Vrijdagavond buigen de Britse parlementsleden zich opnieuw over het uittredingsakkoord tussen de Europese Unie en de Britse regering van eerste minister Theresa May. Nochtans had speaker of the House John Bercow enkele weken geleden bepaald dat hetzelfde voorstel geen derde keer mocht worden voorgedragen. Maar met de nodige juridische omwegen heeft de Britse regering een slinkse manier gevonden om dat euvel te vermijden.
...

Vrijdagavond buigen de Britse parlementsleden zich opnieuw over het uittredingsakkoord tussen de Europese Unie en de Britse regering van eerste minister Theresa May. Nochtans had speaker of the House John Bercow enkele weken geleden bepaald dat hetzelfde voorstel geen derde keer mocht worden voorgedragen. Maar met de nodige juridische omwegen heeft de Britse regering een slinkse manier gevonden om dat euvel te vermijden. Wat is er precies beslist? Morgen stemt het Brits parlement enkel over het terugtrekkingsakkoord en niet - zoals de vorige tweemaal wel het geval was - over de bijbehorende politieke verklaring die de lijnen uitzet voor de toekomstige handelsrelatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Op de Europese top van vorige week werd besloten dat wanneer het terugtrekkingsakkoord deze week wordt goedgekeurd, het Verenigd Koninkrijk tot 22 mei de tijd krijgt om de technische en juridische aspecten van de brexit te regelen. Een dag later zal het de Unie verlaten. Maar de Britse wetgeving bepaalt dat de terugtrekking enkel kan worden geratificeerd wanneer zowel het uittredingsakkoord als de politieke verklaring wordt goedgekeurd. In de periode tot 22 mei heeft het Britse parlement nog de tijd om ook de politieke verklaring goed te keuren. Met andere woorden, de Britse regering heeft een manier gevonden om een nieuwe stemming te organiseren én om tijd te kopen om de politieke verklaring gestemd te krijgen. Mét de zegen van Bercow. Dat is echter op voorwaarde dat het terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk effectief wordt goedgekeurd. Op de Europese top werd namelijk besloten dat een meerderheid nog deze week moet worden gevonden. Lukt dat niet, dan krijgt Londen maar uitstel tot twaalf april. De Britse regering heeft in dat geval slechts twee weken de tijd om - als het dat wil - een langer uitstel tot eind 2020 te vragen. Daarvoor moet de Britse regering alle 27 lidstaten ervan overtuigen dat het geloofwaardige alternatieven voorhanden heeft waarmee ze de impasse kan doorbreken. Maar zulke alternatieven, zoals een tweede referendum of nieuwe verkiezingen, leiden er onvermijdelijk toe dat de Britten binnen een kleine twee maanden moeten deelnemen aan de Europese stembusgang. Dat het Verenigd Koninkrijk in de douane-unie zou blijven, kan daarentegen wel sneller geregeld worden (zie onder, nvdr.).De sterren staan allesbehalve gunstig voor de Britse regering én de Europese Unie. Bij de vorige stemmingen over het terugtrekkingsakkoord liep Theresa May tweemaal tegen een historische nederlaag aan. Begin maart kwam ze nog steeds 149 stemmen tekort voor een meerderheid. May moet er dus op hopen dat maar liefst 75 Britse parlementsleden bereid zijn om hun kar te keren - een quasi onhaalbare kaart. De Noord-Ierse Unionisten (DUP), die gedoogsteun geeft aan de minderheidsregering van May, hebben namelijk al aangekondigd dat ze het voorstel ook ditmaal niet zullen steunen. De partij heeft niet alleen campagne gevoerd om de Europese Unie te verlaten, maar vreest ook dat het huidige akkoord Noord-Ierland van Groot-Brittannië uit elkaar zal drijven. Hoewel May donderdagavond aanbood om op te stappen indien haar akkoord wordt goedgekeurd, houden de Noord-Ieren het been stokstijf. Ook binnen de eigen partij heeft het uittredingsakkoord tussen Londen en Brussel bijzonder weinig liefhebbers. Dat bleek gisteren wanneer het Britse parlement zich over een aantal alternatieve pistes boog. Een van de acht mogelijkheden was een uitstap zonder akkoord. Maar liefst 157 partijgenoten van de eerste minister stemden voor dat scenario, en dat in tegenstelling tot de 84 conservatieve parlementsleden die tegen harde brexit stemden. Ten slotte wil ook de Labourpartij de eerste minister geen reddingsboei toewerpen. Dat heeft voorzitter Jeremy Corbyn intussen al bevestigd. De Britse sociaaldemocraten willen dat de verantwoordelijkheid van de brexit, die geen enkele optimale uitkomst kent, volledig bij de conservatieven komt te liggen. Op die manier hopen ze bij de volgende verkiezingen - wanneer die ook mogen vallen - een klinkende overwinning te boeken. Maar of die tactiek zal werken, is hoogst onzeker. In de peilingen doet de partij het namelijk erg slecht. Voorafgaand aan de stemming zal de Britse premier naar gewoonte het parlement toespreken. Verwacht wordt dat May wederom haar dreigingsstrategie zal hanteren. De voorstanders van Remain of een zachte brexit zal ze waarschuwen dat haar akkoord de enige garantie is waarmee een harde brexit kan worden vermeden. De brexiteers wil ze op hun beurt verwittigen dat ze lang uitstel zal vragen wanneer het akkoord een derde keer naar de prullenmand wordt verwezen. Dat is intussen al meer dan twee jaar de gebrekkige verdeel- en heersstrategie waarmee May aan de slag gaat. Maar zolang er nog meer dan twee opties op tafel liggen, is die aanpak gedoemd om te mislukken. Elke factie in het parlement ziet namelijk nog voldoende redenen om te geloven dat ze hun slag kunnen slaan. Zo hopen de harde brexiteers dat het Verenigd Koninkrijk op twaalf april de Unie zonder akkoord zal verlaten. De remainers hopen op hun beurt dat Artikel 50 wordt gedeactiveerd of dat een lang uitstel zal leiden tot een tweede referendum. De meest voor de hand liggende uitweg ligt nog steeds in handen van het Britse parlement, dat tot en met maandag de regie over de brexit heeft overgenomen. Donderdagavond kwam het voorstel waarin het Verenigd Koninkrijk in de Europese douane-unie blijft slechts acht stemmen tekort voor een meerderheid. Mits enkele lichte aanpassingen kan het voorstel aanstaande maandag de vijf benodigde parlementsleden wel van dat idee overtuigen. Grootste voordeel van zo'n douane-unie is dat het probleem van de backstop in een klap wordt opgelost. Dat is de noodoplossing die in werking treedt wanneer de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk tijdens de overgangsperiode (die er enkel komt indien er een akkoord wordt gevonden, nvdr.) geen overeenkomst vinden over de toekomstige handelsrelatie. Omdat het Goedevrijdagakkoord uit 1998 grenscontroles aan de Ierse grens verbiedt, heeft Noord-Ierland een andere regeling gekregen dan de rest van het Verenigd Koninkrijk. Dat zorgt echter voor wrevel bij de Noord-Ierse Unionisten en een aanzienlijk deel van de conservatie partij. Een douane-unie kan dat euvel alvast van de baan helpen. Toch blijft ook die piste erg onwaarschijnlijk. De Britse regering is namelijk niet wettelijk verplicht om de indicatieve stemmingen die een meerderheid behalen ter harte te nemen. Bovendien heeft de eerste minister de afgelopen jaren namelijk meermaals benadrukt dat ze uit de Europese douane-unie wil stappen. Grootste struikelblok is dat lidstaten die in de douane-unie zitten geen individuele handelsakkoorden mogen afsluiten met derde landen. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in 2017 dat de Europese Commissie exclusief bevoegd is voor het handelsbeleid - op directe buitenlandse investeringen en arbitragemechanismen na. Die beperking van soevereiniteit respecteert volgens Theresa May de uitslag van het referendum onvoldoende. Trekken we dus best de gordel aan om de harde klap op 12 april op te vangen? Professor Europese politiek Hendrik Vos denkt dat het niet zover zal komen. 'Ik verwacht dat Theresa May de komende dagen ontslag zal nemen - wat de stemming in het Britse parlement ook moge opleveren. Het Verenigd Koninkrijk zal dan nieuwe verkiezingen organiseren en langer uitstel vragen. De lidstaten zullen dat ook verlenen, want de vrees voor een harde brexit is enorm. Dat betekent meteen ook dat de Britten zullen deelnemen aan de Europese stembusgang'. Is de voorspelling van Vos correct, dan zullen de machtsverhoudingen in het Europese Parlement er totaal anders uitzien dan momenteel wordt verwacht. De Europese sociaaldemocraten (S&D) zouden er opnieuw een vijfentwintigtal zetels bijkrijgen en slechts nipt achter de Europese Volkspartij eindigen. Ook de huidige Europese Conservatieve fractie (ECR), waar ook de N-VA deel van uitmaakt, mag in dat geval terug rekenen op een vijfentwintigtal zetels van deTories. De Europese nationalisten (ENF) zullen op hun beurt nog enkele zetels van de UKIP kunnen verzilveren. De Europese liberalen (ALDE) en christendemocraten (EVP) zullen daarentegen lijdzaam moeten toekijken hoe hun concurrenten dichterbij sluipen of uitlopen.