Premier May heeft zich van bij het prille begin van het brexitproces verzet tegen al te veel bemoeienis van het parlement. De uitvoerende macht, haar regering dus, moest de onderhandelingen met de EU voeren, en het parlement zou aan het einde van de rit - na enig aandringen - een betekenisvolle stemming mogen houden. Die beperkte vorm van rekenschap voor het parlement breekt May nu zuur op. Het parlement is verdeeld, net als haar partij, maar nooit is de premier nagegaan waar de grootste gemene deler lag die ze door het parlement zou kunnen loodsen en die ook voor Europa aanvaardbaar was. Op een zucht van de oorspronkelijke brexitdatum weten we nog altijd niet wat het Verenigd Koninkrijk wil.

De reden voor Mays strategie is duidelijk: partijbelangen gingen voor. Als je in alle openheid op zoek gaat naar een meerderheid voor een compromis, dan zal die gedomineerd worden door (leden van) oppositiepartijen en mee gesteund worden door enkele tientallen Conservatieven. Dat betekent het einde van Mays regering, want de regeringspartij slaagt er niet in een meerderheid op de been te brengen voor een dossier dat de toekomst van het land als geen ander zal bepalen. De schade binnen haar partij zou onherroepelijk zijn.

Het Britse parlement bewijst dat het de uitvoerende macht niet nodig heeft om een beslissende rol te spelen.

Lieven Buysse, professor Britse cultuur aan de KU Leuven

Dat is ook het probleem met de richtinggevende stemmingen waarmee het parlement de controle nu in handen wil nemen. May is uiteraard geen voorstander van die procedure en hoeft geen rekening te houden met de uitkomst ervan. Geen van de bekende alternatieve modellen voor een brexit zal een meerderheid vinden in het Lagerhuis. Dat is ook niet de bedoeling van de stemmingen: ze moeten enkel aangeven welke modellen de grootste kans zouden maken op een meerderheid zodat het parlement in die richting verder kan werken aan een compromis. Het parlement heeft daar ook de kans toe gekregen van Europa, al is het tijdsvenster beperkt tot 12 april.

Of May het parlement die kans biedt, hangt af van hoe het Lagerhuis de stemmingen zal organiseren, welke modellen voorgelegd worden en hoe het parlement het vervolgtraject ziet. Zonder een strak tijdpad voor besprekingen die moeten uitmonden in een duidelijk voorstel, wordt het moeilijk voor het parlement om de touwtjes in handen te houden. De premier er dan fijntjes op wijzen dat het parlement alleen maar verdere chaos creëert, terwijl zij wel al een akkoord met de Europese Unie op zak heeft (waarbij ze gemakshalve onvermeld laat dat ze dan weer geen akkoord heeft in het parlement). Die parlementsleden discussiëren toch maar wat onder elkaar, zo kan May enigszins populistisch argumenteren, en ze negeren de stem van het volk zoals die bijna drie jaar geleden klonk. Door voor haar deal te stemmen, kunnen ze het brexitproces snel voltooien.

Een belangrijke adder onder het gras voor May is de houding van de voorzitter van het Lagerhuis. John Bercow heeft een grote beslissingsautonomie en heeft zich in dit dossier een consequente voorstander getoond van meer zeggenschap voor het parlement. Hij wil enkel een substantieel gewijzigd voorstel ter stemming voorleggen, maar beslist zelf wat dat inhoudt. De regering kan haar tekst wijzigen, maar Bercow zou net zo goed een gewijzigde context kunnen zien als een substantiële verandering. Na de eerdere stemming over het ontwerpakkoord zijn de alternatieven immers uitgedund: een brexit zonder akkoord werd weggestemd en woensdag zullen andere modellen hetzelfde lot beschoren zijn. Daardoor is de context waarin het voorstel eerst werd afgekeurd, veranderd. Aangezien de context in het hele brexitverhaal uitermate belangrijk is, kan dat uitgelegd worden als een wezenlijke aanpassing van het voorstel.

Maar waar het nu vooral op aankomt, is dat het parlement bewijst dat het de uitvoerende macht niet nodig heeft om in belangrijke dossiers een beslissende rol te spelen. En dat de parlementaire democratie nog niet afgedaan heeft in tijden waarin sommigen, in dossiers waarin hen dat goed uitkomt, zelfs de moeder van alle parlementen ondergeschikt zouden willen maken aan andere beslissingsvormen.

Lieven Buysse is professor Britse cultuur aan de KU Leuven

Premier May heeft zich van bij het prille begin van het brexitproces verzet tegen al te veel bemoeienis van het parlement. De uitvoerende macht, haar regering dus, moest de onderhandelingen met de EU voeren, en het parlement zou aan het einde van de rit - na enig aandringen - een betekenisvolle stemming mogen houden. Die beperkte vorm van rekenschap voor het parlement breekt May nu zuur op. Het parlement is verdeeld, net als haar partij, maar nooit is de premier nagegaan waar de grootste gemene deler lag die ze door het parlement zou kunnen loodsen en die ook voor Europa aanvaardbaar was. Op een zucht van de oorspronkelijke brexitdatum weten we nog altijd niet wat het Verenigd Koninkrijk wil. De reden voor Mays strategie is duidelijk: partijbelangen gingen voor. Als je in alle openheid op zoek gaat naar een meerderheid voor een compromis, dan zal die gedomineerd worden door (leden van) oppositiepartijen en mee gesteund worden door enkele tientallen Conservatieven. Dat betekent het einde van Mays regering, want de regeringspartij slaagt er niet in een meerderheid op de been te brengen voor een dossier dat de toekomst van het land als geen ander zal bepalen. De schade binnen haar partij zou onherroepelijk zijn. Dat is ook het probleem met de richtinggevende stemmingen waarmee het parlement de controle nu in handen wil nemen. May is uiteraard geen voorstander van die procedure en hoeft geen rekening te houden met de uitkomst ervan. Geen van de bekende alternatieve modellen voor een brexit zal een meerderheid vinden in het Lagerhuis. Dat is ook niet de bedoeling van de stemmingen: ze moeten enkel aangeven welke modellen de grootste kans zouden maken op een meerderheid zodat het parlement in die richting verder kan werken aan een compromis. Het parlement heeft daar ook de kans toe gekregen van Europa, al is het tijdsvenster beperkt tot 12 april.Of May het parlement die kans biedt, hangt af van hoe het Lagerhuis de stemmingen zal organiseren, welke modellen voorgelegd worden en hoe het parlement het vervolgtraject ziet. Zonder een strak tijdpad voor besprekingen die moeten uitmonden in een duidelijk voorstel, wordt het moeilijk voor het parlement om de touwtjes in handen te houden. De premier er dan fijntjes op wijzen dat het parlement alleen maar verdere chaos creëert, terwijl zij wel al een akkoord met de Europese Unie op zak heeft (waarbij ze gemakshalve onvermeld laat dat ze dan weer geen akkoord heeft in het parlement). Die parlementsleden discussiëren toch maar wat onder elkaar, zo kan May enigszins populistisch argumenteren, en ze negeren de stem van het volk zoals die bijna drie jaar geleden klonk. Door voor haar deal te stemmen, kunnen ze het brexitproces snel voltooien.Een belangrijke adder onder het gras voor May is de houding van de voorzitter van het Lagerhuis. John Bercow heeft een grote beslissingsautonomie en heeft zich in dit dossier een consequente voorstander getoond van meer zeggenschap voor het parlement. Hij wil enkel een substantieel gewijzigd voorstel ter stemming voorleggen, maar beslist zelf wat dat inhoudt. De regering kan haar tekst wijzigen, maar Bercow zou net zo goed een gewijzigde context kunnen zien als een substantiële verandering. Na de eerdere stemming over het ontwerpakkoord zijn de alternatieven immers uitgedund: een brexit zonder akkoord werd weggestemd en woensdag zullen andere modellen hetzelfde lot beschoren zijn. Daardoor is de context waarin het voorstel eerst werd afgekeurd, veranderd. Aangezien de context in het hele brexitverhaal uitermate belangrijk is, kan dat uitgelegd worden als een wezenlijke aanpassing van het voorstel.Maar waar het nu vooral op aankomt, is dat het parlement bewijst dat het de uitvoerende macht niet nodig heeft om in belangrijke dossiers een beslissende rol te spelen. En dat de parlementaire democratie nog niet afgedaan heeft in tijden waarin sommigen, in dossiers waarin hen dat goed uitkomt, zelfs de moeder van alle parlementen ondergeschikt zouden willen maken aan andere beslissingsvormen.Lieven Buysse is professor Britse cultuur aan de KU Leuven