Wie volgt Theresa May op als partijvoorzitter en premier van het Verenigd Koninkrijk? De strijd en de campagne om het felbegeerde ambt werd maandag officieel afgetrapt. Wie wint, wacht een bijzonder zware taak. De nieuwe voorzitter en premier moet een tot op het bot verdeelde partij opnieuw verenigen om vervolgens hetzelfde te doen met het voltallige Britse parlement. Enkel op die manier kan de brexit tot een goed einde worden gebracht en kunnen de Tories hun historische nederlaag tijdens de Europese verkiezingen opnieuw rechttrekken.

Balsturige Boris

Aanvankelijk achtten veertien kandidaten zichzelf geschikt om die aartsmoeilijke opgave tot een goed einde te brengen. Om officieel in aanmerking te komen en het speelveld uit te dunnen, moesten de aspiranten acht andere parlementsleden van hun sollicitatie overtuigen. Drie trokken hun kandidatuur vroegtijdig in, een andere vond onvoldoende steun om deel te kunnen nemen. De komende weken bepalen de conservatieve parlementsleden in een reeks geheime stemmingen welke twee kandidaten naar de finale doorstoten. Uiteindelijk hakken de ruwweg 160.000 partijleden tegen eind juli de knoop door.

De hefbomen die Boris Johnson wil gebruiken, zijn totaal ongeloofwaardig.

Een van de grootste kanshebbers is de flamboyante Boris Johnson. De voormalige burgemeester van Londen voerde naar aanloop van het referendum expliciet campagne om de Europese Unie te verlaten. Johnson beloofde onder meer dat een brexit het Verenigd Koninkrijk wekelijks 350 miljoen pond zou uitsparen. Een som die volgens hem beter in de Britse gezondheidszorg wordt geïnvesteerd.

Wanneer Theresa May in de zomer van 2016 het roer van David Cameron overnam, besloot ze om Johnson op te nemen in haar regering. Keep your friends close, but your enemies closer, luidde het devies. May hoopte dat Johnson zich naar de regeringsstandpunten zou schikken en dat hij zich als minister van Buitenlandse Zaken niet zou bemoeien met de interne afwikkelingen van het brexitdossier. Maar balsturige Boris liet zich niet kisten en oefende ononderbroken kritiek uit op de manier waarop zijn premier met de Europese Unie onderhandelde.

Volgens Johnson betekende het terugtrekkingsakkoord tussen May en de Unie de definitieve capitulatie van het Verenigd Koninkrijk. Vorige zomer was de maat vol en nam hij op eigen initiatief ontslag uit de regering. Op die manier positioneerde Johnson zich tactisch tussen de voorstanders van een zachte uitstap en de dogmatische brexiteers in zijn partij. Het zorgde er eveneens voor dat de tweespalt in de Conservatieve Partij nog grotere proporties aannam dan voordien.

Onhaalbare voorstellen

Voor het Europese vasteland is voorlopig onduidelijk hoe Johnson het brexitdossier wil afhandelen. De nieuwe deadline voor de uitstap ligt momenteel op 31 oktober en de kandidaat-voorzitter en -premier wil die termijn naar eigen zeggen koste wat het kost respecteren. Liefst met een akkoord, desnoods zonder. Net als enkele andere prominente kandidaten is Boris Johnson ervan overtuigd dat hij de onderhandelingen met de Europese Unie over de terugtrekking kan heropenen. Maar die piste lijkt om meerdere redenen wars van enige realiteit.

Zij die de afgelopen jaren Theresa May door het slijk haalden, hebben helemaal geen antwoorden om het Verenigd Koninkrijk wel uit de impasse te halen.

Wie het tot eerste minister schopt, heeft nog maar drie maanden over om helemaal opnieuw te beginnen of het huidige akkoord grondig te wijzigen. Een onhaalbare tijdsspanne. Bovendien heeft Brussel al meermaals aangekondigd dat enkel de politieke verklaring over de toekomstige relatie voor herziening vatbaar is. Johnson wil Brussel op andere gedachten brengen door de financiële verplichtingen van het Verenigd Koninkrijk opnieuw voorwaardelijk te maken. Enkel wanneer de Unie betere voorwaarden aanbiedt, zal de kandidaat-premier de beloofde 43 miljard euro aan de Europese Unie overmaken. Met het vrijgekomen geld wil Johnson onder meer een belastingverlaging voor de hogere inkomens tussen de 50.000 en de 80.000 pond per jaar financieren.

Maar ook die aanpak vertoont grote gebreken. Eerst en vooral moet de ogenschijnlijk enorme geldsom in haar perspectief geplaatst worden omdat ze over een termijn van twintig jaar zal worden betaald. Gemiddeld genomen is dat een jaarlijks bedrag van 2,15 miljard euro. De begroting van de Europese Unie bedraagt tussen 2014 en 2020 1080 miljard euro. Dat is een jaarlijks budget van ongeveer 154 miljard euro. Met andere woorden is de verplichte bijdrage van het Verenigd Koninkrijk slechts goed voor slechts 0,14 procent van de Europese koek. Voor dat bedrag is de Unie allerminst van plan om van haar principes af te wijken.

Bovendien zal het Verenigd Koninkrijk na een eventuele harde uitstap gesprekken over een handelsakkoord aanvragen om de economische schade te beperken. Maar het zit in een relatief slechte uitgangspositie: in 2017 ging 44 procent van de Britse uitvoer van goederen en diensten naar andere Europese landen. Daarnaast komt 53 procent van de Britse invoer van het Europese vasteland. Ter vergelijking: slechts acht procent van de export van de Europese lidstaten is bestemd voor het Verenigd Koninkrijk. De economische impact van een harde brexit zal dus veel groter zijn over het Kanaal. Met die elementen in het achterhoofd zal de Europese Unie de onderhandelingen aangaan als het Verenigd Koninkrijk de financiële afspraken wil nakomen.

Johnson is niet de enige kandidaat-voorzitter die met onrealistische voorstellen afkomt. De voormalige brexitonderhandelaar Dominic Raab heeft aangekondigd dat hij de Noord-Ierse grenskwestie wil heronderhandelen. Bovendien is hij naar eigen zeggen bereid om het Britse parlement opzij te zetten indien zijn voorstel geen meerderheid zou vinden. Huidig minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt meent op zijn beurt dat Duitsland bereid is om de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord te heropenen. IJdele hoop.

Het lijkt wel alsof alle signalen die de Europese Unie de afgelopen drie jaar heeft gegeven, simpelweg niet zijn aangekomen. Of nog waarschijnlijker: zij die de afgelopen jaren Theresa May door het slijk haalden, hebben helemaal geen antwoorden om het Verenigd Koninkrijk wel uit de impasse te halen.