'Het aantal allergiepatiënten stijgt elk jaar, en elke generatie wordt ook een beetje meer allergisch', lazen we onlangs in Het Laatste Nieuws. 'Dat concludeert onlineapotheek Viata woensdag uit haar verkoopcijfers van antiallergische medicatie vrij van voorschrift.'

'Viata noteerde de afgelopen 3 jaar een jaarlijkse stijging van de onlineverkoop van niet-terugbetaalde medicatie tegen allergieën (zoals tabletten, oogdruppels of neussprays) met 30 procent. (...) Dat komt volgens Viata overeen met verschillende wetenschappelijke studies, die stellen dat 30 procent van de Belgen een allergie heeft (...).'

Het persbericht van Viata, dat breed werd opgepikt, leidde in Het Laatste Nieuws tot de kop '30 procent Belgen heeft allergie en dat aantal blijft jaarlijks stijgen'.

Klopt dat?

Het cijfer komt uit een studie over hooikoorts van Katrien Blomme van de Universiteit Gent ( International Archives of Allergy and Immunology, 2011), zegt coauteur professor Philippe Gevaert. Ander onderzoek laat soortgelijke resultaten zien, zegt hij. 'De prevalentie van subjecten met klinisch vast te stellen allergische rinitis (hooikoorts, nvdr)' wordt in Europa geschat op gemiddeld 23 procent, gaande van '17 procent in Italië tot 29 procent in België', lezen we inderdaad in European Respiratory Journal (2004).

Uit de meeste Europese studies blijkt dat 20 à 25 procent van de bevolking aan een of andere allergie lijdt

Volgens Didier Ebo, professor immunologie aan de Universiteit Antwerpen, is dat licht overschat. 'Uit de meeste Europese studies blijkt dat 20 à 25 procent van de bevolking aan een of andere allergie lijdt. Niet alleen hooikoorts en astma, ook voedselallergieën zijn dan meegerekend.'

Merkelijk lager is ook het cijfer uit de nationale Gezondheidsenquête (2013), een representatieve enquête bij ruim 10.000 Belgen ouder dan 15 jaar. '14,2 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder verklaart in de 12 maanden voorafgaand aan het interview last te hebben gehad van allergie', concludeert het rapport van Sciensano - het voormalige Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - op basis van zelfrapportage. 'Het gaat dan om alle vormen van allergie zoals neusloop, oogontsteking, huiduitslag, voedselallergie, ... behalve allergisch astma', zegt epidemioloog Johan Van Der Heyden (Sciensano). 'Zelfs als je astma zou meenemen, komen we lang niet aan 30 procent. Het aandeel Belgen met een allergie neemt wel toe, van 12,7 procent in 1997 tot 14,2 procent in 2013. '

Opvallend is dat de laagst opgeleiden (11 procent) die allergieën minder rapporteren dan diegenen met het hoogste diploma (17 procent), zegt Van Der Heyden. 'De beste verklaring daarvoor is de hygiënehypothese. Zijn lager opgeleiden in hun kindertijd meer blootgesteld aan stoffen waartegen ze - in tegenstelling tot wie in een "glazen kastje" is opgevoed - immuniteit hebben opgebouwd?'

Dat is een courante uitleg voor de stijging tout court. Maar er zijn er ook andere.

'Door de klimaatverandering - hogere temperatuur, meer CO2 in de lucht - geven bomen, onkruiden en grassen meer en langer pollen af', zegt Didier Ebo. 'Een deel van de voedselallergieën, die ook gestegen zijn, is toe te schrijven aan ons veranderd eetpatroon. We eten bijvoorbeeld vaker noten en kiwi dan vroeger.'

Kinderarts Jasmine Leus (AZ Maria Middelares/UZ Leuven) ziet alleen min-15-jarigen. Exacte cijfers over allergie bij kinderen heeft ze niet. 'Wel kan ik bevestigen dat we de voorbije 10 jaar een enorme toename hebben gezien. Zo enorm dat we dringend een systeem moeten installeren waarmee we die goed kunnen registreren.

CONCLUSIE

Knack beoordeelt de stelling als grotendeels waar. Het percentage is onzeker, maar het aantal Belgen met een allergie neemt zeker toe.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

'Het aantal allergiepatiënten stijgt elk jaar, en elke generatie wordt ook een beetje meer allergisch', lazen we onlangs in Het Laatste Nieuws. 'Dat concludeert onlineapotheek Viata woensdag uit haar verkoopcijfers van antiallergische medicatie vrij van voorschrift.' 'Viata noteerde de afgelopen 3 jaar een jaarlijkse stijging van de onlineverkoop van niet-terugbetaalde medicatie tegen allergieën (zoals tabletten, oogdruppels of neussprays) met 30 procent. (...) Dat komt volgens Viata overeen met verschillende wetenschappelijke studies, die stellen dat 30 procent van de Belgen een allergie heeft (...).' Het persbericht van Viata, dat breed werd opgepikt, leidde in Het Laatste Nieuws tot de kop '30 procent Belgen heeft allergie en dat aantal blijft jaarlijks stijgen'. Klopt dat? Het cijfer komt uit een studie over hooikoorts van Katrien Blomme van de Universiteit Gent ( International Archives of Allergy and Immunology, 2011), zegt coauteur professor Philippe Gevaert. Ander onderzoek laat soortgelijke resultaten zien, zegt hij. 'De prevalentie van subjecten met klinisch vast te stellen allergische rinitis (hooikoorts, nvdr)' wordt in Europa geschat op gemiddeld 23 procent, gaande van '17 procent in Italië tot 29 procent in België', lezen we inderdaad in European Respiratory Journal (2004). Volgens Didier Ebo, professor immunologie aan de Universiteit Antwerpen, is dat licht overschat. 'Uit de meeste Europese studies blijkt dat 20 à 25 procent van de bevolking aan een of andere allergie lijdt. Niet alleen hooikoorts en astma, ook voedselallergieën zijn dan meegerekend.' Merkelijk lager is ook het cijfer uit de nationale Gezondheidsenquête (2013), een representatieve enquête bij ruim 10.000 Belgen ouder dan 15 jaar. '14,2 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder verklaart in de 12 maanden voorafgaand aan het interview last te hebben gehad van allergie', concludeert het rapport van Sciensano - het voormalige Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - op basis van zelfrapportage. 'Het gaat dan om alle vormen van allergie zoals neusloop, oogontsteking, huiduitslag, voedselallergie, ... behalve allergisch astma', zegt epidemioloog Johan Van Der Heyden (Sciensano). 'Zelfs als je astma zou meenemen, komen we lang niet aan 30 procent. Het aandeel Belgen met een allergie neemt wel toe, van 12,7 procent in 1997 tot 14,2 procent in 2013. ' Opvallend is dat de laagst opgeleiden (11 procent) die allergieën minder rapporteren dan diegenen met het hoogste diploma (17 procent), zegt Van Der Heyden. 'De beste verklaring daarvoor is de hygiënehypothese. Zijn lager opgeleiden in hun kindertijd meer blootgesteld aan stoffen waartegen ze - in tegenstelling tot wie in een "glazen kastje" is opgevoed - immuniteit hebben opgebouwd?' Dat is een courante uitleg voor de stijging tout court. Maar er zijn er ook andere. 'Door de klimaatverandering - hogere temperatuur, meer CO2 in de lucht - geven bomen, onkruiden en grassen meer en langer pollen af', zegt Didier Ebo. 'Een deel van de voedselallergieën, die ook gestegen zijn, is toe te schrijven aan ons veranderd eetpatroon. We eten bijvoorbeeld vaker noten en kiwi dan vroeger.' Kinderarts Jasmine Leus (AZ Maria Middelares/UZ Leuven) ziet alleen min-15-jarigen. Exacte cijfers over allergie bij kinderen heeft ze niet. 'Wel kan ik bevestigen dat we de voorbije 10 jaar een enorme toename hebben gezien. Zo enorm dat we dringend een systeem moeten installeren waarmee we die goed kunnen registreren.