Kiest Duitsland zondag aanstaande voor een groene bondskanselier? De kans is, als we het salvo aan peilingen in Duitsland mogen geloven, zo goed als onbestaande. Met ongeveer 16 procent van de stemmen lijkt de kloof met de koploper, de sociaaldemocratische SPD van Olaf Scholz, vrijwel onoverbrugbaar.
...

Kiest Duitsland zondag aanstaande voor een groene bondskanselier? De kans is, als we het salvo aan peilingen in Duitsland mogen geloven, zo goed als onbestaande. Met ongeveer 16 procent van de stemmen lijkt de kloof met de koploper, de sociaaldemocratische SPD van Olaf Scholz, vrijwel onoverbrugbaar. Nochtans zag het er even bijzonder goed uit voor hun kandidaat Annalena Baerbock. In mei nog lagen de Groenen in de peilingen aan kop. 'Ik denk dat Duitsland klaar is voor Annalena Baerbock als kanselier', vertelde een enthousiast partijlid toen aan Knack. 'Duitsland zit niet specifiek op een groene kanselier te wachten, maar het land snakt na zestien jaar Merkel wel duidelijk naar iets anders.' Aan dat verlangen naar verandering mag, aan de vooravond van de stembusgang, toch ernstig worden getwijfeld. En zelfs al mochten de Duitsers naar 'iets anders' snakken: volgens recente peilingen vertrouwt slechts een kleine minderheid erop dat Baerbock de geschikte persoon is om die koerswijziging tot een goed einde te brengen. Het vertrouwen in Baerbock ging aan het wankelen door berichten over een onzorgvuldig aangegeven bonus, plagiaataantijgingen en een discussie over haar curriculum vitae. Bijzaken, zou je kunnen zeggen, maar de negatieve spiraal bleek niet meer om te buigen, ook niet toen westelijk Duitsland midden juli geconfronteerd werd met een hoofdzaak: een overstroming die aan 180 mensen het leven kostte. 'Met de overstromingsramp heeft de campagne haar thema gekregen', voorspelde de krant Süddeutsche Zeitung een week na het onheil. Helaas voor de Grünen, die voorspelling bleek fout. In de verkiezingsdebatten kwam de belangrijkste oorzaak van de watersnood - de klimaatopwarming - tot dusver enkel zijdelings ter sprake. Tegelijk zakten de Groenen, de onbetwiste eigenaar van het thema, nog wat verder weg in de peilingen. Als de overstromingsramp al een gamechanger was, dan - alweer - door een bijzaak. Kort na de catastrofe raakte ook de Union, het verbond van de CDU en de Beierse zusterpartij CSU, in vrije val. Het pijnlijke optreden van Armin Laschet, kanselierskandidaat voor de Union én minister-president van de zwaar getroffen deelstaat Noordrijn-Westfalen, zal daar ongetwijfeld iets mee te maken hebben. Twee dagen na de ramp bracht Laschet samen met de Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier een bezoek aan Erftstadt, waar hele straten van de kaart werden geveegd. Steinmeier hield er een speech waarin hij zijn medeleven aan de bevolking uitsprak. Achter hem was Laschet te zien. Schaterlachend, alsof hem net een goeie mop was verteld. 'Dat was ongepast', twitterde Laschet even later, 'en het spijt me'. Die excuses lijken niet door iedereen aanvaard. Sinds het incident zakte de Union in de peilingen van bijna 30 naar een historisch lage 20 procent. 'Laschet is in een positie beland waarin hij simpelweg niks goeds kan doen', zegt Carsten Brzeski, hoofdeconoom van ING Duitsland. 'Zijn belangrijkste opponent hoeft alleen maar te doen alsof hij de geknipte kandidaat is om in Merkels voetsporen te stappen. Dat doet die opponent trouwens heel goed.' Met die opponent wordt Olaf Scholz bedoeld. Als 'lachende' derde is hij de enige die zich de afgelopen maanden niet op een foutje liet betrappen. Tot verbijstering van velen is zijn SPD in de peilingen van 16 naar 25 procent geklommen. De voormalige burgemeester van Hamburg en huidig minister van Financiën profileert zich als de oudere staatsman die de relatieve continuïteit en stabiliteit uit het Merkel-tijdperk wil voortzetten. De positie van Scholz - rustig en rationeel, tussen een assertieve Laschet en een gebeten Baerbock in - zou je die van het moedige midden kunnen noemen. Was het niet dat hij zich in debatten op de vlakte houdt, soms op het vervelende af. Voor kameraden die zich al zouden verheugen op een rode triomf: uit- gesproken links toont Scholz, bijgenaamd de Scholzomat, zich niet. Hij kondigt aan dat hij het minimumloon wil optrekken tot 12 euro en de pensioenleeftijd niet wil verhogen. Maar een radicale breuk met Merkel kondigt hij níét aan. 'In deze crisisvolle tijd staat Scholz voor onwankelbaarheid', schreef Der Spiegel vorige week. 'Hij werkt als een slaapmiddel in een tijd vol opwinding. Daarmee bevredigt hij een blijkbaar breed gedeeld verlangen naar rust.' Duitsland, zo stelt Hanco Jürgens, wetenschappelijk medewerker van het Duitslandinstituut, is op dit ogenblik vooral op zoek naar een kanselier die zo veel mogelijk op de vorige lijkt. 'Het was trouwens ook Laschets bedoeling om zich tijdens de campagne zo te profileren. Het probleem, zeg maar de paradox, is dat dat binnen zijn partij een stuk moeilijker was dan binnen de SPD.' Volgens Jürgens was Laschet ook zonder de blunder in Erftstadt in de problemen gekomen. 'Ik geloof niet dat hij daar de verkiezingen heeft verloren. Hoogstens versterkte dat incident de twijfels aan zijn capaciteiten om een merkeliaanse crisismanager te zijn. Die twijfels waren er al en zijn ook altijd handig bespeeld door Markus Söder, de minister-president van Beieren, die zelf graag kanselier wilde worden. Tijdens de coronacrisis liet Söder het bijvoorbeeld niet na om erop te wijzen dat het wel merkwaardig was dat het beleid in Noordrijn-Westfalen een stuk minder streng was dan het beleid dat Merkel voorstond. Het beeld ontstond dat Laschet zich met een zigzagbeleid door de coronacrisis sloeg. Ook door het gebeuk van de liberale rechtervleugel binnen zijn partij staat Laschet relatief zwak. In plaats van zich consequent in het midden te positioneren, waarschuwt hij nu voor het rode gevaar. Dat zigzagbeleid verzwakt het vertrouwen bij de kiezers, waardoor zijn positie in de partij nog meer onder druk komt te staan.' Olaf Scholz kent dat soort problemen. Ruim anderhalf jaar geleden moest hij het nog afleggen tegen voorzitters Saskia Esken en Norbert Walter-Borjans. Gesteund door de invloedrijke jongerenvoorzitter Kevin Kühnert moest het voor het voorzittersduo gedaan zijn met de centrumlinkse koers van Scholz en co. Maar de plooien zijn gladgestreken. 'Anders dan in het verleden houdt de linkervleugel binnen de SPD zich gedeisd', zegt Jürgens. 'Met een campagne die consequent inspeelt op een verlangen naar stabiliteit, rust en zekerheid betokkelt de partij bovendien de juiste snaar. Je kunt je erover verbazen dat een linkse partij niet in de eerste plaats pleit voor een doortastende aanpak van ongelijkheid, armoede of de klimaatopwarming, maar ik denk niet dat dat de thema's zijn waar de doorsnee-Duitsers hun stemkeuze door zullen laten bepalen. Wat zeker speelt, is dat de Duitsers de afgelopen jaren door een lange reeks crisissen zijn gegaan. Er was de financiële crisis, de vluchtelingencrisis, Trump en de internationale crisis van de democratie, de coronacrisis en, onlangs, die overstromingsramp. Merkel heeft die crisissen al bij al goed gemanaged. Dat de Duitsers vooral meer van hetzelfde willen, is in dat opzicht niet zo onbegrijpelijk.' Vanuit zijn kantoor in Frankfurt kan Carsten Brzeski ze zien: affiches waarop Olaf Scholz wordt aangeprezen als 'kanselier voor werkzekerheid' en 'kanselier voor stabiele pensioenen'. Brzeski begrijpt waarom die slogans aanslaan. Maar tegelijk maakt hem dat bezorgd. 'Behalve bij de Groenen zie ik geen kandidaat die belooft om straks stevig door te pakken. Of de nieuwe kanselier iets wezenlijks zal veranderen is dus zeer twijfelachtig. Ik hoop het, maar ik vrees ervoor.' Hervormingen zijn in Duitsland hard nodig, stelt Brzeski. Hij is niet de enige die dat zegt. 'Een "doe zo voort" met Scholz is niet de juiste weg vooruit voor Duitsland', schreef Der Spiegel vorige week. 'Al vóór de coronacrisis was het duidelijk dat de Duitse economie een innovatieprobleem had. De pandemie bracht nog meer zwakke punten aan het licht: in de digitalisering, in het onderwijs, in de samenwerking tussen de federale en de deelstaatregeringen. Ten slotte is er ook nog de klimaatverandering: die dwingt de mensheid tot hervormingen voor deze eeuw, en snel, daar zijn alle serieuze wetenschappers het over eens.' Alexander Kriwoluzky is professor macro-economie aan de Freie Universität Berlin en onderzoeksleider aan het gerenommeerde Deutsche Institut für Wirtschaft. Ook voor hem is meer van hetzelfde geen optie. 'De coronapandemie heeft bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat het overheidsapparaat onvoldoende gedigitaliseerd is en de universiteiten en scholen te weinig modern materieel hebben. Bovendien moet Duitsland met het oog op de klimaatverandering veel meer beginnen te investeren in het openbaar vervoer.' Maar investeren betekent schulden maken - iets wat in Duitsland allerminst vanzelfsprekend is. In 2009, tijdens de begindagen van de financieel- economische crisis, besloot de regering om de zogenaamde schuldenrem in te voeren. Die verbiedt de deelstaten om nieuwe schulden aan te gaan en staat op nationaal niveau maar schulden toe tot maximaal 0,35 procent van het nominale bruto binnenlands product. Bovendien streven de Duitse centrumpartijen bijna dogmatisch naar een begroting in evenwicht - de beruchte Schwarze Null. Over die spaarzaamheid wordt gezegd dat ze dé reden is waarom Duitsland momenteel weinig staatsschulden heeft. Maar dat is volgens Kriwoluzky een hardnekkige mythe, die ook in Berlijn en omstreken tot overdreven zelfgenoegzaamheid leidt. 'Duitsland is helemaal geen wereldkampioen sparen. Onze positieve begrotingssituatie danken wij in de eerste plaats aan de lagere rentevoeten op onze overheidsschuld, die intussen zelfs negatief zijn geworden. Dat is géén verdienste van de politiek.' Hoog tijd om daar de nodige conclusies aan te koppelen, vindt Kriwoluzky. 'De schuldenrem heeft ervoor gezorgd dat onze infrastructuur onvoldoende is vernieuwd.' De cijfers ondersteunen dat beeld. Uit een rondvraag van de Duitse bank KfW blijkt dat het investeringstekort op gemeentelijk niveau momenteel maar liefst 147 miljard euro bedraagt. Veruit de meeste investeringen zijn nodig in de schoolinfrastructuur en de wegenbouw. Brzeski is niet verbaasd. 'Wegenwerken die al bezig waren toen ik hier zeven jaar geleden kwam wonen, zijn vandaag nog altijd niet afgewerkt. Als mijn kinderen, die in Nederland studeren, naar huis sporen, hebben ze in de regel enkele uren vertraging. En dan zwijg ik nog over de digitalisering. Tijdens de pandemie bleek dat sommige scholen simpelweg geen toegang tot het internet hadden. Ook de digitalisering van de gemeentebesturen staat nog in de kinderschoenen. In veel gevallen zijn ze nog niet verder gekomen dan de digitalisering van het archief. Van echte digitale dienstverlening is vaak nog geen sprake.' En dan is er nog het innovatieprobleem. Om het wat provocerend te stellen: terwijl Duitse auto-ingenieurs nog bezig waren met de ontwikkeling van sjoemelsoftware, ontwikkelde Tesla de eerste degelijke, voor middenklassers stilaan betaalbare elektrische auto's. 'Op het vlak van innovatie dreigt Duitsland de rol te lossen', beaamt Brzeski. 'Dat ligt deels aan de overheid, die onvoldoende in innovatie heeft geïnvesteerd. Maar het heeft ook te maken met die typisch Duitse scheiding tussen overheid en bedrijfsleven. Daar komt nog bij dat de Duitse bedrijfsleiders zich wat in slaap hebben laten wiegen door boomende exportcijfers en aanhoudende groei. De Duitse automakers zijn reuzen, en die bewegen nu eenmaal minder snel. Het idee was dat de markt voor elektrische auto's te klein was, en de digitale hype wel weer zou overwaaien. Ze hebben die revolutie veel te lang onderschat. Ondertussen heeft zeker Volkswagen wel een inhaalslag gemaakt, maar er is veel tijd verloren.' Terug naar de politiek. Uiteraard werd in de Duitse media de afgelopen dagen en weken uitgebreid teruggeblikt op het tijdperk-Merkel. In die artikels werd ze veelal geprezen als een goeie crisismanager. Keerzijde van de medaille zou zijn dat ze nooit oog had voor de iets verdere toekomst. Met als gevolg dat de broodnodige hervormingen uitbleven. 'Ik ben het daar niet helemaal mee eens', zegt Jürgens. 'Om te beginnen is er haar partij, de CDU. Van een conservatief- rechtse partij is ze opgeschoven naar het politieke midden. Onder Merkel zijn het minimumloon en het homohuwelijk aanvaard, is de dienstplicht afgeschaft en is er tot de kernuitstap besloten. Het is ook niet zo dat ze de vinger altijd op de knip heeft gehouden. Zo heeft ze er tijdens de eerste kredietcrisis twee investeringspakketten doorgekregen. Je hoort nu overal zeggen dat ze te weinig heeft hervormd. Dat is ook zo. Maar je kunt je afvragen of het voor de doorsnee-Duitser al niet meer dan voldoende was. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat die Duitser vandaag een beetje hervormings- en moderniseringsmoe is.' Of de volgende Duitse bondskanselier er wél in zal slagen het land diepgaand te hervormen, valt te betwijfelen. Zoals de kaarten nu liggen, lijkt een coalitie van SPD, Groenen en de liberale FDP - de zogenaamde verkeerslichtcoalitie - de meest waarschijnlijke. Op het eerste gezicht is dat ook de coalitie waar Scholz op aanstuurt. Om aan de liberalen tegemoet te komen, kondigde hij vorige week aan dat hij niet aan de schuldenrem wil tornen. Vraag is dan of ook de Groenen zich in dergelijke tegemoetkomingen kunnen vinden. Tegelijk ligt er ook een coalitie tussen de SPD, de Groenen en de radicaal-linkse Die Linke op tafel - ook wel Rot-Rot-Grün of R2G genoemd. 'Nog nooit was het gevaar zo groot dat een verbond van linkse partijen het roer overneemt. We moeten er alles aan doen om dat te voorkomen', liet Söder recent optekenen. Ondanks de waarschuwingstekens voor het rode gevaar, wil Scholz die mogelijkheid niet bij voorbaat uitsluiten. Het is de sociaaldemocraat dan vooral om strategische overwegingen te doen: de linkerflank van zijn partij, waartoe het voorzittersduo behoort, tevreden houden én aan de liberale FDP duidelijk maken dat ze hun prijs tijdens de onderhandelingen niet tot in het oneindige kunnen opdrijven. 'Sowieso wordt het heel moeilijk om een coalitie te vormen', besluit Jürgens. 'Zoals het er nu naar uitziet, heb je voor nagenoeg alle coalities minstens drie partijen nodig. In Duitsland is dat niet alleen een nieuw gegeven, het is ook een land waar zulke coalities nog moeilijker te vormen zijn. In elke grote Duitse partij heb je ook intern verschillende vleugels. Er zal altijd wel een vleugel zijn die deze of gene tegemoetkoming onverteerbaar vindt. Met die wetenschap in het achterhoofd zou het me zelfs niet verbazen mocht de huidige grote coalitie (Union en SPD), als dat mathematisch mogelijk is, straks gewoon voortdoen. Hoe dan ook zal het een regering van compromissen zijn. Een regering die, net als de regering- Merkel, stap voor stap zal moeten hervormen. Met name als het gaat over klimaat kun je je dan de vraag stellen of dat soort hervorming zal volstaan.'