Zelfs mooie jonge goden worden op den duur een dagje ouder: Herman Brusselmans viert dit jaar zijn 60e verjaardag, Tom Lanoye is volgend jaar aan de beurt. Maar afbouwen naar het pensioen is er voor beide heren absoluut niet bij. Brusselmans publiceerde recentelijk zijn 75e titel, het 832 pagina's tellende Hij schreef te weinig boeken, en eerder dit jaar toerde hij langs de theaters met een geheel aan hem gewijde editie van Behoud de Begeertes Saint Amour.
...

Zelfs mooie jonge goden worden op den duur een dagje ouder: Herman Brusselmans viert dit jaar zijn 60e verjaardag, Tom Lanoye is volgend jaar aan de beurt. Maar afbouwen naar het pensioen is er voor beide heren absoluut niet bij. Brusselmans publiceerde recentelijk zijn 75e titel, het 832 pagina's tellende Hij schreef te weinig boeken, en eerder dit jaar toerde hij langs de theaters met een geheel aan hem gewijde editie van Behoud de Begeertes Saint Amour.Lanoye heeft de afgelopen tijd evenmin stilgezeten. Voor Theater Zuidpool schreef hij de Christopher Marlowe-bewerking De felomstreden kroon van Edward II (of, om volledig te zijn: De felomstreden kroon en deerniswekkende dood van koning Edward en zijn favoriet, jonkheer Gaveston, onder wiens betovering hij zich afkeerde van zijn koningin en kroonprins, tot steeds grotere woede van de verzamelde adel en het voor de rest onwetende gewone volk). Zelf staat hij dit seizoen ook op de planken, met een solovoorstelling waarin hij fragmenten uit zijn roemruchte Shakespeare-bewerking Ten oorlog brengt. En dan is er ook nog een nieuwe roman: Zuivering. Eén ding is zeker: in de literatuur kun je mooi oud worden.Wat houdt het werk van een schrijver jong? Sommigen zullen antwoorden: dat het niet tijdgebonden is. Dat geldt in geen geval voor het werk van Tom Lanoye. Al in zijn vroegste verhalen en romans denderden wereldwijde verwikkelingen en politieke discussies op volle kracht de fictie binnen. (Wat overigens niet hoeft te betekenen dat die teksten snel verouderen. Eerder het tegendeel. Het feit dat wij tegenwoordig nog altijd graag negentiende-eeuwse Fransen of Russen lezen, zal voor een deel te maken hebben met de voorbije tijd die in hun werk ontsloten wordt. Juist het tijdgebondene - juist het vervoer per koets - maakt van Gustave Flauberts Madame Bovary een tijdloos meesterwerk.)In de literatuur van ons taalgebied is de betrokkenheid bij de wereld, onder de noemer 'engagement', lange tijd een wat ongewenst fenomeen geweest. Als er al eens iemand publiekelijk durfde te snakken naar een tikkeltje minder navelstaarderij en een ietsiepietsie meer van de wereld buiten het eigen geboortedorp van de auteur, dan werd zo iemand al snel om de oren geslagen met 'de autonomie van de schrijver'. Engagement was niet chic, want vluchtig en banaal. Voor het wereldnieuws heb je de krant, de literatuur is bestemd voor de verbeelding: dat is ongeveer de samenvatting van hoe er lange tijd tegen het onderwerp werd aangekeken. De laatste jaren lijkt daar een flinke verandering in opgetreden. Voor jonge schrijvers speelt de discussie, voor zover ik kan overzien, al nauwelijks meer een rol. Voor hen is wereldnieuws, politiek of idealisme even vanzelfsprekend een thema als dat ene trauma uit die rotjeugd. Ook oudere rotten zijn steeds meer geneigd zich niet meer alleen over kleine persoonlijke maar ook over de grotere vraagstukken van onze tijd te buigen. Vooral de drama's die zich voltrekken op die oversteekplas tussen Afrika en Europa, de Middellandse Zee, blijken de laatste jaren voer voor de letteren, kijk alleen al naar Ilja Leonard Pfeijffers La superba of Tommy Wieringa's De dood van Murat Idrissi. Voor Lanoye is engagement nooit een vies woord geweest, en dat is maar goed ook. Dat is mede de reden dat zijn Shakespeare-bewerkingen aanvoelen alsof ze nú geschreven zijn, zozeer dampen ze van de onbekoelde woede en betekenis. Denk maar aan zijn Koning Lear-bewerking van twee jaar terug, waarin Lear een vrouw is die aan het hoofd staat van een multinational en in die hoedanigheid geconfronteerd wordt met de dreiging van een wereldwijde bankencrisis.Ook Zuivering knettert van een soort opgefokte levendigheid. En ook in Zuivering speelt de oversteek van Afrika naar Europa een rol van betekenis. Voor de gemankeerde verteller van het boek, Gideon Rottier, en zijn collega's bij schoonmaakbedrijf Extreme Cleansing is het een onaangename verrassing als hun baas ineens met een Syrische immigrant komt aanzetten om het team te versterken. Extreme Cleansing is niet zomaar een schoonmaakbedrijf. Het is gespecialiseerd in het reinigen van rampplekken, meestal inclusief menselijk restmateriaal. Ze schonen huizen op na zelfmoorden, branden en overstromingen, en nu en dan een geval van ernstige verwaarlozing. Het stelt Lanoye in staat zich uit te leven in barokke beschrijvingen van uitzinnige smerigheid, vooral van de plekken waar mensen zelfmoord hebben gepleegd. Zoals Rottier het uitdrukt: 'Totdat je er zelf getuige van bent, heb je geen idee van de beestenbende die een uiteenspattend mensenhoofd veroorzaakt. U wilt niet weten waar we losse tanden soms terugvonden.' Eén specifiek geval zal Gideon Rottier zijn hele leven bijblijven, omdat hij er zijn fundamentele eenzaamheid in herkent, en dat is de boerderijwoning van een alleenstaande man die dertig jaar lang niets heeft willen weggooien. 'Ik heb nooit een grotere variëteit aan schimmels, insecten en blubber gezien dan tijdens deze klus. Alle afvoerbuizen waren stuk of verstopt. Als je een wc doortrok, borrelde er een half riool naar boven. Alsof dat nog niet genoeg was hield de huiseigenaar een paar dozijn katten. Ze pisten en scheten waar het ze beviel, in ruil voor het vangen van knaagdieren. Ze zaten flink onder de vlooien. De katten én de muizen.' Nee, Extreme Cleansing is niet zomaar een schoonmaakbedrijf en Gideon Rottier is niet zomaar een verteller: hij stottert en slist en is daarmee de paria van zijn collega's. Maar hij blinkt uit in zijn werk, en de bonus is dat er vaak genoeg na brand of overstroming het een en ander blijft liggen dat niet vernietigd is. Rottier neemt mee naar huis wat hem bevalt. 'Het ging om materialen en voorwerpen die de anderen niet eens naar waarde konden schatten. Omdat die sukkels de bagage misten om parels te onderscheiden van schijt.' Hij koopt een verwaarloosd herenhuis met binnenplaats, knapt het op en stouwt het vol met de vondsten die hij meeneemt van zijn werk. En dan krijgt hij dus die Syrische immigrant toegewezen als stagiair. Nog vóór de burgeroorlog in zijn thuisland op volle kracht is losgebarsten, heeft deze Youssef zich met hulp van mensensmokkelaars naar Europa laten vervoeren. Het duurt overigens niet lang voordat ook in het universum van de roman de oorlog uitbreekt en het fenomeen IS aan het koppensnellen slaat - in de woestijnen van Syrië en Irak, maar ook in Fort Europa, dat al snel door een hele reeks aanslagen getergd zal worden. Maar zover is het op dat punt in de roman nog niet. 'De ene paria kreeg de andere toegewezen', meldt Rottier gelaten over zijn nieuwe stagiair, maar al snel raken de mannen bevriend. En al gauw biedt Rottier Youssef onderdak aan in zijn riante woning. Hun band komt tot een hoogtepunt wanneer tijdens hun werk een gasexplosie plaatsvindt, Rottier bekneld raakt en Youssef zijn leven redt door hem te bevrijden uit het brandende gebouw. Aan hun platonische geluk komt een einde als Youssef op een dag aankondigt dat het tijd wordt om zijn gezin vanuit een Libanees vluchtelingenkamp te laten overkomen. Hij heeft nooit eerder iets over een gezin gezegd. Verzint hij het ter plekke? Vanaf dat moment begint het meest verontrustende gedeelte van Zuivering. Het gezin van Youssef - zijn vrouw Karima, tienerdochter Loubna en prepuber Rafiq - blijkt wel degelijk te bestaan. Ook zij komen bij Rottier inwonen en hoewel dat van iedereen de nodige aanpassing vraagt, gaat dat aanvankelijk redelijk goed. Totdat Youssef verdwijnt. Naar Zuid-Amerika, zo blijkt, waar hij op een betere toekomst hoopt voor zichzelf en zijn gezin, want hij weigert het smerige werk bij Extreme Cleansing als het hoogst haalbare te zien. Heel sporadisch neemt hij nog contact op, maar nadat hij Rottier ertoe heeft bewogen een flinke som geld over te maken, wordt er nooit meer wat van hem vernomen. Rottier kan eenvoudigweg niet geloven dat zijn vriend hem bedrogen heeft en trouwhartig blijft hij zorg dragen voor diens achtergebleven gezin - met desastreuze gevolgen, waarover ik verder geen details zal verstrekken. Onderwijl vinden er steeds vaker terroristische aanslagen plaats. Rottier maakt het allemaal van dichtbij mee - want Extreme Cleansing wordt maar al te vaak ingeschakeld om de rampplekken te reinigen... Het mag duidelijk zijn: Zuivering is een bomvol boek, even bomvol met schatten als het huis van Rottier, en ook even bomvol ellende en smerigheid, als het huis van de man die dertig jaar lang niets weggooide. Het boek drijft sterk op plot, bijna elk hoofdstuk eindigt met een meer of minder prangende cliffhanger. Dat geeft de roman vaart, maar soms ontstaat daardoor ook een gebrek aan zuurstof. Dat heeft ook te maken met een voor Lanoyes doen zeer beperkte hoeveelheid dialoog in het boek. Die stijlkeuze valt trouwens goed te verdedigen, als je bedenkt dat een hakkelaar als Gideon Rottier weinig op heeft met het gesproken woord, en we lezen tenslotte zijn memoires, maar het komt de levendigheid van het verhaal niet altijd ten goede. Dat is vooral een gemis wanneer een van de personages langere tijd aan het woord is, maar dat alinea's achtereen in de indirecte rede moet doen, want naverteld door Rottier. Toch slaat de vertelling daardoor niet dood, en dat heeft ermee te maken dat Lanoye opzettelijk heel wat losse eindjes laat bungelen. Zuivering staat bol van mysterie, bol van onopgeloste raadsels, bol van onbeantwoorde vragen. Daardoor blijft het boek in je hoofd nagalmen, nog dagen nadat je het hebt uitgelezen. Want wie is bijvoorbeeld die Gideon Rottier uiteindelijk? De schlemiel waar hij zich voor uitgeeft, een man die het beste met de wereld voorheeft, maar door omstandigheden en eigen onhandigheid toch voor veel ellende zorgt? Het zou kunnen, en dat maakt van hem een tragische figuur. 'Schoonheid' is het eerste woord van de roman en tot schoonheid probeert Rottier te komen. In de taal lukt hem dat niet, vanwege zijn gehakkel, maar wel omringt hij zich met mooie objecten, en in zijn werk weet hij van het allervuilste weer iets schoons te maken, schoon in beide betekenissen van het woord. En misschien is dat ook wat hij voor ogen heeft met zijn hulp aan Youssef en diens gezin: een zuivering - op bescheiden schaal - van het leed dat hen is aangedaan. Maar mensenlevens laten zich niet zomaar opzuiveren. Zeker na Youssefs verdwijning blijft de vraag hangen: is Rottier bedrogen of was Youssef werkelijk zijn vriend en laat hij niets meer horen om de enige geldige reden die daarvoor bestaat: dat hij dood is? In zekere zin is Rottiers onzekerheid die van iedereen die goed probeert te doen voor een ander: is de dankbaarheid voor mijn hulp oprecht of word ik eigenlijk uitgebuit en bedrogen? Aan de andere kant: misschien is Rottier niet zo onbaatzuchtig als hij zelf wil doen voorkomen. Al vroeg in het boek geeft hij zelfs volmondig toe dat zijn relaas onbetrouwbaar zal zijn: 'Ik ben geen chroniqueur, en zelfs die term is gestoeld op een leugen. In weerwil van wat zo iemand beweert registreert hij niet enkel. Hij knipt en schuift en ordent feiten hiërarchisch. Zodoende orkestreert hij, net als de historicus en de journalist dat doen. En zodoende liegen ze allemaal. Waarom zou ik moeten slagen waar zo veel anderen hebben gefaald?' Dat brengt ons ook bij de vraag waarom Lanoye uitgerekend voor het perspectief van Rottier gekozen heeft, voor dat van de 'oudere witte man', zoals dat tegenwoordig zo vaak heet. Waarom niet de getraumatiseerde en onzekere zoon van Youssef, Rafiq, als hoofdpersonage genomen? Wat gaat er allemaal in hém om? Of zijn vader zelf, die kwikzilverige verdwijnkunstenaar Youssef? Of wat te denken van de vrouwen? Moeder Karima, met haar onuitstaanbare karakter en destructieve zwaktes? Of dochter Loubna, ooit een rebel maar na de verdwijning van haar vader een vrome moslima? In ons tijdsgewricht zou een dergelijke keuze al snel op bezwaren van culturele toe-eigening stuiten - maar Lanoye lijkt me niet het type om zich daar iets van aan te trekken: hij leeft zich in, in wie hij zich maar wil inleven. Bovendien begaat hij een andere vorm van toe-eigening: hij schrijft, als homoseksueel, over een heteroseksueel. En zo hoort het natuurlijk ook: in de wereld van de fictie mag je je in wie dan ook verplaatsen, zonder voorbehoud. Zolang je het maar goed doet. Toch kun je je afvragen of Rottier wel de heteroseksueel is waar hij zich voor uitgeeft. Eén keer, lang geleden, is hij kortstondig verloofd geweest, met ene Eva: als het zelfs met iemand die de ultieme vrouwennaam draagt niet lukt, wat zegt dat dan? Rottier houdt er ook een apart huisdier op na: een haantje dat hij op een dag zomaar aantreft op zijn binnenkoer. Al snel is hij dol op het beest, let wel: een haantje, geen hen. (Overigens kan dat haantje ook nog tot een totaal andere interpretatie van het boek leiden, op basis van de laatste woorden van Socrates, die de roman als motto draagt - maar de tocht door de onderwereld die zich dan opent, voert te ver om hier en nu uit de doeken te doen.) Terug naar de aanwijzingen voor Rottiers vermeende homoseksualiteit: hij noemt identiteit een 'eeuwige travestie' en hij heeft een hekel aan het opzichtige heteroseksuele machismo van zijn collega's: 'Dat waren zonder uitzondering knoestige kleerkasten of halve atleten. Galeiboeven, gespeend van opleiding en verfijning.' Zelfs zijn gevoelens voor Youssefs dochter, Loubna, lijken niet helemaal oprecht, want hoewel hij haar in stilte begeert, ziet hij in haar toch vooral de karaktertrekken en de uiterlijke kenmerken van haar vader doorschemeren. Wanneer hij een clandestiene blik op haar geslacht weet te werpen, spreekt hij van haar 'meisjesgeheim' - reviaanser kun je het bijna niet uitdrukken.Hoe het ook zij: het raadsel rond zijn seksuele voorkeur geeft een extra laag aan Rottiers toch al dubbelzinnige en moeilijk te peilen karakter - en dat is in het geval van Zuivering een groot voordeel. Want er is nog een andere reden te bedenken waarom Rottier de verteller van dit verhaal is. Doordat je geen toegang hebt tot de werkelijke motieven van de vluchtelingen, en dan met name Youssef, wordt Rottier langzaamaan een representant van de argwanende houding die veel Europeanen jegens migranten aannemen, zeker in tijden van aanslagen. Zo groeit bij Rottier op zeker moment het vermoeden dat Youssefs zoon Rafiq aan het radicaliseren is. De jongen zit veel te internetten en verwijdert telkens na afloop zijn browsergeschiedenis. Omdat hij porno heeft zitten kijken? Of omdat hij met gevaarlijke vrienden heeft zitten chatten, ja, misschien wel bezig is een aanslag te beramen? Rottier besluit camera's in huis op te hangen en daarmee begint hij zich te gedragen zoals onze regeringen zich in deze tijden van dreiging gedragen: paranoïde, en met het offer der privacy als lapmiddel tegen de angst van het volk. Wat Rafiq werkelijk uitspookt achter die computer, komen we desalniettemin nooit te weten.Zo voegt een roman over de oorlog in Syrië, de vluchtelingencrisis, islamitisch terrorisme en de opkomst van extreemrechts tóch nog iets toe aan wat we al kennen van tv, krant en internet. Want waar zulke media grossieren in leugens gebracht als keiharde waarheid en opinies als pure feiten, durft Zuiverheid de onzekerheid onder ogen te zien en vragen onbeantwoord te laten.Het boek zet aan tot speculatie en perspectiefwisseling. Je hoort lezers die een boek ongrijpbaar vinden, weleens verzuchten: 'Wat wil de auteur hier nu eigenlijk mee zeggen?' Dat wordt vaak negatief bedoeld, maar voor mij is die vraag juist uitermate positief. Zuivering is geen preek - het is een vragenmachine.Daarmee schept het de mogelijkheid tot een dialoog tussen lezer en boek, een dialoog die eindeloos kan duren.