Met wie heeft het Verenigd Koninkrijk nu eigenlijk een speciale relatie? Met de Europese Unie? Met de Verenigde Staten? Of met allebei? In Londen klinkt steevast het laatste antwoord. De Britse regering onder leiding van premier Boris Johnson wil met zowel Brussel als Washington een diepgaand handelsakkoord afsluiten eenmaal de brexit een feit is.

Daar kunnen de Britten mogelijk snel aan beginnen. Als Boris Johnson op 12 december een comfortabele meerderheid behaalt in het Britse parlement, lijkt de goedkeuring van het terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk een formaliteit. Verwacht wordt dat de Britten de Unie officieel verlaten op 1 februari 2020, het moment waarop het ze vrij staat om op eigen houtje handelsakkoorden af te sluiten.

Naast het terugtrekkingsakkoord geraakten Brussel en Londen het in oktober eens over een niet-bindende politieke verklaring. Die tekst moet het raamwerk vormen voor de toekomstige handelsrelatie tussen beide blokken. Maar dat wordt allesbehalve evident. Er wordt zelfs verwacht dat de tweede fase van de gesprekken de moeilijkste zal worden. Johnsons bewering dat hij de klus snel en vlot zal kunnen klaren, klinkt erg ongeloofwaardig. Uiteenlopende eisen, een gebrek aan tijd en valse beloftes staan quasi garant voor een hobbelig parcours.

Singapore aan de Thames

Eerst en vooral meent Johnson dat de diepgaande handelsovereenkomst met de Unie tegen 31 december 2020 in orde zal zijn. Die datum is niet toevallig gekozen. Op 1 januari 2021 loopt de transitieperiode af waarin het VK wel aan de Europese regels gebonden blijft en van de Europese voordelen kan blijven genieten. Die transitieperiode kan eenmaal met een jaar of twee jaar verlengd worden, maar dat ziet de Britse premier naar eigen zeggen niet zitten. Bovendien treedt begin 2021 de Europese meerjarenbegroting in werking, waar Johnson niet meer aan wil bijdragen. Met andere woorden geeft de Britse regering zichzelf naar eigen zeggen 11 maanden om de boel in orde te brengen.

Op Facebook herhaalt Boris Johnsoncontinu zijn Get Brexit Done-boodschap alsof het niets is.

Is dat wel realistisch? De gesprekken voor de handels- en associatieakkoorden die de Unie de afgelopen jaren sloot, namen minstens 48 maanden in beslag. Maar volgens Johnson zijn het Verenigd Koninkrijk en de Unie al zodanig op elkaar afgestemd dat het veel sneller kan. Een opmerkelijke vaststelling. Wil Johnson net niet van die Europese regels afwijken? Vorig jaar opperde toenmalig minister van Financiën Philip Hammond namelijk nog dat het Verenigd Koninkrijk het Singapore aan de Thames moest worden. Lees: lage belastingen, weinig regulering en een flinke brok staatssteun aan Britse bedrijven.

Dat is voor de Unie onaanvaardbaar. Waarom zou Brussel zijn concurrenten toegang verlenen tot de interne markt als die in staat zijn om Europese bedrijven het leven moeilijk te maken? En dat met productstandaarden die lager liggen dan de verplichte normen voor ondernemingen op het vasteland? Daarom eist de Europese Unie een eerlijk speelveld van het Verenigd Koninkrijk. Wil de Britse regering een diepgaand handelsakkoord, dan moeten hun goederen en diensten voldoen aan een waslijst criteria die niet fundamenteel verschillen van de Europese normering.

Dat is dan weer een doorn in het oog van Boris Johnson en de brexiteers in de Conservatieve Partij. Als de Britse regels amper tot niet mogen afwijken van de Europese, dan dreigt een brexit in name only. Een brexit die de uitslag van het referendum niet respecteert, klinkt het. Dat leidt tot een opmerkelijke tegenstelling: Londen zegt dat een handelsakkoord op elf maanden tijd moet lukken omdat er niet veel werk is, maar wil tegelijkertijd grondig afwijken van de huidige Europese regels. En dat met een beperkte capaciteit: sinds 1973, het jaar waarin het Verenigd Koninkrijk de Unie bijtrad, heeft de Britse administratie geen ervaring met het afsluiten van handelsakkoorden. Het lijkt erop dat de Britse regering - net als bij aanvang van de eerste onderhandelingsronde - niet weet waar ze naartoe moet.

Donald Trump

Bovendien steekt de Amerikaanse president Donald Trump zijn neus aan het venster. Boris Johnson wil ook een ambitieus akkoord met de Verenigde Staten. Maar een overeenkomst met zowel de VS en de EU kan voor de nodige problemen zorgen. Een akkoord met de ene hypothekeert mogelijk een vergelijk met de ander. Waarom? Er bestaat een aanzienlijke kloof tussen de Amerikaanse en de Europese regels. Een dispuut over voedselstandaarden - denk maar aan de befaamde chloorkip - zorgde er bijvoorbeeld voor dat het omstreden vrijhandelsakkoord TTIP op de klippen liep.

Diezelfde voedselstandaarden vormen ditmaal opnieuw een struikelblok. Uit gelekte documenten blijkt onder meer dat de Verenigde Staten de Britse regels wil verlagen zodat Amerikaanse producten toegang krijgen tot de Britse markt. Standaarden die niet compatibel zijn met de Europese, wat de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de Unie kan belemmeren. Dat weet ook de Britse overheidsadministratie. Begin oktober schreef de Britse zakenkrant Financial Times dat het departement voor Voedsel, Milieu en Landbouw aan de hand van een interne paper voor zulke problemen waarschuwde.

De Unie laat in veel vrijhandelsakkoorden met derde landen een zogenaamde clausule opnemen die het partnerland verbiedt om zulke standaarden te verlagen. Als het Verenigd Koninkrijk eerst een handelsakkoord afsluit met de EU, dan wordt een vergelijk met de Verenigde Staten dus een stuk moeilijker. Op Facebook herhaalt Boris Johnsoncontinu zijn Get Brexit Done-boodschap alsof het niets is. Maar de invulling ervan kan wel eens een pak lastiger uitdraaien dan hij zelf voorstelt.

Met wie heeft het Verenigd Koninkrijk nu eigenlijk een speciale relatie? Met de Europese Unie? Met de Verenigde Staten? Of met allebei? In Londen klinkt steevast het laatste antwoord. De Britse regering onder leiding van premier Boris Johnson wil met zowel Brussel als Washington een diepgaand handelsakkoord afsluiten eenmaal de brexit een feit is. Daar kunnen de Britten mogelijk snel aan beginnen. Als Boris Johnson op 12 december een comfortabele meerderheid behaalt in het Britse parlement, lijkt de goedkeuring van het terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk een formaliteit. Verwacht wordt dat de Britten de Unie officieel verlaten op 1 februari 2020, het moment waarop het ze vrij staat om op eigen houtje handelsakkoorden af te sluiten. Naast het terugtrekkingsakkoord geraakten Brussel en Londen het in oktober eens over een niet-bindende politieke verklaring. Die tekst moet het raamwerk vormen voor de toekomstige handelsrelatie tussen beide blokken. Maar dat wordt allesbehalve evident. Er wordt zelfs verwacht dat de tweede fase van de gesprekken de moeilijkste zal worden. Johnsons bewering dat hij de klus snel en vlot zal kunnen klaren, klinkt erg ongeloofwaardig. Uiteenlopende eisen, een gebrek aan tijd en valse beloftes staan quasi garant voor een hobbelig parcours. Singapore aan de ThamesEerst en vooral meent Johnson dat de diepgaande handelsovereenkomst met de Unie tegen 31 december 2020 in orde zal zijn. Die datum is niet toevallig gekozen. Op 1 januari 2021 loopt de transitieperiode af waarin het VK wel aan de Europese regels gebonden blijft en van de Europese voordelen kan blijven genieten. Die transitieperiode kan eenmaal met een jaar of twee jaar verlengd worden, maar dat ziet de Britse premier naar eigen zeggen niet zitten. Bovendien treedt begin 2021 de Europese meerjarenbegroting in werking, waar Johnson niet meer aan wil bijdragen. Met andere woorden geeft de Britse regering zichzelf naar eigen zeggen 11 maanden om de boel in orde te brengen. Is dat wel realistisch? De gesprekken voor de handels- en associatieakkoorden die de Unie de afgelopen jaren sloot, namen minstens 48 maanden in beslag. Maar volgens Johnson zijn het Verenigd Koninkrijk en de Unie al zodanig op elkaar afgestemd dat het veel sneller kan. Een opmerkelijke vaststelling. Wil Johnson net niet van die Europese regels afwijken? Vorig jaar opperde toenmalig minister van Financiën Philip Hammond namelijk nog dat het Verenigd Koninkrijk het Singapore aan de Thames moest worden. Lees: lage belastingen, weinig regulering en een flinke brok staatssteun aan Britse bedrijven. Dat is voor de Unie onaanvaardbaar. Waarom zou Brussel zijn concurrenten toegang verlenen tot de interne markt als die in staat zijn om Europese bedrijven het leven moeilijk te maken? En dat met productstandaarden die lager liggen dan de verplichte normen voor ondernemingen op het vasteland? Daarom eist de Europese Unie een eerlijk speelveld van het Verenigd Koninkrijk. Wil de Britse regering een diepgaand handelsakkoord, dan moeten hun goederen en diensten voldoen aan een waslijst criteria die niet fundamenteel verschillen van de Europese normering.Dat is dan weer een doorn in het oog van Boris Johnson en de brexiteers in de Conservatieve Partij. Als de Britse regels amper tot niet mogen afwijken van de Europese, dan dreigt een brexit in name only. Een brexit die de uitslag van het referendum niet respecteert, klinkt het. Dat leidt tot een opmerkelijke tegenstelling: Londen zegt dat een handelsakkoord op elf maanden tijd moet lukken omdat er niet veel werk is, maar wil tegelijkertijd grondig afwijken van de huidige Europese regels. En dat met een beperkte capaciteit: sinds 1973, het jaar waarin het Verenigd Koninkrijk de Unie bijtrad, heeft de Britse administratie geen ervaring met het afsluiten van handelsakkoorden. Het lijkt erop dat de Britse regering - net als bij aanvang van de eerste onderhandelingsronde - niet weet waar ze naartoe moet. Donald TrumpBovendien steekt de Amerikaanse president Donald Trump zijn neus aan het venster. Boris Johnson wil ook een ambitieus akkoord met de Verenigde Staten. Maar een overeenkomst met zowel de VS en de EU kan voor de nodige problemen zorgen. Een akkoord met de ene hypothekeert mogelijk een vergelijk met de ander. Waarom? Er bestaat een aanzienlijke kloof tussen de Amerikaanse en de Europese regels. Een dispuut over voedselstandaarden - denk maar aan de befaamde chloorkip - zorgde er bijvoorbeeld voor dat het omstreden vrijhandelsakkoord TTIP op de klippen liep. Diezelfde voedselstandaarden vormen ditmaal opnieuw een struikelblok. Uit gelekte documenten blijkt onder meer dat de Verenigde Staten de Britse regels wil verlagen zodat Amerikaanse producten toegang krijgen tot de Britse markt. Standaarden die niet compatibel zijn met de Europese, wat de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de Unie kan belemmeren. Dat weet ook de Britse overheidsadministratie. Begin oktober schreef de Britse zakenkrant Financial Times dat het departement voor Voedsel, Milieu en Landbouw aan de hand van een interne paper voor zulke problemen waarschuwde. De Unie laat in veel vrijhandelsakkoorden met derde landen een zogenaamde clausule opnemen die het partnerland verbiedt om zulke standaarden te verlagen. Als het Verenigd Koninkrijk eerst een handelsakkoord afsluit met de EU, dan wordt een vergelijk met de Verenigde Staten dus een stuk moeilijker. Op Facebook herhaalt Boris Johnsoncontinu zijn Get Brexit Done-boodschap alsof het niets is. Maar de invulling ervan kan wel eens een pak lastiger uitdraaien dan hij zelf voorstelt.