Mark Rutte trok de afgelopen week fors van leer tegen Viktor Orban. De Hongaarse premier moest 'op de knieën' gedwongen worden, vond de Nederlandse premier. De nieuwe Hongaarse wetgeving, die minderjarige Hongaren wil afschermen van informatie die homoseksualiteit promoot, veroorzaakte algehele consternatie onder EU-leiders.
...

Mark Rutte trok de afgelopen week fors van leer tegen Viktor Orban. De Hongaarse premier moest 'op de knieën' gedwongen worden, vond de Nederlandse premier. De nieuwe Hongaarse wetgeving, die minderjarige Hongaren wil afschermen van informatie die homoseksualiteit promoot, veroorzaakte algehele consternatie onder EU-leiders. Die verontwaardiging mag verbazen. Uiteraard is de nieuwe wet onmogelijk te verzoenen met de Europese waarden. Maar tegelijk verandert er voor Hongaarse lgbtq'ers weinig: voor progressieve Hongaren blijft homoseksualiteit doodnormaal, voor conservatieve een doodzonde. Orban is er niet op uit om pogroms tegen homoseksuelen te organiseren. De nieuwe wet is veeleer een wettelijk instrument om kritische media en ngo's te vervolgen. Want met genoeg kwade wil is elke vorm van voorlichting propaganda. Tegelijk spreekt geen enkele Europese leider de ambitie uit om Orban op de knieën te dwingen wanneer hij uit de Europese kas graait. Het gesjoemel met Europese fondsen in Hongarije is nochtans goed gedocumenteerd. Sinds 2010 komt het overgrote deel van de Europese fondsen bij regimegetrouwe figuren terecht. Lorinc Meszaros, een ex-klasgenoot van Orban, was in 2010 nog een pijpfitter. Vandaag is hij dankzij honderden overheidsopdrachten miljardair. Zoals Meszaros passeerden tientallen Hongaarse oligarchen langs de Europese kassa. Zo vurig de reactie afgelopen week, zo ambtelijk is die wanneer Orban onafhankelijke media doodknijpt, het kiessysteem op zijn maat hervormt en Europees geld onder zijn vrienden verdeelt. En die reactie schiet ook nog eens tekort. In februari gaf de Europese Commissie Hongarije een zware boete voor al dat gesjoemel. Maar vooral de Hongaarse belastingbetaler draait ervoor op: het geld is immers allang besteed. Zoals de Hongaarse socioloog Balint Magyar het in Knack verwoordde: 'Het is alsof je een bende bankovervallers arresteert, hen het geld laat houden, en dan aan de spaarders van de bank vraagt om het geld terug te betalen.' Bovendien ondergraaft die selectieve aanpak de wankele pogingen van de oppositie om zich eindelijk te verenigen. Om Orban bij de parlementsverkiezingen te verslaan, zullen alle democratischgezinde partijen moeten samenwerken, ook partijen met een electoraat dat homoseksualiteit niet ten volle aanvaardt. Zolang Orban de trom van de cultuuroorlog kan luiden en de EU die roffel versterkt, is er minder ruimte om het te hebben over de instorting van het gezondheidssysteem en het onderwijs, of het feit dat zo weinig Hongaren van de economische groei profiteren. Finaal is ook de lgbtq-gemeenschap gebaat bij een functionele Hongaarse democratie.