'Een op vijf veertienjarigen heeft al Lotto gespeeld', was de kop van een artikel dat op zaterdag 18 januari in De Standaard en Het Nieuwsblad verscheen. In het artikel zelf klinkt het specifieker: 'Meer dan één op de vijf - 21,5 procent - van de twaalf- tot veertienjarigen speelde al eens lotto'.

Het cijfer is gebaseerd op de meest recente leerlingenenquête van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD). die ook peilt naar gokgedrag. Aan de laatste enquête (schooljaar 2017-2018) namen 7517 leerlingen van 12 tot 18 jaar deel.

In het rapport lezen we dat 17,6 procent van de ondervraagde leerlingen ooit op de Lotto heeft gespeeld. Kijk je naar het gokgedrag per leeftijdscategorie, dan zien we dat niet één op de vijf, maar 15,4 procent van de 12 tot 14 jarigen ooit al eens aan het kansspel heeft deelgenomen.

Waar halen De Standaard en Het Nieuwsblad dan die 21,5 procent? Het rapport vermeldt ook specifieke cijfers over het gebruik in het afgelopen jaar: 6,1 procent van de 12- tot 14-jarigen gaf aan op de Lotto te hebben gespeeld in de voorgaande 12 maanden. Door dat laatste cijfer op te tellen bij het vorige krijg je 21,5 procent, of één op de vijf.

De optelling klopt niet. Jammer natuurlijk, het leidt de aandacht af van de kernboodschap.

Katleen Peleman, directeur van het VAD

Het is niet correct om die percentages zomaar bij elkaar te voegen. Leerlingen die het laatste jaar op de Lotto hebben gespeeld, deden dat per definitie ook óóit al eens en vallen dus onder beide categorieën. Op die manier tel je 6,1 procent van de leerlingen dubbel.

'De optelling klopt inderdaad niet. Jammer natuurlijk, het leidt de aandacht af van de kernboodschap', laat Katleen Peleman, directeur van het VAD, aan Knack weten. 'In de syntheserapporten staat dit vooraan ook toegelicht.'

Met de juiste interpretatie heeft 6,1 procent het laatste jaar op de Lotto gespeeld; voor 9,3 procent was het langer dan een jaar geleden. De dalende trend van de laatste jaren werd niet voortgezet: het aantal leerlingen dat ooit aan de Lotto deelnam, steeg in 2017-2018 met een procentpunt.

In de hele Vlaamse bevolking (15+) ligt het aantal Lottospelers een stuk hoger: 29,5 procent speelde het spel het afgelopen jaar, zo blijkt uit de recentste gezondheidsenquête van Sciensano, het federale onderzoekscentrum voor volksgezondheid. Logisch, aangezien gokspelen van de Nationale Loterij volgens de kansspelwet niet toegelaten zijn onder de 18 jaar. Hoe kan het dat toch een deel van de minderjarigen deelneemt aan de Lotto?

De Nationale Lotterij controleert haar verkopers zelf via mystery shoppers. Volgens het jaarrapport van 2018 werden dat jaar 1602 verkooppunten gecontroleerd. Daarvan verkocht 16,1 procent een kansspel aan een minderjarige.

Tot slot: hoe problematisch is een gokje wagen op de Lotto? Volgens Sciensano loopt 2,6 procent van de Lottospelers het risico op een verslaving. Verder vertoont 6,8 procent van hen risicovol of problematisch gokgedrag, zo staat te lezen in het rapport Gambling and Gaming in Belgium van de vakgroep communicatiewetenschappen aan de UGent. Maar of dat echt aan het lottospel ligt, valt moeilijk te onderzoeken, laat hoofdauteur Tony van Rooij (Trimbos-instituut) weten: 'Het betekent niet dat de Lotto dat veroorzaakt. Mensen spelen vaak meerdere spellen tegelijk.'

Conclusie

Het cijfer is gebaseerd op het correcte VAD-rapport, maar leerlingen die het afgelopen jaar op de Lotto speelden werden dubbel geteld. Het juiste cijfer ligt lager: 15 procent van de bevraagde 12- tot 14-jarigen heeft ooit al eens op de Lotto gespeeld. Knack beoordeelt deze stelling daarom als ONWAAR.

BRONNEN

Alle bronnen zijn laatst geraadpleegd op 21 januari 2020, tenzij anders vermeld.

* Bijgewerkt op 29/01/2020 om 14:16, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

© RMG

Knack maakt onderdeel uit van Roularta Media Group.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

'Een op vijf veertienjarigen heeft al Lotto gespeeld', was de kop van een artikel dat op zaterdag 18 januari in De Standaard en Het Nieuwsblad verscheen. In het artikel zelf klinkt het specifieker: 'Meer dan één op de vijf - 21,5 procent - van de twaalf- tot veertienjarigen speelde al eens lotto'. Het cijfer is gebaseerd op de meest recente leerlingenenquête van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD). die ook peilt naar gokgedrag. Aan de laatste enquête (schooljaar 2017-2018) namen 7517 leerlingen van 12 tot 18 jaar deel. In het rapport lezen we dat 17,6 procent van de ondervraagde leerlingen ooit op de Lotto heeft gespeeld. Kijk je naar het gokgedrag per leeftijdscategorie, dan zien we dat niet één op de vijf, maar 15,4 procent van de 12 tot 14 jarigen ooit al eens aan het kansspel heeft deelgenomen. Waar halen De Standaard en Het Nieuwsblad dan die 21,5 procent? Het rapport vermeldt ook specifieke cijfers over het gebruik in het afgelopen jaar: 6,1 procent van de 12- tot 14-jarigen gaf aan op de Lotto te hebben gespeeld in de voorgaande 12 maanden. Door dat laatste cijfer op te tellen bij het vorige krijg je 21,5 procent, of één op de vijf. Het is niet correct om die percentages zomaar bij elkaar te voegen. Leerlingen die het laatste jaar op de Lotto hebben gespeeld, deden dat per definitie ook óóit al eens en vallen dus onder beide categorieën. Op die manier tel je 6,1 procent van de leerlingen dubbel. 'De optelling klopt inderdaad niet. Jammer natuurlijk, het leidt de aandacht af van de kernboodschap', laat Katleen Peleman, directeur van het VAD, aan Knack weten. 'In de syntheserapporten staat dit vooraan ook toegelicht.' Met de juiste interpretatie heeft 6,1 procent het laatste jaar op de Lotto gespeeld; voor 9,3 procent was het langer dan een jaar geleden. De dalende trend van de laatste jaren werd niet voortgezet: het aantal leerlingen dat ooit aan de Lotto deelnam, steeg in 2017-2018 met een procentpunt. In de hele Vlaamse bevolking (15+) ligt het aantal Lottospelers een stuk hoger: 29,5 procent speelde het spel het afgelopen jaar, zo blijkt uit de recentste gezondheidsenquête van Sciensano, het federale onderzoekscentrum voor volksgezondheid. Logisch, aangezien gokspelen van de Nationale Loterij volgens de kansspelwet niet toegelaten zijn onder de 18 jaar. Hoe kan het dat toch een deel van de minderjarigen deelneemt aan de Lotto? De Nationale Lotterij controleert haar verkopers zelf via mystery shoppers. Volgens het jaarrapport van 2018 werden dat jaar 1602 verkooppunten gecontroleerd. Daarvan verkocht 16,1 procent een kansspel aan een minderjarige. Tot slot: hoe problematisch is een gokje wagen op de Lotto? Volgens Sciensano loopt 2,6 procent van de Lottospelers het risico op een verslaving. Verder vertoont 6,8 procent van hen risicovol of problematisch gokgedrag, zo staat te lezen in het rapport Gambling and Gaming in Belgium van de vakgroep communicatiewetenschappen aan de UGent. Maar of dat echt aan het lottospel ligt, valt moeilijk te onderzoeken, laat hoofdauteur Tony van Rooij (Trimbos-instituut) weten: 'Het betekent niet dat de Lotto dat veroorzaakt. Mensen spelen vaak meerdere spellen tegelijk.' Knack maakt onderdeel uit van Roularta Media Group.