In de jaren 1930 poogde de Sovjet-Unie herhaaldelijk maar tevergeefs om met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een verdrag van collectieve veiligheid af te sluiten tegen een steeds agressiever optredend nazi-Duitsland. Moskou wilde zo'n verdrag omdat Hitler van plan was om vroeg of laat de Sovjet-Unie aan te vallen en te vernietigen, zoals hij had duidelijk gemaakt in Mein Kampf. Maar de elites die ook toen nog in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan de macht waren, wilden een dergelijke 'kruistocht' van Hitler vergemakkelijken. Zij verachtten de Sovjet-Unie immers als de bron van inspiratie voor revolutionairen, niet alleen in hun eigen land maar ook in hun kolonies. Anderzijds stond het Britse en Franse publiek overwegend vijandig tegenover nazi-Duitsland en was het voorstander van een anti-Hitlerbondgenootschap met de Sovjet-Unie.

Territoriale buit

Zo ontstond de zogenaamde 'appeasementpolitiek', vooral verbonden met de namen van de Britse en Franse eerste ministers, Neville Chamberlain en Edouard Daladier. Die wilden van een bondgenootschap met de Sovjets niets weten, maar tezelfdertijd tegenover hun bevolking de indruk wekken het na te streven. Ze wilden het Hitler makkelijker maken om de Sovjet-Unie aan te vallen, maar zonder dat het publiek dat in de gaten kreeg. De appeasers lieten Hitler eerst ongestraft Duitsland herbewapenen en deden vervolgens allerlei andere toegevingen. In 1938 werd hem tijdens een conferentie in München zelfs een grote brok van Tsjecho-Slovakije aangeboden dat kon dienen als 'startbaan' voor zijn anti-Sovjetkruisvaart. Om het publiek te sussen verkondigden de Britten en Fransen dat men ten allen prijzen een nieuwe oorlog wilde vermijden en dat er ook met de Sovjets onderhandeld werd. Maar alle Sovjetvoorstellen voor een anti-Hitlerverbond werden afgewezen, met als excuus dat Polen, gelegen tussen Duitsland en de Sovjet-Unie, geen Sovjettroepen op zijn grondgebied wilde toelaten.

Polen was in die tijd helemaal geen democratisch land. Na zijn (weder)geboorte op het einde van de Eerste Wereldoorlog als een theoretisch democratische staat werd het land met ijzeren hand geregeerd door militairen, eerst maarschalk Jozef Pilsudski en daarna een stel kolonels. Die droomden van een groot Pools rijk dat zich zou uitstrekken van de Baltische tot de Zwarte Zee. Pilsudski had in de nasleep van de in Rusland woedende revolutie tussen 1919 en 1921 een groot stuk grondgebied van het vroegere tsarenrijk ingepalmd, een gebied dat verkeerdelijk bekend zou geraken als 'Oost-Polen'. Zijn opvolgers droomden van verdere uitbreiding, en ondanks een formeel bondgenootschap met Frankrijk flirtten zij met het naziregime in de hoop om gezamenlijk grondgebied te veroveren in de Sovjet-Unie. Polen blokkeerde de onderhandelingen over een defensief bondgenootschap tegen nazi-Duitsland dus niet uit vrees voor de Sovjet-Unie, maar omgekeerd, wegens anti-Sovjetaspiraties. Zo kunnen we ook begrijpen waarom Polen na de overeenkomst van München voor zichzelf schaamteloos een deel van de Tsjecho-Slovaakse territoriale buit opeiste.

Het Hitler-Stalinpact heeft de Tweede Wereldoorlog niet veroorzaakt. Het omgekeerde is waar: het Pact heeft de goede afloop van de Tweede Wereldoorlog mogelijk gemaakt.

Uitvluchten

In maart 1939 bezette Hitler plots de rest van Tsjecho-Slovakije. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk was het publiek ontzet, maar de heersende elites lieten de Duitse dictator begaan, hopend dat hij nu toch snel tegen de Sovjet-Unie ten strijde zou trekken. Dat wilde Hitler wel, maar eerst probeerde hij nog wat meer voordeel te halen uit de toegeeflijkheid van de Brits-Franse appeasers. Hij kwam voor de pinnen met eisen tegenover Polen, onder andere over Danzig.

In Londen waren Chamberlain en co. bereid om opnieuw toegevingen te doen, maar de tegenstand bleek daarvoor te groot. Chamberlain gooide het plots over een andere boeg en beloofde Warschau op 31 maart plechtig - maar totaal onrealistisch - gewapende bijstand in geval van Duitse agressie. En toen overduidelijk werd dat de Britse en Franse bevolking een anti-Hitlerbondgenootschap met de Sovjet-Unie wensten, zagen de appeasers zich verplicht om opnieuw te onderhandelen met de Sovjets. Ze verzonnen echter allerlei uitvluchten om toch maar niet tot een akkoord te moeten komen met een land dat ze verachtten tegen een land waarmee ze stiekem sympathiseerden.

Jacques Pauwels, De grote mythen van de geschiedenis, 2019, EPO Uitgeverij, 268 blz., €22,40 © EPO

Pas in juli 1939 gingen ze akkoord om concrete militaire afspraken te maken, en slechts in het begin van augustus werd een Brits-Franse afvaardiging met dit doel naar Moskou gestuurd. In flagrante tegenstelling tot de grote snelheid waarmee een jaar tevoren Chamberlain en Daladier per vliegtuig naar München waren geijld om er Hitler te paaien, werd nu een stel anonieme ondergeschikten met een loom vrachtschip naar de Sovjet-Unie verscheept. Toen ze op 11 augustus eindelijk aankwamen, bleek bovendien dat ze niet over de benodigde geloofsbrieven en volmachten beschikten. Daarmee was voor de Sovjets de maat vol en schortten zij de onderhandelingen op.

Geamputeerd Polen

Ondertussen was Berlijn toenadering tot Moskou beginnen zoeken, want Hitler wilde nu dringend oorlog tegen Polen, en dat betekende ook oorlog tegen de Britten en de Fransen. Om niet in een tweefrontenoorlog te belanden, had hij de neutraliteit van de Sovjet-Unie nodig en hij was bereid om daarvoor aanzienlijke toegevingen te doen. Dat was interessant voor de Sovjets, aan wie de appeasers nooit iets aantrekkelijks aangeboden hadden. Wat in mei begon als eenvoudige handelsbesprekingen, ontwikkelde zich zo tot discussies tussen de ministers van Buitenlandse Zaken, Joachim von Ribbentrop en Vjatsjeslav Molotov. Het was echter pas toen in augustus in Moskou duidelijk werd dat de Britten en Fransen niet gekomen waren om te goeder trouw te onderhandelen, dat de Sovjets de knoop doorhakten en op 23 augustus met Duitsland een niet-aanvalspact sloten, het zogenaamde Molotov-Ribbentroppact, ook bekend als het Hitler-Stalinpact.

Dat 'Pact' was geen bondgenootschap maar slechts een niet-aanvalspact, vergelijkbaar met andere pacten die Hitler eerder al had afgesloten, bijvoorbeeld met Polen in 1934. Het ging om een belofte om elkaar niet aan te vallen. Er was echter wel een geheime clausule aan toegevoegd over een afbakening van wederzijdse invloedssferen in Oost-Europa en vooral in Polen, waarbij 'Oost-Polen' in de Sovjetsfeer lag. Het was onduidelijk wat dit arrangement in de praktijk zou betekenen. Maar het Pact hield zeker geen territoriale amputatie van Polen in die vergelijkbaar was met het lot dat Britten en Fransen een jaar eerder in München aan Tsjecho-Slovakije hadden opgelegd.

Hitlers aanval op Polen kwam er op 1 september 1939. Londen en Parijs verklaarden daarop de oorlog aan Duitsland, maar alleen omdat de publieke opinie dat eiste. De appeasers hoopten stiekem dat het snel gedaan zou zijn met Polen zodat Hitler zich eindelijk tegen de Sovjet-Unie zou kunnen keren. Ze gingen daarom niet tot de aanval over; de oorlog die ze voerden was slechts een geveinsde oorlog, een phoney war zoals ze hem in Engeland noemden. Polen werd onder de voet gelopen, en iedereen verwachtte dat de heersende kolonels zouden moeten capituleren. Hitler rekende daarop, en zijn voorwaarden daarvoor zouden voor Polen zeker grote territoriale verliezen betekend hebben. Maar heel waarschijnlijk had een geamputeerd Polen in het oosten mogen blijven bestaan.

Startblokken voor een nazi-aanval

Op 17 september vluchtte de Poolse regering echter naar het neutrale Roemenië (toen een buurland) en schakelde zo zichzelf uit, want volgens het internationaal recht moeten neutrale landen niet alleen militairen maar ook leden van de regering van een oorlogvoerend land voor de duur van het conflict interneren. Dat had voor Polen nefaste gevolgen. Het regeringloze land werd zo immers een soort niemandsland waarin de Duitse veroveraars konden doen wat ze wilden, want er was niemand waarmee kon onderhandeld worden. Die situatie gaf echter ook de Sovjets het recht om in te grijpen, en zij trokken nog op dezelfde dag Polen binnen om het oostelijke deel te bezetten van een aan zijn lot overgelaten land dat de Duitsers anders ongetwijfeld in zijn geheel hadden bezet. Hitler had dat zeker verkozen, maar hij kon geen bezwaren opperen, want 'Oost-Polen' lag binnen de Sovjetsfeer die in het Pact was vastgelegd.

Het Pact maakte het dus mogelijk dat de Sovjet-Unie in 1941 de Duitse aanval kon overleven.

De bezetting van 'Oost-Polen' door de Sovjets was correct volgens de normen van het internationaal recht. Het was geen aanval op Polen, en zeker geen aanval in coördinatie met een nazi-'bondgenoot'. De Sovjet-Unie was geen bondgenoot van nazi-Duitsland geworden door het afsluiten van een niet-aanvalspact en werd ook geen bondgenoot ervan door de bezetting van 'Oost-Polen'. Dat die bezetting geen 'aanval' was en dus geen 'oorlog' betekende, blijkt uit het feit dat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, bondgenoten van Polen, aan de Sovjet-Unie niet de oorlog verklaarden.

De bezetting van 'Oost-Polen' verschafte de Sovjet-Unie een bijzonder nuttig 'glacis', zoals in het jargon van de vestingbouw een open gebied heet dat een aanvaller moet doorkruisen vooraleer hij het eigenlijke verdedigingswerk kan bereiken. Iedereen wist dat nazi-Duitsland ondanks het met Stalin afgesloten pact vroeg of laat de Sovjet-Unie zou aanvallen, en dat gebeurde in juni 1941. Als gevolg van de bezetting van 'Oost-Polen' door de Sovjets, mogelijk gemaakt door het Pact, bevonden de startblokken voor de naziaanval zich toen echter vele honderden kilometers verder westwaarts dan in 1939 het geval zou zijn geweest.

Grondstoffen en rijkdommen

In 1941 schopten de nazi's het bijna tot in Moskou. Dat betekent dat ze zonder het Pact bijna zeker Moskou zouden ingenomen hebben en zo misschien de Sovjet-Unie hadden overwonnen. Dankzij het Pact verkreeg de Sovjet-Unie niet alleen broodnodige ruimte maar ook tijd. De Duitse aanval op de Sovjet-Unie, oorspronkelijk voorzien voor 1939, werd uitgesteld tot in 1941. In de tussentijd werd veel essentiële infrastructuur, vooral fabrieken van oorlogsmaterieel, verplaatst naar de andere kant van het Oeralgebergte. De Sovjets kregen ook de kans om de moderne Duitse manier van oorlogvoering te bestuderen. Ze leerden dat het opstellen van het gros van de verdedigende troepen aan de grens fataal zou zijn en dat alleen 'verdediging in de diepte' de mogelijkheid bood om de nazipletwals tot staan te brengen. In 1941 zou verdediging in de diepte inderdaad het Rode Leger toelaten om de nazimokerslag te overleven.

Het Pact maakte het dus mogelijk dat de Sovjet-Unie in 1941 de Duitse aanval kon overleven. En dat zou fataal zijn voor nazi-Duitsland. Duitsland had immers een schrijnend tekort aan strategische grondstoffen, vooral petroleum, en het was de bedoeling dat een snelle overwinning op de Sovjet-Unie dat probleem uit de wereld zou helpen. De olievelden van de Kaukasus zouden dan immers voor voldoende petroleum zorgen. De controle over de grondstoffen en andere rijkdommen van de Sovjet-Unie zou Duitsland gepromoveerd hebben tot een militair ongenaakbare supermacht. De bevrijding van Europa, ook die van West-Europa, door de Britten en Amerikanen zou er dan nooit gekomen zijn. Duitsland zou de Europese supermacht gebleven zijn, en op het continent zou vandaag niet Engels maar Duits de tweede taal zijn.

Het Hitler-Stalinpact heeft de Tweede Wereldoorlog niet veroorzaakt, zoals soms beweerd wordt. Het omgekeerde is waar: het Pact heeft de goede afloop van de Tweede Wereldoorlog, de nederlaag van nazi-Duitsland, mogelijk gemaakt.

Jacques Pauwels, De grote mythen van de geschiedenis, 2019, EPO Uitgeverij, 268 blz., €22,40