In een opiniestuk in de krant De Morgen fileerde Matthias Somers van denktank Minerva de arbeidsdeal van de regering-Michel. De versnelde verlaging van de werkloosheidsuitkeringen vindt Somers een gevaarlijk idee: de armoedecijfers bij werkzoekenden waren al alarmerend en dreigen nu uit de hand te lopen. 'In mijn originele tekst stond dat de helft van de werkzoekenden "onder de armoedegrens zit",' zegt Somers. 'De eindredactie van De Morgen verwoordde dat vlotter als "leeft in armoede", die aanpassing lijkt me aanvaardbaar.'

Werkloosheidsuitkeringen in België zijn zo laag zijn dat de grote meerderheid van de werkzoekenden onmogelijk aan de armoede kan ontsnappen

Somers verwijst naar het jaarlijkse EU-SILC-onderzoek, wat staat voor 'European Union - Statistics on Income and Living Conditions'. Het Belgische statistiekbureau Statbel verzamelt voor ons land de gegevens en bevraagt daarbij 6000 huishoudens. In 2017 bleek 49,1 procent van de mensen die zichzelf in de categorie 'werkloos' plaatsten 'risico te lopen op monetaire armoede': hun inkomen ligt onder de armoedegrens. Bij werkenden was dat slechts 5,0 procent, (brug)gepensioneerden kwamen aan 13,7 procent en de restgroep 'andere inactieven' - werklozen die niet op zoek zijn naar werk - zat op 32,7 procent. 'Volgens de internationale standaard wijst een inkomen van minder dan 60 procent van de mediaan op een armoederisico', zegt Vicky Truwant van Statbel. Bij alleenstaanden ligt de armoedegrens op 1139 euro per maand, voor een gezin met twee kinderen is dat 2392 euro. Truwant wijst op een Europese Indicator die inkomensgegevens aanvult met een eigen inschatting van de armoede. 'Daarin wordt onder meer gevraagd of men de huur kan betalen, onverwachte uitgaven doen en of men zich een tv kan veroorloven.' Volgens dat ruimere onderzoek loopt liefst 65,9 procent van de werkzoekende Belgen het risico arm te zijn.

Die Europese Indicator geeft beter weer of men 'in armoede leeft' dan de Belgische armoedegrens, vindt professor Ides Nicaise (HIVA KU Leuven). 'Het is een minder bot instrument dan louter het inkomen meten. Wellicht zijn sommige werklozen ondanks hun lage inkomen niet arm, bijvoorbeeld omdat ze spaargeld hebben of een huis erfden, maar je mag aannemen dat het hier om kleine aantallen gaat. Het bredere plaatje is dat de werkloosheidsuitkeringen in België zo laag zijn dat de grote meerderheid van de werkzoekenden onmogelijk aan de armoede kan ontsnappen.'

Lang niet alle werklozen kunnen terecht in de sociale huisvesting, en de meesten van hen zijn ongetwijfeld arm, volgens om het even welke maatstaf

Professor Bérénice Storms (Centrum Herman Deleeck UAntwerpen en CEBUD Thomas More) ontwikkelde een andere manier om armoede te meten. 'Wij werken met referentiebudgetten die berekenen hoeveel geld nodig is om rond te komen, als het ware situatie per situatie. Als je niet weet wat iemand ermee moet betalen, zegt het inkomen weinig. Zo maakt het een enorm verschil of iemand over een sociale woning beschikt, of dat hij of zij terechtkomt op de private huurmarkt. Een werkloosheidsuitkering kan eventueel volstaan op voorwaarde dat men sociaal woont maar als er bijkomende kosten zijn, bijvoorbeeld wegens ziekte, zal het al niet lukken. Lang niet alle werklozen kunnen terecht in de sociale huisvesting, en de meesten van hen zijn ongetwijfeld arm, volgens om het even welke maatstaf.'

Nicolas Van Praet van het Netwerk tegen Armoede kan de vermoedens van de academici bevestigen: 'Onze vereniging verzamelt ervaringen van mensen in armoede. Veel leden zijn werkzoekend of werkloos. De helft van de werkzoekenden arm noemen, lijkt mij een onderschatting.'

Conclusie

Minstens de helft van de werkzoekenden leeft in armoede, wellicht zijn het er meer. Knack beoordeelt de stelling als waar.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

In een opiniestuk in de krant De Morgen fileerde Matthias Somers van denktank Minerva de arbeidsdeal van de regering-Michel. De versnelde verlaging van de werkloosheidsuitkeringen vindt Somers een gevaarlijk idee: de armoedecijfers bij werkzoekenden waren al alarmerend en dreigen nu uit de hand te lopen. 'In mijn originele tekst stond dat de helft van de werkzoekenden "onder de armoedegrens zit",' zegt Somers. 'De eindredactie van De Morgen verwoordde dat vlotter als "leeft in armoede", die aanpassing lijkt me aanvaardbaar.' Somers verwijst naar het jaarlijkse EU-SILC-onderzoek, wat staat voor 'European Union - Statistics on Income and Living Conditions'. Het Belgische statistiekbureau Statbel verzamelt voor ons land de gegevens en bevraagt daarbij 6000 huishoudens. In 2017 bleek 49,1 procent van de mensen die zichzelf in de categorie 'werkloos' plaatsten 'risico te lopen op monetaire armoede': hun inkomen ligt onder de armoedegrens. Bij werkenden was dat slechts 5,0 procent, (brug)gepensioneerden kwamen aan 13,7 procent en de restgroep 'andere inactieven' - werklozen die niet op zoek zijn naar werk - zat op 32,7 procent. 'Volgens de internationale standaard wijst een inkomen van minder dan 60 procent van de mediaan op een armoederisico', zegt Vicky Truwant van Statbel. Bij alleenstaanden ligt de armoedegrens op 1139 euro per maand, voor een gezin met twee kinderen is dat 2392 euro. Truwant wijst op een Europese Indicator die inkomensgegevens aanvult met een eigen inschatting van de armoede. 'Daarin wordt onder meer gevraagd of men de huur kan betalen, onverwachte uitgaven doen en of men zich een tv kan veroorloven.' Volgens dat ruimere onderzoek loopt liefst 65,9 procent van de werkzoekende Belgen het risico arm te zijn. Die Europese Indicator geeft beter weer of men 'in armoede leeft' dan de Belgische armoedegrens, vindt professor Ides Nicaise (HIVA KU Leuven). 'Het is een minder bot instrument dan louter het inkomen meten. Wellicht zijn sommige werklozen ondanks hun lage inkomen niet arm, bijvoorbeeld omdat ze spaargeld hebben of een huis erfden, maar je mag aannemen dat het hier om kleine aantallen gaat. Het bredere plaatje is dat de werkloosheidsuitkeringen in België zo laag zijn dat de grote meerderheid van de werkzoekenden onmogelijk aan de armoede kan ontsnappen.' Professor Bérénice Storms (Centrum Herman Deleeck UAntwerpen en CEBUD Thomas More) ontwikkelde een andere manier om armoede te meten. 'Wij werken met referentiebudgetten die berekenen hoeveel geld nodig is om rond te komen, als het ware situatie per situatie. Als je niet weet wat iemand ermee moet betalen, zegt het inkomen weinig. Zo maakt het een enorm verschil of iemand over een sociale woning beschikt, of dat hij of zij terechtkomt op de private huurmarkt. Een werkloosheidsuitkering kan eventueel volstaan op voorwaarde dat men sociaal woont maar als er bijkomende kosten zijn, bijvoorbeeld wegens ziekte, zal het al niet lukken. Lang niet alle werklozen kunnen terecht in de sociale huisvesting, en de meesten van hen zijn ongetwijfeld arm, volgens om het even welke maatstaf.' Nicolas Van Praet van het Netwerk tegen Armoede kan de vermoedens van de academici bevestigen: 'Onze vereniging verzamelt ervaringen van mensen in armoede. Veel leden zijn werkzoekend of werkloos. De helft van de werkzoekenden arm noemen, lijkt mij een onderschatting.'