Kunstenaar Danny Devos schetst in deze korte geschiedenis van 100 jaar Antwerpse kunst waarom de Vlaamse regering alsnog moet kiezen om het Museum voor Hedendaagse Kunst in de stad te behouden.
Wie in Antwerpen 100 jaar terugkijkt komt Boem Paukeslag uit bij Paul Van Ostaijen, die met zijn kornuiten Paul Joostens, de gebroeders Jespers en componist Jef van Hoof een ‘artistiek genootschap’ vormden. Sindsdien hebben talloze avantgardistische bewegingen hun oorsprong in Antwerpen gevonden. Zowat elke beweging trad ook buiten de paden van het artistieke parcours en had een invloed op de samenleving.
De zolder van het Hessenhuis wordt dankzij de beweging G58 een platform voor tentoonstellingen, toneel en dans, poëzie, lezingen en debatten.
Niet veel later groeien de happenings van Panamarenko en Hugo Heyrman uit tot een sociale beweging die de kernstad bevrijden van de auto en teruggeven aan de bewoners.
Nog later ijvert de kunstenaarsvereniging VAGA door middel van een bezetting van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten voor een Museum voor Hedendaagse Kunst. Het rechtstreekse gevolg is dat Koning Boudewijn het Koninklijk Paleis op de Meir een culturele bestemming geeft, ten behoeve van de kunstenaars.
25 jaar geleden bezette een groep kunstenaars datzelfde Koninklijk Paleis met eisen voor tentoonstellingsplekken, kunstenaarsateliers, en een statuut ter sociale bescherming van de kunstenaars. Overleg met de toenmalige Minister en Schepenen van Cultuur leverde op: het NICC kunstencentrum – gerund door kunstenaars, een atelierbeleid voor Antwerpen en een federaal Kunstenaarsstatuut voor alle kunstenaars.
Die 100 jaar vurige kunstactiviteit in Antwerpen heeft ervoor gezorgd dat Antwerpen al die tijd de culturele hotspot van België en later Vlaanderen werd.
Nergens is de kunstenaarspopulatie zo groot en actief als in Antwerpen. Nergens is het galeriewezen zo boeiend als in Antwerpen. Nergens is het ontstaan van kunstenaarsinitiatieven en broedplekken zo vruchtbaar als in Antwerpen. Nergens heeft de inplanting van een Museum voor Hedendaagse Kunst zoveel impact gehad op een buurt, op een stad als in Antwerpen. Nergens hebben kunstenaars, galeristen, verzamelaars, kunstminnaars, maar ook cafébazen, restauranthouders, designwinkels, koffie- en cocktailbars zo de handen in elkaar geslagen om een stadsdeel in een mum van tijd om te toveren van een ruige woestijn tot een levendig amalgaam van sociale activiteit.
Vroeg of laat culmineert al dat artistieke broedwerk in de plek waar het thuishoort: in een Museum voor Hedendaagse Kunst. Net zoals de werken van Rubens terechtkwamen in permanente kerken, kathedralen en musea, net zoals de drukwerken van Plantin en Moretus zorgvuldig bewaard worden in een Plantin en Moretusmuseum, net zoals de volkskundige geschiedenis van Antwerpen bewaard wordt in een Museum aan de Stroom, net zoals de Antwerpse literaire geschiedenis bewaard wordt in een Letterenhuis, net zoals de invloedrijke Antwerpse Modegeschiedenis bewaard word in een Modemuseum, verdient ook de belangrijke geschiedenis van de hedendaagse kunst bewaard te worden in een museum.
In een Museum voor Hedendaagse Kunst dat die geschiedenis verzamelt, bewaart, toont, historisch onderzoekt en deelt met de hedendaagse maatschappij. En dat niet alleen voor Antwerpen, voor Vlaanderen, voor België, maar voor de hele wereld!
Met het behoud van dat Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen kan Caroline Gennez in een moedig moment van herbeslissing haar Cultuurministerschap nog in de geschiedenis beitelen.
Danny Devos (Vilvoorde, 20 september 1959) is een Belgisch kunstenaar wiens werk voornamelijk om bodyart en performances draait. Van 1998 tot 2004 was hij achtereenvolgens “Sociaal Commissaris” en voorzitter van het NICC, een Belgische belangenorganisatie voor beeldende kunstenaars.
