Spanje heeft al sinds 1 juni 2018 geen voldragen regering meer. Op die dag stapte Mariano Rajoy op als premier, nam de socialist Pedro Sánchez het over als regeringsleider en ging de regering in lopende zaken. Rajoy, de koppige, laconieke Galiciër die zijn rechts-conservatieve Partido Popular (PP) door de economische crisis had gestuurd, moest ontslag nemen in de nasleep van een corruptieschandaal rond illegale partijfinanciering.
...

Spanje heeft al sinds 1 juni 2018 geen voldragen regering meer. Op die dag stapte Mariano Rajoy op als premier, nam de socialist Pedro Sánchez het over als regeringsleider en ging de regering in lopende zaken. Rajoy, de koppige, laconieke Galiciër die zijn rechts-conservatieve Partido Popular (PP) door de economische crisis had gestuurd, moest ontslag nemen in de nasleep van een corruptieschandaal rond illegale partijfinanciering. Nadat Sánchez tevergeefs had geprobeerd om een coalitie op de been te krijgen, werden op 28 april nieuwe verkiezingen gehouden. Met 123 van de 350 zetels werd de socialistische Partido Socialista Obrero Español (PSOE) bijna dubbel zo groot als de Partido Popular. Maar ook nu bleek het onmogelijk om een meerderheid te vormen. Zowel de PP als het centrumrechtse Ciudadanos gaf niet thuis en weigerde met de PSOE te onderhandelen. Toen duidelijk werd dat het onmogelijk zou blijken om de begroting van 2019 goedgekeurd te krijgen, besloot Sánchez nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Hij schuift de schuld voor dat falen vooral in de schoenen van Unidas Podemos, de links-populistische beweging van Pablo Iglesias. En dus mogen de Spanjaarden na de eerdere parlementsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen en de Europese verkiezingen al voor een vierde keer dit jaar naar de stembus. Sánchez sprak al zijn hoop uit dat de Spaanse kiezer zich bij de komende verkiezing 'duidelijker' zal uitspreken. De peilingen lijken die hoop niet echt te onderschrijven. Sánchez' PSOE zal vermoedelijk de grootste partij blijven, maar het partijlandschap dreigt minstens zo versplinterd te zijn als voorheen. Aan de rechterkant lijkt de centrumrechtse Ciudadanos-partij in vrije val. Vooral de PP, die onder haar nieuwe leider Pablo Casado de schandaalsfeer stilaan achter zich laat, lijkt daarvan te profiteren. Ook het extreemrechtse Vox gaat in de peilingen vooruit en zou nu al meer dan 12 procent van de Spanjaarden achter zich krijgen. Aan de linkerkant is er dan weer het debuut van Más País (letterlijk 'Meer Land'), de ecologistische, progressieve partij van Iñigo Errejón die bij de gemeenteraadsverkiezingen in Madrid afgelopen mei de grootste partij werd. Errejón, voormalig campagneleider en parlementslid voor Unidas Podemos, brak met zijn partij uit onvrede met Iglesias' onverzoenlijkheid. Volgens de Spaanse analist Pablo Simón komt het kiespubliek van Más País, dat in de peilingen om en bij de 4 procent haalt, vooral uit Unidas Podemos en de PSOE. In het Spaanse kiessysteem, dat grote partijen bevoordeelt en waarin landelijke gebieden een grotere impact hebben, dreigt Errejón links verder te versplinteren. Het dominante thema in de campagne is Catalonië. Aan de rechterzijde stellen de Partido Popular, Vox en Ciudadanos zich onverzoenlijk op, en beloven ze geen duimbreed toe te geven aan de Catalaanse verzuchtingen. De PSOE verklaart zich dan weer bereid om 'binnen de wet' naar een oplossing te zoeken, maar wil tegelijk misnoegde Ciudadanos-kiezers aantrekken. Zelfs als er na de verkiezingen een nieuwe coalitie zou kunnen aantreden, lijkt het onwaarschijnlijk dat die met de Catalaanse nationalisten tot een vergelijk zou komen.