Het huidig schandaal over smeergeld in de Britse politiek begon vorige week woensdag. Een conservatieve parlementariër had zich schuldig gemaakt aan regels die verbieden tegen betaling te lobbyen bij de regering. De integriteitscommissie die over dit soort dingen gaat, vond dat Owen Paterson als straf een maand geschorst moest worden.

Waarop premier Boris Johnson zijn fractie de opdracht gaf om tegen de schorsing te stemmen. Het was een manipulatieve stap te ver. De opstand bij burgers en in de media tegen de inmenging van Downing Street, was van zo'n onverwacht grote omvang dat de Britse regeringsleider zijn fractie moest terug fluiten. Paterson stapte op. Tientallen Conservatieve fractieleden die zich tegen beter (ge)weten hadden laten koeioneren, zwoeren voortaan naar hun geweten te luisteren en niet naar hun partijleider. Einde verhaal? Helaas voor Johnson, is dit slechts het begin.

Het is een publiek geheim dat de Britse premier de integriteitscommissie een kop kleiner wil maken. Geen volksvertegenwoordiger is zo vaak op het matje geroepen over het schenden van gedragscodes als Boris Johnson (drie keer). De premier, die voortdurend tegen vrienden klaagt dat hij niet rond komt met zijn salaris (185.000 euro), heeft er een handje van weg rijke vrienden te laten betalen voor de dure opknapbeurt van de bovenwoning boven Downing Street (een rol gouden behang 1000 euro) en vakanties naar exotische oorden. De commissie maakt zich op de premier opnieuw voor te laten komen vanwege een herfstvakantie die hij vorige maand genoot in de Spaanse villa van een bevriende politieke maat. Dezelfde maat die hij nog niet zo lang geleden een adellijke titel gaf en een zetel in het Hogerhuis.

Vriendjespolitiek in het Britse parlement: is de maat eindelijk vol?

Nu is vriendjespolitiek niks nieuws. Er hangt sinds mensenheugenis een lucht over het Brits parlementair bestel waar geld een smeermiddel is hogerop te komen. De Sunday Times wist te melden dat een schenking van een dikke 3 miljoen euro aan de regeringspartij voldoende is voor een plaats in de Senaat. De afgelopen twintig jaar zijn zestien penningmeesters van de Conservatieve partij op die manier aan een titel en daarmee aan een benoeming in het Hogerhuis geraakt. Cash for honours heet dat, geld voor een titel. En iedereen kan ermee leven. Tot nu, blijkbaar. De maat zou eindelijk vol zijn.

Ik ben niet overtuigd. Het klopt dat sinds vorige week iedere dag nieuwe 'bekendmakingen' laten zien hoe 'politiek corrupt' het Britse systeem is, zoals oud premier John Major zei. Het klopt ook dat er nog stapels schandaleuze onthullingen wachten op het daglicht. De peilingen laten bovendien voor het eerst zien dat de positie van de premier aan het wankelen is. De kiezer, die op Johnson stemde vanwege diens zonnige zelfvertrouwen en optimisme, zou genoeg beginnen krijgen van de andere eigenschappen van hun premier, zoals zijn lak aan afspraken en gedragscodes. Daarom is dit - hoor je commentatoren zeggen - het begin van het einde van Boris Johnson.

Misschien. Mijn vermoeden is dat ook dit sleaze-schandaal met de spreekwoordelijke sisser zal aflopen. Vermoedelijk zullen een paar regels worden aangetrokken, zal het begrip lobbyen opnieuw worden gedefinieerd en zal de integriteitscommissie overeind blijven. Het zullen cosmetische aanpassingen zijn. Om een punt te zetten achter financiële wanpraktijken in de Britse politiek is meer nodig. Te beginnen de hervorming van het Hogerhuis. En zo'n onderneming, waar overigens al meer dan een eeuw - zij het sporadisch - over wordt gediscussieerd, zit er niet in voorlopig.

Het is makkelijk de clowneske Boris Johnson te onderschatten. Maar de Britse regeringsleider weet hoe een ongunstig tij te keren. Hij is er in zijn premierschap twee keer in geslaagd de bakens ten gunste van zijn regering bij te zetten. In 2019 gebruikte hij brexit om zijn partij van de vloer van de polls te plukken en binnen zes maanden naar een historische overwinning te tillen. Begin dit jaar gebruikte hij het succesvolle vaccinatieprogramma om de perceptie van chaotische lockdowns ongedaan te maken.

Zolang de kiezers bovendien niet geloven dat de Labourpartij verkiezingen kan winnen, zal alles bij het oude blijven.

Het huidig schandaal over smeergeld in de Britse politiek begon vorige week woensdag. Een conservatieve parlementariër had zich schuldig gemaakt aan regels die verbieden tegen betaling te lobbyen bij de regering. De integriteitscommissie die over dit soort dingen gaat, vond dat Owen Paterson als straf een maand geschorst moest worden. Waarop premier Boris Johnson zijn fractie de opdracht gaf om tegen de schorsing te stemmen. Het was een manipulatieve stap te ver. De opstand bij burgers en in de media tegen de inmenging van Downing Street, was van zo'n onverwacht grote omvang dat de Britse regeringsleider zijn fractie moest terug fluiten. Paterson stapte op. Tientallen Conservatieve fractieleden die zich tegen beter (ge)weten hadden laten koeioneren, zwoeren voortaan naar hun geweten te luisteren en niet naar hun partijleider. Einde verhaal? Helaas voor Johnson, is dit slechts het begin.Het is een publiek geheim dat de Britse premier de integriteitscommissie een kop kleiner wil maken. Geen volksvertegenwoordiger is zo vaak op het matje geroepen over het schenden van gedragscodes als Boris Johnson (drie keer). De premier, die voortdurend tegen vrienden klaagt dat hij niet rond komt met zijn salaris (185.000 euro), heeft er een handje van weg rijke vrienden te laten betalen voor de dure opknapbeurt van de bovenwoning boven Downing Street (een rol gouden behang 1000 euro) en vakanties naar exotische oorden. De commissie maakt zich op de premier opnieuw voor te laten komen vanwege een herfstvakantie die hij vorige maand genoot in de Spaanse villa van een bevriende politieke maat. Dezelfde maat die hij nog niet zo lang geleden een adellijke titel gaf en een zetel in het Hogerhuis. Nu is vriendjespolitiek niks nieuws. Er hangt sinds mensenheugenis een lucht over het Brits parlementair bestel waar geld een smeermiddel is hogerop te komen. De Sunday Times wist te melden dat een schenking van een dikke 3 miljoen euro aan de regeringspartij voldoende is voor een plaats in de Senaat. De afgelopen twintig jaar zijn zestien penningmeesters van de Conservatieve partij op die manier aan een titel en daarmee aan een benoeming in het Hogerhuis geraakt. Cash for honours heet dat, geld voor een titel. En iedereen kan ermee leven. Tot nu, blijkbaar. De maat zou eindelijk vol zijn.Ik ben niet overtuigd. Het klopt dat sinds vorige week iedere dag nieuwe 'bekendmakingen' laten zien hoe 'politiek corrupt' het Britse systeem is, zoals oud premier John Major zei. Het klopt ook dat er nog stapels schandaleuze onthullingen wachten op het daglicht. De peilingen laten bovendien voor het eerst zien dat de positie van de premier aan het wankelen is. De kiezer, die op Johnson stemde vanwege diens zonnige zelfvertrouwen en optimisme, zou genoeg beginnen krijgen van de andere eigenschappen van hun premier, zoals zijn lak aan afspraken en gedragscodes. Daarom is dit - hoor je commentatoren zeggen - het begin van het einde van Boris Johnson.Misschien. Mijn vermoeden is dat ook dit sleaze-schandaal met de spreekwoordelijke sisser zal aflopen. Vermoedelijk zullen een paar regels worden aangetrokken, zal het begrip lobbyen opnieuw worden gedefinieerd en zal de integriteitscommissie overeind blijven. Het zullen cosmetische aanpassingen zijn. Om een punt te zetten achter financiële wanpraktijken in de Britse politiek is meer nodig. Te beginnen de hervorming van het Hogerhuis. En zo'n onderneming, waar overigens al meer dan een eeuw - zij het sporadisch - over wordt gediscussieerd, zit er niet in voorlopig.Het is makkelijk de clowneske Boris Johnson te onderschatten. Maar de Britse regeringsleider weet hoe een ongunstig tij te keren. Hij is er in zijn premierschap twee keer in geslaagd de bakens ten gunste van zijn regering bij te zetten. In 2019 gebruikte hij brexit om zijn partij van de vloer van de polls te plukken en binnen zes maanden naar een historische overwinning te tillen. Begin dit jaar gebruikte hij het succesvolle vaccinatieprogramma om de perceptie van chaotische lockdowns ongedaan te maken. Zolang de kiezers bovendien niet geloven dat de Labourpartij verkiezingen kan winnen, zal alles bij het oude blijven.