'Hoe groen en duurzaam het ook lijkt, met zon en wind gaan we de transitie naar een CO2-arme energievoorziening niet redden', schreef auteur en wetenschapsjournalist Marcel Crok onlangs in de Volkskrant. 'Er is weliswaar een spectaculaire groei aan zonne- en windenergie, maar aan het wereldwijde totaal dragen deze bronnen minder dan 1 procent bij.' Crok noemde dat cijfer in een pleidooi onder de titel 'Zonder kernenergie geen ideale wereld'. De uitstoot van broeikasgas flink terugdringen lukt niet zonder kernenergie, schreef hij. 'En dat hoeft ook niet. De bezwaren daartegen zijn sterk overtrokken.'

Het gaat hier niet over kerncentrales, wel over zonne- en windenergie. Vertegenwoordigen die, alle turbines en belegde daken ten spijt, wereldwijd minder dan 1 procent van het energietotaal?

In het klimaatakkoord van Parijs van 2015 spraken 195 landen af om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius in vergelijking met het pre-industriële niveau. Daartoe moet de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 omlaag. In de landbouw, en natuurlijk ook in de energiesector.

Reuters
© Reuters

De bijdrage van wind- en zonne-energie kun je vandaag op twee manieren taxeren, zeggen experts.

Van alle energie die we wereldwijd verbruiken - elektriciteit; aardgas voor de verwarming thuis; olie en benzine voor auto, weg- en boottransport ... - komt volgens de meest recente cijfers over 2014, gepubliceerd door het Internationaal Energieagentschap (IEA) in de Key Renewables Trends (2016),ongeveer 14 procent van renewables.

'Die renewables zijn dan onder meer wind, zon en waterkracht', legt professor in de kernfysica Nathal Severijns (KU Leuven) uit. 'In welvarende landen zijn wind en zon goed voor 1,4 procent van alle verbruikte energie. Wereldwijd is dat maar 0,8 procent. De slotsom is dat het cijfer van Crok hier ongeveer klopt.'

Een andere benadering en volgens emeritus en energiespecialist Aviel Verbruggen (UAntwerpen) een betere, is kijken naar alleen de elektriciteitsproductie. 'Elektriciteitscentrales - op uranium, steenkool, wind en zon, en noem maar op - produceren elektriciteit waarvan je de output vergelijkbaar kunt meten in kilowatt per uur', argumenteert hij. Beschouwen we alleen die elektriciteitsproductie, dan leveren hernieuwbare bronnen volgens de Key Electricity Trends (IEA) ruim 22 procent van het totaal. Het grootste deel daarvan? Waterkracht (16 procent). Wind en zon samen leveren ongeveer 4 procent.

Cijfers van het Renewable Energy Policy Network (REN21), die de topman van het Europees Milieuagentschap Hans Bruyninckx citeert, liggen in dezelfde lijn. Eind 2015 komt naar schatting 24 procent van de elektriciteit van renewables. Een kleine 4 procent van wind, en ruim 1 procent van de zon.

'Dat is inderdaad verbazingwekkend weinig', zegt Bruyninckx. 'Maar kent u het aandeel kernenergie? Van de wereldwijde energieconsumptie komt maar 2 à 3 procent van kerncentrales. Voor veel mensen lijkt het energievraagstuk een trade-off tussen nucleaire energie en hernieuwbare. Maar het grootste probleem is onze afhankelijkheid van kolen, olie en gas.'

De prijs van wind- en zonne-energie per kilowattuur daalt al geruime tijd ferm, beklemtoont hij. 'Grofweg om de drie jaar verdubbelt de hoeveelheid zonne-energie. En om de vier jaar die van wind.'

CONCLUSIE

Zonne- en windenergie stijgen spectaculair. Exacte cijfers over hoeveel ze wereldwijd vertegenwoordigen, hangen af van hoe je de vraag benadert. Maar omdat maximaal 4 procent nog altijd verrassend weinig is, beoordeelt Knack de stelling als waar.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

'Hoe groen en duurzaam het ook lijkt, met zon en wind gaan we de transitie naar een CO2-arme energievoorziening niet redden', schreef auteur en wetenschapsjournalist Marcel Crok onlangs in de Volkskrant. 'Er is weliswaar een spectaculaire groei aan zonne- en windenergie, maar aan het wereldwijde totaal dragen deze bronnen minder dan 1 procent bij.' Crok noemde dat cijfer in een pleidooi onder de titel 'Zonder kernenergie geen ideale wereld'. De uitstoot van broeikasgas flink terugdringen lukt niet zonder kernenergie, schreef hij. 'En dat hoeft ook niet. De bezwaren daartegen zijn sterk overtrokken.' Het gaat hier niet over kerncentrales, wel over zonne- en windenergie. Vertegenwoordigen die, alle turbines en belegde daken ten spijt, wereldwijd minder dan 1 procent van het energietotaal? In het klimaatakkoord van Parijs van 2015 spraken 195 landen af om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius in vergelijking met het pre-industriële niveau. Daartoe moet de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 omlaag. In de landbouw, en natuurlijk ook in de energiesector. De bijdrage van wind- en zonne-energie kun je vandaag op twee manieren taxeren, zeggen experts. Van alle energie die we wereldwijd verbruiken - elektriciteit; aardgas voor de verwarming thuis; olie en benzine voor auto, weg- en boottransport ... - komt volgens de meest recente cijfers over 2014, gepubliceerd door het Internationaal Energieagentschap (IEA) in de Key Renewables Trends (2016),ongeveer 14 procent van renewables. 'Die renewables zijn dan onder meer wind, zon en waterkracht', legt professor in de kernfysica Nathal Severijns (KU Leuven) uit. 'In welvarende landen zijn wind en zon goed voor 1,4 procent van alle verbruikte energie. Wereldwijd is dat maar 0,8 procent. De slotsom is dat het cijfer van Crok hier ongeveer klopt.' Een andere benadering en volgens emeritus en energiespecialist Aviel Verbruggen (UAntwerpen) een betere, is kijken naar alleen de elektriciteitsproductie. 'Elektriciteitscentrales - op uranium, steenkool, wind en zon, en noem maar op - produceren elektriciteit waarvan je de output vergelijkbaar kunt meten in kilowatt per uur', argumenteert hij. Beschouwen we alleen die elektriciteitsproductie, dan leveren hernieuwbare bronnen volgens de Key Electricity Trends (IEA) ruim 22 procent van het totaal. Het grootste deel daarvan? Waterkracht (16 procent). Wind en zon samen leveren ongeveer 4 procent. Cijfers van het Renewable Energy Policy Network (REN21), die de topman van het Europees Milieuagentschap Hans Bruyninckx citeert, liggen in dezelfde lijn. Eind 2015 komt naar schatting 24 procent van de elektriciteit van renewables. Een kleine 4 procent van wind, en ruim 1 procent van de zon. 'Dat is inderdaad verbazingwekkend weinig', zegt Bruyninckx. 'Maar kent u het aandeel kernenergie? Van de wereldwijde energieconsumptie komt maar 2 à 3 procent van kerncentrales. Voor veel mensen lijkt het energievraagstuk een trade-off tussen nucleaire energie en hernieuwbare. Maar het grootste probleem is onze afhankelijkheid van kolen, olie en gas.' De prijs van wind- en zonne-energie per kilowattuur daalt al geruime tijd ferm, beklemtoont hij. 'Grofweg om de drie jaar verdubbelt de hoeveelheid zonne-energie. En om de vier jaar die van wind.'