Op een weekavond in augustus 2008 raast een witte Citroen 2 pk door de straten van de Antwerpse voorstad Merksem. De chauffeur trekt op, remt, claxonneert. Op de passagiersstoel schuift een stapel papier heen en weer wanneer de 'geit' in de bochten overhelt. Het originele en dus bevlekte manuscript dat de schrijver J.M.H. Berckmans net heeft afgewerkt: Uit het Leven van eenen Wildzang & eene heftig claxonnerende vliegende Zottin. De chauffeur vloekt. Hij is in allerijl op zoek naar een plaats waar hij fotokopieën kan nemen. Dat is de instructie die zijn vriend Jean-Marie hem heeft gegeven. Op dat tijdstip is in die Antwerpse faubourg een kopiezaak echter even moeilijk te vinden als een benzinestation op de Noordpool. De opgejaagde chauffeur tuft uiteindelijk naar de straat waar uitgever Rudy Vanschoonbeek woont en waar diens eega Marijke op de hoek staat te wachten om het voertuig naar de juiste locatie te loodsen.
...

Op een weekavond in augustus 2008 raast een witte Citroen 2 pk door de straten van de Antwerpse voorstad Merksem. De chauffeur trekt op, remt, claxonneert. Op de passagiersstoel schuift een stapel papier heen en weer wanneer de 'geit' in de bochten overhelt. Het originele en dus bevlekte manuscript dat de schrijver J.M.H. Berckmans net heeft afgewerkt: Uit het Leven van eenen Wildzang & eene heftig claxonnerende vliegende Zottin. De chauffeur vloekt. Hij is in allerijl op zoek naar een plaats waar hij fotokopieën kan nemen. Dat is de instructie die zijn vriend Jean-Marie hem heeft gegeven. Op dat tijdstip is in die Antwerpse faubourg een kopiezaak echter even moeilijk te vinden als een benzinestation op de Noordpool. De opgejaagde chauffeur tuft uiteindelijk naar de straat waar uitgever Rudy Vanschoonbeek woont en waar diens eega Marijke op de hoek staat te wachten om het voertuig naar de juiste locatie te loodsen. Berckmans zit al twee uur bij de uitgever thuis op zijn adjudant/kameraad te wachten. Hij is in opperbeste stemming en praat met Vanschoonbeeks zoon Jakob over diens eindwerk over zijn oeuvre. Weinig duidt erop dat Berckmans luttele maanden eerder op intensieve zorg lag, en dat de dokters hem bezwoeren dat hij een vogel voor de kat was als hij nog een sigaret zou opsteken. Hij rookt op die zondagavond in Merksem als vanouds aan de lopende band en smeedt plannen voor de toekomst, wat in zijn geval wil zeggen: voor het volgende boek. Hij heeft al een fotograaf gevonden voor de foto op de achterflap. Hij staat op het punt om opnieuw met de uitgever in zee te gaan die in 1989 zijn spraakmakende eerste verhalenbundel, Vergeet niet wat de zevenslaperzei, had uitgebracht en die een nieuwe uitgeverij heeft opgericht. Vanschoonbeek ontving op 24 juli 2008 een weinig alledaagse e-mail van Guy Plas, centrumleider van het OCMW van Antwerpen en personage in Berckmans' laatste boeken. J.M.H. Berckmans, Lange Batterijstraat 3/01, 2018 Antwerpen, had een 'spraakmakend' boek geschreven maar bezat geen e-mailadres of telefoon. Hij zocht een 'fatsoenlijke uitgever'. 'Discretie vereist en verzekerd, klein gebrek groot bezwaar. Met groet en in opdracht van Jean-Marie', zo eindigde het bericht. Dankzij de bemiddeling van Plas, in Berckmans' proza met de koosnaam 'schurk' vereerd, kwam het tot de afspraak in Merksem. Wanneer Berckmans' adjudant omstreeks tien uur bij Vanschoonbeek komt binnengestormd, sakkerend dat in dat gat geen kopieerapparaat te vinden is, kan zelfs dat Berckmans' opgewekte stemming niet verstoren. Het gezelschap keuvelt en drinkt voort. Af en toe verdwijnt Berckmans met zoon Jakob naar de tuin om te roken en te praten. De vrouw des huizes maakt voor de gast een voedselpakketje klaar. Over één ding doet Berckmans moeilijk: hij wil zijn originele manuscript onder geen beding bij de uitgever achterlaten. Een digitale versie van de tekst heeft hij niet. Hij kan niet uit de voeten met computers en printers, en wordt daarbij geassisteerd door vrienden zoals filmmaker Dimitri Van Zeebroeck en de Fietsenfikser, die samen met het OCMW als literair secretariaat fungeren voor de chroniqueur van Barakstad. Zij zorgen ervoor dat zijn teksten worden getypt en afgedrukt. Berckmans heeft er behoefte aan om zijn jongste manuscripten als een talisman in een supermarktzakje met zich mee te dragen. Uiteindelijk verdwijnt Berckmans met zijn manuscript over de 'heftig claxonnerende vliegende zottin' in de witte geit die hem naar Antwerpen- Zuid zal voeren. Zelfs bij een potentiële uitgever de originele tekst achterlaten, is voor hem ondenkbaar. Op het laatste nippertje holt de alerte eega van de uitgever naar het vehikel en weet Berckmans ervan te overtuigen de volgende dag naar de uitgeverij af te zakken om zijn manuscript daar te laten kopiëren. Berckmans wordt naar Antwerpen gechauffeerd, krijgt een korte opwelling van wanhoop waarbij hij fulmineert dat ze hem naar het gekkenhuis moeten brengen, kalmeert, drinkt met zijn adjudant een glas in cafe 't Hof van Ellende en wordt ten slotte afgezet bij zijn OCMW-studio in de Lange Batterijstraat. De volgende dag springt hij bij de nieuwe uitgeverij Vrijdag binnen, opvallend kwiek voor zijn doen. Het manuscript wordt gekopieerd. Vanschoonbeek belooft de tekst zo snel mogelijk te lezen en te laten weten of het licht voor publicatie op groen staat. De mannen zullen elkaar nooit meer horen of zien. Op zondag 31 augustus, de dag voor Vanschoonbeek Berckmans zou contacteren om de uitgave van diens Wildzang te bevestigen, wordt de schrijver door Dimitri Van Zeebroeck dood aangetroffen in de afgeleefde sofa waarin hij het grootste deel van zijn laatste jaren in eenzaamheid doorbracht.