'Je kunt niet bij het begin beginnen want dan komt er geen eind aan', zei uw overgrootvader altijd. Is dat de reden voor de vreemde volgorde waarin u uw memoires publiceert?
...

'Je kunt niet bij het begin beginnen want dan komt er geen eind aan', zei uw overgrootvader altijd. Is dat de reden voor de vreemde volgorde waarin u uw memoires publiceert? Freek de Jonge:(lacht) Eerst legde ik in Reikhalzend verlangen het fundament en vertel ik over de jonge Freek die opgroeit in Zaandam, tot hij achttien wordt. In de volgende boeken vertel ik hoe ik de man werd die ik nu ben. Kom verder! gaat over het aandeel van mijn diepgelovige grootvader en mijn vader, een dominee. Het boek begint wanneer mijn grootvader, een kansarme jongen uit Zeeland, zijn roeping krijgt terwijl hij tussen de koeien de Bijbel leest. Tussen de koeienvlaaien werd de basis van mijn vaders en mijn leven gelegd. Uw vader zat altijd op de fiets, u hangt altijd aan de turnringen. De Jonge: Tijdens de opwarming voor de verkiezingsconference in maart 2021 gebruikte ik ringen aan elastieken. Sindsdien hangen er thuis twee ringen aan het plafond waar ik dagelijks een halfuurtje aan hang. Hoezeer lijkt u op uw vader? De Jonge:Ik ben minder verlegen. Maar we verdedigen allebei iets door verhalen met een moraal te vertellen. Mijn rode draad is de lach, zijn rode draad was God. Die god hebben we intussen zowat afgeschaft. Helaas kwam er niets voor in de plaats. Dus stak het populisme de kop op, en de valse profeten. We leven in een tijd die mensen dwingt tot overleven zonder ruimte om stil te staan bij het leven. Dat is precies wat ik doe in deze boeken. Hoe doet u dat? De Jonge: Het leven van mijn grootvader en van mijn vader speelt zich af in een door religie beheerste wereld. Die beschrijf ik in detail door hen te volgen in hun leven, van inzicht naar inzicht. Mijn grootvader leerde over de Reformatie. Mijn vader kreeg levenslessen van theoloog Gerardus van der Leeuw. De lezer en ik herbeleven hun leven. Wat een genoegen is het schrijven! Had ik die deugd eerder ontdekt dan was ik wellicht een romanschrijver geworden. Met dit boek tracht ik de fout te herstellen die we bijna allemaal maken: we stellen de grote gesprekken die we met onze ouders moeten hebben uit tot het te laat is. Dit boek is het gesprek dat ik had moeten voeren met mijn vader. Wat wordt het volgende deel? De Jonge: Dat wordt deel vier, over mijn periode in Amsterdam van 1965 tot 1974. Daarin vertel ik over mijn ontmoeting met mijn vrouw Hella en met Bram Vermeulen, met wie ik van 1968 tot 1979 het cabaretduo Neerlands Hoop vormde en die mee mijn loopbaan lanceerde. Het schrijven van de eerste twee delen was niet pijnlijk. Dit deel zal er wél inhakken. (stilte) In die periode stierf mijn vader, en de breuk met Bram was heftig. Maar door over het verleden te vertellen, kunnen we eruit leren. Daarna volgt deel drie - jazeker: eerst vier, dan drie -, dat gaat over Zeeland. Daar liggen mijn roots. Daar voltrok zich de waterramp in 1953. Daar ligt ons kind begraven. Het wordt een novelle, denk ik. Met korte verhalen en gedichten. Daar zit een show in. De Jonge:Wie weet! Ik moet nog op tournee met Niemand ontspringt de dans, de liederen die ik vorig jaar schreef. En in het voorjaar van 2022 trek ik eindelijk naar Vlaanderen met Een kolfje. Een avond vol gedichten, korte verhalen en liederen. Ik zal doen wat mijn vader deed: met het publiek stilstaan bij het leven. Wanneer praten we echt over dat leven? In talkshows? Niet. Dat daar amper ruimte voor is, is de vergissing van deze tijd.