Wie begin jaren negentig de dagelijkse persbabbel van de Europese Commissie bijwoonde, was vrijwel dagelijks getuige van een uiterst vermakelijk tafereel. Enige minuten over twaalven, wanneer de persconferentie al even gaande was, werden de plichtplegingen geregeld verstoord door een fors gebouwde man, die met de gratie van een olifant in een porseleinwinkel de persruimte binnenstormde. Zijn hemd slordig om het pafferige lijf gedrapeerd, de blonde haren woest wuivend in de ronde, happend naar lucht, alsof hij net uit zijn bed was gelicht, stormde Alexander Boris de Pfeffel Johnson ten tonele.
...