Tristan Swennen, deelnemer aan het VTM-programma Boer zkt vrouw, vertelde in Het Nieuwsblad dat hij slechts deeltijds koeienboer is. 'Voltijds boer zijn is anno 2020 niet meer rendabel. De kosten wegen niet op tegen de opbrengsten.'

Die uitspraak verdient enige nuance, stelt hoogleraar landbouweconomie Guido Van Huylenbroeck (UGent). Hij verwijst naar de statistieken op de website van het Departement Landbouw en Visserij. 'Als we kijken naar de nettobedrijfsresultaten van landbouwbedrijven - zeker in de veesector, waar Swennen werkt - dan zijn die inderdaad vaak negatief. Maar dat is zuiver boekhoudkundig. Het familiale arbeidsinkomen is een betere indicator. Dat schommelt de voorbije jaren bij veebedrijven gemiddeld rond de 34.000 euro per arbeidskracht per jaar, wat best meevalt. Maar in die sector zijn er grote verschillen tussen de bedrijven. Bij de slechtste 25 procent melkveebedrijven lag het familiale arbeidsinkomen in 2018 op min 76 euro per koe, bij de beste op 888 euro per koe. Daarnaast zijn er grote schommelingen per jaar, wat bijvoorbeeld afhangt van de sterk variërende melkprijs, een droogte in Australië of de coronacrisis. Zeker voor kleine bedrijven is het moeilijk om te overleven.'

Het klopt dat veel veehouders er de brui aan geven, maar niet zo veel als de cijfers doen vermoeden.

Hoogleraar landbouweconomie Erik Mathijs (KU Leuven) bevestigt dat de uitspraak klopt voor een deel van de landbouwbedrijven. 'Tot voor kort was het landbouwbeleid vrij genereus, denk maar aan de Europese minimumprijs voor melk. Maar die werd in 2015 afgeschaft, waardoor veel melkveebedrijven het gevoel hebben dat ze het niet meer kunnen bolwerken. Er is in die sector ook minder diversiteit mogelijk, die er bijvoorbeeld wel is in de akkerbouw. Veel landbouwers proberen dat op te lossen door schaalvergroting of door niches te zoeken, zoals biologisch hoeve- ijs produceren. En er zijn er ook heel wat die deeltijds in loondienst gaan werken.'

'Uit Europees onderzoek blijkt daadwerkelijk dat een deel van de jonge landbouwers deeltijds boer zijn als een businessmodel zien', bevestigt Erwin Wauters van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek. 'Zo kunnen ze hun investeringen beperken en zijn ze deels verzekerd van een vast inkomen.' Maar het gemiddelde familiale arbeidsinkomen van landbouwbedrijven zegt niet alles, benadrukt Wauters. 'Dat was de afgelopen tien jaar voor vleesveebedrijven bijna altijd negatief en in sommige jaren ook voor melkveebedrijven. En het klopt dat veel veehouders er de brui aan geven, maar niet zo veel als de cijfers doen vermoeden. Dat arbeidsinkomen staat niet gelijk aan het besteedbare inkomen - iets wat moeilijk te berekenen valt.'

Op macroniveau klopt deze uitspraak gelukkig niet, zegt Pieter Verhelst van de Boerenbond. 'Anders zouden er in Vlaanderen geen voltijdse boeren meer zijn, en zou er dus ook veel minder voedsel van eigen bodem zijn. Maar op microniveau klopt het wél dat een inkomen uit voltijds werk voor heel wat landbouwers niet meer volstaat. Op jaarbasis stopt ongeveer 3 procent van de boeren: in 2001 waren er nog ruim 39.000 landbouwbedrijven, in 2018 nog ongeveer 23.000. Er is heel wat variatie in rentabiliteit tussen de bedrijven onderling, maar gemiddeld genomen kunnen boeren nét rondkomen.'

Conclusie

De nettobedrijfsresultaten van heel wat landbouwers zijn negatief, gemiddeld gesproken. Maar er is veel variatie tussen bedrijven onderling en de meerderheid weet wél het hoofd boven water te houden zonder extra job. Daarom oordeelt Knack de stelling als eerder onwaar.

BRONNEN

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 19 mei 2020.

* Bijgewerkt op 12/10/2020 om 16:57, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

De oorspronkelijke kop 'Factcheck: 'Voltijds boer zijn is anno 2020 niet meer rendabel'' is veranderd in 'Factcheck: Voltijds boeren kan anno 2020 wél rendabel zijn'. De oorspronkelijke inleiding 'Dat lazen we onlangs de krant Het Nieuwsblad. Maar klopt dat wel?' werd ''Voltijds boer zijn is anno 2020 niet meer rendabel.' Dat lazen we onlangs de krant Het Nieuwsblad. Maar het klopt niet helemaal.'. Op die manier ligt de factcheck meer in lijn met hoe factchecks volgens recente wetenschappelijke inzichten optimaal impactvol worden gepresenteerd.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factcheck@knack.be

RMG
© RMG

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Tristan Swennen, deelnemer aan het VTM-programma Boer zkt vrouw, vertelde in Het Nieuwsblad dat hij slechts deeltijds koeienboer is. 'Voltijds boer zijn is anno 2020 niet meer rendabel. De kosten wegen niet op tegen de opbrengsten.' Die uitspraak verdient enige nuance, stelt hoogleraar landbouweconomie Guido Van Huylenbroeck (UGent). Hij verwijst naar de statistieken op de website van het Departement Landbouw en Visserij. 'Als we kijken naar de nettobedrijfsresultaten van landbouwbedrijven - zeker in de veesector, waar Swennen werkt - dan zijn die inderdaad vaak negatief. Maar dat is zuiver boekhoudkundig. Het familiale arbeidsinkomen is een betere indicator. Dat schommelt de voorbije jaren bij veebedrijven gemiddeld rond de 34.000 euro per arbeidskracht per jaar, wat best meevalt. Maar in die sector zijn er grote verschillen tussen de bedrijven. Bij de slechtste 25 procent melkveebedrijven lag het familiale arbeidsinkomen in 2018 op min 76 euro per koe, bij de beste op 888 euro per koe. Daarnaast zijn er grote schommelingen per jaar, wat bijvoorbeeld afhangt van de sterk variërende melkprijs, een droogte in Australië of de coronacrisis. Zeker voor kleine bedrijven is het moeilijk om te overleven.' Hoogleraar landbouweconomie Erik Mathijs (KU Leuven) bevestigt dat de uitspraak klopt voor een deel van de landbouwbedrijven. 'Tot voor kort was het landbouwbeleid vrij genereus, denk maar aan de Europese minimumprijs voor melk. Maar die werd in 2015 afgeschaft, waardoor veel melkveebedrijven het gevoel hebben dat ze het niet meer kunnen bolwerken. Er is in die sector ook minder diversiteit mogelijk, die er bijvoorbeeld wel is in de akkerbouw. Veel landbouwers proberen dat op te lossen door schaalvergroting of door niches te zoeken, zoals biologisch hoeve- ijs produceren. En er zijn er ook heel wat die deeltijds in loondienst gaan werken.' 'Uit Europees onderzoek blijkt daadwerkelijk dat een deel van de jonge landbouwers deeltijds boer zijn als een businessmodel zien', bevestigt Erwin Wauters van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek. 'Zo kunnen ze hun investeringen beperken en zijn ze deels verzekerd van een vast inkomen.' Maar het gemiddelde familiale arbeidsinkomen van landbouwbedrijven zegt niet alles, benadrukt Wauters. 'Dat was de afgelopen tien jaar voor vleesveebedrijven bijna altijd negatief en in sommige jaren ook voor melkveebedrijven. En het klopt dat veel veehouders er de brui aan geven, maar niet zo veel als de cijfers doen vermoeden. Dat arbeidsinkomen staat niet gelijk aan het besteedbare inkomen - iets wat moeilijk te berekenen valt.' Op macroniveau klopt deze uitspraak gelukkig niet, zegt Pieter Verhelst van de Boerenbond. 'Anders zouden er in Vlaanderen geen voltijdse boeren meer zijn, en zou er dus ook veel minder voedsel van eigen bodem zijn. Maar op microniveau klopt het wél dat een inkomen uit voltijds werk voor heel wat landbouwers niet meer volstaat. Op jaarbasis stopt ongeveer 3 procent van de boeren: in 2001 waren er nog ruim 39.000 landbouwbedrijven, in 2018 nog ongeveer 23.000. Er is heel wat variatie in rentabiliteit tussen de bedrijven onderling, maar gemiddeld genomen kunnen boeren nét rondkomen.'