Op 18 januari 2020 zendt de toen 16-jarige Mila - een pseudoniem - live uit op Instagram. Een twintigtal van haar abonnees schrijft reacties. Eén jongen probeert Mila nadrukkelijk te versieren. Ze negeert hem, want Mila valt op meisjes. Een andere jongen vraagt of ze een voorkeur heeft voor witte, Arabische of zwarte meisjes. Ze antwoordt dat Arabische en zwarte meisjes haar fysiek niet aantrekken, 'zonder na te denken, zoals ik had kunnen zeggen dat blonde vrouwen mijn ding niet zijn'. De jongen die haar probeerde te versieren, begint haar in naam van Allah uit te schelden voor vuile lesbienne en hoer.
...

Op 18 januari 2020 zendt de toen 16-jarige Mila - een pseudoniem - live uit op Instagram. Een twintigtal van haar abonnees schrijft reacties. Eén jongen probeert Mila nadrukkelijk te versieren. Ze negeert hem, want Mila valt op meisjes. Een andere jongen vraagt of ze een voorkeur heeft voor witte, Arabische of zwarte meisjes. Ze antwoordt dat Arabische en zwarte meisjes haar fysiek niet aantrekken, 'zonder na te denken, zoals ik had kunnen zeggen dat blonde vrouwen mijn ding niet zijn'. De jongen die haar probeerde te versieren, begint haar in naam van Allah uit te schelden voor vuile lesbienne en hoer. Mila breekt de live-uitzending af en krijgt meteen daarna tientallen haatboodschappen van onbekenden: 'racist', 'islamofoob', 'vuile Française'. Waarop ze riposteert met een video op Instagram, een virulente scheldtirade tegen de islam, waarin ze zegt: 'Ik haat religie. De islam is een schijtreligie, en die God van jullie kan mijn vingers in zijn hol krijgen.' Mila schreef alles wat er destijds gebeurde gedetailleerd neer in Ik ben de prijs voor uw vrijheid, haar pas verschenen boek dat begint met de woorden: 'Als u deze regels leest, weet ik niet of ik nog leef.' De publicatie van het boek, bij de prestigieuze uitgeverij Grasset, ging gepaard met een groots opgezette publiciteitscampagne. 'Ik zou mensen niet aanmoedigen om zich uit te drukken zoals Mila', zegt filosofe Tinneke Beeckman, die een column over de zaak schreef. 'Ze spreekt grove taal, maar ze is een tiener en ze werd ook als eerste beledigd. Bovendien legt de wetgever geen goede smaak op en heeft Mila niets gezegd wat strafrechtelijk niet door de beugel kan. Religiekritiek en godslastering zijn in Frankrijk niet strafbaar en dat heeft niets met de islam te maken. De strikte scheiding tussen kerk en staat in Frankrijk, de beroemde laïcité, die is vastgelegd in de Franse grondwet sinds 1905, is het gevolg van een conflict binnen het christelijke geloof dat teruggaat tot de godsdienstoorlogen tussen protestanten en katholieken in de zestiende eeuw.' Tot de dag in januari die haar leven compleet zal veranderen, is Mila, afkomstig uit het zuidoosten van Frankrijk, een extravert meisje dat houdt van zingen, make-up, opvallende kleren en sociale media. Na haar islamkritische video, die in geen tijd de hele wereld rondgaat, krijgt de tiener doodsbedreigingen aan de lopende band. Een voorbeeld: 'Crepeer vuile hoer, ik kom je met eigen handen de keel oversnijden.' Ze wordt van school gehaald. De Franse staat vindt na lang zoeken een internaat waar ze veilig wordt geacht. Zij en haar familie staan nu al meer dan anderhalf jaar onder permanente politiebewaking. Het meisje leeft ondergedoken, in een bijna volledig sociaal isolement. Toch neemt Mila geen gas terug. Midden november vorig jaar, na de schokkende moord op de Franse onderwijzer Samuel Paty, die cartoons van de profeet Mohammed in de klas had laten zien, plaatst Mila opnieuw een filmpje, op TikTok ditmaal, over de onlineverwensingen die ze te verduren krijgt. Op het einde van haar video verklaart ze dat haar vingers nog steeds in Allahs kont zitten. Het startschot voor een nieuwe vloedgolf aan doodsbedreigingen. Voor de reacties op die laatste video staan sinds begin juni 13 van haar onlinebelagers in Parijs terecht. Het gaat om Fransen tussen 18 en 30 jaar oud, afkomstig uit verschillende Franse regio's. Volgens haar moeder heeft de intussen 18-jarige Mila meer dan 100.000 haatboodschappen en doodsbedreigingen gekregen, en zouden er minstens 50.000 mensen in de rechtbank moeten verschijnen. Mila, de ene keer met platinablond, de andere keer met blauwgroen geverfd haar, verscheen persoonlijk op haar proces, met haar moeder, haar advocaat Richard Malka, de bekende raadsman van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo, en vier bodyguards. Maar Christophe Giltay, de RTL-journalist en Frankrijkwatcher die verschillende boeken over onze zuiderburen schreef, denkt niet dat Mila de brede Franse publieke opinie beroert. 'De affaire-Mila leeft vooral in de microkosmos van media en politiek. Uit een recente peiling blijkt dat maar 53 procent van de Fransen Mila steunt. Mila is een polariserend figuur. Veel mensen vinden haar vulgair en buitensporig. Vervelend is ook de sterke steun die ze krijgt van extreemrechts en Marine Le Pen, die de affaire aangrijpt om wederom de islam in het vizier te nemen. Terwijl Mila een anarchiste en een feministe is, die aanleunt bij sommige actiegroepen die werken rond homoseksualiteit.' De belagers van Mila die in Parijs voor de rechter staan, tien mannen en drie vrouwen, zijn geen islamitische heethoofden of ontspoorde haatzaaiers. Het zijn verrassend gewone Fransen zonder strafblad, die dingen schreven als 'ik kom je schedel verbrijzelen' en 'ik kom een Samuel Paty bij je doen'. Ze zijn bakker, student in de rechten of de psychologie, kok of werkloos. De meesten zijn atheïsten en katholieken en meestal niet erg gelovig. Slechts twee van hen zijn moslim. '13 druppels in de zondvloed van haat die over Mila heen is gestort', schreef Le Monde. 'Je ziet in deze zaak ook veel nihilisme', zegt filosofe Beeckman. 'Jonge mensen die zomaar de gruwelijkste haatboodschappen de wereld insturen, in een opwelling, uit frustratie of uit solidariteit met anderen, maar ook vanuit enorme onwetendheid over de basisprincipes van hun eigen vrije samenleving. Zelf kunnen kiezen wie ze zijn en waar ze voor staan, vinden jongeren vandaag ontzettend belangrijk. Maar ze begrijpen vaak niet dat die vrijheid ook inhoudt dat anderen dingen kunnen zeggen die je heel onaangenaam vindt.' De Franse president Emmanuel Macron herinnerde zijn landgenoten er vorige week nog eens aan dat het recht op godslastering is vastgelegd in de Franse grondwet, en dat mensen het recht hebben om religies te bespotten. Maar waar ligt de grens? Mag je dus wel een godsdienst beledigen maar niet de gelovigen, en hoe scherp valt dat onderscheid te maken? In België was er onlangs ophef over 'stop islamisering', de slogan waarvoor vier leden van de extreemrechtse splintergroep Voorpost door een Mechelse rechter werden veroordeeld. 'Wat in België en Frankrijk strafbaar is, is het bewust aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegenover personen of groepen', zegt emeritus hoogleraar Dirk Voorhoof, verbonden aan het Centrum voor Mensenrechten van de UGent, die weliswaar ook een groot voorbehoud maakt bij het Voorpost-vonnis, omdat het in zijn ogen onvoldoende is gemotiveerd. 'Maar je mag wel degelijk instellingen, ideeën, politieke opvattingen en religieuze overtuigingen bekritiseren en zelfs beledigen. Op een bepaald moment was er in de Verenigde Naties een voorstel van een aantal landen om de insult of religion ook strafbaar te stellen. Dat voorstel heeft het nooit gehaald.' Context is ook hier alles. 'Als Mila bewust en herhaaldelijk op de islam zou hebben ingehakt om daarmee aan te zetten tot haat en discriminatie jegens moslims, zou ze wel degelijk strafrechterlijk kunnen worden vervolgd. Maar dat was hier niet het geval', aldus Voorhoof. Het recht op vrije meningsuiting betekent volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook, vervolgt hij, 'the right to offend, shock and disturb', het recht om te beledigen, choqueren en verstoren. 'Niet de subjectieve gevoelens van een individu of groep vormen de grens aan de vrije meningsuiting. Dat zou te makkelijk zijn, en vooral te bedreigend voor de vrijheid van expressie. De grens is het bewust, herhaaldelijk en manifest aanzetten tot haat, discriminatie of geweld.' Die drie categorieën worden vaak samengenomen, ook al is aanzetten tot haat moeilijk te objectiveren, legt Voorhoof uit. 'Je moet de historische context bekijken. Het is allemaal begonnen met Jodenhaat. Die haat is overgegaan in discriminatie, en vervolgens in geweld en genocide. Na de Tweede Wereldoorlog wilde men de juridische middelen optuigen om tijdig te kunnen ingrijpen.' Een aantal linkse Franse politici en bekende feministen bleven opvallend afwezig of waren nauwelijks hoorbaar in het debat rond de zaak-Mila. De Brusselse schrijfster en filosofiedocente Nadia Geerts is sinds kort actief op de studiedienst van de MR, waar ze in opdracht van partijvoorzitter Georges-Louis Bouchez nadenkt over de 'neutraliteit' van de staat en hoe die kan worden gewaarborgd. Ze staat bekend als militant feministisch en vrijzinnig, en een overtuigd aanhanger van het laïcisme. Na de moord op de Franse onderwijzer postte ze 'Je suis Samuel Paty' op haar Facebookpagina en moest ze een paar maanden stoppen met lesgeven door de stortvloed aan doodsbedreigingen die daarop volgde. 'Nogal wat progressieve mensen voelen zich comfortabel bij felle kritiek op het katholieke klerikalisme,' zegt Geerts, 'maar als het gaat over de islam, wordt die godsdienstkritiek opeens veel minder compromisloos. De islam geldt immers als de religie van een groep in onze samenleving die sowieso onder discriminatie heeft te lijden. Aan die houding van progressief links ligt echter een soort misprijzen ten grondslag: alsof moslims, in tegenstelling tot andere burgers, niet perfect in staat zouden zijn om de fundamenten van onze democratie te begrijpen, waaronder het recht op godsdienstkritiek. Zelf ben ik soms banger van al die mensen die solidair zijn met islamitische denkbeelden in naam van de tolerantie, de wokecultuur of het intersectionele feminisme, dan van die kleine kern diehard islamisten.' Herhaaldelijk heeft Mila gezegd en geschreven dat ze door een 'laffe en fragiele natie' in de steek is gelaten. En dat op haar jonge schouders het gewicht rust van de strijd 'die een hele natie zou moeten voeren, namelijk de strijd voor de vrijheid van meningsuiting'. 'Heel veel mensen in Frankrijk hebben Mila gesteund, hoor,' aldus Geerts, 'net zoals heel veel mensen mij hebben gesteund. Het probleem is dat die steun soms niet snel genoeg en niet van de juiste mensen komt. Ik had bijvoorbeeld gewild dat mijn school veel duidelijker achter mij was gaan staan.' Toch waren er Franse intellectuelen, presentatoren en politici, zoals de socialistische politica Ségolène Royal, die weliswaar de doodsbedreigingen aan het adres van Mila scherp afkeurden, maar er tegelijk op wezen dat het meisje een schrijnend tekort aan respect, goede manieren en kennis van zaken had laten zien. 'Ook na de terroristische aanslag op Charlie Hebdo opperden sommige intellectuelen dat wie spot met de religieuze gevoelens van mensen achteraf niet verbaasd mag zijn dat daar problemen van komen', zegt Geerts. 'Voor mij zijn dat soort redeneringen op zich al een vorm van capitulatie. Te veel intellectuelen willen vandaag de gemoederen bedaren. In crisistijd kun je je zo'n houding niet veroorloven. Dan moet je juist pal staan voor de vrije meningsuiting.' Filosofe Tinneke Beeckman ziet in de zaak-Mila ook tekenen van een generatiekloof. Volgens haar lijken veel jongeren het begrip 'vrije meningsuiting' anders in te vullen dan hun ouders en maakt een nieuwe vorm van groepsdenken opgang. 'Wie de Koude Oorlog heeft meegemaakt, associeert vrijheid met individuele vrijheid - een vrijheid die niet mag worden ingeperkt door de staat, door een godsdienst of door andere burgers. Het schrikbeeld waren de landen achter het IJzeren Gordijn. En dus moest bijna alles kunnen, denk maar aan Monty Python (een Brits comedycollectief dat met alles en iedereen spotte, nvdr). Jongere generaties lijken een andere opvatting van vrijheid te huldigen. Voor hen betekent vrijheid op de eerste plaats zelfexpressie, en daaronder valt ook religieuze expressie', betoogt Beeckman. 'Ik ben moslim, of wat dan ook, en mag daarin niet door anderen worden gekwetst of beledigd. In de zaak-Mila zie je, niet voor het eerst, dat er in sommige Franse buurten en scholen groepen mensen zijn voor wie het idee van gewetensvrijheid veel minder belangrijk is, en die geloven dat de staat, in plaats van zich afzijdig te houden, bepaalde heilig geachte taboes juist moet beschermen.' Mila's boek, dat intieme bekentenissen bevat zoals haar grote liefde voor een jonge transman uit een diepgelovige Frans-Algerijnse moslimfamilie, is tegelijk een politiek pamflet. De jonge vrouw trekt onder meer fel van leer tegen wat ze 'mijn generatie van eeuwig gekwetsten' noemt. Zelf groeide Mila op in een niet-religieus gezin. Haar ouders lazen satirische tijdschriften als Hara-Kiri en Charlie Hebdo. De Franse traditie van vaak platvloerse godsdienstsatire staat echter in toenemende mate onder druk. 'Ik heb het gevoel dat de waarden waaraan deze samenleving gehecht zegt te zijn, zoals het principe van de laïcité, voor mijn generatie niets betekenen', schrijft ze. 'Je ziet in Frankrijk dat een deel van de linkse partijen en ook van de jongeren zich begint los te maken van de laïcité à la française', beaamt ook journalist Christophe Giltay. 'Tien jaar geleden stelde niemand zich vragen over het dragen van de hoofddoek. Frankrijk is een seculiere staat, zei men. Geen hoofddoek in publieke functies dus, en klaar. Dat begint allemaal te verschuiven.' Ook Giltay ontwaart een generatiekloof 'tussen de zogenaamde boomers en de jongeren, die veel toleranter zijn tegenover de plaats van religieuze symbolen en godsdienst in de publieke ruimte. Tien jaar geleden zou niet 50 maar 80 procent van de Fransen Mila hebben gesteund.' De affaire-Mila legt aldus een sociologische evolutie in de Franse samenleving bloot, waar volgens Giltay menig Frans politicus zich geen raad mee weet. 'Het oude, vertrouwde Frankrijk, waar de laïcité sinds 1905 in steen was gebeiteld, wankelt onder de klappen van wat de Fransen als Angelsaksische ideologieën en denkbeelden bestempelen. De overgrote meerderheid van de Fransen vindt de virtuele lynchpartij van Mila onacceptabel. Maar, en dat is heel recent, er is minder seculiere eensgezindheid, toch gedurende meer dan een eeuw het handelsmerk van het republikeinse Frankrijk. Die vroegere zekerheid heeft plaatsgemaakt voor een zeker relativisme. Voor veel jongeren in de arme buitenwijken van grote steden zijn de begrippen liberté, fraternité, égalité, en de laïcité van de republiek, die Franse leraren en politici als een mantra blijven herhalen, sowieso niet meer dan holle frasen. In dat verband heeft een enquête ook laten zien dat hoe hoger de sociale klasse, hoe groter de steun voor Mila is. Terwijl Mila zelf uit een arbeidersmilieu komt en helemaal niet de Franse bourgeoisie vertegenwoordigt.' Het proces-Mila geldt als een testcase voor de Franse justitie, die sinds de moord op Samuel Paty, waarbij sociale media een grote rol speelden, onlinehaat sneller wil vervolgen. Ook in België wil de federale regering werk maken van een betere vervolging van haatspraak. Dirk Voorhoof is er voorstander van om, zoals minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) voorstelt, de grondwet aan te passen, zodat haatmisdrijven voortaan altijd door een correctionele rechtbank kunnen worden behandeld. 'De dertien personen die nu in Frankrijk terechtstaan, zouden in België hoogstwaarschijnlijk niet worden vervolgd', zegt Voorhoof. 'Het gaat hier namelijk om drukpersmisdrijven en daarover mag in België alleen een assisenjury zich uitspreken. In de praktijk gebeurt dat nooit. Justitie is nu al overbelast, laat staan dat men voor tweets of Facebookberichten een assisenprocedure zou beginnen. Alleen haatspraak ingegeven door racisme en xenofobie wordt door correctionele rechtbanken behandeld. Dat geldt niet voor haatspraak met betrekking tot bijvoorbeeld geslacht, seksuele geaardheid, politieke of religieuze overtuiging.' Voorhoof vindt het ook niet zinloos om een tiental mensen te vervolgen, terwijl er eigenlijk tienduizenden over de schreef zijn gegaan. 'Dagelijks zijn er duizenden snelheidsovertreders en ook van hen wordt maar een klein aantal gevat. Mensen die strafbare meningen online uiten daadwerkelijk vervolgen, geeft een sterk signaal dat online bedreigen niet mag. Sommige beklaagden in het proces-Mila beweerden dat niet te weten. Het strafrecht heeft ook als taak om de samenleving te laten zien wat kan en niet kan. Ik denk dat dit de reden is waarom men hier in Frankrijk een grote zaak van maakt, en terecht. Die vrouw heeft geen leven meer.'