Een roman van László Krasznahorkai lezen is een ongewone ervaring. Eerst weet je niet goed wat te denken van die ellenlange zinnen die hij schrijft. Je worstelt met de betekenis ervan, voelt hoe ze tegen je hersenpan schuren en hebt veel zin om uit puur verzet die kilo papier aan de kant te gooien. Tot je gaat inzien dat je je niet moet verzetten tegen de hersenspinsels van Krasznahorkai, maar dat je je er gewoon aan moet overgeven. Dan raak je in een soort trance die het moeilijk maakt het boek nog aan de kant te leggen. Je begint te snappen hoe muzikaal die lange zinnen wel opgebouwd zijn en welke ritmes erdoorheen geweven zitten.

'Misschien komt het wel doordat ik mijn teksten eerst in mijn hoofd schrijf, ' zegt Krasznahorkai, 'soms wel twintig of dertig pagina's lang. Ik zit eraan te schaven tot ik helemaal tevreden ben. Pas dan schrijf ik ze neer. Het is trouwens niet dat ik per se speciaal wil doen en daarom zulke lange zinnen schrijf, ik vind dat gewoon de makkelijkste manier om me uit te drukken. Wat ik te zeggen heb, past gewoon niet in korte zinnetjes.'

Mijn roman is geen politiek boek omdat mijn personages te veelzijdig zijn. Ze zijn dom en slim en goed en kwaad tegelijkertijd.

Echt opbeurend is wat Krasnahorkai te zeggen heeft trouwens niet. Zijn nieuwste roman, Baron Wenckheim keert terug, speelt in een klein Hongaars stadje dat al decennialang in het sukkelstraatje zit. Samen met het communisme is de welvaart er verdwenen. Maar dat zou kunnen veranderen, want het gerucht doet de ronde dat baron Wenckheim na 46 jaar in Buenos Aires gewoond te hebben en daar een reusachtig fortuin bij elkaar gespeculeerd te hebben, terug naar huis komt. Hij zal hotels bouwen en werkgelegenheid scheppen, zeggen de enen, waar de anderen aan toevoegen dat hij gewoon zijn fortuin zal uitdelen aan de bewoners van de stad. En dus wordt een heuse ontvangstceremonie op poten gezet waaraan zelfs de lokale neonazi's deelnemen door samen een song van Madonna te claxonneren met hun motoren.

Maar is dat allemaal wel waar van dat fortuin, merken een paar zuurpruimen op. Er doet immers een nijdig gerucht de ronde dat de baron zijn fortuin achtergelaten heeft aan de speeltafel. Hoe het ook zij, de figuur van de baron lijkt wel mythische en tegelijkertijd al te menselijke proporties te krijgen. Wie wil er immers niet geloven in de komst van de messias? Niemand toch?

Krasznahorkai: 'Mensen willen de waarheid niet horen. Ze willen belogen worden. We willen dus geen profeten, maar wel valse profeten die ons op de juiste manier beliegen. De echte profeten voeren we naar Golgotha af. En toch weten we heel diep in onszelf wat de waarheid is. Als je denkt dat je gelukkig bent met je drie vakantiehuizen en je helikopter, dan ben je dat ook. Als je daarentegen van mening bent dat je ongelukkig bent omdat je geen drie vakantiehuizen en een helikopter hebt, dan ben je ook ongelukkig. Maar die waarheid willen we niet aanvaarden. Veel liever lopen we achter iemand aan die zegt dat je pas gelukkig zal worden wanneer je hem volgt. Er is geen hoop, en precies daarom willen we een messias. Maar wat blijkt wanneer de baron uit de trein stapt? Dat hij arm en dom is. En dus keert iedereen zich van hem af en volgt alles zijn weg naar de vernietiging.'

Een andere hoofdrolspeler in je boek, de professor, beweert dat angst de fundamentele drijfveer is van de mens. Combineer die angst met het verlangen naar een messias, en je zit met de explosieve cocktail van de huidige populistische politiek, toch?

László Krasznahorkai: Het huidige Hongaarse politieke regime houdt niet van mijn boek omdat het denkt dat het een ironische of cynische representatie van hen geeft. De links-liberale Hongaarse intelligentia houdt dan weer niet van mijn boek omdat het veel te soft is en geen echte kritiek op de regering inhoudt. Mijn roman is geen politiek boek omdat mijn personages te menselijk en te veelzijdig zijn. Ze zijn dom en slim en goed en kwaad tegelijkertijd, alles hangt af van de omstandigheden.

László Krasznahorkai, Baron Wenckheim keert terug, Wereldbibliotheek, 496 blz., 29,99 euro.

Uiteindelijk overleeft op het einde van de roman slechts één mens het apocalyptische vuur dat het stadje verzwelgt, een zwakzinnige, naïeve en goedaardige jongen die 'Brand brand, brand brand, en daar is geen water', zit te zingen in de watertoren. Waarom is net hij de enige overlevende?

Krasznahorkai: Zuiver toeval.

In een roman bestaat het toeval toch niet?

Krasznahorkai: Toch wel, er zijn nu eenmaal toevalligheden die noodzakelijk moeten gebeuren. Het toeval is nooit echt toeval. In het verwoeste stadje blijkt alleen de kolossale watertoren nog overeind te staan. Dat heb ik niet verzonnen. Die realiteit drong zich aan me op. En toen zag ik die zwakzinnige jongen zitten, met zijn benen bengelend over de rand. Ik hoorde hem niet, maar ik zag dat hij aan het zingen was: 'Brand brand, brand brand, en daar is geen water.' Op zich heeft het geen zin dat er een overlever is, en nog minder dat die overlever een zwakzinnige is. Daar zit dus helemaal geen idee achter, noch een betekenis. Onlangs is er een film gemaakt over mij. De crew trok toen naar een watertoren. Ik ging mee, en toen we bovenkwamen was er een onderhoudsman aan het werk. Hij had net zo goed de enige overlevende kunnen zijn. Ik weet ook niet waarom de enige overlevende een zwakzinnige is. Dat moet de lezer zelf maar invullen.

U plant uw boeken dus niet?

Krasznahorkai: Het enige plan dat ik heb, is geen nieuwe boeken meer te schrijven. Het grootste deel van mijn leven is opgegaan aan dat streven. En de enige reden waarom ik toch schrijf is zwakte. In feite wou ik maar één roman schrijven, Satanstango, mijn debuut. Waarom maar één roman? Omdat er ook maar één realiteit is. Stel je voor dat God de wereld creëerde, zag dat die niet volmaakt was en daarom besliste om er nog een te maken. Dat kan toch niet. Toen ik mijn eerste roman herlas, realiseerde ik me dat hij niet perfect was. De realiteit is dat daarentegen wel. Als ik een boek wou schrijven dat deel uitmaakt van die realiteit, moest dat ook perfect zijn. Dus begon ik opnieuw en schreef ik hetzelfde boek nog een keer: De melancholie van het verzet. Eens dat klaar, herlas ik het ook, en opnieuw was ik niet tevreden. Nadien kwam War and War en nu dus Baron Wenckheim. Ik hoop echt dat dit het einde is en dat ik verlost ben van dat schrijven.

Baron Wenckheim keert terug is dus een perfect boek?

Krasznahorkai: Nee.

Dan moet er nog een roman komen?

Krasznahorkai: Daarvoor is het te laat, denk ik. Misschien moet ik gewoon bekennen dat ik de perfectie van de goddelijke creatie niet in me heb.

László Krasznahorkai

- Wordt in 1954 geboren in het Hongaarse stadje Gyula

- Debuteert in 1985 met Satanstango

- In 1989 volgt De melancholie van het verzet en tien jaar later het tot nu toe in het Nederlands onvertaald gebleven War and War.

- Tussen 1985 en 2011 schrijft hij scenario's voor regisseur Béla Tarr.

- In 2015 krijgt hij de Man Booker International Prize en zijn naam wordt vaak genoemd voor de Nobelprijs.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.