Verbittering is een wakke grondslag voor een goede thriller. Wrok als aandrift ontspoort en doet elk verhaal kapseizen. Dat overkomt de eerste rooms-katholieke priester die in romanvorm een boekje opendoet over de schunnige praktijken, nijd en mateloze ambitie die de hedendaagse Kerk vergiftigen. De 'Pontifex' - de naam zegt het, de bruggenbouwer tussen mens en god; hij wordt ook gebruikt als synoniem voor bisschop - laat het ergste vermoeden.
...

Verbittering is een wakke grondslag voor een goede thriller. Wrok als aandrift ontspoort en doet elk verhaal kapseizen. Dat overkomt de eerste rooms-katholieke priester die in romanvorm een boekje opendoet over de schunnige praktijken, nijd en mateloze ambitie die de hedendaagse Kerk vergiftigen. De 'Pontifex' - de naam zegt het, de bruggenbouwer tussen mens en god; hij wordt ook gebruikt als synoniem voor bisschop - laat het ergste vermoeden.Een West-Vlaamse pastoor die afrekent met de hiërarchie en de simonie van zijn plaatselijke kasselrij, dat kan alleen maar parallellen oproepen. Met de pedofiele kerkheer Van Gheluwe, met de geroyeerde activistische priester Rik Devillé, met de kleinburgerlijke adel in een museumstadje als Brugge of een protserig Oostende. En nee, Dehullu (zijn naam verraadt een Picardische afkomst, van het Frans-Vlaamse stadje Hullode, vandaag Hulluch op een boogscheut van Lens) heeft niet de stilistische vermogens, noch de greep op zijn plot om een diepgravend, spannend boek uit te werken. Deze verzameling schimpscheuten tegen de instelling waarvan hij sinds 2004 na zijn wijding de dienaar was, lijdt onder onstelpbare verontwaardiging, over een plaatselijke kerkwerking die mutatis mutandis niet moet onderdoen voor het Vaticaan van de Borgia's, die ageert als een interne Inquisitie, en die schaamteloos gelovigen aftroggelt en leegschudt tot eigen eer en glorie. Op WTV heeft Dehullu zich niet ingehouden: 'Dit boek is geen afrekening, wel een verwerking van de manier waarop de Kerk mij heeft behandeld'. Een sleutelroman tot op zekere hoogte dus. Zeker wanneer Gilles Perrier - de flauwe grappen zijn schering en inslag vanaf de eerste bladzijde - zijn eigen populariteit in herinnering roept. Het overkwam namelijk ook Dehullu. Eerst pastoor in Koksijde. Weg moest en een petitie bij de parochianen niets uithaalde ('Pol is geen gewone pastoor', schreef Het Nieuwsblad in 2013. 'Hij is een jonge man, die zich graag onder de mensen begeeft. Hij spreekt ook iedereen aan. Dat maakt hem zo geliefd'. Moest alsnog naar Jabbeke. Tot hij begin september 2018 ontslag vroeg en kreeg van de bisschop. Burn-out. Een term die alles kan dekken van oneervol ontslag tot neurose, van diepe teleurstelling tot geloofstwijfel. Vermoedelijk drijft Pontifex zoals in de film Barbarella op een poel van ondeugden en zonden die de laatste levenskracht vormen van een wegterend instituut. Het verhaal begint nochtans niet onaardig, met de dood van de Brugse bisschop na de Heilig Bloedprocessie. Het dient gezegd, Dehullu kent zijn kuststreek, al zijn er hele passages over culinaire geneugten, historische straatjes en aantrekkelijke gebouwen (naar de bedenkelijke smaak van oud-Vlaamse interieurs die de schrijver tentoonspreidt) die recht uit de folders van Westtoer komen. De man stuikt in elkaar, consternatie alom, het lijk wordt onder politiebegeleiding afgevoerd naar een begrafenisondernemer. Die, bij tijdelijk gebrek aan zijn vrieskamer, de eerwaarde bewaart in een koelaanhanger. Wordt die toch wel 'gestolen'. De plot is nogal doorzichtig zoals in een western, met goeden - het meisje Eva Storm dat de ingewanden van de Kerk moet bestuderen als onderzoeksjournaliste, oud-student Wolf Garcia, slagerszoon Louie en zijn Kelly, de kranige oud-onderzoeksrechter Tessa, hertog-in-spe Ludovic - en inslechte slechten: de apparatsjiks van de Kerk, van de simpelste slijmbal pastoor Dirk uit Veurne tot de kwaadaardigste machtsgeile vicaris Pascal Devriese en de peetvader van de godsdienstige oligarchie Debrabandere. Mag niet ontbreken, de berucht ultraconservatieve Orde van Malta (de enige christelijke organisatie die waarnemer is bij de Verenigde Naties en tientallen ambassades heeft). Alles draait om de zwarte koehandel: prelaten die zich verrijken en minderen aan zich binden door de verkoop van kerkelijke ambten - en overspel, om niet te zeggen openlijke homofilie, zoals ook de schandalen in het Vaticaan onthulden. Dehullu kleedt ze in (uit?) als de 'jacuzzibenoemingen': 'Van een jonge priester die onlangs deken werd, wordt gezegd dat hij zich 'gewillig' heeft opgesteld om benoemd te worden. Eva glimlachte: 'A blowjob for a job'. Het is niet toevallig dat vlak tegenover het bisschoppelijk paleis in Brugge de Pijperstraat ligt. De vertakkingen naar het even corrupte gerecht zijn minder uitgewerkt.Maar, zoals het goede West-Vlamingen betaamt, gaat het voornamelijk over vastgoedoperaties ter spijzing van het eigen vermogen. Als daar ten minste geen archeologische dwarsliggers bijkomen, wanneer oude muren van de abdij Ter Duinen worden blootgelegd. En daar spelen twee verhaallijnen een wezenlijke rol. Waarom wordt Gilles door zijn overheden beschuldigd van verduistering en zwendel tijdens zijn soiaalgerichte pastoorsdiensten? En wat verbergt de afgesneden vinger van de bisschop die bij de pers belandt, met de ring er aan? En het geheimzinnige briefje met de belofte 'Quidquid latet apparebit'? Wat verborgen is zal verschijnen. Het gekonkel van de kerkelijke hiërarchie dus.Het merkwaardigste in dit verhaal (dat zoals in alle goede westerns afloopt met een onverwacht duel) zit hem in de titels die Dehullu geeft aan zijn hoofdstukken: de namen van de heiligen geven altijd een kleine hint, voor wie thuis is in de katholieke vereringslijst, naar de ontwikkeling van het verhaal, dat als een doolhof (maar wel een simpele) is opgezet. De feiten spelen zich af tussen donderdag 9 mei (natuurlijk, de dood van de bisschop verbeeldt uitdrukkelijk de 'Hemelvaart van de Heer') tot en met donderdag 29 augustus, de 'Marteldood van de Heilige Johannes de Doper' - een verklaring voor de dood van de bisschop én van de afloop. Of dit wel een happy end is valt zeer te betwijfelen, na de laatste beslissing van de aartsbisschop in Mechelen om een nieuw hoofd aan te stellen bij het katholiek onderwijs. Wie graag de raadsels tracht te ontleden van de dagheilige (en zelfs de 'Zalige Priester Edward Poppe' of de 'Heilige Kloosterlinge Lidwina van Schiedam') verwijs ik graag naar snuisterboeken als De Heiligen van Stijn van der Linde of Alle Heiligen van Wim Zaal. De vergelijkingen die sommigen maken met Dan Brown of Umberto Eco zijn helemaal uit de lucht gegrepen. Dit is een probatio pennae van een terecht verontwaardigd man, te gelovig om zijn kap over de haag te gooien, te ongelovig om niet in te zien dat de dwangbuisvoorschriften over seksualiteit, gehoorzaamheid en onfeilbaarheid in een moderne tijd, waarin de kerken leeglopen (of met wat geluk danstempels of hotels worden), niet langer houdbaar blijven. Een schrijver die te aangehitst is om de eenvoudige regels van de thriller te behouden, en te kwetsbaar om zijn eigen verleden van romantiek te ontdoen. Dehullu trouwde in 2008 zijn eigenste vader Marc in de Sint-Pietersparochie van Koksijde met de oudere Rita Temmerman. Twee verweduwde mensen die opnieuw geluk mochten beleven en op huwelijksreis vertrokken naar Lourdes. Geloof verzet bergen. Maar soms verpletteren berglawines de eenvoudige mens, de eenvoudige priester, die zich in het dal bevindt. En dat is letterkundig gesproken precies wat hier gebeurd is met de allereerste roman van NV Aspe die niet van Pieter Aspe zelf komt. Maar zoals Dehullu zelf schrijft: 'Wie niet waagt, blijft maagd'. William Makepeace Thackeray vatte Pontifex 'ante quem' perfect samen: Vanity Fair. De kermis der ijdelheden. En hebzucht 'Vanitas, vanitas et omnia vanitas'.