Was de Amerikaanse president John F. Kennedy een bewonderaar van Hitler? De vraag rijst opnieuw nu deze week bij het Duitse Aufbau Verlag het boek 'John F. Kennedy. Unter Deutschen. Reisetagebücher und Briefe 1937-1945' verschijnt.

Maar er is weinig nieuws aan Kennedy's dagboek uit 1945, behalve dat het voor het eerst voor de Duitsers in hun eigen taal toegankelijk wordt gemaakt. De dagboeken waarin de jonge Kennedy (28 jaar) zijn indrukken over het verwoeste Duitsland fixeert, waren al bekend in het jaar dat ze opgeschreven werden, namelijk in 1945 zelf. Meer aandacht kregen ze in 1995, toen ze opnieuw onder de titel 'Prelude to Leadership: The Post-War Diary, Summer 1945' werden gepubliceerd, namelijk bij uitgeverij Regnery Publishing.

De feiten zijn dus verre van nieuw en de passage die nu zo veel opschudding verwekt evenmin, want die had iedereen al lang in het Engels kunnen lezen: 'After visiting these places (Berchtesgaden, Adlerhorst, nvdr.) you can easily understand how that within a few years Hitler will emerge from the hatred that surrounds him now as one of the most significant figures who ever lived. He had boundless ambition for his country which rendered him a menace to the peace of the world, but he had a mystery about him in the way that he lived and in the manner of his death that will live and grow after him. He had in him the stuff of which legends are made.'

Fascinatie voor het fascisme

De passage wordt in tal van Kennedy-biografieën geciteerd. Al is het hierboven aangehaalde citaat niet nieuw, toch blijft het natuurlijk een opmerkelijke mening. Ook Oliver Lubrich, die de dagboeken van Kennedy in het Duits uitgeeft, vindt de uitspraak bevreemdend, maar hij denkt niet dat ze van Kennedy een Hitler-sympathisant maakt, zoals nu her en der wordt beweerd. In een gesprek met de 'Frankfurter Allgemeine' van donderdag 16 mei zegt Lubrich, een literatuurprofessor aan de universiteit van Bern: 'Eerder gaat het hier om wat Susan Sontag als de bevreemdende fascinatie voor het fascisme beschreven heeft. Kennedy probeert deze fascinatie die van Hitler blijkbaar nog altijd uitging te begrijpen.'

Is er dan niets nieuws aan dit vertaalde boek? Toch wel. Ook Kennedy's Europese dagboek uit 1937 is erin afgedrukt. Daarin vertelt Kennedy, die toen een jongen van 20 jaar was, graag over de vrouwelijke lekkerbeetjes die hij in Europa tegen het lijf loopt, bv. een Roemeense prinses in Rusland. Op een party die in mei 1939 in Warschau voor hem georganiseerd is, constateert Kennedy spijtig dat de Poolse meisjes 'minder heet' zijn dan hij zich had voorgesteld. Onderweg leest hij het boek 'Inside Europe' (1936) van John Gunther en daardoor komt hij tot de conclusie dat het fascisme past bij Duitsland en Italië, het communisme bij Rusland en de democratie bij Amerika en Engeland. Maar ook dit materiaal was niet onbekend en voor iedereen toegankelijk in de bibliotheken. Lubrich zegt over die dagboeken uit 1937: 'Historici en Kennedy-biografen hebben er allang mee gewerkt. De getuigenissen waren alleen nog niet samenhangend met betrekking tot Duitsland bekeken.'

Europees dagboek

In zijn Europese dagboek van 1945 is Kennedy heel wat genuanceerder dan in zijn vooroorlogse notities. Hij valt de Russen aan omdat ze in hun bezettingszones en vooral in Berlijn alles plunderen, maar hij spaart ook de Britten en de Amerikanen niet: 'The British had gone into Bremen ahead of us - and everyone was unanimous in their description of British looting and destruction, which had been very heavy.' En verder: 'Americans looted town [Bremen] heavily on arrival.'

Dat Kennedy het niet over de Holocaust heeft is op dat moment niet echt verbazend, meent Lubrich: 'Het zal ermee te maken hebben dat hij als veteraan naar Duitsland kwam, dat hij de minister van marine (Forrestal, nvdr.) begeleidde en dat tijdens de conferentie van Potsdam de aandacht al naar de nieuwe confrontatie met de Sovjet-Unie verschoof.'

Georges Simenon

De uitgever van Kennedy's dagboeken, Oliver Lubrich, (°1970) interesseert zich zeer voor de wijze waarop buitenlanders, schrijvers en journalisten, Hitler-Duitsland hebben waargenomen. In 2004 publiceerde hij bij Eichborn Verlag het onvolprezen 'Reisen ins Reich. 1933 bis 1945. Ausländische Autoren berichten aus Deutschland', een boek dat ernaar snakt vertaald te worden. In die bundel laat Lubrich ook Georges Simenon aan het woord, die in 1933 voor het tijdschrift 'Voilà' een zevendelige serie over 'Europa 1933' schreef. Het laatste deel ging over Duitsland en verscheen op 22 april 1933 onder de titel 'La génération du désordre'. In het Berlijnse hotel Kaiserhof stond de Luikse schrijver in de lift oog in oog met Adolf Hitler. Nog in Berlijn vernam Simenon nog voor de brand van het Rijksdaggebouw (27 februari 1933) in communistische kringen dat de nazi's, die nog maar kort de macht hadden overgenomen, een gewelddadige coup beraamden. Hij gaf die informatie op 25 februari door aan 'Paris-Soir', maar het blad deed er niets mee. Simenon: 'Het was een week voor de verkiezingen, een zaterdag. Ik heb het bericht naar Parijs, naar de avondkrant getelegrafeerd. Ze waagden het niet het te publiceren. Op woensdag brandde de "Reichstag", en geen enkele Duitser gaf blijk van ook maar enige verbazing.'

Ten slotte. Wie zich interesseert voor de maatschappelijk atmosfeer in het vooroorlogse Amerika en voor mogelijke verwantschappen in de economische aanpak van de crisis in Duitsland en Amerika in de jaren dertig verwijzen we naar een ouder maar bijzonder boeiend boek van Wolfgang Schivelbusch 'Entfernte Verwandtschaft: Faschismus, Nationalsozialismus, New Deal 1933-1939.' (Hanser, München/Wien 2005). In de New Deal ontdekt Schivelbusch verrassende overeenkomsten met de rechtse ideologieën van Hitler en Mussolini, vooral wat het bezweren van de nationale gemeenschap en het consequente gebruik van propagandamiddelen betreft.

Piet de Moor

Was de Amerikaanse president John F. Kennedy een bewonderaar van Hitler? De vraag rijst opnieuw nu deze week bij het Duitse Aufbau Verlag het boek 'John F. Kennedy. Unter Deutschen. Reisetagebücher und Briefe 1937-1945' verschijnt. Maar er is weinig nieuws aan Kennedy's dagboek uit 1945, behalve dat het voor het eerst voor de Duitsers in hun eigen taal toegankelijk wordt gemaakt. De dagboeken waarin de jonge Kennedy (28 jaar) zijn indrukken over het verwoeste Duitsland fixeert, waren al bekend in het jaar dat ze opgeschreven werden, namelijk in 1945 zelf. Meer aandacht kregen ze in 1995, toen ze opnieuw onder de titel 'Prelude to Leadership: The Post-War Diary, Summer 1945' werden gepubliceerd, namelijk bij uitgeverij Regnery Publishing. De feiten zijn dus verre van nieuw en de passage die nu zo veel opschudding verwekt evenmin, want die had iedereen al lang in het Engels kunnen lezen: 'After visiting these places (Berchtesgaden, Adlerhorst, nvdr.) you can easily understand how that within a few years Hitler will emerge from the hatred that surrounds him now as one of the most significant figures who ever lived. He had boundless ambition for his country which rendered him a menace to the peace of the world, but he had a mystery about him in the way that he lived and in the manner of his death that will live and grow after him. He had in him the stuff of which legends are made.' Fascinatie voor het fascisme De passage wordt in tal van Kennedy-biografieën geciteerd. Al is het hierboven aangehaalde citaat niet nieuw, toch blijft het natuurlijk een opmerkelijke mening. Ook Oliver Lubrich, die de dagboeken van Kennedy in het Duits uitgeeft, vindt de uitspraak bevreemdend, maar hij denkt niet dat ze van Kennedy een Hitler-sympathisant maakt, zoals nu her en der wordt beweerd. In een gesprek met de 'Frankfurter Allgemeine' van donderdag 16 mei zegt Lubrich, een literatuurprofessor aan de universiteit van Bern: 'Eerder gaat het hier om wat Susan Sontag als de bevreemdende fascinatie voor het fascisme beschreven heeft. Kennedy probeert deze fascinatie die van Hitler blijkbaar nog altijd uitging te begrijpen.' Is er dan niets nieuws aan dit vertaalde boek? Toch wel. Ook Kennedy's Europese dagboek uit 1937 is erin afgedrukt. Daarin vertelt Kennedy, die toen een jongen van 20 jaar was, graag over de vrouwelijke lekkerbeetjes die hij in Europa tegen het lijf loopt, bv. een Roemeense prinses in Rusland. Op een party die in mei 1939 in Warschau voor hem georganiseerd is, constateert Kennedy spijtig dat de Poolse meisjes 'minder heet' zijn dan hij zich had voorgesteld. Onderweg leest hij het boek 'Inside Europe' (1936) van John Gunther en daardoor komt hij tot de conclusie dat het fascisme past bij Duitsland en Italië, het communisme bij Rusland en de democratie bij Amerika en Engeland. Maar ook dit materiaal was niet onbekend en voor iedereen toegankelijk in de bibliotheken. Lubrich zegt over die dagboeken uit 1937: 'Historici en Kennedy-biografen hebben er allang mee gewerkt. De getuigenissen waren alleen nog niet samenhangend met betrekking tot Duitsland bekeken.' Europees dagboek In zijn Europese dagboek van 1945 is Kennedy heel wat genuanceerder dan in zijn vooroorlogse notities. Hij valt de Russen aan omdat ze in hun bezettingszones en vooral in Berlijn alles plunderen, maar hij spaart ook de Britten en de Amerikanen niet: 'The British had gone into Bremen ahead of us - and everyone was unanimous in their description of British looting and destruction, which had been very heavy.' En verder: 'Americans looted town [Bremen] heavily on arrival.' Dat Kennedy het niet over de Holocaust heeft is op dat moment niet echt verbazend, meent Lubrich: 'Het zal ermee te maken hebben dat hij als veteraan naar Duitsland kwam, dat hij de minister van marine (Forrestal, nvdr.) begeleidde en dat tijdens de conferentie van Potsdam de aandacht al naar de nieuwe confrontatie met de Sovjet-Unie verschoof.' Georges Simenon De uitgever van Kennedy's dagboeken, Oliver Lubrich, (°1970) interesseert zich zeer voor de wijze waarop buitenlanders, schrijvers en journalisten, Hitler-Duitsland hebben waargenomen. In 2004 publiceerde hij bij Eichborn Verlag het onvolprezen 'Reisen ins Reich. 1933 bis 1945. Ausländische Autoren berichten aus Deutschland', een boek dat ernaar snakt vertaald te worden. In die bundel laat Lubrich ook Georges Simenon aan het woord, die in 1933 voor het tijdschrift 'Voilà' een zevendelige serie over 'Europa 1933' schreef. Het laatste deel ging over Duitsland en verscheen op 22 april 1933 onder de titel 'La génération du désordre'. In het Berlijnse hotel Kaiserhof stond de Luikse schrijver in de lift oog in oog met Adolf Hitler. Nog in Berlijn vernam Simenon nog voor de brand van het Rijksdaggebouw (27 februari 1933) in communistische kringen dat de nazi's, die nog maar kort de macht hadden overgenomen, een gewelddadige coup beraamden. Hij gaf die informatie op 25 februari door aan 'Paris-Soir', maar het blad deed er niets mee. Simenon: 'Het was een week voor de verkiezingen, een zaterdag. Ik heb het bericht naar Parijs, naar de avondkrant getelegrafeerd. Ze waagden het niet het te publiceren. Op woensdag brandde de "Reichstag", en geen enkele Duitser gaf blijk van ook maar enige verbazing.' Ten slotte. Wie zich interesseert voor de maatschappelijk atmosfeer in het vooroorlogse Amerika en voor mogelijke verwantschappen in de economische aanpak van de crisis in Duitsland en Amerika in de jaren dertig verwijzen we naar een ouder maar bijzonder boeiend boek van Wolfgang Schivelbusch 'Entfernte Verwandtschaft: Faschismus, Nationalsozialismus, New Deal 1933-1939.' (Hanser, München/Wien 2005). In de New Deal ontdekt Schivelbusch verrassende overeenkomsten met de rechtse ideologieën van Hitler en Mussolini, vooral wat het bezweren van de nationale gemeenschap en het consequente gebruik van propagandamiddelen betreft. Piet de Moor