Op 13 mei lanceerde de Europese Commissie een reeks adviezen om de reisbeperkingen in de EU op te heffen en een veilig toerisme in Europa mogelijk te maken. Met dit initiatief hoopte de Commissie op een ordentelijke exit uit de lockdownperiode. Een maand later lijkt dit echter ijdele hoop. Steeds meer lidstaten publiceren hun eigen lijst met 'veilige landen' vanwaar kan worden afgereisd en communiceren zonder veel overleg wanneer de eigen bevolking weer kan reizen.

Het resultaat is een kluwen aan regels en verplichtingen, wat onvermijdelijk leidt tot verwarring en frustratie op het terrein. De taferelen aan de Belgische grensovergangen spreken boekdelen. Een Belgisch Ministerieel Besluit laat toe dat Belgen vanaf 30 mei opnieuw op bezoek gaan bij hun familieleden in de buurlanden en er tevens kunnen winkelen. Nietsvermoedende landgenoten werden echter teruggestuurd aan de Franse grens met de mededeling dat de Franse wetgeving dit pas vanaf 15 juni toestaat.

Verschillende lijsten

Frustratie is er ook bij heel wat Belgische vakantiegangers die hopen om snel duidelijkheid te hebben over hun reisplannen. Populaire bestemmingen als Griekenland, Cyprus en Kroatië lieten alvast weten dat afreizen uit België voorlopig niet zomaar kan. Inwoners uit een beperkt aantal andere landen worden wel zonder beperkingen toegelaten, al verschillen de lijsten en de voorwaarden voor elke lidstaat.

Zo laat Griekenland vanaf 15 juni reizigers toe uit 29 landen, waaronder ook niet-Europese landen zoals China, Japan en Israël. Voor reizigers uit andere landen, waaronder België, gelden alvast tot 1 juli strikte voorwaarden zoals een verplichte coronatest en een verblijf in een quarantainehotel. Cyprus opent de grenzen pas op 20 juni voor reizigers uit in totaal 19 landen, waarbij voor een aantal onder hen de bijkomende voorwaarde van een negatieve coronatest wordt opgelegd. Kroatië selecteerde dan weer tien EU-landen van waaruit zonder beperkingen kan worden gereisd.

Gebrek aan Europese reflex leidt tot chaotische reisbeperkingen en bezoekregelingen in de lidstaten.

België behoort niet tot deze lijst, al heeft de Kroatische toeristische dienst laten weten dat Belgen toch welkom zijn wanneer ze aan bepaalde vereisten (zoals voorafgaande registratie) voldoen. Andere lidstaten - zoals Spanje en Portugal - zullen pas later beslissen uit welke landen ze toeristen toelaten en onder welke voorwaarden.

Deze gang van zaken doet een aantal terechte vragen rijzen: kunnen de EU-lidstaten dit alles zomaar zelf beslissen, en is er geen sprake van discriminatie wanneer reizigers uit bepaalde landen wel worden toegelaten en uit andere landen dan weer niet?

Wat de eerste vraag betreft is het antwoord duidelijk: lidstaten hebben wel degelijk het recht om tijdelijke grenscontroles in te voeren indien dit noodzakelijk is om de volksgezondheid te beschermen en zij beslissen ook over de opheffing van de reisbeperkingen. Dit is zo geregeld in de EU-verdragen, al moeten de lidstaten bij de uitoefening van hun bevoegdheden ook rekening houden met hun Europeesrechtelijke verplichtingen. Zo heeft elke onderdaan van een EU-lidstaat het principiële recht om vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de Unie zonder daarbij gediscrimineerd te worden op grond van nationaliteit.

Dit betekent concreet dat wanneer een lidstaat beslist om reisbeperkingen voor een bepaald land in te voeren of op te heffen, dit moet gelden voor alle EU-burgers die wonen in dat land, ongeacht hun nationaliteit. Een Belg die in Duitsland woont en via Duitsland naar Griekenland reist, zal met andere woorden de toegang tot Griekenland niet kunnen worden ontzegd wanneer reizen uit Duitsland zijn toegelaten. Daarenboven moeten de tijdelijke reisbeperkingen - en de geleidelijke opheffing ervan - gebaseerd zijn op objectieve redenen, zoals het risico op verdere verspreiding van het coronavirus. De genomen maatregelen mogen ook niet verder gaan dan nodig om deze doelstelling te bereiken.

Hoewel het dus duidelijk is dat lidstaten hun beslissingen moeten baseren op de beschikbare epidemiologische gegevens, die worden verzameld door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), zijn er toch verschillen in de toepassing van de concrete criteria. Sommige landen baseren zich op het aantal besmette gevallen per 100.000 inwoners tijdens de laatste 14 dagen, terwijl andere lidstaten een andere referentieperiode hanteren.

Het verklaart waarom de lijsten van zogenaamd 'veilige landen' verschillen per lidstaat. In elk geval staat België voorlopig op geen enkele van deze lijsten aangezien ons land zowel inzake het aantal gerapporteerde gevallen per 100.000 inwoners als wat betreft het aantal gerapporteerde doden per 100.000 inwoners bovenaan staat. De recente gunstige evolutie van de coronacijfers betekent wel dat de situatie allicht kan veranderen bij een nieuwe evaluatie van de situatie.

Nood aan een Europese reflex

De chaotische exit uit de lockdownperiode doet denken aan de start van deze crisis, wanneer elke EU-lidstaat zonder veel overleg nieuwe maatregelen aankondigde. Berucht zijn de lockdownfeestjes net over de grens met Nederland, wanneer de horeca in België reeds was gesloten en de grensovergangen nog open.

Ook bij de aankoop van medisch materiaal en immuniteitstesten bleek het al snel ieder voor zich. De verklaring ligt grotendeels bij de afwezigheid van een uitgekiend Europees gezondheidsbeleid, wat dan weer te maken heeft met de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Inzake volksgezondheid kan de EU immers geen bindende wetgeving aannemen, hetzelfde geldt trouwens voor wat betreft toerisme. De Europese Commissie kan enkel aanbevelingen doen en algemene richtsnoeren aannemen, maar de echte beslissingsmacht ligt op deze domeinen bij de lidstaten.

De coronacrisis legt de pijnpunten van deze situatie bloot. De praktijk waarbij elke lidstaat op eigen initiatief en volgens een verschillend tijdspad de bestaande reisbeperkingen opheft, is verwarrend en weinig transparant. Het leidt tot chaotische toestanden waarbij Europese burgers niet meer weten of en wanneer ze nu precies op bezoek kunnen bij hun familieleden of vrienden in andere lidstaten en of hun reeds geboekte zomervakantie nu wel of niet kan doorgaan.

Om orde te scheppen in de chaos is een 'Europese reflex' bij het nemen van nationale beleidsbeslissingen en een meer gecoördineerde aanpak op het Europese niveau onontbeerlijk. Het is slechts één van de ongetwijfeld vele lessen die uit deze coronacrisis kunnen worden getrokken.

Op 13 mei lanceerde de Europese Commissie een reeks adviezen om de reisbeperkingen in de EU op te heffen en een veilig toerisme in Europa mogelijk te maken. Met dit initiatief hoopte de Commissie op een ordentelijke exit uit de lockdownperiode. Een maand later lijkt dit echter ijdele hoop. Steeds meer lidstaten publiceren hun eigen lijst met 'veilige landen' vanwaar kan worden afgereisd en communiceren zonder veel overleg wanneer de eigen bevolking weer kan reizen. Het resultaat is een kluwen aan regels en verplichtingen, wat onvermijdelijk leidt tot verwarring en frustratie op het terrein. De taferelen aan de Belgische grensovergangen spreken boekdelen. Een Belgisch Ministerieel Besluit laat toe dat Belgen vanaf 30 mei opnieuw op bezoek gaan bij hun familieleden in de buurlanden en er tevens kunnen winkelen. Nietsvermoedende landgenoten werden echter teruggestuurd aan de Franse grens met de mededeling dat de Franse wetgeving dit pas vanaf 15 juni toestaat. Verschillende lijsten Frustratie is er ook bij heel wat Belgische vakantiegangers die hopen om snel duidelijkheid te hebben over hun reisplannen. Populaire bestemmingen als Griekenland, Cyprus en Kroatië lieten alvast weten dat afreizen uit België voorlopig niet zomaar kan. Inwoners uit een beperkt aantal andere landen worden wel zonder beperkingen toegelaten, al verschillen de lijsten en de voorwaarden voor elke lidstaat. Zo laat Griekenland vanaf 15 juni reizigers toe uit 29 landen, waaronder ook niet-Europese landen zoals China, Japan en Israël. Voor reizigers uit andere landen, waaronder België, gelden alvast tot 1 juli strikte voorwaarden zoals een verplichte coronatest en een verblijf in een quarantainehotel. Cyprus opent de grenzen pas op 20 juni voor reizigers uit in totaal 19 landen, waarbij voor een aantal onder hen de bijkomende voorwaarde van een negatieve coronatest wordt opgelegd. Kroatië selecteerde dan weer tien EU-landen van waaruit zonder beperkingen kan worden gereisd. België behoort niet tot deze lijst, al heeft de Kroatische toeristische dienst laten weten dat Belgen toch welkom zijn wanneer ze aan bepaalde vereisten (zoals voorafgaande registratie) voldoen. Andere lidstaten - zoals Spanje en Portugal - zullen pas later beslissen uit welke landen ze toeristen toelaten en onder welke voorwaarden. Deze gang van zaken doet een aantal terechte vragen rijzen: kunnen de EU-lidstaten dit alles zomaar zelf beslissen, en is er geen sprake van discriminatie wanneer reizigers uit bepaalde landen wel worden toegelaten en uit andere landen dan weer niet? Wat de eerste vraag betreft is het antwoord duidelijk: lidstaten hebben wel degelijk het recht om tijdelijke grenscontroles in te voeren indien dit noodzakelijk is om de volksgezondheid te beschermen en zij beslissen ook over de opheffing van de reisbeperkingen. Dit is zo geregeld in de EU-verdragen, al moeten de lidstaten bij de uitoefening van hun bevoegdheden ook rekening houden met hun Europeesrechtelijke verplichtingen. Zo heeft elke onderdaan van een EU-lidstaat het principiële recht om vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de Unie zonder daarbij gediscrimineerd te worden op grond van nationaliteit. Dit betekent concreet dat wanneer een lidstaat beslist om reisbeperkingen voor een bepaald land in te voeren of op te heffen, dit moet gelden voor alle EU-burgers die wonen in dat land, ongeacht hun nationaliteit. Een Belg die in Duitsland woont en via Duitsland naar Griekenland reist, zal met andere woorden de toegang tot Griekenland niet kunnen worden ontzegd wanneer reizen uit Duitsland zijn toegelaten. Daarenboven moeten de tijdelijke reisbeperkingen - en de geleidelijke opheffing ervan - gebaseerd zijn op objectieve redenen, zoals het risico op verdere verspreiding van het coronavirus. De genomen maatregelen mogen ook niet verder gaan dan nodig om deze doelstelling te bereiken. Hoewel het dus duidelijk is dat lidstaten hun beslissingen moeten baseren op de beschikbare epidemiologische gegevens, die worden verzameld door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), zijn er toch verschillen in de toepassing van de concrete criteria. Sommige landen baseren zich op het aantal besmette gevallen per 100.000 inwoners tijdens de laatste 14 dagen, terwijl andere lidstaten een andere referentieperiode hanteren. Het verklaart waarom de lijsten van zogenaamd 'veilige landen' verschillen per lidstaat. In elk geval staat België voorlopig op geen enkele van deze lijsten aangezien ons land zowel inzake het aantal gerapporteerde gevallen per 100.000 inwoners als wat betreft het aantal gerapporteerde doden per 100.000 inwoners bovenaan staat. De recente gunstige evolutie van de coronacijfers betekent wel dat de situatie allicht kan veranderen bij een nieuwe evaluatie van de situatie. Nood aan een Europese reflexDe chaotische exit uit de lockdownperiode doet denken aan de start van deze crisis, wanneer elke EU-lidstaat zonder veel overleg nieuwe maatregelen aankondigde. Berucht zijn de lockdownfeestjes net over de grens met Nederland, wanneer de horeca in België reeds was gesloten en de grensovergangen nog open. Ook bij de aankoop van medisch materiaal en immuniteitstesten bleek het al snel ieder voor zich. De verklaring ligt grotendeels bij de afwezigheid van een uitgekiend Europees gezondheidsbeleid, wat dan weer te maken heeft met de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Inzake volksgezondheid kan de EU immers geen bindende wetgeving aannemen, hetzelfde geldt trouwens voor wat betreft toerisme. De Europese Commissie kan enkel aanbevelingen doen en algemene richtsnoeren aannemen, maar de echte beslissingsmacht ligt op deze domeinen bij de lidstaten. De coronacrisis legt de pijnpunten van deze situatie bloot. De praktijk waarbij elke lidstaat op eigen initiatief en volgens een verschillend tijdspad de bestaande reisbeperkingen opheft, is verwarrend en weinig transparant. Het leidt tot chaotische toestanden waarbij Europese burgers niet meer weten of en wanneer ze nu precies op bezoek kunnen bij hun familieleden of vrienden in andere lidstaten en of hun reeds geboekte zomervakantie nu wel of niet kan doorgaan. Om orde te scheppen in de chaos is een 'Europese reflex' bij het nemen van nationale beleidsbeslissingen en een meer gecoördineerde aanpak op het Europese niveau onontbeerlijk. Het is slechts één van de ongetwijfeld vele lessen die uit deze coronacrisis kunnen worden getrokken.