Pal in het hart van Duitsland ligt het Thüringer Wald. Behalve een fraai natuurreservaat met donkere, Caspar David Friedrich-achtige wouden is het ook het gebied met de hoogste industrialiseringsgraad van oostelijk Duitsland. In deze regio vindt de AfD vruchtbare grond. Met percentages van 30 procent en meer was de rechts-radicale partij bij de laatste verkiezingen vorig jaar in verschillende gemeenten en stadjes de sterkste politieke kracht.
...

Pal in het hart van Duitsland ligt het Thüringer Wald. Behalve een fraai natuurreservaat met donkere, Caspar David Friedrich-achtige wouden is het ook het gebied met de hoogste industrialiseringsgraad van oostelijk Duitsland. In deze regio vindt de AfD vruchtbare grond. Met percentages van 30 procent en meer was de rechts-radicale partij bij de laatste verkiezingen vorig jaar in verschillende gemeenten en stadjes de sterkste politieke kracht. Wie graag vergelijkingen maakt met de politieke toestand van begin jaren 1930 moet ze hier nooit ver zoeken. Tot in de jaren 1920 was dit een wingewest voor de socialistische en communistische partij. Maar toen kwam de grote crisis. Bij de nationale verkiezingen van 1933 stemden de boeren en arbeiders uit het Thüringer Wald massaal voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) van Adolf Hitler. In deze regio scoorde de NSDAP bovengemiddeld hoog, vaak met scores boven de 50 procent. De gevolgen lieten zich tot ver buiten de regio voelen. Al in januari 1930 mocht Thüringen zich de eerste Duitse deelstaat met een nationaalsocialistische minister noemen. Drie jaar later volgde het einde van de fameuze Weimarrepubliek, de korte en woelige periode tussen de twee wereldoorlogen waarin Duitsland voor het eerst van de parlementaire democratie had mogen proeven. Vandaag, negentig jaar later, wordt de schokbestendigheid van de Duitse democratie opnieuw getest. En - toeval of niet - opnieuw is Thüringen de crashtestdummy. Al meer dan vier maanden wordt er geprobeerd een nieuwe deelstaatregering te vormen. Dat is geen eenvoudige klus. Het politieke landschap is hier sinds de laatste deelstaatverkiezing verdeeld in twee radicaal tegengestelde kampen. De grootste partij (31 procent) is Die Linke, de erfgenaam van de vroegere socialistische partij SED, aangevoerd door de vorige minister-president Bodo Ramelow. Op plaats twee staat de AfD (23,4 procent), de partij die in Thüringen wordt voorgezeten door Björn Höcke, het boegbeeld van de extremistische vleugel binnen een toch al weinig gematigde partij. Tussen die twee uitersten lijken de klassieke partijen te verdampen, met alle paniekreacties van dien. In een poging om toch nog relevant te blijven, steunde de christendemocratische CDU in Thüringen een manoeuvre van de AfD met als doel een electoraal onbeduidende kandidaat van de liberale FDP minister-president te maken. Die samenwerking met de AfD leidde tot verbijstering bij de CDU-top in Berlijn. Om de lokale afdeling op andere gedachten te brengen, stuurde de partij haar voorzitster Annegret Kramp-Karrenbauer (AKK) naar de regio. AKK keerde met de staart tussen de benen terug naar Berlijn om er haar ontslag aan te kondigen. Hoe het verder moet weet niemand. Uiterst links en uiterst rechts, met daartussen geen enkele politieke kracht van betekenis: nergens is die evolutie al zo ver gevorderd als in het Thüringer Wald en omstreken. In een poging dat te begrijpen rijden we naar Hildburghausen. Ondanks het grijze en gure weer oogt dit stadje met ongeveer 10.000 inwoners niet eens zo deprimerend. Bijna 35 procent stemde hier vorig jaar voor de AfD. Alleen Die Linke kwam, met meer dan 30 procent, nog een beetje in de buurt. Wat is hier aan de hand? 'Kijk even om je heen', zegt Nadine Hoffmann, de lokale AfD-vedette. We staan op de natgeregende Marktplatz van Hildburghausen, bij een Volkswagenbusje dat AfD-Bürgermobil werd gedoopt. Hoffmann wijst een rij lege winkelpanden aan. 'Tot een paar jaar geleden stond hier niet één pand leeg.' De leegstand is volgens Hoffmann de schuld van links. Thüringen werd de afgelopen jaren, als enige Duitse deelstaat, geregeerd door een coalitie van Die Linke, de sociaaldemocratische SPD en de Groenen. ' Rot-Rot-Grün', zo zegt Hoffmann, 'heeft met veel te hoge belastingen schade toegebracht aan de middenstand. Zoals die regering ook schade heeft toegebracht aan ons sociale systeem. Ze verkoopt zichzelf als sociaal, maar dat is ze niet. Het is bijvoorbeeld absoluut niet sociaal om mensen illegaal het land binnen te laten en ze te laten profiteren van een systeem dat door anderen is opgebouwd.' Bij de vorige verkiezingen kreeg Nadine Hoffmann met ruime voorsprong de meeste voorkeurstemmen achter haar naam. Maar anders dan haar fractievoorzitter Björn Höcke deed ze dat niet in de eerste plaats door de angst voor migratie verder aan te wakkeren. Hoffmann, een biologe, profileerde zich vooral als een bewaker van 'het groene hart van Thüringen'. Ze toonde zich een fervent tegenstander van nieuwe windmolenparken. 'Dat heeft geloond', denkt ze. 'Mensen voelen zich hier sterk met hun heimat en de natuur verbonden. Ze willen niet dat die verpest wordt door windmolens.' Liefde voor de natuur dus, al kent die liefde wel grenzen. Voor de AfD-Bürgermobil staat een rek met foldertjes. Eentje gaat over de wolf in Thüringen. Zijn succes heet hier 'een enorme financiële en emotionele belasting voor de landbouwbedrijven'. Toch mogen we de AfD volgens Hoffmann geen antiwolfpartij noemen. 'Zolang hij geen schapen doodbijt, zijn wij niet tegen de wolf.' Hoffmann lijkt een stuk gematigder dan haar voorzitter. Björn Höcke liet zich in het verleden geregeld opmerken door geflirt met neonazi's, het verkondigen van duistere rassentheorieën en een nogal aparte kijk op het Duitse oorlogsverleden. Om die reden wordt hij in de gaten gehouden door de Duitse staatsveiligheid en mag hij volgens justitie straffeloos een fascist worden genoemd. Nadine Hoffmann haalt er de schouders bij op. 'Als de argumenten op zijn, kun je iemand nog altijd een fascist noemen', zegt ze. 'Ik betreur die lichtzinnigheid, vooral omdat het geen recht doet aan de slachtoffers van het naziregime en de echte misdadigers. Het is de bagatellisering van het kwaad.' De AfD wordt door veel Duitsers gezien als een gevaar voor de liberale democratie. Het 'accident' in Thüringen zou aantonen hoe acuut dat gevaar wel is. Met een listige truc kon de AfD onlangs een nieuwe ambtstermijn voor Bodo Ramelow, de populaire vorige minister-president, vermijden. De chaos die erop volgde - de liberale kandidaat Thomas Kemmerich werd verkozen, maar nam meteen weer ontslag - nam de partij voor lief. Nadine Hoffmann wuift de kritiek op het manoeuvre weg. 'Wij kregen de kans om Ramelow weg te stemmen en hebben die gegrepen', zegt ze. 'Dat is perfect legitiem. Onze partij heeft veel meer raakvlakken met de FDP en de CDU. Een regering met die partijen zouden we vanuit de oppositie kunnen steunen.' Omdat de hoofdkwartieren van de CDU en de FDP een samenwerking met AfD nog altijd uitsluiten, zit meeregeren er nog niet in. 'Dat heeft voorlopig ook geen zin', vindt Hoffmann. 'Pas als de CDU terugkeert naar haar conservatieve waarden, is samen besturen mogelijk. De CDU zal zich moeten aanpassen aan ons, niet omgekeerd.' Honderd kilometer noordelijker, aan de ander kant van het Thüringer Wald, ligt Erfurt, de bestuurlijke hoofdstad van Thüringen. Bij de Staatskanzlei, de ambtswoning van de minister-president, worden we opgewacht door een tiental oudere vrouwen. Tot welk kamp ze behoren is duidelijk. ' OMAS GEGEN RECHTS', staat op hun protestborden. 'Ze staan hier elke dag, telkens precies om vijf over twaalf', vertelt Paul Becker, partijwoordvoerder van Die Linke in Thüringen. Of het hier, vanuit links perspectief dan, al echt al vijf over twaalf is? Twee weken na de schok maakt het kamp van Bodo Ramelow opnieuw een zelfverzekerde indruk. 'In de peilingen doen we het vandaag beter dan ooit', zegt Becker terwijl we koffie drinken in een naburige Konditorei. Dat van die peilingen is niet gelogen. Bij nieuwe verkiezingen zou Die Linke liefst 40 procent van de stemmen behalen. Tegelijk zou ook de AfD (licht) profiteren van de politieke chaos. De zware klappen zouden, alweer, in het midden vallen, niet het minst bij de CDU. De partij die hier twee decennia lang heer en meester is geweest, zou nog goed zou zijn voor 16 procent. Becker heeft weinig compassie. 'De CDU is naar de verkiezing gegaan met maar één ambitie: Bodo Ramelow moest weg. Alles was goed om dat doel te bereiken, zélfs een pact met de AfD. Dat de AfD zulke spelletjes speelt, kan ik hun niet eens kwalijk nemen. Zij hebben van meet af aan gezegd dat het hun bedoeling was om het systeem op te blazen. Dat de CDU daaraan heeft meegewerkt, getuigt van een ongeziene lichtzinnigheid.' Volgens Becker was het verlangen van CDU om links van de troon te stoten zo groot dat de ratio erbij inschoot. 'Daarbij speelden zeker ook oude, nog uit de Koude Oorlog stammende denkpatronen mee. De CDU stelt ons nog altijd graag voor als de erfgenamen van de communistische SED, de eenheidspartij van de DDR-dictatuur. Dat is om te beginnen een zeer hypocriete voorstelling van zaken. In het Oosten zijn de CDU en de FDP de erfgenamen van de zogenoemde Blockparteien, die evengoed deel uitmaakten van het DDR-regime. Bovendien is het feitelijk niet correct om Die Linke in Thüringen als een bende extremisten af te schilderen. Onze partij staat hier dichter bij het midden dan in andere Duitse deelstaten.' Dat laatste lijkt niet alleen mooipraterij. Uit onderzoek na de voorbije verkiezingen bleek dat het beleid van Bodo Ramelow ook bij ondernemers en zelfstandigen op aardig wat bijval kon rekenen. Opmerkelijk ook: 60 procent van de CDU-kiezers verklaarde tevreden te zijn met het door hem geleverde werk. 'Wat Thüringen politiek gezien uitzonderlijk maakt, is dat extreemrechts hier nog veel extremer is dan elders', stelt Becker. 'Omgekeerd leunt de meest linkse partij hier dichter aan bij het centrum.' Paul Becker kent Bodo Ramelow al van toen hij nog scholier was. 'De heer Ramelow is geen ideoloog', zegt Becker. 'Hij heeft zijn reputatie hier gevestigd kort na de val van de Muur, toen hij als vakbondsman duizenden mijnwerkers wegwijs maakte in het nieuwe systeem.' De overgang naar dat 'nieuwe systeem' hebben sommigen volgens Becker nog altijd niet verteerd. 'Je mag de impact daarvan op de mensen niet onderschatten. Hun opleidingen, hun munt, hun waarden, het was van de ene op de dag allemaal veel minder waard. Het idee dat het politieke systeem alle zekerheden zomaar kan omvergooien, heeft ongetwijfeld sporen nagelaten. Zeker op het platteland, waar veel jonge mensen zijn weggetrokken, is de onzekerheid nog altijd groot. Het is geen toeval dat de AfD vooral dáár zo sterk is. De toekomst is er vooral een bron van angst.' 'De AfD slaagt er ook heel goed in om angst en wantrouwen verder aan te wakkeren. Ze hebben tijdens de vluchtelingencrisis veel onzinverhalen verteld. Over vluchtelingen die in de kinderboerderijen de geitjes hadden opgegeten, bijvoorbeeld. Dat soort verhaaltjes verspreiden ze dan via het internet, vaak met de opmerking dat je er in de kranten alweer niks over zult lezen. Dat is twee keer raak, natuurlijk: zo wakker je in één klap ook nog eens het wantrouwen in de media aan.' Migratie is ook voor links in Duitsland geen voor de hand liggend thema. Uitgerekend in de schoot van Die Linke ontstond twee jaar geleden Aufstehen, een beweging die links een meer migratiekritische koers wil laten varen. Becker vindt het een heilloze weg. 'Vluchtelingen zijn hier welkom. We hebben ze nodig. We hebben hier een groot gebrek aan vaklui. Bovendien gaat het hier ook over humanitaire waarden, die wij als partij hoog in het vaandel dragen.' Om dat laatste te illustreren vertelt Becker over de Blumenstrausswurf ('worp met de bloementuil'), een gebaar dat in Trüringen al snel vergeleken werd met het verscheuren van de State of the Union van de Amerikaanse president Donald Trump door Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Het incident speelde zich twee weken geleden af, toen Thomas Kemmerich tot ieders verbazing tot minister-president werd gekozen en Susanne Hennig-Wellsow, fractieleider van Die Linke, het voor Kemmerich bestemde tuiltje bloemen woedend op de grond smeet. Ze had daar volgens Becker een goede reden voor. 'Twee weken eerder waren wij nog naar een herdenking in Buchenwald geweest, samen met overlevenden van de Holocaust. Onze fractieleidster zag niet hoe ze aan die overlevenden kon uitleggen dat ze even later bloemen zou geven aan iemand die alleen maar minister-president had kunnen worden dankzij een manoeuvre van de AfD.' Buchenwald is, letterlijk, nooit ver weg in Thüringen. Van Erfurt is het niet eens een halfuur rijden naar het beruchte concentratiekamp. Nog dichter ligt het kamp bij Weimar, een wondermooie cultuurstad die, op nauwelijks enkele vierkante kilometers, getuigenis aflegt van de grote tegenstrijdigheden uit het Duitse verleden. Het mooiste is in dit land nooit ver weg van het gruwelijkste. Weimar is de stad van Friedrich Schiller en Johann Wolfgang von Goethe, twee monumenten van de Duitse verlichting. In Weimar werd in 1919 de eerste Duitse democratie gesticht, de Weimarer Republik. In hetzelfde jaar richtte architect Walter Gropius er het Bauhaus op, een internationale kunstschool die tot vandaag invloed uitoefent op de vormgeving van de wereld rondom ons. Aan die gouden jaren werd een einde gemaakt door de nazi's, die hier voor het eerst meebestuurden. Het Bauhaus hief zichzelf in 1933 op, niet zo veel later opende het kamp van Buchenwald. In zijn razend interessante Duitslandbiografie beschrijft de Britse historicus Neil MacGregor hoe Franz Ehrlich, Bauhaus-leerling en communist, wegens hoogverraad naar het toen nog maar net geopende kamp van Buchenwald werd gestuurd. Ehrlich kreeg er de opdracht om de letters van een spreuk in de toegangspoort te ontwerpen. De spreuk - 'Jedem das Seine' oftewel 'ieder het zijne' - is er nog altijd te bekijken. MacGregor noemt het een staaltje van extreem cynisme van de nazi's. Tegelijk, schrijft de auteur, kun je het lezen als een teken van hoop. Op een dag zou de geest van Bauhaus winnen en gerechtigheid geschieden. 'Ieder het zijne' kan ook gelezen worden als de voorspelling dat de nazi's zich op een dag voor hun daden zouden moeten verantwoorden. Aan de Bauhaus-Universität Weimar mogen we praten met Winfried Speitkamp, vermaard professor geschiedenis en sinds 2017 de voorzitter van de universiteit. Een dag eerder hadden professoren en studenten van de Bauhaus-Universität onder zijn goedkeurend oog een helder politiek statement gemaakt. Tijdens een manifestatie werd gepleit voor 'moed, nieuwsgierigheid en vertrouwen', in tijden waarin dat volgens Speitkamp niet zo vanzelfsprekend is. 'We wilden op die manier duidelijk maken waar wij als universiteit voor staan', legt hij uit. 'Diversiteit en internationale samenwerking staan hier vandaag ter discussie. Terwijl dat net de kern is van wie wij, erfgenamen van het Bauhaus, zijn. Wereldwijd hebben we tweehonderd partnerschappen. 30 procent van onze studenten komt uit het buitenland. Wij geloven dat die openheid ons beter maakt. Dat sluit ook perfect aan bij de oude Bauhaus-gedachte: het was een internationale school die talent aantrok van ver buiten de nationale grenzen en daar zijn kracht uithaalde. Die gedachte hebben we met onze manifestatie offensief willen uitdragen, zonder daarmee de AfD met de vinger te willen wijzen.' Professor Speitkamp maakt er geen geheim van dat hij zich zorgen maakt over de groeiende macht van de AfD. Maar die partij en zijn lokale leider demoniseren vindt hij een slecht idee. 'Het maakt de polarisering alleen maar groter. Wij hebben met onze universiteit iets anders willen doen. Wij hebben gisteren duidelijk gemaakt wat onze universiteit kan bijdragen aan de samenleving en onze positie verdedigd, wat ons recht is. Onvermijdelijk zal ook dat gelezen worden als een statement tegen de waarden van de AfD. Het zij zo. Wij liggen, als kunstschool, sowieso al onder vuur. Een lokaal AfD-politicus heeft al eens openlijk gezegd dat kunst en de humane wetenschappen minder belangrijk zijn voor de maatschappij dan ingenieurswetenschappen.' Speitkamp is een historicus, gespecialiseerd in wat de Duitsers Erinnerungskultur noemen: de cultuur van het herinneren. Hij hoedt zich voor vergelijkingen met het eind van de jaren 1920. In die tijd was de burgerlijke samenleving hier nog veel dieper verdeeld', zegt hij. 'De burgers van Weimar waren over het algemeen tegen het Bauhaus gekant. Dat is niet meer het geval. Over de waarden die wij belichamen bestaat een vrij algemene eensgezindheid. Ook vandaag zijn er grote politieke tegenstellingen, ja. Maar die manifesteerden zich anders dan toen, niet in de vorm van hevig straatgeweld.' Dat wil niet zeggen dat er geen reden is om zich zorgen te maken. 'In het Weimar van 1925 had niemand kunnen voorspellen dat ze tien jaar later in een dictatuur zouden leven', zegt Speitkamp. 'Het is zeker legitiem om te herinneren aan de gevaren van een gepolariseerde samenleving zoals we die toen hebben gekend.' De huidige politieke chaos in Thüringen noemt de historicus explosief. 'Thüringen wordt erdoor verscheurd. Dat de CDU in Berlijn zich tegen de lokale samenwerking met de AfD heeft verzet, vind ik principieel wel correct, maar het beeld dat daaruit ontstaat is natuurlijk catastrofaal. Dit bevestigt het idee van het superieure Westen dat bepaalt hoe er in het Oosten moet worden gestemd. Het maakt de AfD nog veel sterker, omdat het inspeelt op een gevoel dat mee aan de basis ligt van haar succes.' In oostelijk Duitsland, zegt Speitkamp, leeft meer dan ooit het gevoel dat het door het Westen is bedrogen. 'Dat Oost-Duitse ongenoegen vindt onder meer zijn oorsprong in het idee dat de West-Duitse economie de beste stukken uit hun oude economie heeft gestolen. In steden als Weimar en Erfurt, waar het vandaag goed gaat, bestaat dat idee veel minder. Maar op het platteland is het minderwaardigheidscomplex groot. Het wordt ook nog versterkt door de realiteit: bus- en treinverbindingen worden geschrapt, er is een gebrek aan artsen, de jongeren trekken er weg. Dat gevoel een tweederangsburger te zijn is de afgelopen jaren alleen nog maar sterker geworden. Oost en West zíjn ook verschillende realiteiten. Het Oekraïne-conflict wordt in het Oosten bijvoorbeeld heel anders beoordeeld. Veel firma's werken hier samen met Russische bedrijven. U zult begrijpen dat de sancties tegen Rusland bij ons minder goed vallen dan in het Westen, waar de economische impact veel geringer is.' En toch. Minder dan realiteiten zijn het volgens Speitkamp de emoties die de kiezers hier tot extreme politieke keuzes verleiden. 'Het gaat vaak over een gebrek aan erkenning, aandacht en respect. Je mag emoties als drijfveer voor het politieke handelen nooit onderschatten. De NSDAP is niet aan de macht gekomen door werklozen, maar door mensen die bang waren om hun werk te verliezen. Helaas bestaat er geen hendel om die complexe gevoelens in één beweging om te draaien. Daar is tijd voor nodig. Tijd, erkenning, aandacht en respect.'