Deze week doet het verhaal de ronde van een familie die in Nederland in isolatie leefde. Plots, als uit het niets, is een van de zonen naar buiten gekomen en vroeg hij in een plaatselijk café om hulp. De jongen kwam bizar over, aldus de waard. Hij leek ook kinderlijke taal te hanteren. Er zijn bovendien veel onduidelijkheden. Op sociale media zijn er profielen, met foto's en zelfs stukken tekst in het Engels. Is er dan toch weinig sprake van 'splendid isolation'? Of heeft iemand anders al die berichten ingetikt?

De vraag die het publiek zich stelt, is of dit soort situaties nog wel voorkomt? En vooral: wat doet het met een mens om in isolatie op te groeien?

Heeft de psychologie zich al ooit met dit soort situaties bezig gehouden? Jazeker! Helaas zijn er gevallen waarin mensen in perfecte isolatie opgroeien, helemaal alleen en zonder familie of sociale relaties, en dit al van jongs af. Kortom, schrijnendere situaties dan in dit Nederlandse geval, want zelfs al zou die jongen nauwelijks contact gehad hebben met de buitenwereld, dan nog was hij omringd door familieleden.

Wildemannen en bosfiguren

Toen de natuur nog wild was en ons volledig omringde, gebeurde het wel dat een jong kind verloren werd. Vele jaren later dook het dan plots op. Helaas bleek er dan met zo iemand achteraf bitter weinig aan te vangen. In Frankrijk, bij het begin van de negentiende eeuw, werd in een bos een bekende wildeman gevangen. Ze noemden hem 'le Sauvage de l'Aveyron'. Het is mogelijk dat deze zogenaamde wildeman helemaal niets met bossen van doen had. Misschien was hij zwak begaafd en bovendien extreem verwaarloosd. Nu, of het door een lang verblijf in een woud is, of in een kolen- of hondenhok, dat maakt in feite niet veel uit. Het punt is dat hij opgroeide buiten de wereld van de mens, buiten de beschaving, ver van menselijke voorbeelden en zonder noemenswaardige sociale relaties.

De wildeman uit Aveyron was uiteraard een sensatie in het toenmalige Frankrijk en hij werd dan ook uitgebreid bestudeerd. Bovendien probeerde een goede ziel hem te heropvoeden, wat niet bepaald van een leien dakje liep. Zijn begintoestand? Dit is wat het medisch-psychologisch rapport uit die tijd stelt: "... zijn ogen zonder vastheid, zonder expressie, die vaag van het ene object naar het andere zwerven zonder ooit ergens te stoppen ... dezelfde onverschilligheid voor de geur van parfums als voor het vuile uitwasemingsgeluid van afval ... de stem gereduceerd tot een keelklankachtig geluid en uniform." Over de intellectuele functies van dit kind, staat er: "niet in staat tot aandacht ..., verstoken van herinnering, van oordeel ... en zo beperkt ... dat het hem nog niet gelukt was ... voedsel te bereiken ... buiten het bereik van zijn hand ... en beroofd van alle communicatiemiddelen."

Er is heel wat werk aan de winkel voor de kinderen van de Nederlandse familie uit Ruinerwold.

Wat bij deze beschrijving treft - als psycholoog gesproken - is het gebrek aan wat in het jargon executieve functies wordt genoemd. Er is geen sprake van gerichte aandacht, of een werkend geheugen, of een ernstige vorm van oordeelsvorming. Dat is de kern. Het zijn allemaal manifestaties van het feit dat de wildeman niet in de wereld van de taal zit. Al die andere kenmerken zoals geen expressies tonen en het wild rond zich heen kijken, zijn dan wel onhandig voor de betrokkene, en zijn opzienbarend en kunnen zelfs als schokkend ervaren worden, maar in basis zijn dit niet echt existentiële problemen. Liever uitwerpselen dan parfum ruiken, daar is op zich niet zoveel mis mee. Dat de meesten onder ons liever parfum ruiken, is niets meer dan een sociale conventie. Het had net zo goed andersom kunnen zijn. Wat de wildeman van Aveyron tot een niet-mens maakt, is niet zijn burleske gedrag, maar het feit dat hij niet in de wereld van de taal zit. Alleen dit laatste feit rechtvaardigt de puntige conclusie van het medisch-psychologisch rapport over de wildeman: "Kortom, een dierenleven."

Zijn er ook vandaag dergelijke schrijnende gevallen?

Ook tegenwoordig zijn er helaas gevallen van buitengewone verwaarlozing, waarbij het kind geen betekenisvolle sociale relaties heeft gekend. Anders dan in de oude tijd, slagen therapeuten erin om met deze mensen wel resultaat te behalen. De psychiaters Perry en Szalavitz publiceerden hierover een boek met de veelbetekenende titel 'De jongen die als hond opgroeide'. Verwaarlozing leidt ertoe dat het brein niet gevoed wordt met de broodnodige ervaringen, zodanig zelfs dat de beschadiging die hieruit voortvloeit uit hersenscans blijkt.

Uit een studie van verwaarloosde Roemeense weeskinderen die door Britse ouders geadopteerd werden, bleek zelfs een kleinere omvang van het hoofd, wat eveneens op hersenschade wijst. Dit had niets te maken met ondervoeding, maar met een gebrek aan menselijke aandacht. Bovendien is er een vaste volgorde waarin specifieke delen van het brein gevoelig zijn voor stimulatie. De belangrijke ontwikkelingsfasen worden één na één afgewerkt, totdat we een compleet mens krijgen. Het spreekt voor zich dat verwaarloosde kinderen veel therapeutische aandacht nodig hebben om achteraf die gemiste ontwikkelingen één na één in te halen. De mate van succes van die inhaalrace hangt af van de ernst en de lengte van de verwaarlozing.

Even terug naar de Nederlandse familie

Is die jongen die zich in een café aanmeldde dan een wildeman? Of een jongen die als hond opgroeide? Uiteraard niet. De wilde van Aveyron zou er niet in slagen om hulp te vragen, zou zelfs niet weten wat hulp betekent. Onze jongeman wist dat duidelijk wel, en hij kon zich nog uitdrukken ook. De broodnodige input - aanrakingen en knuffels als baby, menselijke warmte en aandacht - heeft hij hopelijk gekregen. En dit zijn de belangrijke ingrediënten van het ontstaan van een zelf, van een ware persoon.

De basis is er wellicht, en dit is goed nieuws voor de psychische groei van deze kinderen. Want groei betekent dat er input moet zijn, en dit zal snel gaan gebeuren nu ze 'de wereld in gaan'. Onze talenten moeten continu gevoed worden opdat ze ten volle tot ontwikkeling komen. Ik geef zelf vaak het volgende voorbeeld in mijn lessen: Stel dat ik twee kinderen heb, de ene met een normale intelligentie en de andere uitzonderlijk begaafd. Laten we die Albert noemen, met een potentieel IQ van 200, wat een waanzinnig hoge score is. Nu, als de kleine Albert zou opgroeien in een kale ruimte, liefst met groene muren want dat schijnt rustgevend te zijn, met enkel een matras op de grond, zonder enige mogelijkheid tot intellectuele stimulatie: Hoe zou Albert er dan voorstaan na enkele jaren? Zou hij de primus van de klas zijn, als we hem dan eindelijk naar school brengen? Wel, dit zal niet zo goed gaan, en het andere kind in dit verhaal zal een betere leerling zijn, toch de eerste paar schooljaren.

Nu, talent ontbolstert zich altijd op een bepaald moment. Zelfs basisvaardigheden kunnen overgenomen worden door andere hersengebieden, want het menselijk brein is plastisch. We weten niet hoe arm de intellectuele omgeving was van die Nederlandse kinderen, maar als zij vanaf heden de nodige input krijgen, dan laat het zich vermoeden dat ze op dit vlak nog reuzestappen kunnen zetten.

De maatschappij en het zelf

De ontwikkeling van intellectuele capaciteiten is één kant van de menselijke medaille. De sociaal-relationele kant en het zelfbeeld - hoe we naar onszelf kijken - is een ander paar mouwen. Leven los van de maatschappij, wil ook zeggen dat er slechts beperkte sociale input was. De waard van het café vertelde dat die ene jongen bizar overkwam. En daar kan ik me wel iets bij voorstellen.

George Herbert Mead - een Amerikaanse socioloog, psycholoog en filosoof - benadrukte dat het zelf en de maatschappij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Stel je even voor dat je voetbal speelt. De man aan je linkerkant schiet met een droge knal de bal in jouw richting. Tien meter voor je staat een ploegmaat vrij voor het doel van de tegenstander. Het lijkt me aannemelijk dat je de bal dan vooruit zult spelen. Eenvoudig, dit is de bedoeling van het spel. Je pegelt de bal dan niet naar achter. Waarom? Omdat het eenmaal zo hoort. Precies gesteld, het spel is een organiserend geheeld dat de acties van jezelf en de andere spelers bepaalt. Stel dat deze vorm van organisatie niet zou bestaan, dan zou een spelletje voetbal chaotisch verlopen en zouden we nauwelijks in staat zijn om elkaars gedragingen en bedoelingen te interpreteren en doorgronden.

Wel, dit voetbalvoorbeeld geldt ook voor de grote maatschappij. Iedereen speelt het spel mee. Iedereen conformeert aan de maatschappelijke waarden en normen, of anders gesteld, aan de maatschappelijke spelregels. Die waarden en normen leiden onze eigen gedragingen, opvattingen en houdingen, net als die van anderen. Ze geven richting, brengen algemene, systematische patronen van sociaal gedrag voort. Het individu komt pas ten volle tot ontwikkeling als het dit gemeenschappelijk kader absorbeert. Als de ander dit ook doet, zijn we in staat om ons dagelijks leven en onze interacties vorm te geven en af te stemmen op elkaar, net zoals bij een spelletje voetbal.

Wat de toekomst brengt

Er is heel wat werk aan de winkel voor de kinderen van die Nederlandse familie. Het individu wordt pas iemand omdat hij of zij tot een gemeenschap hoort. De mens is een sociaal wezen en hecht veel belang aan de plaats die hij in die gemeenschap bekleedt. De mate waarin mensen zichzelf appreciëren, de waarde die ze aan zichzelf toekennen, is ervan afhankelijk. De kinderen dienen die weg nog helemaal te bewandelen en af te leggen, dienen uit het nauwe omgeving los te breken en zullen met nieuwe sociale contacten geconfronteerd worden. Hierin zullen ze weliswaar begeleid moeten worden, zullen ze in een beschermde omgeving die eerste nieuwe contacten moeten maken. En indien goed begeleid, zullen zij binnenkort de wijde wereld te ontdekken.