'We mogen geen enkele poging toelaten om de Balkan te hertekenen.' Die niet mis te verstane boodschap schreef de Russische premier Dmitry Medvedev afgelopen donderdag op zijn Twitteraccount. Een dag later liet de rechterhand van president Vladimir Poetin niets aan het toeval over: 'Rusland is bereid om alle hulp te bieden die nodig is om zijn soevereiniteit en territoriale integriteit te behouden', klonk het nadat hij een ceremonie bijwoonde in de Servische hoofdstad Belgrado.
...

'We mogen geen enkele poging toelaten om de Balkan te hertekenen.' Die niet mis te verstane boodschap schreef de Russische premier Dmitry Medvedev afgelopen donderdag op zijn Twitteraccount. Een dag later liet de rechterhand van president Vladimir Poetin niets aan het toeval over: 'Rusland is bereid om alle hulp te bieden die nodig is om zijn soevereiniteit en territoriale integriteit te behouden', klonk het nadat hij een ceremonie bijwoonde in de Servische hoofdstad Belgrado. De timing van beide tweets was niet toevallig. Vorige week vrijdag bogen de Europese staatshoofden en regeringsleiders zich in Brussel over de start van de gesprekken over de toetreding van Albanië en Noord-Macedonië tot de Europese Unie. Beide landen maken net als Servië deel uit van Westelijke Balkanlanden, een regio die volledig door Europese lidstaten wordt omgeven. Een enclave in de Europese Unie waarvan het belang tijdens de migratiecrisis van de afgelopen jaren nog maar eens bewezen werd. Toen trokken duizenden migranten via de Westelijke Balkanroute doorheen Noord-Macedonië, Kosovo en Servië verder naar Hongarije. Corruptie en georganiseerde misdaadIn Skopje en Tirana waren de verwachtingen naar aanloop van de Europese top hooggespannen. Beide landen wachten al meer dan vijftien jaar om tot de Unie te kunnen toetreden. Noord-Macedonië was in 2001 het eerste Balkanland dat een Stabilisatie- en Associatieakkoord met Brussel ondertekende. In 2004 stelde het land zich formeel kandidaat voor lidmaatschap van de Europese Unie, wat een jaar later werd aanvaard. Ook Albanië heeft een lange weg afgelegd. In 2003 identificeerden de toenmalige Europese staatshoofden en regeringsleiders het land voor het eerst als potentiële lidstaat. Zes jaar later diende Tirana een aanvraag in om tot de Unie toe te treden. In 2014 ontving het land de officiële status van kandidaat-lidstaat. In tussentijd initieerde Duits bondskanselier Angela Merkel het zogenaamde Proces van Berlijn, een jaarlijkse diplomatieke top waarop de relaties tussen de Unie en de Westelijke Balkanlanden onderhouden worden.Beide landen hebben de afgelopen vijftien jaar met behulp van Europese fondsen aanzienlijke hervormingen doorgevoerd. Volgens de zogenaamde Kopenhagencriteria moeten kandidaat-lidstaten aan de Europese standaarden beantwoorden als ze willen toetreden. Een sterke rechtstaat en democratie, een open en competitieve economie en structurele overname van Europese wetgeving behoren tot de verplichtingen. Uit de zogenaamde jaarlijkse country reports van de Commissie blijkt dat beide landen middelmatig tot goed voorbereid zijn om de organisatie te vervoegen. Toch is er nog werk aan de winkel. Albanië moet vooral op het vlak van de rechtsstaat en corruptiebestrijding inspanningen leveren, terwijl Noord-Macedonië nog met te veel georganiseerde misdaad kampt en moet werken aan de uitbouw van een solide overheidsadministratie. Tot begin vorig jaar stonden de Europese sterren voor beide landen gunstig. De Europese Commissie formuleerde in 2018 de 'onvoorwaardelijke aanbeveling' om de toetredingsgesprekken met Albanië en Noord-Macedonië aan te vatten. De Europese Raad concludeerde op zijn beurt dat beide landen aan alle voorwaarden voldaan hadden om de toetredingsgesprekken op te starten. Enkele weken geleden, tijdens zijn hoorzitting in het Europese parlement, benadrukte toekomstig Hoge Vertegenwoordiger van het Europees Buitenlands Beleid Josep Borell dat de Westelijke Balkanlanden de topprioriteit van de Europese Commissie zullen zijn. Daags voor de Europese top bevestigde ook het Europees Parlement dat beide landen klaar zijn om de onderhandelingen aan te vatten. Het ene positieve signaal na het andere. Roerganger MacronMaar zoals vaker worden de ambitieuze plannen van de Europese Commissie en het Europees Parlement door de Europese regeringsleiders en staatshoofden in de kiem gesmoord. Vorige week liep het voor beide landen na zes uur onderhandelen alweer fout. Nederlands premier Mark Rutte en de Deense regeringsleider Mette Frederiksen spraken hun veto uit tegen de toetreding van Albanië. De roerganger van het protest was echter Frans president Emmanuel Macron die zich al langer tegen de uitbreidingsplannen verzet en niet wil dat beide landen toetreden. Uiteindelijk kwam de Raad enkel overeen dat het onderwerp opnieuw wordt behandeld naar aanloop van de Europese top in Zagreb volgend jaar. Het is al de derde keer dat Europese regeringsleiders en staatshoofden het dossier voor zich uitschuiven. Waarom verloopt het proces zo moeizaam? Handelsoorlogen, de migratiecrisis, de brexit en de klimaatverandering dwingen de lidstaten ertoe om grensoverschrijdende problemen - al dan niet met tegenzin - in koor aan te pakken. Die inspanningen werpen opnieuw een aloud Europees dilemma op: heeft de Unie wel voldoende capaciteit om meer landen toe te laten en tegelijkertijd meer bevoegdheden over te dragen naar het supranationale niveau? Volgens sommigen valt simultane verdieping en verbreding van het Europese project niet met elkaar te rijmen. Polen en Hongarije (2004), Bulgarije en Roemenië (2005) en Kroatië (2013) geven de Unie nog steeds kopzorgen. Vooral Macron, die de Europese Unie diepgaand hoopt te hervormen, wil niet dat er nieuwe lastige klanten bijkomen. In zijn urenlange speech aan Franse ambassadeurs begin augustus deed de Franse president zijn visie op het Europese integratieproject uit de doeken. Macron wil naar een Unie die bestaat uit wat hij 'concentrische cirkels' noemt: een slagkrachtig kern-Europa waar de periferie maar tot op een bepaalde hoogte bij betrokken wordt. Onder de periferie verstaat de Franse president dus ook de Westelijke Balkan. Toetreding behoort voor hem dus niet tot de mogelijkheden, zeker wanneer unanimiteitsregels in de Europese Raad blijven zoals ze zijn.Volgens Steven Blockmans, afdelingshoofd Europees buitenlands beleid aan het Centre for European Policy Studies (CEPS), begaat Macron een aanzienlijk vergissing. 'Zijn veto ondermijnt de internationale onderhandelingspositie van de Europese Unie. De Unie doet jaren aan een stuk beloftes om die vervolgens in een klap te verbreken. Wie vertrouwt ons nog?', klinkt het. Geen onbelangrijke vraag nu de Europese Unie met het oog op een toekomstige toetreding tracht te bemiddelen tussen Servië en het afgescheiden Kosovo. In welke mate zijn beide landen überhaupt nog bereid om de Unie als geloofwaardige bemiddelaar te aanvaarden nu het perspectief op lidmaatschap een fikse knauw heeft gekregen? Tegen de achtergrond van een etnische brandhaard waar ruim twintig jaar geleden 130.000 mensen het leven lieten en meer dan een miljoen moesten vluchten, is Macrons keuze een risicovol.Kapers op de kust Het schizofrene signaal van de Europese Unie zorgt voor ontsteltenis in Skopje en Tirana. Na een omstreden referendum aanvaardde Noord-Macedonië vorig jaar een naamsverandering zodat Griekenland de toetreding tot de NAVO en de Unie niet langer zou blokkeren. Noord-Macedonië moest door het stof en krijgt daar nu een blamage bovenop. Meteen na het veto schreef president Zoran Zaev nieuwe verkiezingen uit omdat hij zijn Europese beloftes niet had kunnen waarmaken. In Albanië en Noord-Macedonië wordt Macron omwille van zijn onbetrouwbaarheid honend weggezet als de Europese Donald Trump. De Franse president trekt de komende maand naar beide landen om de plooien ietwat glad te strijken.'Als de Unie haar rug naar de Westelijke Balkanlanden keert, dan dreigt ze terzelfdertijd de regio in de handen van anderen te duwen', waarschuwt Blockmans. Er zijn kapers op de kust. De manoeuvres van Rusland in Georgië, Oekraïne en Moldavië tonen dat Moskou ertoe bereid is om het integratieproces van Oost- en Zuidoost-Europa in de Europese Unie en de NAVO met alle mogelijke middelen tegen te houden. Ook in de Westelijke Balkan zit Rusland niet stil: tussen 2014 en 2018 introduceerde het economische sancties tegen Bosnië en Herzegovina, vond er een mislukte pro-Russische staatsgreep in Montenegro plaats en steunde Rusland nationalistische protesten in Noord-Macedonië. Vrijdagmiddag sloot Servië bovendien een vrijhandelsakkoord met de Euraziatische Economische Unie - zeer tegen de zin van Brussel. Ook China roert zich met zijn economische expansiepolitiek. Vijf jaar geleden ging Montenegro akkoord met een door China gefinancierde snelweg tussen de havenstad Bar en de Belgrado. Een kleine veertig procent van de totale Montenegrijnse buitenlandse schulden staat intussen uit bij China. In Noord-Macedonië bedraagt dat aandeel twintig procent. Bovendien investeert China in onder meer Servië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro en Kosovo in kolencentrales die de klimaatdoelstellingen van de Europese Energiegemeenschap - waar de Westelijke Balkanlanden deel van uitmaken - in het gevaar brengen. De totale aangekondigde Chinese investeringen in de Balkanlanden liggen hoger dan de bedragen die (de lidstaten van) de Europese Unie er momenteel in pompen. Voor China en Rusland is de strategie zonneklaar: een assertieve buitenlandse politiek die dient als verlengstuk van de binnenlandse belangen. Bij de Europese Unie is dat plaatje daarentegen minder duidelijk. Hoe weerbaar is een kern die voortdurend aangetast wordt door een zwakke periferie in buitenlandse handen? De macht van een staatsbestel wordt onder meer bepaald door de mate van controle die het over de directe omgeving heeft. Wie muren bouwt om pakweg migratie tegen te houden, moet beide kanten van de muur beheersen om effectief te zijn. Uitbreiding is daartoe de meest doelmatige stap. Voorkomen is beter dan genezen. Nadeel is een grotere kern die van binnenuit voor moeilijkheden kan zorgen. Negenentwintig landen - laat ons er vanuit gaan dat de brexit tegen 2025 een feit is - die stuk voor stuk noodzakelijke veranderingen tegenhouden en voorkomen dat de Unie tot geopolitiek wasdom kan komen. Zolang de procedures blijven wat ze zijn, moeten de lidstaten kiezen tussen beide suboptimale pistes.