse appel 1,33 CO2-equivalent per kilogram (die maat geeft de uitstoot van broeikasgassen weer en brengt meer in rekening dan CO2 alleen, nvdr). Voor de Belgische appel is dat ruim drie keer minder (0,4 CO2-eq/kg). De waarde schommelt hier van 0,36 CO2-eq/kg in september, net na de oogst, tot 0,41 CO2-eq/kg in augustus, wanneer de appels bijna een jaar gekoeld zijn bewaard.'

'Zuid-Afrika ligt op ongeveer 19 à 20 dagen varen. De te verwachten uitstoot voor dat transport is ongeveer 0,6 CO2-equivalent per kilo appelen. Dat zeevervoer alleen al is belastender voor het milieu dan de totale keten in België.'

'Kortom, koop lokaal als het kan. En alleen wat je opeet, zodat er zo weinig mogelijk appels verloren gaan.'

Conclusie

Knack beoordeelt de stelling als onwaar. Hoewel Deprez een punt heeft, weegt transport zo zwaar door dat Belgische appels duurzamer zijn dan geïmporteerde uit Zuid-Afrika.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.