68,5 procent. Uit een electorale studie van de Universiteit van Liverpool in 2019 bleek dat evenveel Noord-Ieren gekant zijn tegen goederencontroles tussen Noord-Ierland en Ierland enerzijds als tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië anderzijds. Voor de Britse regering een bijzonder ongemakkelijke vaststelling die vandaag mee verklaart waarom de spanningen in Noord-Ierland opnieuw zorgwekkende proporties aannemen.
...

68,5 procent. Uit een electorale studie van de Universiteit van Liverpool in 2019 bleek dat evenveel Noord-Ieren gekant zijn tegen goederencontroles tussen Noord-Ierland en Ierland enerzijds als tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië anderzijds. Voor de Britse regering een bijzonder ongemakkelijke vaststelling die vandaag mee verklaart waarom de spanningen in Noord-Ierland opnieuw zorgwekkende proporties aannemen. De afgelopen dagen is het geweld tussen de protestantse unionisten en de katholieke republikeinen in Noord-Ierland namelijk opnieuw in hevigheid opgelaaid. Dat heeft onder meer te maken met coronamoeheid, de aanwezigheid van politici op de omstreden begrafenis van een voormalig IRA-kopstuk en het traditionele marching season rond de paasperiode. Maar ook met de keuze die de Britse regering eerder in volle bewustzijn over de brexit genomen heeft. Voor het goede begrip moeten we terug naar de brexitonderhandelingen zelf. Tijdens de gesprekken werd de Britse regering geconfronteerd met een zogenaamd trilemma. Ofwel moest ze ervoor kiezen om zonder inspraak in de Europese douane-unie en delen van de interne markt te blijven. Een heikele kwestie voor wie naar meer soevereiniteit streefde. Ofwel moest ze ervoor kiezen om grenscontroles tussen Noord-Ierland en Ierland toe te laten. Dat is echter in strijd met de Goedevrijdagakkoorden uit 1998. Laatste optie was om enkel Noord-Ierland in de douane-unie en delen van de interne markt te houden. Dat vereist echter grenscontroles tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland, die de eenheid van het Verenigd Koninkrijk aantasten. Elke keuze die Londen zou maken, leidde automatisch tot een suboptimale oplossing die verstrekkende gevolgen heeft voor de toekomst van het land. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson zag die laatste piste geenszins zitten. Op het partijcongres van de Noord-Ierse Democratische en Unionistische Partij (DUP) in 2018 wuifde Johnson die mogelijkheid resoluut weg. 'We zouden het weefsel van het Verenigd Koninkrijk beschadigen met regelgevings- en zelfs douanecontroles tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië. We zouden Noord-Ierland moeten achterlaten als een economische semikolonie van de Europese Unie indien we onze eigen regels willen aanpassen.'Voormalig premier en voorzitter van de Britse Conservatieve & Unionistische partij Theresa May koos ervoor om het Verenigd Koninkrijk in de Europese douane-unie en interne markt te houden en zo grenscontroles en een speciale Noord-Ierse status te vermijden. Voor Brussel veruit de beste keuze: de eenheidsmarkt bleef gevrijwaard en het Verenigd Koninkrijk erg dicht bij de Unie betrokken. Maar op basis van de hierboven genoemde soevereiniteitsgronden kon dat voor de harde brexiteers niet door de beugel. Labour en de Liberaal-Democraten stemden tegen omdat ze hoopten op een nog zachtere brexit en May aan het wankelen wilden brengen. De Noord-Ierse Democratische en Unionistische Partij (DUP) stemde eveneens tegen uit onvrede met de zogenaamde backstop. Hoewel hij de eerste twee keer op de rem trapte, ging Johnson bij de derde en laatste stemming onder het premierschap van Theresa May wel akkoord met het voorstel om het Verenigd Koninkrijk in de Europese douane-unie en delen van de interne markt te houden. Maar zijn stem mocht niet baten. De deal met de Europese Unie werd opnieuw weggestemd. May zag geen uitweg en nam in tranen afscheid. Wanneer Johnson het roer in juli 2019 overnam, gooide hij het over een totaal andere boeg. Ditmaal koos hij ervoor om - in tegenstelling tot zijn uitspraken op het DUP-partijcongres - Noord-Ierland wel degelijk een andere status toe te kennen. 'Dit is de beste deal ooit', aldus de Britse premier. De Noord-Ierse Unionisten stemden om evidente redenen tegen. Plots liet Johnson echter optekenen dat er ondanks die keuze nooit grenscontroles tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië zouden plaatsvinden. Nochtans was hij zich bewust van de gevolgen die zijn keuze in de praktijk met zich mee zouden brengen. Net daarom maakten Brussel en Londen in het recente akkoord over de toekomstige relatie, het zogenaamde Trade and Comprehensive Agreement, afspraken om bepaalde controles tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland een tijdlang uit te stellen. Omdat de overeenkomst slechts enkele dagen voor de deadline werd gesloten wilden beide partijen het bedrijfsleven voldoende tijd geven om zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Hoewel die afspraken enkel mogen worden verlengd na een onderling akkoord tussen Brussel en Londen, heeft Johnson een deel van die gratieperiodes zonder overleg met de Europese Unie verlengd. De zoveelste bocht van een meanderende Johnson. Maar misschien is die beslissing in deze verhitte context de slechtste nog niet. Mochten de Noord-Ierse handelaars op dit moment nog meer papierwerk op hun bord krijgen, dan zouden de huidige spanningen nog hoger kunnen oplopen. Niettemin meent de Europese Unie niet onterecht dat het manoeuvre van Johnson in strijd is met het Europees recht. De Commissie heeft een inbreukprocedure opgestart die er uiteindelijk toe kan leiden dat het Verenigd Koninkrijk voor het Europees Hof van Justitie moet verschijnen. Dat laatste ligt in een uiterst gevoelige context rond vaccincontracten, bijbehorende exportbeperkingen en geweld in Noord-Ierland bijzonder moeilijk bij de Britse regering. Ook voor de Europese Unie werpen de ontwikkelingen in Noord-Ierland enkele lastige problemen op. In de terugtrekkingsovereenkomst uit 2020 spraken Brussel en Londen af dat de Noord-Ieren in 2025 aan de hand van een volksbevraging mogen laten weten of ze de huidige brexitregeling willen bewaren. De Unie heeft er alle belang bij om de huidige manier van werken zodanig te optimaliseren opdat de Noord-Ieren ze niet naar de prullenmand verwijzen. Indien wel, dan beginnen de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk over de schijnbaar onoplosbare kwestie van vooraf aan. Het is niet ondenkbaar dat de Britse regering bereid is om hoog spel te spelen, wetende dat de Europese Unie doorgaans worstelt met naburige landen die al hun machtsinstrumenten aanwenden. Zolang Johnson en co. namelijk blijven weigeren om de afgesproken controles in te voeren, loopt de werking van de Europese interne markt averij op omdat producten van een niet-lidstaat ongecontroleerd de Unie binnen kunnen. Het maakt dat de Unie, weliswaar als gevolg van een onbetrouwbare Britse regering, andere manieren moet vinden om zichzelf te beschermen - en in het bijzonder lidstaat Ierland. Met andere woorden zijn de huidige gewelduitbarstingen in Noord-Ierland nog maar het begin van een proces dat door de brexit verder kan escaleren. Door de recente ontwikkelingen zien zowel de doorgaans katholieke Republikeinen als de protestante Unionisten zien hun eigen overtuigingen kracht bijgezet. Volgens professor Europese politiek Hendrik Vos (UGent) een onvermijdelijk gevolg van de brexit. 'Je kan geen omelet bakken zonder eieren te breken. Johnson heeft er in zijn geval voor gekozen om Noord-Ieren tegen de haren in te strijken. Daarvan zien we nu de gevolgen.' Professor Internationale Politiek David Criekemans (UAntwerpen) ziet het niet meteen goedkomen. 'De brexit in het algemeen en de huidige regeling heeft de breuklijn in Noord-Ierland opnieuw blootgelegd. Er is geen pasklare oplossing om de gemoederen te bedaren, al moeten Noord-Ierse politici hun verantwoordelijkheid nemen.'