De kustburgemeesters breken zich het hoofd over hoe ze hun stranden deze zomer 'coronaproof' kunnen maken. In Oostende zou met reservaties worden gewerkt, vertelde burgemeester Bart Tommelein in De Morgen. 'Als we iedereen optellen - inwoners, dagjestoeristen en mensen die een hotelkamer of appartement boeken - dan lopen hier op piekmomenten 200.000 mensen rond op onze stranden, dijken en in het centrum. Daar komt dan nog eens bij dat sommige stranden tot 40 procent van hun capaciteit verloren hebben door de recente stormen.' Als we contact opnemen met zijn kabinet, horen we dat de burgemeester zich baseerde op cijfers van de overheidsdienst Toerisme Oostende, die het strand zelf heeft opgemeten en vergeleken met oudere satellietbeelden, onder meer ter hoogte van de Parijsstraat. Hierover bestaat inderdaad mailverkeer - waarin de '40 procent' expliciet wordt vermeld - dat Knack kon inkijken.

Op rustigere momenten komt het meeste zand vanzelf terug, deels dankzij de wind.

'Veertig procent lijkt me erg veel', zegt professor Jaak Monbaliu van het Laboratorium voor Hydraulica aan de KU Leuven. 'Maar alles hangt natuurlijk af van de plaats en het tijdstip waarop gemeten is. Een zware storm sleurt een deel van het zand mee richting zee. Maar op rustigere momenten komt het meeste zand vanzelf terug, deels dankzij de wind.'

Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee bevestigt dat er na een zware storm flink wat zand kan verdwijnen van het droge strand. 'Tijdens winterstormen met ruw weer wordt veel zand afgevoerd richting zee. Maar in de zomerperiode wordt dat zand, minstens gedeeltelijk, weer van de vooroever op het strand geworpen. Afdeling Kust volgt de toestand van de stranden nauwlettend op en bekijkt wanneer er extra zand aangevoerd moet worden om de kust te beschermen tegen zware stormen. Zij zullen dus de meest correcte cijfers hebben over de capaciteit van de stranden.'

Bij Afdeling Kust worden we doorverwezen naar Peter Van Besien, directeur Infrastructuur. 'Wij doen inderdaad gedetailleerde lasermetingen van het volledige strand, vanuit een vliegtuig. Dat doen we om de veiligheid te controleren: is elke sectie van de Belgische kust nog wel bestand tegen een duizendjarige storm? Als dat niet het geval is, moeten we "suppleties" uitvoeren en dus extra zand aanvoeren, zoals dit jaar in De Panne. In elke kustgemeente meten wij op verschillende plaatsen het volledige strandprofiel. Zo was er ook een meting in de buurt van de Parijsstraat, de locatie waarnaar Toerisme Oostende verwijst. Als we enkel kijken naar het strand dat hoger is dan 5 meter boven de zeespiegel - wat doorgaans als droog strand wordt gemeten - dan zien we dat daar bij de laatste meting, na de stormen in 2020, nog ongeveer 145 meter over was. In 2018 was dat zowat 175 meter. Dat is dus een afname van 17 procent. Het is natuurlijk mogelijk dat er enkele meters verderop wat holtes zijn, waardoor er minder hoog zand is. Ook het meetmoment kan een grote invloed hebben. Voor de kustburgemeesters is de exploitatie van hun strand zeer belangrijk, zeker nu we door corona allemaal meer afstand moeten bewaren. Ik kan me dus voorstellen dat een snelle meting op het terrein de indruk gaf dat er erg veel strand verloren was. Maar dat moet genuanceerd worden.'

Conclusie

Het is mogelijk dat op een bepaalde locatie in Oostende en op een welbepaald moment een sterke afname van het droge strand werd opgemeten. Maar volgens de officiële meetgegevens blijkt het in die regio om een daling met 17 procent te gaan tegenover 2018. Daarom beoordeelt Knack de stelling als eerder onwaar.

BRONNEN

  • De Morgen, 23 mei 2020 (achter betaalmuur)
  • E-mailverkeer met Vera Van Lancker (Royal Belgian Institute of Natural Sciences), 28 mei 2020
  • E-mailverkeer en interview met Jan Seys (Vlaams Instituut voor de Zee), 28 mei - 3 juni 2020
  • E-mailverkeer met Margot Neyskens (Kabinet Bart Tommelein), 28-29 mei 2020
  • E-mailverkeer en interview met Peter Van Besien (Afdeling Kust), 29 mei - 3 juni 2020
  • E-mailverkeer met Patrick Meire (UAntwerpen), 28-29 mei 2020
  • E-mailverkeer en interview met Jaak Monbaliu (KU Leuven), 28 mei - 3 juni 2020
  • E-mailverkeer met Charlotte Devriendt (Afdeling Kust), 28-29 mei 2020
  • E-mailverkeer met Jill Haeyen (Kabinet Lydia Peeters), 2 juni 2020

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 3 juni 2020 tenzij anders vermeld.

* Bijgewerkt op 12/10/2020 om 17:58, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

De oorspronkelijke kop 'Factcheck: 'Sommige stranden hebben tot 40 procent van hun capaciteit verloren door de recente stormen'' is veranderd in 'Factcheck: Nee, het is onwaarschijnlijk dat Oostendse stranden tot 40 procent van hun capaciteit verloren'. De oorspronkelijke inleiding 'Dat vertelde Bart Tommelein (Open VLD) onlangs in de krant De Morgen. Maar klopt dat wel?' werd ''Sommige stranden hebben tot 40 procent van hun capaciteit verloren door de recente stormen.' Dat vertelde Bart Tommelein (Open VLD) onlangs in de krant De Morgen. Maar het klopt niet helemaal.'. Op die manier ligt de factcheck meer in lijn met hoe factchecks volgens recente wetenschappelijke inzichten optimaal impactvol worden gepresenteerd. Ook werdde zin "Hierover bestaat inderdaad mailverkeer - waarin de '40 procent' expliciet wordt vermeld - dat Knack kon inkijken." toegevoegd, om te expliciteren dat we de primaire bron hebben gechecktwaarnaar het kabinet van de burgemeester in zijn argument verwijst.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factcheck@knack.be

RMG
© RMG

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

De kustburgemeesters breken zich het hoofd over hoe ze hun stranden deze zomer 'coronaproof' kunnen maken. In Oostende zou met reservaties worden gewerkt, vertelde burgemeester Bart Tommelein in De Morgen. 'Als we iedereen optellen - inwoners, dagjestoeristen en mensen die een hotelkamer of appartement boeken - dan lopen hier op piekmomenten 200.000 mensen rond op onze stranden, dijken en in het centrum. Daar komt dan nog eens bij dat sommige stranden tot 40 procent van hun capaciteit verloren hebben door de recente stormen.' Als we contact opnemen met zijn kabinet, horen we dat de burgemeester zich baseerde op cijfers van de overheidsdienst Toerisme Oostende, die het strand zelf heeft opgemeten en vergeleken met oudere satellietbeelden, onder meer ter hoogte van de Parijsstraat. Hierover bestaat inderdaad mailverkeer - waarin de '40 procent' expliciet wordt vermeld - dat Knack kon inkijken.'Veertig procent lijkt me erg veel', zegt professor Jaak Monbaliu van het Laboratorium voor Hydraulica aan de KU Leuven. 'Maar alles hangt natuurlijk af van de plaats en het tijdstip waarop gemeten is. Een zware storm sleurt een deel van het zand mee richting zee. Maar op rustigere momenten komt het meeste zand vanzelf terug, deels dankzij de wind.' Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee bevestigt dat er na een zware storm flink wat zand kan verdwijnen van het droge strand. 'Tijdens winterstormen met ruw weer wordt veel zand afgevoerd richting zee. Maar in de zomerperiode wordt dat zand, minstens gedeeltelijk, weer van de vooroever op het strand geworpen. Afdeling Kust volgt de toestand van de stranden nauwlettend op en bekijkt wanneer er extra zand aangevoerd moet worden om de kust te beschermen tegen zware stormen. Zij zullen dus de meest correcte cijfers hebben over de capaciteit van de stranden.' Bij Afdeling Kust worden we doorverwezen naar Peter Van Besien, directeur Infrastructuur. 'Wij doen inderdaad gedetailleerde lasermetingen van het volledige strand, vanuit een vliegtuig. Dat doen we om de veiligheid te controleren: is elke sectie van de Belgische kust nog wel bestand tegen een duizendjarige storm? Als dat niet het geval is, moeten we "suppleties" uitvoeren en dus extra zand aanvoeren, zoals dit jaar in De Panne. In elke kustgemeente meten wij op verschillende plaatsen het volledige strandprofiel. Zo was er ook een meting in de buurt van de Parijsstraat, de locatie waarnaar Toerisme Oostende verwijst. Als we enkel kijken naar het strand dat hoger is dan 5 meter boven de zeespiegel - wat doorgaans als droog strand wordt gemeten - dan zien we dat daar bij de laatste meting, na de stormen in 2020, nog ongeveer 145 meter over was. In 2018 was dat zowat 175 meter. Dat is dus een afname van 17 procent. Het is natuurlijk mogelijk dat er enkele meters verderop wat holtes zijn, waardoor er minder hoog zand is. Ook het meetmoment kan een grote invloed hebben. Voor de kustburgemeesters is de exploitatie van hun strand zeer belangrijk, zeker nu we door corona allemaal meer afstand moeten bewaren. Ik kan me dus voorstellen dat een snelle meting op het terrein de indruk gaf dat er erg veel strand verloren was. Maar dat moet genuanceerd worden.'