Zaterdagnamiddag kwamen de Britse parlementsleden in Westminster samen om te stemmen over het terugtrekkingsakkoord tussen de Britse regering en de Europese Commissie. Maar zo ver kwam het helemaal niet. Een amendement van parlementslid Oliver Letwin gooide roet in het eten. Waarom? Letwin wilde dat het echtscheidingsakkoord eerst in Britse wetgeving wordt omgezet, alvorens het parlement zich over de overeenkomst beraadt.

Zijn amendement kreeg de steun van 322 parlementsleden, 306 stemden tegen. Door een eerdere wetgeving, de zogenaamde Benn-act, moet Johnson vandaag verplicht uitstel vragen aan de 27 staatshoofden en regeringsleiders. Daarvoor heeft hij tijd tot middernacht. Johnson zei in het parlement dat hij 'geen uitstel met de Europese Unie zal onderhandelen', wat hij wettelijk gezien ook niet moet. Of hij van plan is om het uitstel effectief aan te vragen, is niet duidelijk. De Conservatieve Partij heeft op sociale media laten weten dat Johnson dat niet zal doen. Mogelijks moet het Hooggerechtshof van het Verenigd Koninkrijk opnieuw tussenbeide komen als Johnson dat weigert.

De lidstaten moeten met eenparigheid van stemmen bepalen of ze zo'n uitstel zien zitten. Zij bepalen in overleg met de Britse regering hoe lang het verlet zal duren. Volgens Johnson zal de omzetting van het akkoord in Britse wetgeving begin volgende week klaar zijn. Bovendien wil de regering maandag een nieuwe stemming houden over het akkoord, en dus niet over de wetgeving. John Bercow, de voorzitter van het Lagerhuis, zegt die planning 'in overweging' te zullen nemen.

Het is niet ondenkbaar dat de lidstaten nog tot na de stemming over de Britse wetgeving wachten om de knoop door te hakken. Als de lidstaten uitstel niet zien zitten en de wetgeving wordt volgende week door het parlement naar de prullenbak verwezen, dan krijgen we op 31 oktober alsnog een harde brexit.