Is een gevangenisstraf de juiste manier om mensen te laten re-integreren? Voor sommigen wel, antwoordde in het Radio 1-programma Touché onlangs Jan De Cock - niet de beeldend kunstenaar, wel de auteur van Hotel Prison en bezieler van de vzw Within-Without-Walls, die gesprekken opzet tussen gevangenen en slachtoffers om hun verwerkingsproces te faciliteren. 'Maar als werkvorm, als methode, als structuur, is de gevangenis helemaal niet afdoende geweest', vervolgde hij. 'We zitten met een recidivecijfer van naar schatting 70 procent. En toch blijven we maar gevangenissen bouwen! Laten we ons oor te luisteren leggen, ons licht opsteken bij initiatieven waar iets anders wordt aangediend.'

Gaan 7 op 10 ex-gedetineerden vroeg of laat opnieuw in de fout? Waar haalt De Cock die schatting vandaan?

Gevangenis in Antwerpen, BelgaImage
Gevangenis in Antwerpen © BelgaImage

'Ze circuleert bij de organisaties en mensen die rond dat thema werken', zegt hij aan de telefoon. 'Ik weet niet welk percentage het ministerie van Justitie zelf hanteert. Bij mijn weten zijn er geen officiële cijfers, hoewel je zou denken dat je zoiets toch kunt meten.'

Degelijke statistieken, laat staan een recidivemonitor, zoals in Nederland, die jaarlijks volgens dezelfde methode het aantal recidivisten bijhoudt, heeft ons land niet. 'De FOD Justitie en het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) zijn daarover in overleg, maar voorlopig zijn er geen concrete studies of een monitor beschikbaar', laat Edward Landtsheere, de woordvoerder van de FOD, per e-mail weten.

Hij verwijst naar de enige twee onderzoeken, gevoerd door het NICC in 2012 en 2015, die een algemeen recidivecijfer geven. Geen recidive per delict apart dus, maar een overkoepelend cijfer zoals Jan De Cock het bedoelt.

De eerste studie peilde naar 'wederopsluiting' en klokte af op 44 procent. Dat deel van 14.754 ex-gedetineerden, vrijgelaten tussen 2003 en 2005 en daarna 8,5 jaar opgevolgd, belandde binnen die opvolgingsperiode minstens één keer terug achter de tralies.

De tweede studie, Recidive na een rechterlijke beslissing. Nationale cijfers op basis van het Centraal Strafregister, spreekt van 57 procent. Dat is meer, maar ook ruimer bemeten: 57 procent van iedereen die in 1995 een veroordeling had opgelopen - wegens moord of verkrachting, maar even goed wegens te snel rijden en zónder gevangenisstraf - was 18 jaar later minstens één keer opnieuw door de rechter schuldig verklaard, voor hetzelfde of een ander vergrijp. 'Maar die mensen waren niet noodzakelijk terug in de gevangenis beland', beklemtoont Luc Robert, coauteur van beide NICC-studies.

Drie experts die we raadpleegden, noemen de 70 procent van Jan De Cock 'wellicht een overschatting'. Maar diezelfde drie delen wel zijn analyse dat er in ons land, vergeleken met bijvoorbeeld Nederland, Canada en Duitsland, 'te weinig' op re-integratie gerichte begeleiding en therapie is.

'We weten uit onderzoek dat strenger straffen minder helpt tegen recidive dan maatregelen die resocialisatie beogen', zegt criminoloog Stefaan Pleysier (KU Leuven). 'Het evenwicht is delicaat: steunen op wat we weten uit wetenschappelijk onderzoek - begeleiding werkt om recidive terug te dringen - en tegelijkertijd rekening houden met hoe de samenleving daarover denkt. De publieke opinie moet rechterlijke uitspraken tenslotte aanvoelen als correct en legitiem, zeg maar "voldoende streng".'

CONCLUSIE

Justitie heeft voorlopig geen overkoepelende, representatieve recidivecijfers. Omdat twee onderzoeken wijzen op een recidivecijfer van minder dan 70 procent, beoordeelt Knack de stelling als grotendeels onwaar. Maar de experts die we in dat oordeel volgen, delen wél Jan De Cocks bekommernis.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Is een gevangenisstraf de juiste manier om mensen te laten re-integreren? Voor sommigen wel, antwoordde in het Radio 1-programma Touché onlangs Jan De Cock - niet de beeldend kunstenaar, wel de auteur van Hotel Prison en bezieler van de vzw Within-Without-Walls, die gesprekken opzet tussen gevangenen en slachtoffers om hun verwerkingsproces te faciliteren. 'Maar als werkvorm, als methode, als structuur, is de gevangenis helemaal niet afdoende geweest', vervolgde hij. 'We zitten met een recidivecijfer van naar schatting 70 procent. En toch blijven we maar gevangenissen bouwen! Laten we ons oor te luisteren leggen, ons licht opsteken bij initiatieven waar iets anders wordt aangediend.' Gaan 7 op 10 ex-gedetineerden vroeg of laat opnieuw in de fout? Waar haalt De Cock die schatting vandaan? 'Ze circuleert bij de organisaties en mensen die rond dat thema werken', zegt hij aan de telefoon. 'Ik weet niet welk percentage het ministerie van Justitie zelf hanteert. Bij mijn weten zijn er geen officiële cijfers, hoewel je zou denken dat je zoiets toch kunt meten.' Degelijke statistieken, laat staan een recidivemonitor, zoals in Nederland, die jaarlijks volgens dezelfde methode het aantal recidivisten bijhoudt, heeft ons land niet. 'De FOD Justitie en het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) zijn daarover in overleg, maar voorlopig zijn er geen concrete studies of een monitor beschikbaar', laat Edward Landtsheere, de woordvoerder van de FOD, per e-mail weten. Hij verwijst naar de enige twee onderzoeken, gevoerd door het NICC in 2012 en 2015, die een algemeen recidivecijfer geven. Geen recidive per delict apart dus, maar een overkoepelend cijfer zoals Jan De Cock het bedoelt. De eerste studie peilde naar 'wederopsluiting' en klokte af op 44 procent. Dat deel van 14.754 ex-gedetineerden, vrijgelaten tussen 2003 en 2005 en daarna 8,5 jaar opgevolgd, belandde binnen die opvolgingsperiode minstens één keer terug achter de tralies. De tweede studie, Recidive na een rechterlijke beslissing. Nationale cijfers op basis van het Centraal Strafregister, spreekt van 57 procent. Dat is meer, maar ook ruimer bemeten: 57 procent van iedereen die in 1995 een veroordeling had opgelopen - wegens moord of verkrachting, maar even goed wegens te snel rijden en zónder gevangenisstraf - was 18 jaar later minstens één keer opnieuw door de rechter schuldig verklaard, voor hetzelfde of een ander vergrijp. 'Maar die mensen waren niet noodzakelijk terug in de gevangenis beland', beklemtoont Luc Robert, coauteur van beide NICC-studies. Drie experts die we raadpleegden, noemen de 70 procent van Jan De Cock 'wellicht een overschatting'. Maar diezelfde drie delen wel zijn analyse dat er in ons land, vergeleken met bijvoorbeeld Nederland, Canada en Duitsland, 'te weinig' op re-integratie gerichte begeleiding en therapie is. 'We weten uit onderzoek dat strenger straffen minder helpt tegen recidive dan maatregelen die resocialisatie beogen', zegt criminoloog Stefaan Pleysier (KU Leuven). 'Het evenwicht is delicaat: steunen op wat we weten uit wetenschappelijk onderzoek - begeleiding werkt om recidive terug te dringen - en tegelijkertijd rekening houden met hoe de samenleving daarover denkt. De publieke opinie moet rechterlijke uitspraken tenslotte aanvoelen als correct en legitiem, zeg maar "voldoende streng".'