De IJslandse taal is verweerd, maar helder als een klare nacht. Als "de maan die niet wist welke macht zij bezit", zoals de Völuspá (het scheppingsverhaal van de Edda: "máni þat ne vissi hvat hann megins átti") het krachtig omschrijft. De aloude sagen moet je voordragen, met krachtige stem en betekenisvolle stiltes. In een eenvoudig, luchtig ritme. In haar eindeloze gebaldheid is de wereld één laag geworden, een absolute maar diep verborgen schat, het Rijngoud van de Lorelei. Wie erin wil doordringen moet zichzelf opofferen, have en goed achterlaten, één worden met het lavalandschap en met de ruwe gekartelde natuur van zijn bewoners, die aan zichzelf genoeg heeft.
...