Maar liefst 54 Europese ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken steken maandag en dinsdag de koppen bij elkaar in Brussel. In dat eerder ongebruikelijke 'jumboformaat' buigen buitenlandminister Sophie Wilmès (MR) en minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) zich met hun collega's over de nijpende situatie aan de oostflank van de Europese Unie.

De vergadering, die wordt voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger van het Europese Buitenlandbeleid Josep Borrell, gaat onder meer over de manoeuvres van zelfverklaard Wit-Russisch president Aleksandr Loekasjenko. Die laat migranten uit het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika overvliegen om ze vervolgens vanuit Minsk richting de grens met Polen en Litouwen te duwen. Naar eigen zeggen probeert Loekasjenko de gestrande migranten er intussen tevergeefs van te overtuigen om terug te keren naar hun land van herkomst.

Omdat de angst en weerzin voor migranten de afgelopen jaren zodanig groot geworden is, wordt het Wit-Russische manoeuvre op heel wat plaatsen in de Unie als een 'hybride aanval' beschouwd. En op die 'aanval' moet Brussel natuurlijk reageren. Hoewel de Europese Commissie hekwerk en muren niet rechtstreeks wil sponsoren, biedt het wel financiële en personele middelen aan om de situatie op het terrein te verbeteren.

Bovendien trok eurocommissaris voor de Promotie van de Europese Manier van Leven Margarítis Schinás vorige week naar onder meer Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië en Irak. Met succes maakte hij daar diets dat migranten niet naar Minsk mogen vliegen. Zo geraakte maandagvoormiddag bekend dat er vanuit Dubai geen Afghaanse, Syrische, Jemenitische en Syrische onderdanen meer met Belavia naar Minsk kunnen geraken. De Litouwse minister van Buitenlandse Zaken Gabrielius Landsbergis liet maandagmiddag optekenen dat de luchthaven van Minsk een no-flyzone moet worden.

Probleem is evenwel dat Rusland niet overtuigd is. Met andere woorden: migranten worden nog wel via onder meer Aeroflot naar Moskou en Sint-Petersburg gebracht - volgens sommigen met de expliciete bedoeling om hen ook naar de buitengrenzen van de Europese Unie te brengen.

De Europese Unie importeerde in de eerste drie kwartalen van dit jaar bijna 100 procent méér uit Wit-Rusland dan vorig jaar.

Eveneens nemen de lidstaten nieuwe sancties tegen de Wit-Russische staat. De reikwijdte van het sanctieregime wordt uitgebreid, waardoor individuen of entiteiten die aan de grensoverschrijdingen bijdragen op financieel-economische straffen mogen rekenen. Hoewel zulke sancties een assertief signaal zenden en de kosten voor het regime ietwat verhogen, is het erg onwaarschijnlijk dat Loekasjenko het daardoor in eigen land over een andere boeg zal gooien.

Sterker nog: het Amerikaanse nieuwsmedium Bloomberg merkt op dat de uitvoer vanuit Wit-Rusland naar de Europese Unie ondanks de economische sancties aanzienlijk is toegenomen. Zo importeerde het handelsblok in de eerste drie kwartalen van dit jaar bijna 100 procent meer in vergelijking met vorig jaar - de Wit-Russische economie nam in het tweede kwartaal van 2021 met bijna zes procentpunt toe.

Poetin

Ook Rusland beroert de gemoederen. Het land van machthebber Vladimir Poetin stelt zich de laatste maanden opnieuw assertiever op. Binnen de Europese instellingen doen sterke vermoedens de ronde dat het Kremlin bij de staatsgeleide mensensmokkeloperatie betrokken is. 'Het is bijna ondenkbaar dat Wit-Rusland dit zonder de hulp van Moskou georganiseerd krijgt', aldus een hooggeplaatste Europese ambtenaar.

Bovendien neemt het troepenaantal aan de grens met Oekraïne de laatste weken met rasse schreden toe. Kiev meent dat Rusland met het oog op komende winter weinig vriendelijke zaken bekokstooft. Gevreesd wordt in het slechtste geval voor een herhaling van de Russische manoeuvres in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). Maandagmiddag verzocht NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg Moskou om transparantie te bieden en escalatie te vermijden. De Poolse, Letse en Litouwse regering hebben intussen aangekondigd dat ze via Artikel 4 van het NAVO-verdrag spoedoverleg willen.

De onzekere situatie aan de oostflank zorgt er in combinatie met het Afghanistan-debacle voor dat de Europese Unie op militair vlak meer op eigen benen wil staan. Daarom discussiëren de buitenland- en defensieministers maandag voor de eerste keer concreet over het zogenaamd Strategisch Kompas. Dat instrument moet een doorlopende veiligheidsinschatting van de Europese strategische omgeving maken en daar vervolgens gerichte handelingen tegenover zetten.

De Europese Unie moet zich ditmaal geloofwaardig tonen.

Sven Biscop, professor Internationale Relaties (UGent) en verbonden aan het Egmont Instituut.

Een van de speerpunten is een Europese interventiemacht die op het terrein een troepenmacht van 5.000 soldaten moet kunnen samenbrengen - ook wel de EU Rapid Deployment Capacity of EU Military Intervention Force genoemd. 'Vijfduizend soldaten is een wel erg minimalistische invulling', aldus Sven Biscop, professor Internationale Relaties aan de UGent en verbonden aan het Egmont Instituut. 'Om te kunnen roteren en op meedere crisissen tegelijkertijd te reageren is er in de praktijk minstens het drievoud nodig. Dat cijfer geeft dus een wat vertekend beeld.'

Het nieuwe initiatief doet evenwel denken aan een zoveelste verwoede poging om op Europees niveau een betekenisvolle troepenmacht op de been te brengen. Sinds de Europese Defensiegemeenschap in 1954 op de valreep mislukte, zijn de uitgesproken ambities op defensievlak vaak onder de verwachtingen gebleven. Zo ook met de twee battlegroups van elks 1.500 manschappen die in 2007 in het leven werden geroepen, maar wegens velerlei redenen nooit werden aangewend. Of het ditmaal anders wordt, blijft afwachten. De discussies moeten volgens de planning afgerond zijn tegen maart 2022.

In ieder geval was Josep Borrell er maandag als de kippen bij om te benadrukken dat de interventiemacht geenszins de NAVO wil vervangen. Volgens Biscop loopt de Unie te veel op haar tippen. 'Nog voor een initiatief van de grond komt, zijn we ons al aan het verontschuldigen. Een interventiemacht kan zeker aan de zuidflank van de Unie een meerwaarde bieden. De uitdagingen zijn er doorgaans van een heel andere aard dan aan het oosten, waardoor duplicatie met de NAVO vermeden wordt. De Europese Unie moet zich ditmaal geloofwaardig tonen.'

Maar liefst 54 Europese ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken steken maandag en dinsdag de koppen bij elkaar in Brussel. In dat eerder ongebruikelijke 'jumboformaat' buigen buitenlandminister Sophie Wilmès (MR) en minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) zich met hun collega's over de nijpende situatie aan de oostflank van de Europese Unie. De vergadering, die wordt voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger van het Europese Buitenlandbeleid Josep Borrell, gaat onder meer over de manoeuvres van zelfverklaard Wit-Russisch president Aleksandr Loekasjenko. Die laat migranten uit het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika overvliegen om ze vervolgens vanuit Minsk richting de grens met Polen en Litouwen te duwen. Naar eigen zeggen probeert Loekasjenko de gestrande migranten er intussen tevergeefs van te overtuigen om terug te keren naar hun land van herkomst. Omdat de angst en weerzin voor migranten de afgelopen jaren zodanig groot geworden is, wordt het Wit-Russische manoeuvre op heel wat plaatsen in de Unie als een 'hybride aanval' beschouwd. En op die 'aanval' moet Brussel natuurlijk reageren. Hoewel de Europese Commissie hekwerk en muren niet rechtstreeks wil sponsoren, biedt het wel financiële en personele middelen aan om de situatie op het terrein te verbeteren. Bovendien trok eurocommissaris voor de Promotie van de Europese Manier van Leven Margarítis Schinás vorige week naar onder meer Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië en Irak. Met succes maakte hij daar diets dat migranten niet naar Minsk mogen vliegen. Zo geraakte maandagvoormiddag bekend dat er vanuit Dubai geen Afghaanse, Syrische, Jemenitische en Syrische onderdanen meer met Belavia naar Minsk kunnen geraken. De Litouwse minister van Buitenlandse Zaken Gabrielius Landsbergis liet maandagmiddag optekenen dat de luchthaven van Minsk een no-flyzone moet worden. Probleem is evenwel dat Rusland niet overtuigd is. Met andere woorden: migranten worden nog wel via onder meer Aeroflot naar Moskou en Sint-Petersburg gebracht - volgens sommigen met de expliciete bedoeling om hen ook naar de buitengrenzen van de Europese Unie te brengen. Eveneens nemen de lidstaten nieuwe sancties tegen de Wit-Russische staat. De reikwijdte van het sanctieregime wordt uitgebreid, waardoor individuen of entiteiten die aan de grensoverschrijdingen bijdragen op financieel-economische straffen mogen rekenen. Hoewel zulke sancties een assertief signaal zenden en de kosten voor het regime ietwat verhogen, is het erg onwaarschijnlijk dat Loekasjenko het daardoor in eigen land over een andere boeg zal gooien. Sterker nog: het Amerikaanse nieuwsmedium Bloomberg merkt op dat de uitvoer vanuit Wit-Rusland naar de Europese Unie ondanks de economische sancties aanzienlijk is toegenomen. Zo importeerde het handelsblok in de eerste drie kwartalen van dit jaar bijna 100 procent meer in vergelijking met vorig jaar - de Wit-Russische economie nam in het tweede kwartaal van 2021 met bijna zes procentpunt toe.PoetinOok Rusland beroert de gemoederen. Het land van machthebber Vladimir Poetin stelt zich de laatste maanden opnieuw assertiever op. Binnen de Europese instellingen doen sterke vermoedens de ronde dat het Kremlin bij de staatsgeleide mensensmokkeloperatie betrokken is. 'Het is bijna ondenkbaar dat Wit-Rusland dit zonder de hulp van Moskou georganiseerd krijgt', aldus een hooggeplaatste Europese ambtenaar. Bovendien neemt het troepenaantal aan de grens met Oekraïne de laatste weken met rasse schreden toe. Kiev meent dat Rusland met het oog op komende winter weinig vriendelijke zaken bekokstooft. Gevreesd wordt in het slechtste geval voor een herhaling van de Russische manoeuvres in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). Maandagmiddag verzocht NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg Moskou om transparantie te bieden en escalatie te vermijden. De Poolse, Letse en Litouwse regering hebben intussen aangekondigd dat ze via Artikel 4 van het NAVO-verdrag spoedoverleg willen. De onzekere situatie aan de oostflank zorgt er in combinatie met het Afghanistan-debacle voor dat de Europese Unie op militair vlak meer op eigen benen wil staan. Daarom discussiëren de buitenland- en defensieministers maandag voor de eerste keer concreet over het zogenaamd Strategisch Kompas. Dat instrument moet een doorlopende veiligheidsinschatting van de Europese strategische omgeving maken en daar vervolgens gerichte handelingen tegenover zetten. Een van de speerpunten is een Europese interventiemacht die op het terrein een troepenmacht van 5.000 soldaten moet kunnen samenbrengen - ook wel de EU Rapid Deployment Capacity of EU Military Intervention Force genoemd. 'Vijfduizend soldaten is een wel erg minimalistische invulling', aldus Sven Biscop, professor Internationale Relaties aan de UGent en verbonden aan het Egmont Instituut. 'Om te kunnen roteren en op meedere crisissen tegelijkertijd te reageren is er in de praktijk minstens het drievoud nodig. Dat cijfer geeft dus een wat vertekend beeld.' Het nieuwe initiatief doet evenwel denken aan een zoveelste verwoede poging om op Europees niveau een betekenisvolle troepenmacht op de been te brengen. Sinds de Europese Defensiegemeenschap in 1954 op de valreep mislukte, zijn de uitgesproken ambities op defensievlak vaak onder de verwachtingen gebleven. Zo ook met de twee battlegroups van elks 1.500 manschappen die in 2007 in het leven werden geroepen, maar wegens velerlei redenen nooit werden aangewend. Of het ditmaal anders wordt, blijft afwachten. De discussies moeten volgens de planning afgerond zijn tegen maart 2022. In ieder geval was Josep Borrell er maandag als de kippen bij om te benadrukken dat de interventiemacht geenszins de NAVO wil vervangen. Volgens Biscop loopt de Unie te veel op haar tippen. 'Nog voor een initiatief van de grond komt, zijn we ons al aan het verontschuldigen. Een interventiemacht kan zeker aan de zuidflank van de Unie een meerwaarde bieden. De uitdagingen zijn er doorgaans van een heel andere aard dan aan het oosten, waardoor duplicatie met de NAVO vermeden wordt. De Europese Unie moet zich ditmaal geloofwaardig tonen.'