De Britse regering stelt alles in het werk om de Europese Unie onder druk te zetten tijdens de brexitonderhandelingen. Vorige week kondigde premier Boris Johnson nieuwe nationale wetgeving aan, de zogenaamde Internal Market Bill. Daarmee wil hij delen van het vorig jaar overeengekomen terugtrekkingsakkoord eenzijdig aanpassen, tenminste als er tegen het einde van dit jaar geen handelsoverenkomst met de Unie gevonden wordt.
...

De Britse regering stelt alles in het werk om de Europese Unie onder druk te zetten tijdens de brexitonderhandelingen. Vorige week kondigde premier Boris Johnson nieuwe nationale wetgeving aan, de zogenaamde Internal Market Bill. Daarmee wil hij delen van het vorig jaar overeengekomen terugtrekkingsakkoord eenzijdig aanpassen, tenminste als er tegen het einde van dit jaar geen handelsoverenkomst met de Unie gevonden wordt. Als een donderslag bij heldere hemel kwam het nieuws niet. In de Britse media circuleren al sinds februari berichten dat de Britse regering op plannen broedt om de overeenkomst naar haar hand te zetten. Wel zorgt het feit dat het wetsvoorstel in strijd is met het internationaal recht - dat moest de bevoegde minister voor Noord-Ierland vorige week in het Britse parlement schoorvoetend toegeven - voor flink wat beroering aan beide kanten van het Kanaal. Die Internal Market Bill is belangrijk voor het Verenigd Koninkrijk in zijn geheel. Op het eind van dit jaar loopt de transitieperiode waarin het Verenigd Koninkrijk aan de Europese regels gebonden blijft, af. Vanaf 1 januari hebben de Britse deelstaten (Wales, Schotland, Noord-Ierland en Engeland) elk de mogelijkheid om eigen regels in te voeren. Maar, zo vreest Johnson, als de vier verschillende besluiten nemen, dan dreigt de Britse interne markt aanzienlijke averij op te lopen. Door middel van non-discriminatiemaatregelen en automatische wederzijdse erkenning van elkaars regels wil Johnson dat niet laten gebeuren. Voor de Schotse nationalisten, die een tweede onafhankelijkheidsreferendum vragen en in de peilingen een absolute meerderheid halen, een regelrechte doorn in het oog. Ook bij de Noord-Ierse republikeinen, die opnieuw bij Ierland willen aansluiten, en bepaalde strekkingen in Wales zorgt het wetgevend voorstel voor heel wat wrevel. De Noord-Ierse Unionisten zijn op hun beurt wel tevreden met het plan dat de Britse regering wil uitvoeren. Of Johnson hiermee de eenheid van zijn land op langere termijn net niet op de helling plaatst, zal nog moeten blijken. Ook meent de Britse premier dat de EU volgens het huidige akkoord een blokkade kan opwerpen voor het goederenverkeer tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Dat is op zijn zachtst gezegd een verregaande interpretatie van de feiten. Momenteel onderhandelen de Unie en het Verenigd Koninkrijk over een waslijst aan goederen die het risico lopen om vanuit Groot-Brittannië via Noord-Ierland in Ierland terecht te komen. Zulke producten dreigen namelijk de integriteit van de Europese interne markt te beschadigen en moeten daarom gecontroleerd worden. Het terugtrekkingsakkoord voorziet dat alle goederen als 'risicovol' beschouwd worden als er geen handelsvergelijk uit de bus komt. Zonder overeenkomst moeten de Britse autoriteiten onder het goedkeurend oog van de Europese Unie dus alle goederen controleren. Hoewel Johnson en zijn partij die afspraak vorig jaar goedkeurden, willen ze daar niet langer van weten. In het geval van een brexit zonder akkoord kan dat er op termijn toe leiden dat de Unie ertoe wordt gedwongen om grencontroles in te voeren tussen Noord-Ierland en Ierland. Dat zou in strijd zijn met het Goedevrijdagakkoord uit 1998, wat voor de Europese Unie - Brussel zet zichzelf graag in de verf als een vredesproject - een bijzonder heikele kwestie zou zijn. Een alternatief is om aan alle toegangswegen, zoals de landbrug in Calais en de haven van Antwerpen, controles uit te voeren op producten die zowel uit het Verenigd Koninkrijk als uit Ierland komen, al betekent dat die laatste door de Unie in de pratijk in de steek gelaten wordt. Op politiek niveau reageerden de Brusselse kopstukken aanvankelijk relatief beheersd. In Brussel wil men de lopende onderhandelingen geen schade toebrengen en hoopt men ten laatste tegen eind oktober tot een akkoord te komen. Achter de schermen is men echter ontstemd over zowel de inhoud als de timing van het manoeuvre. 'Dit verwacht je van de Russen, niet van de Britten', vertelt een rechtstreeks betrokken Europese topdiplomaat op voorwaarde van anonimiteit aan Knack. Na de publicatie van het wetsvoorstel trok eurocommissaris Maros Sefcovic in allerijl naar Londen voor een spoedvergadering met zijn Britse tegenhanger Michael Gove. De twee zijn covoorzitters van het zogenaamde Joint Committee waarin de implementatie van het Noord-Ierse Protocol wordt gecontroleerd en uitgewerkt. Ook premier van Noord-Ierland Arlene Foster van de unionistische DUP en vicepremier Michelle O'Neill van het Republikeinse Sinn Fein waren bij dat overleg aanwezig, omdat er wordt gevreesd voor de implicaties van de nieuwe wetgeving op het vredesproces. In een niet mis te verstane brief formuleerde Sefcovic een deadline voor de Britse regering om tegen het einde van deze maand de Internal Market Bill aan te passen tot een versie die niet langer in strijd is met het bindende terugtrekkingsakkoord. Het is echter de vraag of een onderlinge geschillenprocedure of een zaak voor het Internationaal Gerechtshof zoden aan de dijk zal zetten. In Brussel hoopt men vooral dat de Britse leden van het Lager- en Hogerhuis via amendementen erin slagen om de scherpste randjes van de omstreden wetgevingen te vijlen. Kortom: het voorstel van de Britse regering is politieke splijtstof. En dat op het moment waarop de onderhandelingen over een handelsakkoord in de cruciale fase zijn aanbeland. Langs Europese zijde gaat men ervan uit dat Boris Johnson - naar analogie met zijn poging van vorig jaar - meer compromisbereidheid tracht te forceren op cruciale dossiers zoals visserij en eerlijke concurrentieregels. Op dat eerste dossier kwam er vorige week een klein beetje schot in de zaak. De Unie toont zich bereid om niet langer aan de huidige visserijquota vast te houden, het Verenigd Koninkrijk wil nadenken over een zachtere infasering van de exclusieve economische zone, het gebied waar niemand anders zonder wederzijdse goedkeuring in mag vissen. Wel is het probleem van een billijke verdeling daarmee nog lang niet opgelost. Op vlak van staatssteun en concurrentieregels, vaak samengevat als het 'gelijke speelveld', zitten de onderhandelingen nog steeds muurvast. Vooral omdat het Verenigd Koninkrijk geen permanent mechanisme wil waarmee geschillen kunnen worden beslecht eenmaal er een handelsakkoord gevonden is. 'De Britse regering toont met de nieuwe wetgeving dat ze niet te goede trouw handelt. Je kan toch moeilijk verwachten dat we hen op andere vlakken wel zomaar mogen geloven?', vertelt nog een andere goedgeplaatste diplomaat aan Knack. Als de Unie ingaat op de eisen van Johnson, dan heeft die laatste het spel op korte termijn erg slim gespeeld. Zeker zo waarschijnlijk is de piste dat de Britse regering net zoals vorig jaar een flinke portie water bij de wijn zal doen. Al is het in dat laatste geval alweer de vraag of de Britten de gemaakte afspraken dan wel zal respecteren.