Als Tommy Wieringa twaalf jaar oud is, verkiest zijn moeder een avontuurlijker leven elders. Hoewel ze zeer aan elkaar zijn verknocht, wordt hun contact sindsdien getekend door strijd. Het laatste grote twistpunt tussen Wieringa en zijn moeder is de alternatieve behandelwijze van haar borstkanker, de ziekte die haar uiteindelijk fataal zal worden.

'Ze was niet alleen mijn moeder, maar ook een van mijn meest geliefde personages. Een kleurrijker, avontuurlijker en onverschrokkener iemand ontmoette ik nog nooit. Een ontiegelijke lastpak, maar het zout der aarde.'

Handtekening

In mijn herinnering is het altijd winter op de Grote Markt in Groningen. Elke zaterdag om halfacht zette ik met een van mijn zusters of iemand uit mijn moeders entourage de kraam op, om negen uur moest alles klaar zijn voor de verkoop. We stonden tegenover café Der Witz, onze overburen waren textielhandelaren van het roemruchte geslacht Kaiser uit Peize. Ze stonden aanvankelijk vijandig tegenover onze komst en de malle handel van mijn moeder (wierook, bloemstukken, geneeskrachtige edelstenen), maar mettertijd werden ze toleranter. Toen overbuurman Willy Kaiser vijftig jaar op de markt stond en bijna even lang getrouwd was, eerde hij zijn echtgenote op de lokale televisiezender met de woorden: 'Mijn vrouw die kan heel lekker snert koken, nou, waarom zou ik dan een ander nemen.'

De grijze kasseien van de Grote Markt trokken koud op. Soms ging ik bij v&d in de warme luchtstroom bij de ingang staan, maar liever nog ging ik naar Scholtens Wristers, waar het lekker warm was tussen de boeken. Scholtens Wristers was een Versailles van het boek, een ruim en statig cultuurpaleis; van de ruïne die het twintig jaar later zou zijn, was nog geen voorteken te bespeuren. Mijn vingers gleden langs de pagina's, ik zoog omslagen en schrijversportretten in me op, de wereld waar ik bij wilde horen, en keerde dan naar mijn leven als marktkoopman terug.

De tijd heeft zich sindsdien gedragen als een dollehond. Scholtens-Wristers werd Selexyz en Selexyz werd Polare - per naamsverandering hingen de mondhoeken van de trouwe boekverkopers verder neer. Sommige vluchtten op tijd, andere bleven op hun post tot ze de tent kwamen dichtspijkeren.

Toen mijn moeder de markt jaren geleden verliet, begon ze haar winkel op de Vismarkt, eerst op nummer 46 en nadat dat pand was afgebrand twee deuren verderop. Ze verkoopt hier ook mijn boeken. Ze liggen in stapels op de toonbank, sommige voorzien van een sticker met daarop ZOON VAN LIA, wat me met schaamte en ontroering vervult. Gewoonlijk signeer ik ze, maar toen ik haar in december bezocht, vond ik voor in elk boek een mij onbekende handtekening. Ik vroeg haar wie dat had gedaan. 'Ik natuurlijk,' zei ze. 'Gesigneerde boeken verkopen nu eenmaal beter. Vind je 'm lijken?' Ze was ongevoelig voor mijn bezwaren tegen deze valsheid in geschrifte, en zei: 'Dan moet je maar wat vaker langskomen.'

Parasieten

In 2004 ontdekte mijn moeder een rode vlek op haar tepel. Haar antroposofische arts noemde het een ontsteking en schreef een homeopathisch zalfje voor. Zijn diagnose stond vast, een doorverwijzing was niet nodig. Bijna twee jaar bleef hij bij zijn oordeel. Antroposofen, weet ik uit de jaren dat ik hun scholen bezocht, zijn overtuigd van hun onfeilbare oordeel en laten zich ook bij overweldigend bewijs van het tegendeel niet op andere gedachten brengen. Als de theorie niet klopt met de feiten, dan kloppen de feiten niet, dat vat de gedachtegang van de antroposoof wel zo'n beetje samen.

Toen in het ziekenhuis eenmaal werd vastgesteld dat het wel degelijk kanker was, piekerde mijn moeder er niet over om zich te laten opereren of bestraling en chemotherapie te ondergaan. De natuurgenezers deden hun intrede, kwakzalvers als Henk Fransen, die zich triomfantelijk 'arts van de toekomst' noemde, maar nooit verder was gekomen dan zijn basisartsdiploma.

.
© .

Hij matigde zich aan kanker te kunnen bestrijden met kostbare kruidenmengsels uit zijn eigen winkeltje. De kasten van mijn moeder puilden uit van de potjes met kruidenpreparaten, enzymcomplexen en multivitaminen.

In 2007 bezocht ik met mijn moeder de kliniek van antroposoof Robert Gorter in Keulen. Gorter was een gesoigneerd heerschap met brilletje en vlinderdas, een rappe prater in wie mijn moeder haar eigen excentriciteit dacht te herkennen.

Ze onderging er hyperthermische behandelingen waarbij ze tot boven de veertig graden werd verhit omdat dat kankercellen zou bestrijden, een therapie die inderdaad resultaat kan opleveren maar uitsluitend in combinatie met bestraling en chemotherapie. Robert Gorter leverde echter alleen deel één van het pakket, zoals ook bij zijn behandeling met dendritische cellen - zodat de genezingsratio in zijn fopkliniek nul was. Het enige wat beter werd in de kliniek was de bankrekening van Robert Gorter.

Hoewel genezing uitbleef, bleef mijn moeder trouw aan haar genezers. Uit het feit dat ze nog leefde, vond ze, mochten we opmaken dat de behandelingen haar leven in elk geval hadden verlengd. Zo voeden de parasieten zich met de wanhoop van de stervenden. Sommigen omdat ze lijden aan een messiascomplex, anderen vanuit schaamteloos opportunisme - maar allemaal horen ze thuis tussen de balletje-balletje-artiesten en waarzeggers op de kermis.

Tommy Wieringa is een van de blikvangers op de Saint-Amour tournee van 8 tot 16 februari in acht Vlaamse theaters. Info:www.begeerte.be

Wieringa's 'Dit is mijn moeder' ( 158 blz., 17,99 euro) ligt vanaf 30 januari in de boekhandel.

Knack Club geeft 5 gesigneerde exemplaren van Dit is mijn moeder weg. Zie Knackclub.be.

Als Tommy Wieringa twaalf jaar oud is, verkiest zijn moeder een avontuurlijker leven elders. Hoewel ze zeer aan elkaar zijn verknocht, wordt hun contact sindsdien getekend door strijd. Het laatste grote twistpunt tussen Wieringa en zijn moeder is de alternatieve behandelwijze van haar borstkanker, de ziekte die haar uiteindelijk fataal zal worden.'Ze was niet alleen mijn moeder, maar ook een van mijn meest geliefde personages. Een kleurrijker, avontuurlijker en onverschrokkener iemand ontmoette ik nog nooit. Een ontiegelijke lastpak, maar het zout der aarde.'HandtekeningIn mijn herinnering is het altijd winter op de Grote Markt in Groningen. Elke zaterdag om halfacht zette ik met een van mijn zusters of iemand uit mijn moeders entourage de kraam op, om negen uur moest alles klaar zijn voor de verkoop. We stonden tegenover café Der Witz, onze overburen waren textielhandelaren van het roemruchte geslacht Kaiser uit Peize. Ze stonden aanvankelijk vijandig tegenover onze komst en de malle handel van mijn moeder (wierook, bloemstukken, geneeskrachtige edelstenen), maar mettertijd werden ze toleranter. Toen overbuurman Willy Kaiser vijftig jaar op de markt stond en bijna even lang getrouwd was, eerde hij zijn echtgenote op de lokale televisiezender met de woorden: 'Mijn vrouw die kan heel lekker snert koken, nou, waarom zou ik dan een ander nemen.'De grijze kasseien van de Grote Markt trokken koud op. Soms ging ik bij v&d in de warme luchtstroom bij de ingang staan, maar liever nog ging ik naar Scholtens Wristers, waar het lekker warm was tussen de boeken. Scholtens Wristers was een Versailles van het boek, een ruim en statig cultuurpaleis; van de ruïne die het twintig jaar later zou zijn, was nog geen voorteken te bespeuren. Mijn vingers gleden langs de pagina's, ik zoog omslagen en schrijversportretten in me op, de wereld waar ik bij wilde horen, en keerde dan naar mijn leven als marktkoopman terug.De tijd heeft zich sindsdien gedragen als een dollehond. Scholtens-Wristers werd Selexyz en Selexyz werd Polare - per naamsverandering hingen de mondhoeken van de trouwe boekverkopers verder neer. Sommige vluchtten op tijd, andere bleven op hun post tot ze de tent kwamen dichtspijkeren.Toen mijn moeder de markt jaren geleden verliet, begon ze haar winkel op de Vismarkt, eerst op nummer 46 en nadat dat pand was afgebrand twee deuren verderop. Ze verkoopt hier ook mijn boeken. Ze liggen in stapels op de toonbank, sommige voorzien van een sticker met daarop ZOON VAN LIA, wat me met schaamte en ontroering vervult. Gewoonlijk signeer ik ze, maar toen ik haar in december bezocht, vond ik voor in elk boek een mij onbekende handtekening. Ik vroeg haar wie dat had gedaan. 'Ik natuurlijk,' zei ze. 'Gesigneerde boeken verkopen nu eenmaal beter. Vind je 'm lijken?' Ze was ongevoelig voor mijn bezwaren tegen deze valsheid in geschrifte, en zei: 'Dan moet je maar wat vaker langskomen.'In 2004 ontdekte mijn moeder een rode vlek op haar tepel. Haar antroposofische arts noemde het een ontsteking en schreef een homeopathisch zalfje voor. Zijn diagnose stond vast, een doorverwijzing was niet nodig. Bijna twee jaar bleef hij bij zijn oordeel. Antroposofen, weet ik uit de jaren dat ik hun scholen bezocht, zijn overtuigd van hun onfeilbare oordeel en laten zich ook bij overweldigend bewijs van het tegendeel niet op andere gedachten brengen. Als de theorie niet klopt met de feiten, dan kloppen de feiten niet, dat vat de gedachtegang van de antroposoof wel zo'n beetje samen.Toen in het ziekenhuis eenmaal werd vastgesteld dat het wel degelijk kanker was, piekerde mijn moeder er niet over om zich te laten opereren of bestraling en chemotherapie te ondergaan. De natuurgenezers deden hun intrede, kwakzalvers als Henk Fransen, die zich triomfantelijk 'arts van de toekomst' noemde, maar nooit verder was gekomen dan zijn basisartsdiploma.Hij matigde zich aan kanker te kunnen bestrijden met kostbare kruidenmengsels uit zijn eigen winkeltje. De kasten van mijn moeder puilden uit van de potjes met kruidenpreparaten, enzymcomplexen en multivitaminen.In 2007 bezocht ik met mijn moeder de kliniek van antroposoof Robert Gorter in Keulen. Gorter was een gesoigneerd heerschap met brilletje en vlinderdas, een rappe prater in wie mijn moeder haar eigen excentriciteit dacht te herkennen. Ze onderging er hyperthermische behandelingen waarbij ze tot boven de veertig graden werd verhit omdat dat kankercellen zou bestrijden, een therapie die inderdaad resultaat kan opleveren maar uitsluitend in combinatie met bestraling en chemotherapie. Robert Gorter leverde echter alleen deel één van het pakket, zoals ook bij zijn behandeling met dendritische cellen - zodat de genezingsratio in zijn fopkliniek nul was. Het enige wat beter werd in de kliniek was de bankrekening van Robert Gorter.Hoewel genezing uitbleef, bleef mijn moeder trouw aan haar genezers. Uit het feit dat ze nog leefde, vond ze, mochten we opmaken dat de behandelingen haar leven in elk geval hadden verlengd. Zo voeden de parasieten zich met de wanhoop van de stervenden. Sommigen omdat ze lijden aan een messiascomplex, anderen vanuit schaamteloos opportunisme - maar allemaal horen ze thuis tussen de balletje-balletje-artiesten en waarzeggers op de kermis.