Als filosoof en auteur schreef Rüdiger Safranski toonaangevende werken over Nietzsche en Goethe. Bij het grote publiek is de Duitser vooral bekend door de cultureel-filosofische talkshow Das Philosophische Quartett, die hij jarenlang samen met filosoof Peter Sloterdijk op ZDF presenteerde.
...

Als filosoof en auteur schreef Rüdiger Safranski toonaangevende werken over Nietzsche en Goethe. Bij het grote publiek is de Duitser vooral bekend door de cultureel-filosofische talkshow Das Philosophische Quartett, die hij jarenlang samen met filosoof Peter Sloterdijk op ZDF presenteerde.Safranski was op zondag 29 januari in Brussel te gast om de nieuwe reeks Spreek/Tijd van Flagey in te wijden. Het onderwerp van de lezing was zijn nieuwe boek, Tijd. Of hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden. Door een bezinning over het concept tijd probeert Safranski de effecten van een versnellende wereld bloot te leggen en gaat hij op zoek naar de invloed die tijd en mens op elkaar hebben. Zetten wij met de moderne communicatiemiddelen de tijd naar onze hand of zijn de rollen omgedraaid? RUDIGER SAFRANSKI: In elke verveling ligt er een wachten besloten, een lege tijd waarin we wachten op niets. De ervaring van verveling brengt ons in een existentiële toestand van zinsverlies. De verveling slaat almaar harder toe. Dat duidt erop dat we de holle ruimte die religie heeft achtergelaten, nog niet hebben kunnen opvullen. SAFRANSKI: Wie vandaag opgroeit, doet dat online. Wat betekent dat? Wat is het gevolg daarvan? De waarde van een persoonlijk gesprek, face to face, is daardoor afgenomen. Wie altijd online is, verlangt op een gegeven moment naar de werkelijkheid. Het evenwicht tussen beiden is zoek en dat baart me zorgen. Dat baart me echt zorgen. Ik schrijf op dit moment een boek over het individu als enkeling, over de moeilijkheid een individu te zijn. Ik heb de indruk dat het de capaciteit om jezelf te zijn in onze cultuur dikwijls verdwenen is. Het vermogen om alleen tijd met een boek of met jezelf door te brengen, is ons vreemd geworden. We bewegen en beleven alles in groep. Vroeger was dat technisch niet mogelijk en moesten mensen veel meer met zichzelf kunnen omgaan. Vandaag kun je aan de tijd met jezelf ontsnappen, omdat er veel meer afleiding is, zoals sociale media.SAFRANSKI: Het probleem is dat er tussen een nieuwe generatie jonge mensen via de digitale weg vaak enkel nog horizontale communicatie is. Er wordt basisinformatie gedeeld, maar gesprekken in de diepte verdwijnen. Elk gesprek lijkt wel hetzelfde patroon te hebben. Dat is tamelijk saai. Iedereen verveelt zich in deze leegte. Men probeert de leegte voortdurend te verdrijven met small talk en amusement. Terwijl de verveling door de deur gejaagd wordt, sluipt ze via het venster al opnieuw naar binnen. SAFRANSKI: We verdrinken in informatie. Al die informatie prikkelt ons constant, maar het is niet voldoende om geprikkeld te worden. Om uit die prikkels betekenis te halen, moet we de informatie die we te zien krijgen proberen te verwerken. Het is alsof je een deeg kneedt van jezelf en de prikkels die je krijgt: pas als je alle ingrediënten in de deeg verwerkt, krijg je iets appetijtelijks als resultaat. En net die verwerking ontbreekt. Elke dag opnieuw krijgen we beelden te zien en berichten te lezen van oorlogsgebieden, misdaden, onderdrukking en ellende. Er zijn onophoudelijk noodkreten, impulsen die actie vragen. Ons probleem daarbij is dat we voortdurend geconfronteerd worden met de beperktheid van ons handelen. Er zijn zoveel zaken waarop we niet adequaat kunnen reageren. Dat wekt bij het overgrote deel van de mensen een zeer diepe frustratie op. Antropologisch gezien heeft de mens eigenlijk een perfecte balans tussen waarneming en handeling. Zonder kunstmatige media zijn beide in harmonie. Je neemt iets waar dat je prikkelt en dus reageer je door iets te doen. Sociale media zijn als het ware prothesen, die de waarneming verlengen. Er wordt ons door die brede waarneming veel meer gevraagd dan we kunnen doen. Dat leidt tot een gevoel van onophoudelijke paniek, onrust. We willen iets doen, maar we kunnen het niet.Het is niet zo dat we niet meer kunnen handelen. We worden er echter keer op keer op gewezen dat we eigenlijk veel minder kunnen doen dan gevraagd wordt. Om die frustratie wat te sussen, circuleren er dan snel enkele petities of krijg je het zoveelste rekeningnummer onder je neus geschoven, zodat je toch iets met je bankkaart kunt doen. Daarnaast zorgt de stroom van gelijktijdige beelden en informatie voor hysterie en paniek. SAFRANSKI: Hmm, moeilijk. Het probleem erkennen is een eerste stap richting de oplossing. Ik denk dat iedereen verstandig moet omgaan met die onrust. Dat hangt samen met een verstandig gebruik van sociale media. Zelf kijk ik niet voortdurend naar het nieuws, ik kijk maar één keer per dag. Iedereen moet zijn eigen dieet opstellen. Er is natuurlijk geen ideale oplossing. We kunnen niet zomaar uit de wereld stappen zoals hij is. SAFRANSKI: Over tijd moet in de politiek heel concreet nagedacht worden. Op het werk moet het zeer duidelijk zijn wanneer iemand over zijn eigen tijd mag beslissen en wanneer niet. Velen hebben tegenwoordig een laptop en een smartphone van het bedrijf, maar in welke mate bepaalt de werkgever hoe je je tijd invult als je niet aan het werk bent? Er moet vandaag gestreden worden voor het recht om onbereikbaar te zijn. Net zoals we de smartphone moeten aanzetten, moeten we hem ook opnieuw kunnen uitzetten. Een mens moet soeverein over zijn eigen tijd kunnen beslissen. Net zoals arbeiders destijds voor de 8-urenweek gestreden hebben, moeten ze in het digitale tijdperk opnieuw voor het eigen recht op tijdsinvulling strijden. Dat is van groot belang, zeker in een tijd waarin het burn-outsyndroom duidelijk aanwezig is. Net zoals natuur en klimaat op de politieke agenda kwam, zal ook tijd het publieke debat bepalen.Het omgekeerde telt natuurlijk ook. Het kan niet zijn dat sommige mensen gedwongen worden om op pensioen te gaan. Ook dat is onzin. Het kan soms in het leven zo zijn, dat je op de pensioengerechtigde leeftijd nog heel graag werkt. Pensioen moet een recht zijn, je moet zelf kunnen kiezen wanneer je stopt.SAFRANSKI: Jazeker, ook dat recht moeten we verdedigen, want ook dat behoort tot het recht om je eigen tijdsinvulling te kiezen. Niet elk leven heeft een gelijkaardig verloop. Dat de ene dan wat meer pensioen krijgt als hij wat later stopt, is niet onredelijk. Maar de keuze moet er zijn. Vrij omgaan met de eigen tijd is iets wat in vele politieke discussies duidelijk nog geen toegang heeft gevonden. SAFRANSKI: De opmars van korte contracten in de vorm van mini-jobs is een probleem. Vroeger was een langdurig contract een vanzelfsprekendheid. Vast werk geeft de meeste mensen zekerheid en rust. Niemand kan ontkennen dat heel wat mensen nu vooral veel onzekerheid hebben als het op werken aankomt. De exacte regeling laat ik aan werkgever en werknemer over. Eén ding is echter zeker: de ervaring van tijd bepaalt de kwaliteit van het leven.